Nederland in zwaar economisch weer

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

Nederland is een van de vier overblijvende landen in de Eurozone die een AAA score krijgt voor de betrouwbaarheid van haar economie. Dit is nogal paradoxaal in de zin dat het land tezelfdertijd een totale schuld (private en openbare schuld) kent die een van de hoogste ter wereld is. Wat de verhouding betreft van deze schuld met het Bruto Nationaal Product (BNP), staat Nederland op de derde plaats in de wereldranking van landen met de zwaarste globale schuld. Met een totale schuld die 3,9 maal haar BNP (392%) bedraagt in 2011, wordt het alleen door Groot-Brittannië (469% van het BNP) en Japan (459%) voorafgegaan.

En ook de economische productie blijft haperen. Nederland doet het hier slechter dan de rest van de Europese Unie : zo kromp de economie tijdens de twee laatste kwartalen van 2012 respectievelijk met 1% en 0,2% (-0,1% en -0,6% voor de ganse EU), waardoor het opnieuw in een recessie terechtkomt (DM, 15.02.2013). Vooral de investeringen werden getroffen door de aanhoudende laagconjunctuur  : zij daalden in 2012 met 5,2% en dit is vooral zo in vastgoed en infrastructuur.

De zware schuldenlast

In de loop van 2011 is de openbare schuld van de Nederlandse Staat, de publieke sector en van de steden en gemeenten opgelopen tot 66,2 % van het BNP. De totale openbare schuld zou einde 2012 oplopen tot 70% van het BNP. Na landen zoals Denemarken en Zweden scoort Nederland ook boven de indicatieve veiligheidsdrempel van de indicator opgezet door de Europese commissie  (Februari 2012) m.b.t. de omvang van de openbare schuld en van de privé schuldenlast en het verlies van exportmarkten,. Met een schuldenlast in de privésector van om en bij de 250%, overtreft Nederland ruimschoots de veiligheidsgrens van 160% van het BNP. De hoofdschuldigen hiervoor zijn de woonkredieten, waarvan de omvang met meer dan 7% gestegen zijn sedert 2000, omdat de leners  alsmaar meer gebruik gemaakt hebben van de toegelaten belastingsaftrek op hypothecaire interesten.

Dit leidt ook tot zware spanningen bij de Nederlandse banken, zoals begin februari nog bleek met SNS Reaal, de vierde grootste bank van Nederland, die in zeven haasten genationaliseerd moest worden door de overheid  omdat ze dreigde te kapseizen door de zware verliezen van haar vastgoeddochter Property Finance (Het Nieuwsblad, 02.02.2013).

De druk op de pensioenfondsen

De financiële situatie van de meer dan 500 private pensioenfondsen in Nederland blijft zeer problematisch. Tijdens de laatste twintig jaar, werden de regels voor de uitkeringen ten gunste van de werkers ongeveer vijf maal herzien . Dat heeft niet belet dat een belangrijk percentage van deze fondsen nog steeds belangrijke structurele financiële problemen kent.
De recente veranderingen in de reglementering, doorgevoerd door de nieuwe regering, zijn er niet in geslaagd deze situatie te stabiliseren. Ongeveer 20% van deze instellingen worden nog steeds geconfronteerd met financiële problemen van zulke aard dat ze dreigen bankroet te gaan. Tenzij ze hun financiële situatie kunnen verbeteren, wat niet te verwachten valt, zullen ze in elk geval de uitkeringen aan de werkers moeten reduceren tussen de 5% en de 10% vanaf april 2013.

De Nederlandse pensioenfondsen moeten hun uitkeringen reduceren want de combinatie van de dalende beursrendementen sedert de financiële crisis, de ongewoon lage interestvoeten en de snelle verlenging van de levensverwachting hebben hun eigen middelen doen dalen tot een ondraaglijk niveau.
Volgens peilingen begin 2012 heeft een bediende op tien niet het minste vertrouwen in de pensioenfondsen. Volgens dezelfde peilingen, heeft ook meer dan de helft (55%) van deze Nederlandse bedienden weinig vertrouwen in het eigen pensioenfonds. Zij zijn alsmaar meer bezorgd over een inkomen op latere leeftijd dat naar alle waarschijnlijkheid onvoldoende zal zijn.

De werkloosheid

Tijdens het laatste jaar is de werkloosheid in Nederland gestegen van 450.000 naar 550.000 eenheden. De laatste drie maanden steeg het gemiddeld met 13.000 nieuwe werklozen per maand. We weten echter dat de bourgeoisie constant de werkloosheidscijfers manipuleert. Hoeveel arbeiders zijn er dan werkelijk werkloos in Nederland ? Eerst en vooral stelt de Hollandse bourgeoisie dat al wie een (meestal ook flexibele) job van minstens 12 uur/ week heeft, niet werkloos is. Als je daarenboven het aantal werklozen telt die in de ziekenzorg zitten, een gehandicapten statuut gekregen hebben of van een sociale uitkering leven, dan kan je gemakkelijk een miljoen mensen meer bij de werkloosheidscijfers rekenen. Met andere woorden, men kan er dus van uitgaan dat ten minste een kwart (25% ) van de Nederlandse beroepsbevolking feitelijk werkloos is.