In België net als in Frankrijk: Bestaansonzekerheid en verpaupering

Printvriendelijke versieSend by email

De strijd van studenten, scholieren en arbeiders in Frankrijk tegen het CPE wordt in de Belgische pers afgedaan als een reflex van ‘conservatisme’, van ‘anti-Europese gezindheid’; ‘de Fransen willen geen verandering’ (zie onder meer De Standaard, 11 april 2006).

Maar zoals duidelijk blijkt uit de artikels die we daarover publiceren in deze krant (zie ook het supplement bij Internationalisme, nr. 324) is “Het CPE  niet alleen een daadwerkelijke en nauwgezette economische aanval. Het is ook een symbool.” Inderdaad, het is het ‘symbool’ van het bankroet van de kapitalistische economie, van de 'verandering' naar steeds meer ‘precariteit’, bestaansonzekerheid, willekeur, onbestendige en hachelijke jobs, verpaupering. De tijd waarin het bedrijf in de kapitalistische propaganda kon worden voorgesteld als één grote familie, met een baan voor het leven, met sociale zekerheid, waarin er gezorgd werd voor de oude dag – dat alles is stilaan voorgoed verleden tijd. De ‘progressieviteit’ van de bourgeoisie bestaat er vandaag in voltijdse jobs met contracten van onbeperkte duur te vervangen door allerlei deeltijdse, onstabiele contracten, vormen van stages en werkervaringsprojecten, uitzendarbeid, sociale tewerk-stelling of kortlopende en onderbetaalde contracten, flexibele vormen van werk aangepast aan de wispelturige conjunctuur van een kapitalistische economie in crisis. Het ‘Pro-Europees programma’ betekent voor steeds meer mensen, vooral jongeren, een leven zonder vaste aanstelling, onderbroken door perioden van werkloosheid, zonder stabiele levenssituatie. In steeds meer landen worden, onder het voorwendsel jongeren een toegang tot de arbeidsmarkt te verlenen, de laatste vaste banen vervangen door “€1000,-loopbanen”.

Het cynisme van de Belgische bourgeoisie

Met het CPE in Frankrijk laat het kapitalisme zijn ware gezicht zien, hetzelfde gezicht dat het in België zo goed mogelijk verbergt: dat van een systeem in verval dat geen enkele toekomst meer te bieden heeft aan nieuwe generaties. Een wegrottend systeem in een onoplosbare economische crisis, dat hier in Europa en in alle uithoeken van de wereld miljoenen mensen overlevert aan armoede en ellende, opstookt tot economische en militaire oorlogen, massa’s mensen op de vlucht drijft. Maar de Belgische bourgeoisie blijft volhouden dat het “bij ons minder slecht gaat” en zelfs dat “de Belgische economie weer begint aan te trekken”. We zouden minder 'conservatief' zijn dan de Fransen, meer 'Europees', flexibeler, 'welwillender'. Daaraan zouden we onze welvaart te danken hebben. We zouden verder moeten gaan met de hervormingen van de actieve welvaartsstaat, het Waalse Marshallpact, het Generatiepact, het Competitiviteitspact… Ware het niet dat uit haar eigen statistieken geleidelijk een heel ander beeld naar voren komt dat in niets verschilt van dat van Frankrijk! De verpaupering grijpt ook in België om zich heen. Het gaat niet langer om een verschijnsel aan de rand van het kapitalisme, of eigen aan een of ander weerspannig, eigenzinnig land, zoals sommige commentatoren halsstarrig volhouden, maar om iets waardoor alle centra van het wereldkapitalisme worden aangetast. En dan komt een of ander clown van de bourgeoisie ons met het nodige cynisme vertellen dat we niet mogen klagen omdat het hier “nog altijd beter is dan in Afrika” en ook “beter dan in de jaren 1950”.

Eenzelfde tendens tot verpaupering

Het is voldoende om zich heen te kijken, internet, kranten of statistieken na te gaan, om overstelpt te worden door gegevens van de om zich heen grijpende verpaupering. Als de Europese Unie in 1992 nog een enorme campagne organiseerde over het ‘sociale Europa’ waarin iedere burger een waardige plaats zou hebben dan heeft de bourgeoisie die illusie inmiddels allang opgegeven. Eurostat, de statistische dienst van dezelfde Europese Unie, publiceerde sindsdien reeds herhaaldelijk cijfers over armoede en werkloosheid in Europa. Reeds in april 2003 konden we vernemen: “56 miljoen Europeanen - of vijftien procent van de bevolking - zitten op zwart zaad”; “schokkende cijfers” schreef zelfs de burgerlijke pers. “in ons land leeft dertien procent van de bevolking in armoede. De Belgische armen houden net het hoofd boven water. Ze leven op een dieet van brood, confi-tuur, choco en aardappelen en af en toe wat bier of goedkope sterke drank om de doffe ellende even te vergeten. “Recht op roes”, heet dat. Nochtans zijn ze met 1,3 miljoen. In de marge van de welvaartsstaat gebeuren dingen die het daglicht schuwen.” (De Standaard, 6.11.2003). Hetzelfde Eurostat constateerde in 2005: “De armoedegraad is hier het hoogst onder de werklozen: 32 procent…Dat komt omdat zoveel mensen in België niet werken, zegt de EU. Van alle gepensioneerden zouden er in België 21 procent in armoede leven. Het gemiddelde voor de 15 oude EU-landen is maar 17 procent.” (De Standaard, 21 mei 2005) En reeds een half jaar later moeten de cijfers nogmaals worden bijgesteld: “Vijftien procent van de Belgische bevolking of meer dan 1,5 miljoen mensen valt onder de armoedegrens, die gedefinieerd wordt als een maandelijks inkomen van 772 euro voor een alleenstaande. Werk blijkt niet langer een garantie tegen armoede. Onder de werkenden bevinden zich 4 tot 6 pct armen” (De standaard, 5 december 2005). Ludo Horemans tenslotte, ondervoorzitter van het Europees netwerk van armenorganisaties vindt het toch nog “Positief dat we het nog steeds beter doen dan het Europese gemiddelde. Maar er is wel een probleem. De jongste tien jaar is veel gezegd en aangekondigd, maar op een of andere manier slagen we er in België niet in om de armoede echt terug te dringen. We maken een pas op de plaats, en daardoor lopen we achter op andere Europese landen.” (De Standaard, 18 augustus 2005).

De tendens is duidelijk. Inderdaad de feiten zijn hoe langer hoe schokkender, in 2001 leefde reeds 21% van de wereldbevolking van minder dan $1,- per dag terwijl meer dan de helft van minder dan $3,- moest rondkomen; en dat is toch nauwelijks iets waar de bourgeoisie trots op kan zijn. En als de omstandigheden steeds meer beginnen te lijken op die van de jaren 1950, dan is dat zonder enige illusie van een ‘wederopbouw’. De perioden van economische ‘opleving’ worden steeds korter en oppervlakkiger en de recessies steeds dieper en langer. Het zijn de hobbels naar de afgrond, geen fluctuaties van een zich uitbreidende economie. En de recessie die begin 2001 inzette is nog lang niet voorbij.

Het sociaal opvangnet wordt opgedoekt en vervangen door sociale uitsluiting

Waals Marshallpact, Generatiepact, Competitiviteitspact, Marshallplan in wallonië, zovele maatregelen en keurslijven waarbij het venijn in de staart zit: de arbeidersklasse wordt ‘gepakt’: pensioenen worden onderuit gehaald, lonen geblokkeerd, de loopbanen (van ouderen) verlengd om de pensioenen te doen dalen, de zekerheid van een baan (voor jongeren) vervalt stilaan… Als de ondernemers bovendien klagen dat de lonen 8% boven het Europese gemiddelde liggen en vergeten te vertellen dat de arbeidsproductiviteit in België 20% boven het Europese gemiddelde ligt, dan geven ze enkel aan hoeveel ze onze inkomens zelfs op de korte termijn willen laten dalen. De hele campagne rond het ‘conservatisme’ in de beloningssystemen is er onder andere op gericht komaf te maken met overblijvende leeftijds- of anciënniteitsbarema’s. In de ‘vergeten passage’ van het Generatiepact werd dat als volgt gepresenteerd: “Er kan worden gedacht aan een gerichte aanmoediging voor de sectoren en ondernemingen om voor de nieuwe intreders op de arbeidsmarkt tot barema’s te komen waarin het element leeftijd minder zwaar weegt en waarin jongeren méér gaan verdienen dan vandaag.” (De Standaard, 16 maart 2006). Dat is ook nog aangeprezen als een uiting van de “voorzichtigheid van de ondernemers” in een “aantrekkende economie”; wat alleen maar bewijst dat de ondernemers zélf geen woord van geloven van de miraculeuze wederopstanding van de economie.

Op het vlak van het netwerk van gezondheidszorg, pensioenen en werklozensteun zien we dat de tendens zich onomkeerbaar verder zet naar sociale uitsluiting. Kijken we enkel naar de werkloosheid dan leren de officiële cijfers ons dat voor Brussel de werkloosheid in 2003 voor het eerst de 20% overschreed terwijl meer dan een kwart van de bevolking leefde in huishoudens zonder betaald werk; van de jongeren – heel onheilspellend – is dit zelfs 40% (1). Met één van de drie werkloos zijn vooral jongeren daar het slachtoffer van. Als de toestand in bijvoorbeeld Antwerpen en Gent, zonder wezenlijk verschillend te zijn, net iets beter is dan in Brussel, dan is die nog slechter in de grote steden van de Waalse regio zoals Luik en Charleroi. Het rapport van de Belgische federatie van voedselbanken leert ons dat in 2005 er 106.550 mensen beroep deden op voedselbedelingen tegenover 70.000 in 1995. Kortom: van een politiek van uitkering naar een politiek van soepbedeling!

Gezondheidszorg wordt met iedere ingreep van de regering onbereikbaarder en zou wel eens kunnen denken dat het geen toeval is dat een discussie over uitbreiding van de euthanasiewet op de agenda staat om ‘overbodige kosten te besparen’ op onproductieve delen van de bevolking. Kortom: van een politiek van gezondheidszorg naar een politiek van stervensbegeleiding!

Voor de sociale huisvesting gaat het probleem hoe langer hoe meer over het kunnen betalen van de huishuur en woonlasten. Kortom: van een politiek van sociale huisvesting naar een politiek van opvang van daklozen!

De bourgeoisie beweert de sociale uitsluiting  te bestrijden,  maar doet niets anders dan schijntegenstellingen versterken tussen werkenden en werklozen, het onderscheid tegelijk een ‘etnisch’ gezicht geven en de schuld van de werkloosheid te leggen bij de werklozen of de weerstand van bepaalde groepen om zich ‘te integreren’. Zo worden verschillende delen van de arbeidersklasse en niet-uitbuitende lagen van de bevolking tegen elkaar opgestookt door in te spelen op gevoelens van angst, haat, rancune en jalousie over ‘privileges’ van werkende ouderen of ‘profiterende’ etnische groepen.

Het verzet tegen het CPE is ook ons perspectief

Het aanvaarden van offers zal bankroete ondernemingen niet redden net zo min als de bankroete staat; wanneer de bourgeoisie dergelijke middelen structureel nodig heeft is het omdat haar systeem ten dode is opgeschreven. Zo leidt ieder offer tot nieuwe offers, en als één groep arbeiders offers aanvaard gaat dat ook onmiddellijk ten koste van alle andere arbeiders omdat de bourgeoisie probeert haar eigen ‘competitiviteit’ op de been te houden door de arbeiders tegen elkaar uit te spelen. Voor de arbeiders stelt zich ondertussen de vraag: moeten we onze hoop stellen op ondernemer en staat of juist op de strijd van onze eigen klasse?

De voorbije stakingen en betogingen in Frankrijk tegen het CPE maken volop deel uit van een wereldwijde opleving van strijd tegen de verpaupering die het zieltogend kapitalisme veroorzaakt. De beweging kondigt een richting van strijd aan en had niets gemeen met corporatisme of klassensamenwerking door de eerdere studentenbewegingen. Geconfronteerd met een aanval op de arbeidersjeugd die de onzekerheid en hachelijkheid institutionaliseert, en dan ook nog in naam van deze te bekampen, begreep de studerende jeugd dat hun verzet, een verzet was van de hele arbeidende klasse tegen bestaansonzekerheid en verpaupering.  De solidariteit stond eens te meer centraal in de beweging, net zoals dit het geval was in de stakingsbewegingen van de laatste maanden bij de bagageafhandeling in het engelse Heathrow uit solidariteit met de afgedankte cateringwerkers, in de New Yorkse metro en de staking van anderhalf miljoen lokaal overheidspersoneel in Engeland tegen de aanval op de pensioenen voor de huidige en komende generaties. Eveneens bij de spontane staking van de postmannen in het Ierse Belfast tegen de verdeling in katholieke en protestantse sectoren, en bij de duitse arbeiders in de automobielindustrie die samen opkomen tegen de afslankingen en zo de pogingen dwarsbomen van de regering om hen tegen elkaar op te stoken. Iedere dag komen er nieuwe bewijzen bij dat de solidariteit weer centraal staat in de opkomende arbeidersstrijd tegen de effecten van de wereldcrisis en de schreeuwende armoede: de strijd van 40.000 textielarbeiders in Vietnam, de stakingsgolf die de verleden zomer door Argentina trok, de strijdbare revolte van de bouwvakkers in Dubai. Daar liggen de voorbeelden van strijd tegen het 'conservatisme' van een overjaars kapitalisme, de bouwstenen van een nieuwe maatschappij, van een 'wereldgemeenschap', van ‘verandering’ tegen de vernietigende wetmatigheden van de crisis n

Manus&Lac /13.04.2006

(1) Negende Armoederapport van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, april 2004, http://www.armoede.be.

Territoriale situatie: