Irak: Barbarij zonder uitzicht

See also :

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

In Irak volgen de aanslagen elkaar op De dood maakt slachtoffers met tientallen tegelijk. Het Amerikaanse leger telt op dit ogenblik al 1.276 doden (waarvan meer dan 100 de laatste maand) en 9.765 gewonden. De aanval op Falloedja heeft minstens 2.000 slachtoffers gemaakt bij de rebellen. Er is geen enkele balans opgemaakt over de tienduizenden inwoners die niet konden vluchten omdat ze opgesloten waren tussen de gevechten. De balans van de oorlog loopt al op tot minimaal 15.000 slachtoffers. Een Engels medisch tijdschrift bracht een werkelijke balans van 100.000 doden in de openbaarheid!

Aanslag na aanslag sommen de media het aantal slachtoffers op, een sinister dagelijks register van de barbarij tussen de rubriek van ‘overig nieuws’ en maatschappelijke vraagstukken in het algemeen, alsof het ging om nieuws zoals al het andere. Deze banalisering van de wreedheden, voorgesteld als onontkoombar, als een ‘natuurverschijnsel’ en gepaard gaand met leugens en ideologische campagnes van de heersende klasse over de oorzaken ervan, heeft slechts tot doel om de barbarij, die wordt voortgebracht door het kapitalisme in ontbinding, voor het proletariaat aanvaardbaar te maken en de verontwaardiging die ze opwekt te neutraliseren. Deze gewenning aan de barbarij, een werkelijk gif voor het bewustzijn van het proletariaat dat er voortdurend wordt ingelepeld, moet bestreden worden omdat het een van de middelen is waarmee de bourgeoisie de passiviteit van de arbeidersklasse in stand houdt en daarmee haar klassenheerschappij over de maatschappij verzekert.

De uitbreiding van de barbarij betekent een van de meest monsterlijke manifestaties van het bankroet van het wegrottende kapitalistische systeem. Het kapitalisme, dat steeds groter delen van de planeet onderwerpt aan de gesel van de oorlog, vertegenwoordigt een bedreiging voor de beschaving en zelfs voor het overleven van de mensheid.

Een nieuwe sprong in de chaos

De grootste operatie van de Amerikaanse troepen sinds de val van Saddam Hussein, tegen de stad Falloedja; het voortzetten van de militaire offensieven “in de komenden weken en maanden” die zelfs zouden “toenemen bij het naderen van de Iraakse verkiezingen” (1); en de acties die sinds november worden uitgevoerd door 5.000 soldaten in de “dodendriehoek” van de provincie van Babylon, bieden geen enkel uitzicht op stabilisering. Het land is overgeleverd aan anarchie en aan krachtmetingen die bedoeld zijn om de voorwaarden te scheppen voor het houden van algemene verkiezingen die geloofwaardigheid moeten verlenen aan de Amerikaanse aanwezigheid in Irak. Maar de reactie van de Verenigde Staten op hun verlies aan controle over het land draagt enkel bij tot de ineenstorting van de Iraakse staat in een veralgemeende burgeroorlog en tot spanningen tussen de verschillende klieken ter plaatse. De bloedige aanslagen en de moorddadige schermutselingen nemen hand over hand toe in het hele gebied en geen enkel deel blijft daarvan gespaard.

In Bagdad zelf worden de aanslagen voortaan rechtstreeks gepleegd op de “groene zone”, de ultra-beveiligde sector van het centrum. De weg naar de luchthaven, die afgesloten is sinds er met raketten werd geschoten op Amerikaanse vliegtuigen, staat buiten Amerikaanse controle. Door gevechten in de stad bij volle daglicht moesten pantserwagens worden ingezet en werden hele wijken afgegrendeld. Ramadi kwam onder controle van de guerrilla te staan. Gevechten zijn aan de gang in het noorden, in Balad, Baji en Baaquba. Mossoel, de Koerdische hoofdstad, werd ingenomen en bleef drie dagen in handen van de opstandelingen van Falloedja. De Koerdische peshmerga’s, die het gros vormen van de nationale Iraakse garde die ingezet werd in Falloedja en bij de herinname van Mossoel, zijn steeds meer betrokken bij de botsingen.

De inname van Falloedja (een stad die “een groot aantal van de officieren van het leger en van de veiligheidstroepen van Saddam Hussein  leverde en die deelnamen aan de onderdrukking van de Sjiïteten” (2) en dat een schuiloord was van deze kaders van het oude regime na de eerste slag om Falloedja), die plaatsvond met de stilzwijgende instemming van de sjiïtische gezagshebbers, verscherpt de spanningen tussen Sjiïten en Soennieten. Zo zijn “Hilla, een sjiïtische stad, en Latifiya, een soennitische stad, begonnen met een heimelijke onderlinge oorlog via moorden, hinderlagen en ontvoeringen” (3). Er is al een anti-soennitische Sjiïtische militie in het leven geroepen. Ook de verdeeldheid tussen de verschillende partijen rond de verkiezingen belooftbloedige afrekeningen tussen rivaliserende fracties. De Sjiïten, die 60% van de bevolking van Irak uitmaken, en die lange tijd onder Saddam Hussein van de macht waren uitgesloten, zijn onder leiding van de ayatollah Al-Sistani de warmste voorstanders van het houden van verkiezingen waaruit zij munt hopen te slaan. Maar de sjiïtische fractie van Moktada Al-Sadr, die dit jaar twee anti-Amerikaanse opstanden heeft aangevoerd, weigert er aan deel te nemen omdat tegen haar medestanders vervolgingen zijn ingezet.

Erfvijanden als de Koerdische organisaties UPK en UDK hebben zich voor de gelegenheid aaneengesloten. Onder de Soennieten is de verkiezingsboycot doorbroken; hoewel de belangrijkste organisatie, het Comité van de Oelema’s, vasthoudt aan zijn slogan van sabotage, hebben meerdere Soennitische organisaties beslist om hun eigen kaarten uit te spelen, met name de Islamitische Partij, die voortkomt uit het Moslimbroederschap. In dit wespennest verveelvoudigde het aantal politieke moorden en aanslagen op hooggeplaatste persoonlijkheden.

De toename van de terroristische aanslagen bij de nadering van de verkiezingen ontstaat niet uit zichzelf: het is het oorlogswapen dat de imperialisten die rivaliseren met de Verenigde Staten stiekem gebruiken om de Amerikaanse positie te ondermijnen.

De imperialistische rivaliteiten houden de barbarij in stand

Ondanks de wereldwijde verzwakking van de Verenigde Staten en de verzwakking van hun positie in Irak, waar nieuwe terugtrekkingen van geallieerde troepen worden aangekondigd (door Hongarije eind december, door Nederland in maart), slaan ze terug zoals bleek uit het houden van de conferentie over Irak in Sharm-el-Sheikh op 25 november. Eerst en vooral bezegelt deze de terugkeer van de Verenigde Staten in het kader van de Verenigde Naties. Dat stelt hen weer in staat om hun imperialistische afpersingen te verdoezelen achter de wettelijkheid van het ‘internationaal recht’, zoals toegekend in resolutie 1546, die weer als basis diende voor de nieuw aangenomen resolutie. Door zich achter het multilateralisme te scharen kunnen de Verenigde Staten zich momenteel aan hun rivalen opdringen, voornamelijk aan Frankrijk. De Verenigde Staten zijn er in geslaagd om het Franse imperialisme een toontje lager te laten zingen en de pogingen van Frankrijk om de eigen invloed in Irak te vergroten terug te brengen tot ijdele pogingen: Frankrijk, “dat er als eerste bij was om samen met Rusland te eisen dat er een internationale conferentie zou komen over Irak, heeft zijn ambities moeten bijstellen. Terwijl het een kalender eiste voor de terugtrekking van de coalitietroepen, moet het nu genoegen nemen met een vage verwijzing naar het tijdelijke karakter van hun aanwezigheid in Irak” (4).

Bovendien werd het Franse voorstel verworpen om de conferentie niet enkel open te stellen voor de Amerikaanse beschermelingen die aan de macht zijn in Bagdad, maar voor alle Irakese politieke krachten, “daarbij inbegrepen een bepaald aantal groepen of mensen die op dit ogenblik de weg gekozen hebben voor de gewapende verzet” (5), om zo aan allen die enig heil verwachten van Frankrijk duidelijk te maken dat dit land niet over de middelen beschikt om zijn aanspraken te laten gelden.

Bovendien lieten ze Frankrijk in het stof bijten met het akkoord over de vermindering van de Iraakse schuld met 80%. Frankrijk wilde, met de steun van Moskou en Berlijn, de belangrijkste geldschieters van Irak, ten gunste van een kliek die afhankelijk is van de Amerikaanse invloed niet verder gaan dan 50%.

Irak vormt het zenuwcentrum van de botsingen tussen de grootmachten die elkaar bestrijden om hun plaats op imperialistische rangorde van de wereld te behouden. De vlucht naar voren door het gebruik van de Amerikaanse militaire macht (waarvan de mankracht wordt opgevoerd van 142.000 tot 150.000 tegen eind januari), evenals het opbod dat dit met zich meebrengt, versnelt niet alleen het uiteenvallen van Irak, maar de schokgolven zijn ook voelbaar in de naburige landen waar de middelpuntvliedende krachten naar uiteenspatting eveneens worden versterkt. Van Palestina tot Pakistan, van Arabië tot de Kaukasus, de destabilisering van deze voor de kapitalistische wereld strategisch belangrijkste zone zal zware gevolgen hebben voor heel de wereldsituatie. De onderdompeling in de chaos van heel deze regio maakt op dramatische wijze duidelijk dat in de ontbindingsfase van het kapitalisme de imperialistische rivaliteiten en het doorlopend gebruik van de militaire macht (die er enkel toe bijdraagt dat de conflicten zich uitbreiden en steeds meer uit dehand lopen), de belangrijkste factor vormt in de ongekende ontwikkeling van barbarij.

Scott / 15.12.2004

1. Rumsfeld geciteerd door Libération, van 26.11.2004.

2. Libération, van 16.11.2004.

3. Ibid.

4. Libération, van 22.11.2004.

5. M. Barnier, Ibid.