De revolutie van 1905 in Rusland (tweede deel): Het proletariaat bevestigt zijn revolutionaire aard

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

In het eerste deel van dit artikel (in Internationalisme nr. 316) onderstreepten we de internationale context en herinnerden we aan het algemene kader van de revolutie van 1905 in Rusland. We be­nadrukten het belang van de lessen die eruit getrokken worden voor de arbeidersklasse.

In het tweede deel van dit artikel zullen we het, zoals aangekondigd, hebben over de pro­letarische aard van deze gebeurtenissen en over de dynamiek van de massastaking die het proletariaat ertoe gebracht heeft om nieuwe organisatie- en machtsorganen in zijn strijd te doen ontstaan, de sovjets. We zullen zien dat al de creativiteit van de arbeidersklasse, aan de vooravond van het verval van het kapitalisme, er gekomen is zonder enige rol van be­tekenis van de vakbonden of van de parlementaire strijd. Het vermogen van de arbeiders­klasse om haar toekomst in eigen hand te nemen, op basis van haar solidariteit en van de ervaring die ze vergaard heeft, was een voorafspiegeling van de nieuwe verantwoordelijk­heden, die haarzelf en haar voorhoede toekwamen. Doorslaggevende standpunten voor de arbeidersbeweging in de fase van verval van het kapitalisme waren dus al ingeschreven en aanwezig in 1905.

Nu we de essentiële elementen van de geschiedenis in herinnering gebracht hebben, wil­len we hier een eerste punt onderstrepen: de revolutie van 1905 heeft een fundamentele hoofdrolspeler, het Russische proletariaat, en heel haar dynamiek volgt nauwgezet de logica van deze klasse.

Lenin zelf is daarover voldoende duidelijk wanneer hij eraan herinnert dat naast haar “burgerlijk-democratische” aard, die te wijten is aan haar “sociale inhoud”, “de Russische revolutie tegelijkertijd ook een proletarische revolutie was, niet alleen omdat het proletariaat er de leidende kracht van was, de voorhoede van de beweging, maar ook omdat het specifieke instrument van het proletariaat, de staking, de voornaamste hefboom vormde om de massa’s in beweging te brengen en het meest kenmerkende feit was van de stijgende golf van beslissende gebeurtenissen” (1). Maar wanneer Lenin het over staking heeft, moeten we daarin niet de acties van 4, 8 of 24 uur in zien, van het soort dat de vakbonden ons vandaag voorstellen in alle landen ter wereld. In feite ontwikkelde zich met 1905 wat men later de massastaking is gaan noemen, een “oceaan van fenomenen” (zoals Rosa Luxemburg het noemde), dat wil zeggen de spontane  uitbreiding en zelforga­nisatie van de strijd van het proletariaat die kenmerkend zal zijn voor alle grote strijdmo­menten van de 20e eeuw (2). De linkervleugel van de sociaal-democratie, waaronder de bolsjewieken, Rosa Luxemburg, Pannekoek, zal er de bevestiging in zien van haar stand­punten (tegen het revisionisme à la Bernstein (3) en het parlementair cretinisme), maar ze zal een diepgaande theoretische arbeid moeten volbrengen om volop de verandering in de levensvoorwaarden van het kapitalisme (de fase van imperialisme en van verval) te be­grijpen die de verandering bepalen in de doeleinden en middelen van de klassenstrijd. Maar Luxemburg gaf er de premissen al van aan: “Zo blijkt de massastaking dus geen specifiek russisch, uit het absolutisme voortgekomen product, maar een algemene vorm van proletarische klassenstrijd die uit het tegenwoordige stadium van de kapitalistische ontwikkeling en de klassenverhoudingen ontstaat (…) ... de huidige russische revolutie staat op een punt van de historische weg, die al over de berg heen, over het hoogtepunt van de kapitalistische maatschappij is voortgeschreden (...).” (4)

De massastaking is niet gewoon een massabeweging, een soort volksopstand die ‘alle onderdrukten’ omvat en die per definitie positief zou zijn, zoals de ultralinkse en anarchistische ideologieën ons vandaag willen doen geloven. In 1905 schreef Pannekoek “Als we de massa in haar algemene betekenis nemen, het geheel van het volk, dan blijft er in de mate waarin de uiteenlopende opvattingen en intenties elkaar neutraliseren, blijkbaar niets anders over dan een willoze, onberekenbare massa, overgeleverd aan wanorde, wispelturig, passief, van hier naar daar dwalend tussen diverse impulsen, tussen ongecontroleerde bewegingen en een apathische onverschilligheid – kortom, zoals men weet, het beeld dat de liberale schrijver smaar al te graag  schilderen van het volk (…) Zij kennen de klassen niet. Daarentegen is het de kracht van de socialistische doctrine dat zij een ordenend principe en een systeem ingevoerd heeft om de eindeloze variëteit van menselijke individualiteiten te interpreteren, door het principe in te voeren van de verdeling van de maatschappij in klassen.” (6)

Terwijl de bourgeoisie, en met haar de opportunisten in de arbeidersbeweging, zich met afschuw afkeerden van de ‘onbegrijpelijke’ beweging van 1905 in Rusland, ging de revolutionaire linkerzijde de lessen trekken uit de nieuwe situatie: “… de massa-acties zijn een natuurlijk gevolg van de ontwikkeling van het moderne kapitalisme tot imperialisme, ze zijn steeds meer en onophoudelijk de strijdvorm die zich aan haar opdringt.” (6)

De massastaking is evenmin een kant en klaar recept zoals de ‘algemene staking’ waarvoor de anarchisten kiezen (7), maar wel de wijze waarop de arbeidersklasse zich uitdrukt, een manier om haar krachten te groeperen om haar revolutionaire strijd te ontwikkelen. “In één woord: de massastaking zoals de Russische revolutie er ons een toont, is niet een slim middel dat is uitgedokterd om het effect van de proletarische strijd te versterken, maar is de bewegingswijze van de proletarische massa, de vorm waarin de proletarische strijd verschijnt in de revolutie” (8). de massastaking is iets waarvan we ons vandaag moeilijk een direct en concreet idee kunnen vormen, tenzij dan voor de minder jonge mensen, door wat de strijd van de Poolse arbeiders in 1980 betekend heeft (9). Verwijzen we daarom nogmaals naar Rosa Luxemburg, die er een stevig en lucide kader aan gegeven heeft: “(...) de massastakingen, van de eerste grote loonstrijd van de textielarbeiders in Petersburg in 1896-97 tot de laatste grote massastaking in december 1905, gaan onmerkbaar over van economische in politieke, zodat het haast onmogelijk is een grens te trekken tussen de een en de ander. Ook elke van de grote massastakingen herhaalt zo te zeggen in het klein de algemene geschiedenis van de russische massastaking, en begint met een puur economisch of in ieder geval een syndicaal deelconflict, om daarna langs alle treden tot aan de politieke betoging te eskaleren. (…) De massastaking van januari 1905 ontwikkelde zich uit het interne conflict in de Poetilov-fabrieken, de oktoberstaking uit de strijd van de spoorweglieden om de pensioenkas, de decemberstaking tenslotte uit de strijd van de post- en telegraafbeambten om het recht op vereniging. De vooruitgang van de beweging komt niet daarin tot uitdrukking dat het economische beginstadium uitvalt, maar veel meer in de snelheid waarmee alle etappes tot aan de politieke betoging worden doorlopen, en in de extremiteit van het punt waarop de massastaking zich toebeweegt. (…) ...en zo vormen het economische en het politieke moment in de periode van de massastaking, ver ervan verwijderd om zich zuiver van elkaar te scheiden of elkaar wederzijds uit te sluiten (…) slechts twee in elkaar verstrengelde kanten van de proletarische klassenstrijd in Rusland.” (10) Rosa Luxemburg snijdt hier een centraal aspect aan van de revolutionaire strijd van het proletariaat: de onverbreekbare eenheid tussen de economische strijd en de politieke. In tegenstelling tot degenen die toen beweerden dat de politieke strijd het overstijgen betekent, het edele gedeelte om zo te zeggen, van de strijd van het proletariaat in zijn confrontaties met de bourgeoisie, legt Luxemburg duidelijk uit hoe de strijd zich van het economische terrein ontwikkelt naar het politieke terrein om vervolgens met grotere kracht terug te keren naar het terrein van de eisenstrijd. Dat alles is bijzonder duidelijk wanneer men de teksten herleest over de revolutie van 1905 betreffende het voorjaar en de zomer. Men ziet hoe het proletariaat dat op bloedige zon­dag begonnen was met een politieke manifestatie om, op een zeer nederige toon, democratische rechten te eisen niet alleen niet is gezwicht voor de zware repressie, maar dat ze uit die episode gekomen met vernieuwde en versterkte energie tevoorschijn komt en dat ze in de aanval is gegaan om haar werk- en levensvoorwaarden te verdedigen. Zo heeft in de volgende maanden een vermenigvuldiging van de gevechten plaatsgevonden. Die perio­de was ook van het grootste belang omdat, zoals Luxemburg onderstreept, ze het proletariaat de mogelijkheid gegeven heeft zich achteraf alle lessen eigen te maken van de proloog van januari en om haar ideeën voor de toekomst helderder te formuleren.

Het spontane karakter van de revolutie en het vertrouwen in de arbeidersklasse

Een aspect dat van bijzonder belang is in het revolutionair proces in Rusland 1905, is zijn sterk spontane karakter. De strijd duikt op, ontwikkelt en versterkt zich, doet nieuwe strijdinstrumenten ontstaan zoals de massastaking en de sovjets, dat alles zonder dat de revolutionaire partijen van dat moment erin slagen daarbij betrokken te zijn of zelfs maar op het moment zelf volledig te begrijpen wat de implicaties waren van wat er zich afspeelde. De kracht van het proletariaat in de beweging op het terrein van zijn eigen klassenbelan­gen is formidabel en bevat een onvoorstelbare creativiteit. Het was Lenin zelf die dit een jaar later erkende toen hij de balans opmaakte van de revolutie van 1905: “Van de staking en de betogingen gaat men over naar het opwerpen van geïsoleerde barricades. Van de geïsoleerde barricades naar de bouw van massabarricades en straatgevechten met de troepen. Over de hoofden van de organisaties heen stapte de proletarische massastrijd over van de staking naar de opstand. Daar ligt de grote historische verworvenheid van de Russische revolutie, een verworvenheid die te danken is aan de gebeurtenissen van december 1905 en die net als de vorige bereikt werd door immense offers. Van de algemene politieke staking heeft de beweging zich opgewerkt naar een hoger niveau. Zij heeft de reactie ertoe gedwongen tot het uiterste van haar weerstand te gaan: zo heeft ze het moment geweldig veel dichter gebracht waarop de revolutie zelf tot het uiterste zal gaan in het gebruik van haar offensieve middelen. De reactie kan niet verder gaan dan het bombarderen van de barricades, van de huizen en de mensenmassa’s. De revolutie van haar kant kan wel verder gaan dan de strijdgroepen van Moskou, zij heeft nog ruimte, welk een ruimte in uitgestrektheid en diepgang! (…) De verandering van de objectieve strijdvoorwaarden die de noodzaak oplegde over te stappen van de staking naar de opstand, werd door het proletariaat veel eerder aangevoeld dan door zijn leiders. De praktijk heeft zoals altijd voorsprong genomen op de theorie.” (11)

Deze passage van Lenin is vandaag bijzonder belangrijk, nu er bij gepolitiseerde elementen en tot op zekere hoogte ook binnen proletarische organisaties twijfels bestaan, in verband met het idee dat het proletariaat er nooit zal in slagen te ontwaken uit de apathie waarin het soms lijkt verzonken te zijn. Wat in 1905 gebeurde is een klinkklare ontkenning van die twijfels die we voelen wanneer we het spontane karakter van de klassenstrijd zien. Zij zijn enkel een uitdrukking van een onderschatting van het proces dat zich in de diepte in de klasse afspeelt, een ondergrondse rijping van het bewustzijn waarover Marx al schreef toen hij het over de ‘oude mol’ had. Het vertrouwen in de arbeidersklasse, in haar vermogen om een politiek antwoord te vinden op de problemen die zich aan de maatschappij stellen, is vandaag een kwestie van het grootste belang. Na de ineenstorting van de muur van Berlijn en de campagne van de bourgeoisie die daarop volgde over het failliet van het kommunisme, dat valselijk gelijkgesteld wordt met het vreselijk stalinistische regime, ondervindt de arbeidersklasse moeilijkheden om zich als klasse te herkennen, en dus om zich te herkennen in een project, een perspectief, in een ideaal om voor te vechten. Het gebrek aan perspectief leidt tot een terugval in de strijdwil, een verzwakking van de overtuiging dat het loont te vechten, omdat men niet zomaar vecht maar alleen wanneer er een doel is dat bereikt kan worden. Daarom zijn vandaag het gebrek aan duidelijkheid over het perspectief en het gebrek aan zelfvertrouwen in de arbeidersklasse sterk met elkaar verbonden. Maar het is fundamenteel in de praktijk dat een dergelijke situatie overwonnen kan worden, door de directe ervaring van de arbeidersklasse met de mogelijkheden en noodzaak te strijden voor een perspectief. Dat is precies wat is gebeurd in Rusland in 1905 toen “op enkele maanden tijd de zaken compleet veranderd zijn. De honderden revolutionaire sociaal-democraten waren ‘plots’ met duizenden, en die duizenden werden de leiders van twee tot drie miljoen proletariërs. De proletarische strijd wekte en grote gisting op, en zelfs deels een revolutionaire beweging, in het diepste van de massa van 50 tot 100 miljoen boeren; de boerenbeweging had haar weerslag in het leger en leidde tot militaire revoltes, gewapende botsingen tussen troepen.” (12) En dat was niet alleen een noodzaak voor het proletariaat in Rusland, maar voor het wereldproletariaat in het algemeen, en het meest ontwikkelde deel ervan, het Duitse proletariaat, inclusief: "In de revolutie, waar de massa zelf op het toneel verschijnt, wordt het klassenbewustzijn praktisch en actief. Een jaar revolutie heeft het Russische proletariaat de scholing gegeven, die het Duitse proletariaat niet kunstmatig kon opdoen door 30 jaar parlementaire en syndicale strijd. (…) Even zeker echter zal in Duitsland in een periode van krachtige politieke actie het levende, daadwerkelijke, revolutionaire klassengevoel de breedste en diepste lagen van het proletariaat aangrijpen en wel des te sneller en des te krachtiger naarmate het opvoedingswerk van de sociaal-democratie omvangrijk is geweest." (13) Rosa Luxemburg parafraserend kunnen we vandaag zeggen dat het vandaag even waar is, in een wereld die in een diepe economische crisis verkeert en in het licht van het onmiskenbare onvermogen van de bourgeoisie om het failliet van heel het kapitalistisch systeem het hoofd te bieden, dat een actief en levend revolutionair gevoel zich meester zal maken van de rijpste delen van het wereldproletariaat, en dat in het bijzonder in de landen waar het kapitalisme het meest ontwikkeld is en waar de ervaring van de klasse het rijkst en het diepst geworteld. Dit vertrouwen dat wij vandaag uitspreken in de arbeidersklasse, is geen geloofsbelijdenis, stemt ook niet overeen met een houding van blind, mystiek vertrouwen, maar steunt juist op de geschiedenis van deze klasse en op haar soms verbazingwekkend vermogen tot herstel, in situaties van ogenschijnlijke verlamming, want zoals wij hebben proberen aantonen, al is het waar dat de dynamiek waardoor het rijpingsproces van haar bewustzijn zich realiseert vaak duister en moeilijk te vatten is, toch staat het vast dat deze klasse er historisch toe gedreven wordt door haar plaats in de maatschappij van uitgebuite klasse en tegelijkertijd revolutionaire klasse, zich te verheffen tegen de klasse die haar onderdrukt, de bourgeoisie, en dat zij in de ervaring van die strijd het zelfvertrouwen zal hervinden dat haar vandaag ontbreekt: “Eerst hadden we een machteloze, gehoorzame massa met de inertie van een kadaver, tegenover een heersende kracht die van haar kant goed georganiseerd is en weet wat ze wil, die de massa manipuleert zoals het haar uitkomt; en zie dan hoe deze massa zich omvormt tot georganiseerde mensheid, in staat haar eigen lot te bepaalden door haar eigen bewuste wil uit te voeren, in staat de oude heersende macht het hoofd te bieden. Zij was passief; ze wordt een actieve massa, een organisme voorzien van een eigen leven, door zichzelf aaneengesmeed en gestructureerd, voorzien van haar eigen bewustzijn, haar eigen organen.” (14)

Samen met de ontwikkeling van het vertrouwen van de arbeidersklasse in zichzelf, gaat noodzakelijkerwijze een ander element samen dat cruciaal is voor de strijd van het prole­tariaat: de solidariteit in zijn eigen rijden. De arbeidersklasse is de enige klasse die in we­zen echt solidair is omdat er in haar schoot geen conflicterende economische belangen be­staan – in tegenstelling tot de bourgeoisie, de klasse van de concurrentie waar de solidari­teit zich in het beste geval uitdrukt binnen de nationale grenzen of nog beter tegen zijn historische vijand, het proletariaat. De concurrentie wordt het proletariaat  opgedrongen door het kapitalisme, maar de maatschappij waar het de drager van is, maakt een einde aan alle verdelingen, is een echte mensengemeenschap. De proletarische solidariteit is een fundamenteel wapen in de strijd van het proletariaat; zij stond aan de oorsprong van de grandioze omverwerping van het jaar 1905 in Rusland: “De vonk die de brand aangestoken heeft, was het gemeenschappelijk conflict tussen kapitaal en arbeid: de staking in een fabriek. Het is echter interessant vast te stellen dat de staking van de 12.000 Po­etilov-arbeiders die begon op maandag 3 januari, in de eerste plaats een staking was die uitgeroepen werd in naam van de proletarische solidariteit.  De oorzaak was het ontslag van 4 arbeiders. “Toen de eis van reïntegratie van de 4 verworpen werd –schreef een ka­meraad uit Petersburg op 7 januari – stond de fabriek in één klap stil, bij volledige una­nimiteit.”” (15)

Het is geen toeval dat de bourgeoisie vandaag haar best doen om het begrip solidariteit te herleiden tot een ‘humanitaire’ vorm of nog te begieten met een sausje ‘solidaire econo­mie’, een van de snufjes van de nieuwe 'andersglobalistische' ‘beweging’ die probeert de bewustwording af te leiden die zich doorzet in de diepte van de maatschappij over de im­passe die het kapitalisme betekent voor de mensheid. Als de arbeidersklasse zich in haar geheel nog niet bewust is van de macht van haar solidariteit, dan heeft de bourgeoisie van haar kant de lessen niet vergeten die het proletariaat haar in de loop van de geschiedenis ingepeperd heeft.

“In de storm van de revolutionaire periode verandert zich juist de proletariër van een voorzorgende familievader die steun verlangt in een ‘romantische revolutionair’ voor wie zelfs het hoogste goed –zijn  leven– laat staan het materiële welzijn maar van weinig waard is in vergelijking met de strijdidealen. Wanneer echter de leiding van de massasta­king in de zin van het commando over haar ontstaan, en in de zin van de berekening en de dekking van haar kosten, een zaak van de revoluionaire periode zelf is,  dan komt de leiding van de massastakingen in een heel andere zin aan de sociaal-democratie en haar leidinggevende organen toe (…) De sociaal-democratie is ertoe geroepen om de politieke leiding ook temidden van de revolutie periode op zich te nemen. De belangrijkste taak van de ‘leiding’ in de periode van massastaking bestaat erin het ordewoord van de strijd te geven, de strijd richting te geven, de tactiek van de politieke strijd op zo’n manier in te richten dat in elke fase en op elk moment van de strijd het geheel van de bestaande en ontketende macht van het proletariaat gerealiseerd wordt en in de gevechtsopstelling van de partij tot uitdrukking komt (...), dat de taktiek op de werkelijke krachtsverhoudingen vooruitloopt.” (16) Gedurende het jaar 1905 werden de revolutionairen (die toen sociaal-democraten genoemd werden) vaak verrast, voorbijgestoken en overdonderd door de onstuimigheid van de beweging, zijn nieuw zijn, zijn creatieve verbeelding, en ze waren niet altijd in staat de ordewoorden te geven waarover Luxemburg het heeft, “in elke fase, op elk moment”, en ze hebben zelfs belangrijke fouten begaan. Nochtans zijn de fundamentele revolutionaire arbeid die ze voor en tijdens de beweging geleverd hebben, de socialistische agitatie, de actieve deelname aan de strijd van hun klasse onmisbare factoren geweest in de revolutie van 1905. Hun vermogen om daarna de lessen uit die gebeurtenissen te trekken heeft het terrein klaargemaakt voor de overwinning van 1917.

Ezechiele

(naar een artikel in Revue Internationale 120, 1e kwartaal 2005)

(1) Lenin, ‘Rapport over de revolutie van 1905’.

(2) Zie ons artikel ‘Historische voorwaarden van de veralgemening van de strijd van de arbeidersklasse’ in Revue Internationale 26, 3e kwartaal 1981.

(3) Bernstein was in de Duitse sociaal-democratie de promotor van de idee van een vreedzame overgang naar het socialisme. Zijn stroming staat bekend onder de naam revisionisme. In haar brochure ‘Reform oder Revolution’ bestreed Rosa Luxemburg het revisionisme als uitdrukking van een gevaarlijke opportunistische dwaling die de partij bedreigde.

(4) R. Luxemburg, ‘Massastaking, partij en vakbonden’ (1906)

(5) ‘Marxisme en teleologie’, in 1905 gepubliceerd in Neue Zeit, geciteerd in ‘Massa-ac­tie en revolutie’ (1912)

(6) A. Pannekoek, ‘Massa-actie en revolutie’, Neue Zeit, 1912.

(7) De anarchisten hebben trouwens geen enkele rol gespeeld in 1905. Het artikel in onze Revue Internationale 120 over de CGT in Frankrijk onderstreept dat 1905 geen enkele echo oproept bij de anarcho-syndicalisten. Zoals Rosa Luxemburg in het begin van haar brochure ‘Massastaking, partij en vakbonden’ duidelijk maakt is het anarchisme compleet onbestaande als serieuze politieke tendens in de Russische revolutie. “De Russische revolutie, diezelfde revolutie die de eerste historische proef op de som van de massastaking is, betekent niet alleen geen eerherstel voor het anarchisme, maar ze betekent juist een historische liquidatie van het anarchisme.”

(8) R. Luxemburg, ‘Massastaking, partij en vakbonden’.

(9) Zie onze brochure over Polen 1980.

(10) R. Luxemburg, ‘Massastaking, partij en vakbonden’.

(11) Lenin, ‘De lessen uit de opstand van Moskou’, 1906.

(12) Lenin, ‘Rapport over de revolutie van 1905’.

(13) R. Luxemburg, ‘Massastaking, partij en vakbonden’.

(14) A. Pannekoek, ‘Massa-actie en revolutie’, Neue Zeit, 1912.

(15) Lenin, ‘Economische staking en politieke staking’.

(16) R. Luxemburg, ‘Massastaking, partij en vakbonden’.