April 1917 in Rusland: De fundamentele rol van Lenin bij de voorbereiding van de Oktoberrevolutie

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

Toen Lenin, terugkerend uit zijn ballingschap in Zwitserland, op 4 april 1917 in Petrograd aankwam, wendde hij zich onmiddellijk tot de duizenden arbeiders en soldaten die in het station waren toegestroomd met de volgende woorden: "Waarde kameraden, soldaten, matrozen en arbeiders, ik heb de eer in u de overwinnende Russische revolutie te begroeten, u te begroeten als de voorhoede van het proletarisch wereldleger... De Russische revolutie die door u tot stand is gebracht heeft een nieuw tijdperk geopend !...". Negentig jaar later zijn de bourgeoisie, haargeschiedschrijvers en de media aan haar leiband nog steeds volop bezig de ergste leugens en historische verdraaiingen in stand te houden over de proletarische wereldrevolutie die in Rusland begon.

Al de haat en minachting van de heersende klasse tegenover de titanenstrijd van de uitgebuite massa's komt samen in het belachelijk maken en tot beuzelarij kwalificeren van de kommunistische voornemens van de arbeidersklasse; het 'aantonen' van haar fundamentele onvermogen om op wereldschaal een nieuwe sociale orde, waarvan zij de enige draagster is, in te stellen. De ineenstorting van het Oostblok in 1989 heeft deze klassenirritaties enkel aangewakkerd. Sindsdien is er een reusachtige campagne gestart om de duidelijke mislukking van het kommunisme, dat met het stalinisme vereenzelvigd wordt, in alle windrichtingen uit te bazuinen, en daarmee ook de mislukking van het marxisme, de klassenstrijd zou achterhaald zijn net als natuurlijk het hele idee van de revolutie, die enkel zou kunnen uitdraaien op terreur en de Goelag. In het midden van deze weerzinwekkende propaganda staat de politieke organisatie, de belichaming van de omvangrijke opstand van 1917, de Partij van de Bolsjewieken, en daarop spitst het publiek aan de kaak stellen door de verdedigers van de bour­geoisie zich dan ook toe. Voor al deze goedpraters van de kapita­listische orde, waaronder de anarchisten, en wat ook hun zoge­naamde onderlinge meningsverschillen mogen zijn, gaat het erom dat Lenin en de bolsjewieken een bende machtshongerige fanatici zouden zijn geweest die er alles aan deden om de democratische verworvenheden van Februari 1917 de nek om te draaien (zie Internationalisme,  nr. 330) teneinde Rusland en de wereld te storten in één van de rampzaligste ervaringen uit de geschiedenis.
Ten opzichte van die ongelooflijke laster over het bolsjewisme is het aan de revolutionairen om de waarheid te herstellen en de kern van de zaak over de Partij van de Bolsjewieken andermaal naar voren te brengen. Deze partij was geen product van de barbarij en de achterlijkheid van Rusland, van een gedeformeerd anarcho-terrorisme, of van de absolute machtshonger van haar leiders. Het bolsjewisme was op de eerste plaats een product van het wereldproletariaat, verbonden aan de marxistische traditie; het vormde de voorhoede van een internationale beweging om iedere uitbuiting en onderdrukking af te schaffen. De stellingen die Lenin redigeerde toen hij in 1917 in Rusland terugkeerde, en die bekend staan als de Aprilstellingen, vormen een uitmuntend uitgangspunt om de leugens te bestrijden die over de Partij van de Bolsjewieken zijn uitgestrooid, over haar aard, haar rol en haar banden met de proletarische massa's.

De strijdvoorwaarden bij de terugkeer van Lenin in Rusland in april 1917

In een eerder artikel (Internationalisme nr. 330) herinnerden we eraan dat de arbeidersklasse in Rusland met de gebeurtenissen van Februari 1917 de weg opende voor de kommunistische wereldrevolutie door het tsarisme omver te werpen, door zich in Sovjets te organiseren en door van een groeiende radicaliteit blijk te geven. De opstand leidde tot een situatie van dubbele macht. De officiële macht was die van de 'Voorlopige Regering' van de bourgeoisie, die aanvanke­lijk werd geleid door de 'liberalen', maar die later een wat 'socialistischer' kleur aannam onder leiding van Kerenski. Anderzijds bevond de werkelijke macht zich in brede zin al in handen van de sovjets van arbeiders- en soldatenafgevaardigden. Zonder toestemming van de Sovjets had de regering weinig kans om haar richtlijnen aan de arbeiders en soldaten op te leggen. Maar de arbeidersklasse had nog niet de politieke rijpheid verworven die nodig was om de macht in haar geheel over te nemen. Ondanks haar steeds radicaler acties en houding, werd de meerderheid van de arbeidersklasse, en daarachter de boerenmassa's, teruggehouden door illusies over de aard van de bourgeoisie, door het idee dat in Rusland niet meer dan de burgerlijke democratische revolutie op de agenda stond. Deze toonaangevende ideeën in de massa's werden binnen de sovjets weerspiegeld in de overheersing door de mensjewieken en de sociaalrevolutionairen. Zij deden er alles aan om deze organen machteloos te maken tegenover het burgerlijk regime dat net was geïnstalleerd. Deze partijen, die in handen waren gevallen van de bourgeoisie of daarnaar op weg waren, gebruikten alle mid­delen om de groeiende revolutionaire beweging te onderwerpen aan de doelen van de Voorlopige Regering, vooral wat betreft het voortzetten van de oorlog. In een situatie zo vol van gevaren en zo vol van beloften, bevonden de bolsjewieken, hoewel ze de internationale strijd tegen de oorlog hadden geleid, zich zelf op dat moment in een bijna volslagen verwarring en waren ze politiek volkomen gedesoriënteerd. Bijvoorbeeld : "In het 'Manifest van het centraal comité van de bolsjewieken', dat terstond na de zege van de opstand uitge­vaardigd was, heette het : 'de arbeiders in de fabrieken en werk­plaatsen moeten evenals de opstandige troepen terstond hun verte­genwoordigers in de revolutionaire Voorlopige Regering kiezen'. [...]. Zij handelden niet als vertegenwoordigers van een proletarische partij, die zich voorbereidt op zelfstandige strijd om de macht, maar als linkervleugel van de demokratje [...]". (Trotski, Geschiedenis der Russische revolutie, deel. I, Amsterdam, Van Gennep, 1978, p. 340). Erger nog, vanaf het moment in maart waarop Stalin en Kamenjev de leiding van de partij in handen ne­men, volgt er een wending naar rechts. Het officieel orgaan van de partij, de Pravda, neemt openlijk een 'verdedigings-standpunt' in ten opzichte van de oorlog : "Niet het 'Wég met de oorlog', dat zonder inhoud is, is onze leus. [...] ieder [blijft] als strijder op zijn post". (aangehaald in Trotski, idem, p. 345). Het flagrant verlaten van het standpunt van Lenin over de omvorming van de imperialistische oor­log in een burgeroorlog leidde tot verzet en zelfs woede binnen de partij en onder de arbeiders in Petrograd, in het hart van het prole­tariaat. Maar deze meest radicale elementen vermochten het niet een helder programmatisch alternatief te stellen tegenover de wending naar rechts. Zo werd de partij als vanzelf naar het compromis en het verraad gezogen, onder invloed van de mist van de democratische roes ontstaan in de opstand van Februari.

De politieke bewapening van de partij

Het was dus aan Lenin, vanaf het moment dat hij terugkeerde uit zijn ballingschap, om de partij politiek te herbewapenen en om in zijn Aprilstellingen, "die het effect hadden van een inslaande bom" (Trotski, idem), het doorslaggevend belang te verdedigen van de revolutionaire leiding. Het oude programma van de partij was ach­terhaald en liep sterk achter op de spontane actie van de massa's. De opdracht waarachter de 'oude bolsjewieken' zich schaarden was voorbijgestreefd. Lenin maakte duidelijk dat de "democratische dictatuur van het proletariaat en de boerenstand" al verwezenlijkt was (Lenin, Brieven over de tactiek). Niettemin, "Het eigenaardige van de tegenwoordige situatie in Rusland ligt in de overgang van de eer­ste etappe van de revolutie, die als gevolg van het onvoldoend ont­wikkeld klassenbewustzijn en van de onvoldoende georganiseerdheid van het proletariaat de bourgeoisie aan de macht heeft gebracht, naar de tweede etappe van de revolutie, die de macht in handen moet geven van het proletariaat en van de armste lagen van de boe­ren." (tweede van de Aprilstellingen, Lenin, Keuze uit zijn wer­ken, Moskou, Progres, 1973, deel. I, p. 407). Lenin was één van de eersten om het revolutionair belang te begrijpen van de sovjet als orgaan van proletarische politieke macht. En nogmaals gaf Lenin een les in marxistische methode door duidelijk te maken dat het marxis­me het tegendeel was van een dogma, maar dat het, vanuit zijn eigen wezen, een levende wetenschappelijke theorie is, die voortdurend moet worden getoetst in het laboratorium van de sociale bewegingen.
Tegenover het standpunt van de mensjewieken, volgens wie het achterlijke Rusland nog niet rijp was voor het socialisme, argumen­teerde Lenin als echt internationalist, dat de onmiddellijke taak er niet uit bestond om het socialisme in Rusland in te voeren (Stelling 8). Als Rusland, op zichzelf, nog niet rijp was voor het socialisme, dan had de imperialistische oorlog duidelijk gemaakt dat het wereld­kapitalisme als geheel al overrijp was. Voor Lenin net als voor alle toenmalige internationalisten, was de wereldrevolutie niet enkel een vrome wens maar vooral een concreet vooruitzicht. Het kwam tot ontwikkeling beginnend met de internationale proletarische revolte tegen de oorlog zoals de stakingen in Groot-Brittannië en Duitsland, via politieke manifestaties, muiterijen en verbroederingen in de legers in verscheidene landen, tot natuurlijk in de opkomst van het revolutionaire getij in Rusland zelf, wat het geheel van de beweging blootlegde. Vandaar ook de oproep tot een nieuwe Internationale aan het einde van de stellingen. Dit vooruitzicht werd volledig bevestigd na de Oktoberopstand door de uitbreiding van de revolutionaire golf naar Italië, Hongarije, Oostenrijk en vooral Duitsland.
Deze nieuwe omschrijving van de taken van het proletariaat brengt ook een geheel andere opvatting mee over de rol en het functioneren van de partij. Ook hier staan de 'oude bolsjewieken' zoals Kamenjev in het begin tegenover de visie van Lenin; tegenover zijn idee van de machtsgreep door de sovjets enerzijds, anderzijds verzetten zij zich tegen de nadruk die hij legt op de klassenzelfstandigheid van het proletariaat tegenover de burgerlijke regering en de imperialistische oorlog, zelf wanneer dat betekent dat men zekere tijd in de minder­heid zal blijven en niet zoals Kamenjev "tot aan het einde de partij blijven van de revolutionaire massa's van het proletariaat". Kamenjev stelt de 'de massapartij' tegenover de opvatting van Lenin over een vastbesloten partij van revolutionairen, met een helder program­ma, verenigd, gecentraliseerd, in de minderheid, in staat om aan de burgerlijke en kleinburgerlijke verlokkingen te weerstaan net als aan de illusies die binnen de arbeidersklasse bestaan. Deze opvatting over de partij heeft niets te maken met die van een blanquistische terroristische sekte, waarvan Lenin werd beschuldigd, of een anarchistische, onderworpen aan de spontaneïteit van de massa's. Geheel in tegenstelling daartoe ontwikkelde hij juist de opvatting dat in een periode van massale revolutionaire woelingen, in een periode van bewustzijnsontwikkeling binnen de klasse, de partij niet langer de massa's kon organiseren, noch de massa's kon inkaderen of de stappen vooruitzien zoals de samenzwerings-organisaties uit de negentiende eeuw. Lenin sloot zich aan bij de visie van Rosa Luxemburg in haar magistrale analyse van de massastaking in de vervalperiode van het kapitalisme: "laten we de betweterige theorie ter zijde leggen over een voorbeeldige staking, die kunstmatig in scène wordt gezet door de Partij en de vakbonden en die uitgevoerd wordt door een georga­niseerde minderheid; laten we daartegenover het levende beeld eens bekijken van een ware volksbeweging die voortkomt uit verontwaardi­ging over de conflicten tussen de klassen en de politieke situatie [...] de taak van de sociaal-democratie zou niet bestaan uit de voorberei­ding van de technische leiding van de staking maar uit de politieke leiding over het geheel van de beweging". Al de energie van Lenin wordt derhalve gericht op de noodzaak de partij te overtuigen van deze nieuwe taken. Het moet die op de schouders nemen en ten opzichte van de arbeidersklasse wordt de centrale hoofdlijn die van de ontwikkeling van het klassenbewustzijn. De vierde stelling formu­leert dit helder: "Aan de massa's moet uiteengezet worden, dat de Sovjets van arbeidersafgevaardigden de enige mogelijke vorm van een revolutionaire regering zijn en dat het, zolang deze regering zich door de bourgeoisie laat beïnvloeden, slechts onze taak kan zijn geduldig, stelselmatig, standvastig, in het bijzonder aangepast aan de praktische behoeften van de massa's de fouten van hun tactiek uiteen te zetten [...], waarbij wij tegelijkertijd de noodzakelijkheid propageren dat de gehele staatsmacht overgaat in handen van de sovjets van arbeidersafgevaardigden, opdat de massa's zich door de ervaring van hun fouten ontdoen[...]". Deze benaderingswijze, de wil om heldere en duidelijke klassenbeginselen te verdedigen. wetende dat het tegen de stroom in is, had dus niets te maken met purisme of sektarisme. Integendeel, hij stoelt op een begrip van de werkelijke beweging die zich op ieder moment binnen de klasse afspeelt, op een vermogen om het woord en de leiding te geven aan de radicaalste elementen binnen het proletariaat. De opstand is onmogelijk zolang de revolutionaire standpunten van de bolsjewieken, standpunten die tot ontwikkeling kwamen tijdens het hele revolutionaire proces in Rusland, de sovjets nog niet bewust in hun greep hadden. We staan hier dus erg ver af van de laag-bij-de-grondse verzinsels van de bourgeoisie over de vermeende putchistische houding van de bolsje­wieken! Lenin stelt duidelijk: "Wij zijn geen charlatans [...] we moeten ons uitsluitend baseren op het bewustzijn van de massa's" (aangehaald bij Trotski, zie boven).
De beheersing van de marxistische methode door Lenin, waarmee hij de schijn en de oppervlakkigheid van de gebeurtenissen doorzag, stelt hem tezamen met de beste elementen van de partij in staat om de werkelijke dynamiek te doorgronden van de beweging die zich onder hun ogen voltrok. Hij kan zich aansluiten bij de diepste verlangens van de massa's door hen de theoretische bronnen te ver­schaffen om hun standpunten te verdedigen en hun acties te verhel­deren. Dat stelt hen tevens in staat zich te oriënteren op de confrontaties met de bourgeoisie door de valkuilen bloot te leggen en te ontlopen die deze voor het proletariaat had gegraven, zoals tijdens de julidagen van 1917. We beroepen ons dan ook op de fundamen­tele rol die Lenin gespeeld heeft in de wederopbouw van de Partij van de Bolsjewieken, zonder welke het proletariaat nooit of te nimmer in Oktober 1917 de macht had kunnen overnemen. Dat alles in tegenstelling tot de mensjewieken van dat ogenblik en hun talrijke anarchistische, sociaal-democratische of radenistische navolgers, die een schandalige karikatuur hebben gemaakt van de weinige werkelij­ke vergissingen van Lenin (1), en wel enkel om het proletarisch karakter van de Oktoberrevolutie van 1917 te kunnen ontkennen. De levenslange strijd van Lenin voor de opbouw van de revolutionaire organisatie is een historische verworvenheid van de arbeidersbewe­ging. Hij liet aan de huidige revolutionairen een onvervangbare basis na voor de wederopbouw van de klassepartij en stelde hen in staat te begrijpen wat zijn rol moet zijn binnen de klasse als geheel. De geslaagde opstand van Oktober 1917 vormt een bevestiging voor Lenins gezichtspunt. Het isolement van de revolutie na de mislukking van de revolutionaire pogingen in de andere landen van Europa maakt een einde aan de dynamiek van de internationale revolutie die de enige garantie vormt voor een plaatselijke overwinning in Rusland en maakt het mogelijk dat de sovjetstaat de opkomst begunstigt van het stalinisme, de beul van de revolutie en van de ware bolsjewieken. Wat belangrijk blijft is dat de Lenin van de Aprilstellingen op geen enkel moment een geïsoleerde profeet was, noch de grote schepper die boven de vulgaire massa's zweefde; hij was de helderste stem van de meest revolutionaire tendensen binnen het proletariaat, een stem die de weg aangaf in de richting van de overwinning van Oktober 1917. "In Rusland kon het probleem enkel worden gesteld. In die zin is de toekomst overal aan het 'bolsjewisme" (Rosa Luxemburg, De Russische Revolutie).

S.B.

(1) Onder hen hebben de radenisten een hele heisa gemaakt rond de theorie van 'het bewustzijn dat van buitenaf wordt ingebracht', zoals ontwikkeld in Wat te doen?. Maar Lenin heeft deze fout later openlijk erkend en hij heeft in de praktijk uitvoerig bewezen dat hij tot een juiste opvatting was gekomen over het ontwikkelingsproces van het bewustzijn binnen de arbeidersklasse.