19e Congres van de IKS: We moeten ons voorbereiden op de klassenconfrontaties

Printvriendelijke versie

In mei 2011 hield de IKS haar 19e Congres. Het Congres is over het algemeen het belangrijkste moment in het leven van revolutionaire organisaties en, in de mate dat zij integraal deel uitmaken van de werkende klasse, is het haar verantwoordelijkheid om deze laatste op de hoogte te brengen van de belangrijkste lessen van haar Congres. Dat is de bedoeling van dit artikel. We moeten er meteen op wijzen dat het Congres dit verlangen van openheid naar buiten toe zelf toegepast heeft omdat er, naast de delegaties van de IKS, niet alleen sympathisanten ervan aanwezig waren, maar ook leden van de discussiegroepen waaraan haar militanten deelnemen, en delegaties van andere groepen waarmee de IKS in contact staat en waarmee ze discussies voert: twee groepen uit Zuid-Korea en OPOP uit Brazilië (1). Andere groepen waren ook uitgenodigd en hadden de uitnodiging aanvaard, maar konden niet komen vanwege de steeds strengere dammen die de Europese bourgeoisie opwerpt tegen inwoners van landen buiten Europa.

De statuten van onze organisatie stellen:

Het Internationaal Congres is het soevereine orgaan van de IKS. Als zodanig heeft het tot taak:

  • de analyse en de algemene beginselen van de organisatie te ontwikkelen, vooral met betrekking tot de internationale situatie;

  • het onderzoek doen naar en het opmaken van de balans van de activiteiten van de organisatie ontwikkeld sinds het voorafgaande Congres;

  • de vooruitzichten voor de toekomstige vast te stellen”.

Op basis van deze elementen kunnen we de balans opmaken en de lessen trekken van het 19e Congres.

De internationale situatie

Het eerste punt dat belangrijk is om aan te pakken is onze analyse en de bespreking van de internationale situatie. Als de organisatie inderdaad niet in staat is om er een duidelijk begrip van te ontwikkelen, berooft ze zich van haar vermogen om er op een gepaste manier in tussen te komen. De geschiedenis heeft ons geleerd hoe rampzalig een verkeerde beoordeling van de internationale situatie door revolutionaire organisaties is. Wij kunnen hier de meest dramatische gevallen vermelden, zoals de onderschatting van het oorlogsgevaar door de meerderheid van de IIe Internationale aan de vooravond van de eerste imperialistische wereldslachting, terwijl er in de voorafgaande periode, onder leiding van de Linkerzijde van de Internationale, op de congressen, juist gewaarschuwd en opgeroepen was tot het mobiliseren van het proletariaat tegen dit gevaar.

Een ander voorbeeld is de analyse van Trotski in de jaren 1930, toen hij in de stakingen in Frankrijk in 1936 of in de Spaanse Burgeroorlog zag als het begin van een nieuwe golf van de internationale revolutie. Deze analyse bracht hem ertoe om in 1938 een 'IVe Internationale' op te richten, die tegenover het “conservatieve beleid van de socialistische en communistische partijen” hun plaats moest innemen aan het hoofd “van de massa's van miljoenen mensen [die] onstuitbaar de weg opgingen naar de revolutie”. Deze fout heeft veel bijgedragen tot het overlopen van delen van de IVe Internationale naar het burgerlijke kamp tijdens de Tweede Wereldoorlog: door het wanhopig vasthouden aan “het contact houden met de massa's”, hebben ze zich gestort in de politiek van het 'Verzet', geleid door socialistische en de 'kommunistische' [stalinistische, nvdv] partijen, dat wil zeggen ter ondersteuning van het imperialistische kamp van de geallieerden.

Dichter bij huis, konden we zien hoe sommige groepen, die zich beriepen op de Kommunistische Linkerzijde, geen benul hadden van de betekenis van de algemene staking van Mei 1968 in Frankrijk en de rest van de internationale beweging van arbeidersstrijd die er op volgde, omdat ze die louter beoordeelden als een 'studentenbeweging'. We hebben ook het wrede lot beleefd van andere groepen die, denkend dat Mei 1968 een 'revolutie' was, verzonken in wanhoop en uiteindelijk verdwenen toen deze beweging de beloftes, die zij er in zagen, niet inloste.

Vandaag de dag is het van het grootste belang voor de revolutionairen om een goede analyse te ontwikkelen van wat er op spel staat in de internationale situatie, juist omdat deze zaken in het verloop van deze laatste periode, een heel bijzonder belang gekregen hebben.

Wij publiceren in dit nummer van de Internationale Revue de resolutie, die is aangenomen door het Congres, en het is niet nodig om op alle punten ervan terug te komen. We willen gewoon de belangrijkste aspecten benadrukken.

Het eerste, meest fundamentele, aspect is de fase waarin de crisis van het kapitalisme, met de schuldencrisis van een aantal Europese staten zoals Griekenland, is beland.

In feite betekent het mogelijke bankroet van een toenemend aantal staten een nieuwe etappe in het wegzinken van het kapitalisme in zijn onoverkomelijke crisis. Het laat de limieten zien van de politiek, die het de bourgeoisie mogelijk maakte om de evolutie van de kapitalistische crisis gedurende tientallen jaren af te remmen. (...) De maatregelen die in maart 2009 werden aangenomen door de G20 om een nieuwe 'Grote Depressie' te vermijden, zijn veelbetekenend voor de politiek, die al een tiental jaren wordt gevoerd door de heersende klasse: deze kan samengevat worden als de injectie van reusachtige massa's krediet in de economieën. Dit soort maatregelen is niet nieuw. In feite vormen ze al 35 jaar de kern van de politiek die door de heersende klasse gevoerd wordt in een poging te ontsnappen aan de grote tegenstrijdigheid van de kapitalistische productiewijze: haar onvermogen om koopkrachtige afzetmarkten te vinden, die in staat haar productie op te nemen. (...) Het potentieel bankroet van het bankwezen en de recessie hebben alle staten er toe verplicht om aanzienlijke sommen in hun economieën te injecteren, terwijl de inkomsten door de terugval van de productie in vrije val verkeerden. Daardoor zijn de openbare schulden, in het merendeel van de landen aanzienlijk gestegen. Voor hen die het meest in opspraak gekomen zijn, zoals Griekenland, Ierland en Portugal, betekent dat een toestand van mogelijk bankroet, een onvermogen om hun ambtenaren te betalen en hun schulden terug te betalen. (...) De 'reddingsplannen' waarvan zij konden genieten door de Europese Bank en van het Internationaal Muntfonds komen neer op nieuwe schulden, waarvan de terugbetaling nog bovenop de voorgaande schulden komen. Het is meer dan een vicieuze cirkel, het is een helse spiraal. (...) De crisis van de staatsschulden van de PIIGS (Portugal, IJsland, Ierland, Griekenland, Spanje) vormt slechts een minuscuul deel van de aardbeving die de wereldeconomie bedreigt. De grote industriële machten genieten tot nu toe nog van een AAA-rating in de vertrouwensindex van de beoordelingsagentschappen (diezelfde agentschappen die hen, tot aan de vooravond van uiteenspatten van het banksysteem in 2008, nog de maximale beoordeling gegeven hadden), omdat ze zich er beter doorheen weten te slaan. (...) Met andere woorden: de grootste wereldmacht loopt het risico dat ze 'officieel' het vertrouwen kwijtraakt met betrekking tot haar vermogen om haar schulden terug te betalen, behalve dan door een fors gedevalueerde dollar. (...) En sindsdien is de toestand voor alle landen, door de verschillende stimuleringsplannen, alleen nog maar erger geworden. Zo vormt het bankroet van de PIIGS slechts het topje van de ijsberg van het bankroet van de wereldeconomie, die haar overleving de laatste tientallen jaren te danken heeft aan de vlucht naar voren in de schuldenlast. (…) En sindsdien is de toestand voor alle landen, door de verschillende stimuleringsplannen, alleen nog maar erger geworden. Zo vormt het bankroet van de PIIGS slechts het topje van de ijsberg van het bankroet van de wereldeconomie, die haar overleving de laatste tientallen jaren te danken heeft aan de vlucht naar voren in de schuldenlast. (...) De crisis van de schuldenlast markeert slechts het begin van een nieuwe fase van de scherp toegespitste crisis van de kapitalistische productiewijze, waarbij het geweld en de omvang van haar stuiptrekkingen zich alleen nog aanzienlijk zullen verergeren. Voor het kapitalisme is er geen 'uitweg uit de tunnel'. Dit systeem kan de mensheid alleen maar meesleuren in een alsmaar toenemend barbarendom.”

De periode na het Congres bevestigde deze analyse. Enerzijds was de schuldencrisis van Europese staten, waarvan nu duidelijk is dat ze niet alleen de 'PIIGS' bedreigde maar de hele Eurozone, die op een steeds indringender manier het nieuws alsmaar meer ging overheersen. En het vermeende 'succes' van de Europese Top van 22 juli in Griekenland, veranderde daar niet veel aan. Alle voorgaande toppen hadden tot doel om de problemen van dit land permanent op te lossen en men heeft gezien met welke doeltreffendheid dat is gebeurd!

Anderzijds waren er, op hetzelfde moment, de moeilijkheden van Obama om zijn begrotingsbeleid te doen aanvaarden. De media 'ontdekten' dat de Verenigde Staten geconfronteerd worden met een enorme staatsschuld, waarvan het niveau (130% van het BBP) vergelijkbaar is met dat van de PIIGS tesamen. De bevestiging van deze analyses, die het Congres hadden gemaakt, komen niet voort uit een bepaalde verdienste van onze organisatie. De enige 'verdienste' die zij opeist is trouw te blijven aan de klassieke analyses van de arbeidersbeweging die, sinds de ontwikkeling van de marxistische theorie, altijd naar voren gebracht hebben dat de kapitalistische productiewijze, net als haar voorafgaande maatschappijvormen, slechts tijdelijk is en dat ze uiteindelijk haar economische tegenspraken niet kan overwinnen. En dit is het kader van de marxistische analyse, waarin de discussie van het Congres verliep. Verschillende opvattingen werden naar voren gebracht, voornamelijk over de ultieme oorzaken van de tegenspraken van het kapitalisme (die grotendeels de opvattingen overlappen, die tot uitdrukking kwamen in onze bespreking van de naoorlogse dertigjarige boom (2) of zelfs de mogelijkheid dat de wereldeconomie ondergedompeld kan worden in een hyperinflatie als gevolg van het ongeremde gebruik van de geldpers door de lidstaten, vooral door de Verenigde Staten. Maar een echte homogeniteit ontstond bij het onderstrepen van de ernst van de huidige situatie, zoals die wordt onderlijnd door de resolutie, waar unaniem mee werd ingestemd.

Het Congres heeft zich ook gebogen over de evolutie van de imperialistische conflicten zoals wordt weergegeven in de resolutie. In dit opzicht hebben de twee jaar die ons scheiden van het vorige Congres geen fundamenteel nieuwe elementen aangebracht behalve de bevestiging dat, ondanks al haar militaire inspanningen, de grootste wereldmacht niet in staat is om haar 'leiderschap' te herstellen zoals tijdens de 'Koude Oorlog' en dat zijn engagementen in Irak en Afghanistan niet in staat zijn geweest om een "Pax Americana" aan de wereld op te dringen, integendeel:

De “nieuwe wereldorde”, die 20 jaar geleden door George Bush senior gepredikt werd, en waarbij hij droomde dat ze onder bescherming van de Verenigde Staten stond, kan zich alleen maar steeds meer openbaren als een algemene “wereldchaos”, een chaos die door de stuiptrekkingen van de kapitalistische economie alleen nog maar kan verergeren.” (Paragraaf 8 van de resolutie)

Het was belangrijk dat het Congres zich speciaal gebogen heeft over de huidige ontwikkeling van de klassenstrijd. Want buiten het feit dat dit vraagstuk van bijzondere betekenis is voor de revolutionairen, wordt het proletariaat in alle landen geconfronteerd met ongekende aanvallen op zijn levensomstandigheden. Deze aanvallen zijn bijzonder wreed in het land dat aan het infuus ligt van de Europese Bank en het Internationaal Monetair Fonds, zoals in het geval van Griekenland. Maar in alle landen zijn ze losgebarsten als gevolg van de explosie van de werkloosheid en in het bijzonder doordat alle staten genoodzaakt zijn om de begrotingstekorten te verminderen.

De resolutie van het vorige Congres stelde dat “de belangrijkste vorm die deze aanval op dit moment aanneemt, die van de massale ontslagen, is in eerste instantie niet gunstig voor de ontwikkeling van dit soort van bewegingen. (…). Slechts in tweede instantie, wanneer ze in staat is de chantage van de bourgeoisie te pareren, wanneer het idee zich zal opdringen dat alleen de ééngemaakte en solidaire strijd de wreedheid van de aanvallen van de regerende klasse kan afremmen -namelijk wanneer deze zal proberen om de arbeiders de rekening te laten betalen van de enorme begrotingstekorten, die zich op dit moment ophopen met de reddingsplannen van de banken en deze ter “stimulering” van de economie -, zal de arbeidersstrijd zich veel meer op grote schaal kunnen ontwikkelen”.

Het 19e Congres vond dat: “De twee jaar, die ons scheiden van het voorgaande congres, heeft dit vooruitzicht duidelijk bevestigd. Deze periode heeft geen gevechten van grote omvang gekend tegen de massale ontslagen en een ongekende toename van de werkloosheid, die de klasse van de meest ontwikkelden landen heeft moeten ondergaan. Wel zijn belangrijke strijdbewegingen zich beginnen ontwikkelen als gevolg van de aanvallen die direct door de regeringen zijn doorgevoerd in de toepassing van de plannen “van de gezondmaking van de publieke uitgaven”.

Het Congres merkte echter op dat: “Deze reactie is nog bescheiden is, vooral daar waar de bezuinigingsplannen de meest drastische vorm hebben aangenomen, zoals in Griekenland en Spanje bijvoorbeeld, waar de arbeidersklasse, in een recent verleden, toch bewijs heeft geleverd van een relatief belangrijke strijdbaarheid. Op een bepaalde manier lijkt de wreedheid van de aanvallen een gevoel van onmacht in de arbeidersklasse teweeg te brengen, temeer daar ze ondernomen worden door 'links' regeringen”.Sindsdien heeft de arbeidersklasse in diezelfde landen aangetoond dat ze er niet in berust. Dit is vooral het geval in Spanje, waar de beweging van de 'Verontwaardigden' gedurende meerdere maanden is uitgegroeid tot een soort van "baken" voor de andere landen in Europa en andere continenten.

Deze beweging begon op het moment dat het Congres werd gehouden en dit heeft er natuurlijk niet echt over kunnen discussiëren. Het Congres heeft het wel gehad over de sociale bewegingen, die de Arabische landen vanaf het einde van vorig jaar getroffen hebben. Er was geen volledige eensgezindheid in de discussies over dit onderwerp, in het bijzonder vanwege hun nog onbekende aard, maar het hele Congres schaarde zich achter de analyse die in de resolutie staat:

“….de meest massale bewegingen, die we de laatste tijd gezien hebben, niet ontstaan in de meest geïndustrialiseerde landen, maar in de landen van de periferie van het kapitalisme, namelijk in een reeks Arabische landen. In het bijzonder in Tunesië en Egypte werd de bourgeoisie uiteindelijk ertoe genoodzaakt om de plaatselijke dictators te ontslaan, nadat zij had geprobeerd om deze bewegingen door een harde repressie te muilkorven. Deze bewegingen waren geen klassieke arbeidersgevechten, zoals die landen in het recente verleden al hebben gekend (bijvoorbeeld de strijd in Gafsa in Tunesië in 2008 of de massale stakingen in de textielindustrie in Egypte, in de zomer van 2007, die de actieve solidariteit van talrijke ander sectoren ontmoette). Ze hebben vaak de vorm aangenomen van sociale revoltes, waar allerlei lagen van de maatschappij in betrokken waren: arbeiders van de openbare en privé-sector, werklozen, maar ook kleine kooplui, handwerkslieden, vrije beroepen, schoolgaande jeugd, enzovoort. Daarom is het proletariaat, in de meeste gevallen, niet direct als en aparte kracht op het toneel verschenen (zoals dat bijvoorbeeld gebeurd is in de stakingen in de Egypte aan het einde van de revoltes), en nog minder als leidende kracht. Maar, aan de wortel van deze bewegingen (dat kwam tot uitdrukking in veel van de eisen die naar voren werden gebracht) ziet men fundamenteel dezelfde oorzaken als bij de arbeidersstrijd in de andere landen: de aanzienlijke verergering van de crisis, de toenemende ellende die het veroorzaakt onder de hele niet-uitbuitende bevolking. En als het proletariaat in het algemeen niet direct als klasse naar voren is gekomen in deze bewegingen, toch drukte het er in deze landen, waar ze een veelbetekenende invloed heeft, zijn stempel op. Vooral via de diepgaande solidariteit die zich in de revoltes manifesteerde, en in hun capaciteit blinde gewelddadige acties van hun kant te voorkomen, ondanks de verschrikkelijke onderdrukking die ze hebben moeten ondergaan. In ieder geval, toen de bourgeoisie in Tunesië en Egypte uiteindelijk besloot om zich, op voorschrift van de Amerikaanse bourgeoisie, te ontdoen van de oude dictators, dan is dat voor een groot deel het gevolg geweest van de aanwezigheid van de arbeidersklasse in deze bewegingen. ” 

De opkomst van de arbeidersklasse in de landen van de periferie van het kapitalisme heeft het Congres er toe aangezet om zich te concentreren op de analyse, die door onze organisatie ontwikkeld werd als gevolg van de massale stakingen in Polen in 1980:

Zich baserend op de standpunten die door Marx en Engels waren ontwikkeld, had de IKS op dat moment naar voren gebracht, dat het de centrale landen van het kapitalisme en in het bijzonder de oude industriële landen van West-Europa zouden zijn, die het signaal tot de proletarische wereldrevolutie gaan geven. Want de concentratie van het proletariaat in deze landen en nog meer zijn historische ervaring, geven hem de beste wapens in handen om de meest geavanceerde ideologische valstrikken, die reeds lange tijd door de bourgeoisie in werking zijn gezet, te ontwijken. Zo zal een van de fundamentele stappen van de wereldarbeidersklasse in de toekomst bestaan, niet alleen in de ontwikkeling van de massale strijd in centrale landen van West-Europa, maar ook in haar capaciteit de valstrikken van de democratie en de vakbonden te ontwijken, vooral door het in handen nemen van de strijd door de arbeiders zelf. Deze bewegingen vormen een baken voor wereldarbeidersklasse, en ook voor die van de belangrijkste kapitalistische natie, de Verenigde Staten, waar de onderdompeling in een groeiende ellende, een ellende die inmiddels al tientallen miljoenen arbeiders treft, de "Amerikaanse droom” zal veranderen in een waarlijke nachtmerrie”.

Deze analyse werd voor de eerste keer getoetst tijdens de recente beweging van de 'Verontwaardigden'. Terwijl de demonstranten in Tunis en Cairo, als een symbool van hun strijd, de nationale vlag droegen, waren de nationale vlaggen in de meeste grote Europese steden in het late voorjaar (vooral in Spanje) afwezig. Alhoewel de beweging van de 'Verontwaardigden' nog steeds sterk doordrongen is van democratische illusies, heeft ze de verdienste om aan te tonen dat elke staat, zelfs de meest 'democratische' en zelfs als ze het label 'links' draagt, een verwoede vijand is van de uitgebuiten.

De tussenkomst van de IKS in de ontwikkeling van het klassebewustzijn

Zoals wij hierboven gezien hebben, wordt de bekwaamheid van de revolutionaire organisaties om te beantwoorden aan de verantwoordelijkheid waarvoor de arbeidersklasse hen in het leven heeft geroepen, gemeten aan hun bekwaamheid om op een correcte manier de historische situatie, waarin zij zich bevinden, te analyseren, evenals aan het feit of zij eventueel in staat zijn om de analyses, die door de feiten weerlegd worden, in vraag te stellen. Deze bepaalt, zowel qua vorm als inhoud, de kwaliteit van hun tussenkomst in de schoot van de arbeidersklasse.

Het 19e Congres van de IKS heeft op grond van het onderzoek van de economische crisis, van de verschrikkelijke aanvallen die deze gaat meebrengen voor de arbeidersklasse en op basis van de eerste reacties van de klasse op deze aanvallen, een inschatting gemaakt dat wij een periode tegemoet gaan waarin een veel meer intensieve en massale ontwikkeling van proletarische strijd zal plaatsvinden dan in de periode tussen 2003 en heden. Op dit vlak, misschien nog meer dan op dat van de evolutie van de crisis die haar in grote mate bepaalt, is het moeilijk om voorspellingen te doen voor de korte termijn. Het zou onrealistisch zijn om proberen uit te vinden waar en wanneer de volgende grote klassengevechten zich zullen ontplooien. Het is echter van belang om een trend te identificeren en in het bijzonder alert te zijn op de ontwikkeling van de omstandigheden, zodat er snel en adequaat gereageerd kan worden als het nodig is, zowel via een stellingname of via een directe tussenkomst in de strijd.

Het 19e Congres was van mening dat de tussenkomst van de IKS sinds het vorige Congres, zeer zeker positief was. Wanneer dat nodig was, en vaak heel snel, zijn er stellingnames gepubliceerd in vele talen op onze website en in onze territoriale pers. Rekening houdend met onze zeer zwakke krachten, werden deze op grote schaal verspreid in de demonstraties van de sociale bewegingen die we hebben gekend in de afgelopen periode; vooral tijdens de beweging tegen de pensioenhervorming in het najaar van 2010 in Frankrijk en in de mobilisaties van de schoolgaande jeugd tegen aanvallen, die specifiek gericht waren op studenten uit de arbeidersklasse (zoals de aanzienlijke verhoging van het collegegeld bij de Britse universiteiten aan het eind van 2010). Ondertussen heeft de IKS in vele landen en continenten, waar sociale bewegingen aan de gang waren, openbare bijeenkomsten gehouden. Ook zijn de militanten van de IKS, telkens waar dat mogelijk was, tussengekomen in algemene vergaderingen, strijdcomités, discussiegroepen, internet-forums om stellingen en analyses van de organisatie te ondersteunen en deel te nemen aan het internationale debat dat deze bewegingen op gang hadden gebracht.

Deze balans is helemaal niet bedoeld om onze militanten te troosten of te bluffen ten opzichte van degenen die dit artikel lezen. Het kan worden gecontroleerd en tegengesproken door al degenen die de activiteiten van onze organisatie gevolgd hebben omdat het, per definitie, gaat om publieke activiteiten.

Ook heeft het Congres een positieve balans opgemaakt van onze tussenkomst naar elementen en groepen die kommunistische standpunten verdedigen of onze standpunten naderen. Inderdaad draagt het vooruitzicht van een belangrijke ontwikkeling van arbeidersstrijd de opkomst van de revolutionaire minderheden in zich. Nog voordat het wereldproletariaat zich in de massale strijd heeft gegooid, heeft men kunnen vaststellen (zoals reeds vermeld in de resolutie van de 17e Congres (3), dat een dergelijke opkomst kon worden vastgesteld, waaronder het feit dat sinds 2003 de arbeidersklasse begonnen was om de opdoffer te verwerken, die ze had gekregen na de ineenstorting van het zogenoemde 'socialistische' blok in 1989 en de formidabele campagnes over 'het einde van het kommunisme' of 'het einde van de klassenstrijd'. Sindsdien is deze lijn, hoewel nog steeds op een bescheiden wijze, voortgezet en leidde tot het aanknopen van contacten en gesprekken met de elementen en groepen uit een groot aantal landen. “Dit verschijnsel van de ontwikkeling van contacten gaat zowel op voor landen, waar de IKS geen sectie heeft als waar de IKS al aanwezig is. Maar de instroom van de contacten is niet onmiddellijk voelbaar in elk land waar de IKS bestaat, verre van dat. We kunnen zelfs zeggen dat de meeste manifestaties daarvan zich nog steeds beperken tot een minderheid van de secties van de IKS.(Voorstelling van het 'rapport over de contacten', op het Congres).

In vele gevallen zijn de nieuwe contacten van onze organisatie ontstaan in landen waar er geen (of nog geen) sectie bestaat. Dit hebben wij bijvoorbeeld kunnen vaststellen op 'Pan-Amerikaanse Conferentie', die gehouden werd in november 2010 en waar er naast OPOP en andere kameraden uit Brazilië, ook kameraden aanwezig waren uit Peru, de Dominicaanse Republiek en Equador. (4) De ontwikkeling van een milieu van contacten, “heeft onze tussenkomst in hun richting in zeer belangrijke mate versneld. Het vereist een militante en financiële investering zoals onze organisatie nog nooit heeft gedaan voor dit type van activiteit, waardoor de veelvuldigste en rijkste ontmoetingen en discussies uit de geschiedenis van ons bestaan plaatsvinden”.('Rapport over de contacten', voorgesteld op het Congres).

Het rapport “legt de nadruk op de laatste stand van zaken met betrekking tot de contacten, vooral over de samenwerking met anarchisten. We hebben, bij gelegenheid, gezamenlijk kunnen optreden in de strijd, samen met elementen of groepen die zich hetzelfde kamp bevinden als wij, namelijk dat van internationalisme. (Voorstelling van het 'rapport over de contacten' op het Congres). Deze samenwerking met elementen en groepen die zich op het anarchisme beroepen, heeft binnen onze organisatie talloze en rijke discussies uitgelokt, die ons toelieten om beter inzicht te krijgen in de verschillende facetten van deze stroming en vooral om een beter begrip te verkrijgen van de heterogeniteit die er leeft binnen zijn schoot (van pure ultra-linksen, die bereid zijn om alle soorten van burgerlijke bewegingen of ideologieën te steunen, zoals het nationalisme, tot duidelijk proletarische elementen met een vlekkeloos internationalisme).

Een andere nieuw aspect is onze samenwerking in Parijs met elementen die zich beroepen op het trotskisme (...) Het grootste deel van deze (...) was zeer actief [in de mobilisatie tegen de pensioenhervorming] vanuit de zorg om te bevorderen dat de werkende klasse haar strijd in eigen handen zou nemen, buiten het vakbondskader. En zij waren ook voor de ontwikkeling van de discussie in deze beweging, net zoals de IKS dat gedaan zou hebben. We hadden er dan ook alle reden toe om ons aan te sluiten bij hun inspanningen. Dat hun houding in tegenspraak is met de klassieke praktijk van het trotskisme, is des te beter”. (Idem).

Zo heeft het Congres ook een positieve balans opgemaakt van de politiek van onze organisatie ten opzichte van elementen die revolutionaire standpunten verdedigen of er nauw bij aansluiten. Dit is ook een zeer belangrijk onderdeel van onze tussenkomst naar de arbeidersklasse, iets wat deel uitmaakt van de toekomstige oprichting van een revolutionaire partij, die onmisbaar is voor de voor de overwinning van de kommunistische revolutie. (5)

De organisatorische vraagstukken

Heel de discussie over de activiteiten van een revolutionaire organisatie moet een balans opmaken van haar functioneren. En op dit vlak heeft het Congres, op grond van verschillende rapporten, de grote zwakheden vastgesteld binnen onze organisatie. Wij hebben in onze pers en zelfs op onze publieke bijeenkomsten al openlijk de organisatorische moeilijkheden ter sprake gebracht waar de IKS in het verleden opis gestuit. Dit is zeker geen exhibitionisme maar een klassieke praktijk van de arbeidersbeweging. Het Congres heeft zich ruimschoots gebogen over deze moeilijkheden, en in het bijzonder over de dikwijls verkommerde staat van het organisatorische weefsel en van het collectieve werk, die weegt op een bepaald aantal secties. Wij denken niet dat de IKS vandaag in een crisis verkeert zoals dat het geval was in 1981, 1993 of 2001. In 1981 hebben wij meegemaakt dat een groot deel van de organisatie de politieke en organisatorische beginselen, waarop zij gefundeerd was, overboord gooide. Dat bracht heel ernstige schokgolven teweeg en had onder andere het verlies tot gevolg van de helft van onze sectie in Groot-Brittannië. In 1993 en in 2001 moest de IKS opboksen tegen moeilijkheden veroorzaakt door clans, die de verwerping van de organisatorische loyaliteit tot gevolg hadden en opnieuw het vertrek betekende van een aantal militanten (leden van de sectie van Parijs en leden van het centrale orgaan in 2001). (6) Ten aanzien van deze twee laatste crises identificeerde de IKS al een van de oorzaken het gewicht geïdentificeerd van de ineenstorting van het 'socialistische' blok. Dit had een zeer belangrijke terugslag tot gevolg in het bewustzijn in de arbeidersklasse op wereldschaal en, meer algemeen, in de ontwikkeling van de sociale ontbinding, die de zieltogende kapitalistische maatschappij kenmerkt. De oorzaken van de huidige moeilijkheden zijn voor een deel van dezelfde orde maar veroorzaken geen verschijnselen van verlies aan overtuiging of gebrek aan loyaliteit. Alle militanten van de secties, waar moeilijkheden zich voordoen, zijn vast overtuigd van de geldigheid van de strijd die door de IKS gevoerd wordt, blijven er geheel en al loyaal aan en betonen duidelijk hun inzet voor de IKS.

De IKS heeft het hoofd moeten bieden aan de donkerste periode, die de arbeidersklasse heeft gekend sinds het einde van de contra-revolutie, waar met verve een einde aan werd gemaakt door de beweging van Mei 1968 in Frankrijk. Aan het begin van de jaren 1990 was er een algemene terugval in haar bewustzijn en van haar strijdbaarheid, maar toch zijn al deze militanten 'trouw op hun post' gebleven. Heel dikwijls kennen deze kameraden elkaar al lang en zijn ze al meer dan dertig jaar samen militant. Als gevolg daarvan bestaan er onder hen solide vriendschapsbanden en vertrouwen. Maar de kleine gebreken, de kleine zwakheden, de verschillen in karakter die iedereen bij de anderen moet aanvaarden, hebben dikwijls geleid tot de ontwikkeling van spanningen of van een groeiende moeilijkheid om samen te werken. En dat was met name het geval in kleine secties die tientallen jaren geen toestroom hebben gekend van 'het nieuwe bloed' van nieuwe militanten, juist als gevolg van de algemene terugval die de arbeidersklasse doormaakte.

Momenteel begint dit 'nieuwe bloed' bepaalde secties van de IKS te voeden, maar het is duidelijk dat de nieuwe leden enkel maar correct geïntegreerd kunnen worden als het organisatorische weefsel wordt verbeterd. Het Congres heeft vrank en vrij gediscussieerd over deze moeilijkheden. En dat heeft bepaalde groepen, die waren uitgenodigd, er toe aangezet om ook hun eigen organisatorische moeilijkheden ter sprake te brengen. Nochtans is er, met betrekking tot deze moeilijkheden die reeds waren vastgesteld op vorige congressen, geen 'miraculeuze oplossing' uit de lucht gevallen. De resolutie over de activiteiten, die werd aangenomen, herinnert aan de houding die al werd aangenomen door de organisatie en roept de militanten en de secties er toe op om die op een meer systematische manier op te pakken:

Sinds 2001 heeft de IKS zich toegelegd op een ambitieus theoretisch project, dat onder andere was opgenomen om uit te leggen en te ontwikkelen wat kommunistisch militantisme precies inhoudt (en dus de partijgeest). Ze moest een bewijs van scheppingskracht leveren om de volgende zaken zeer diepgaand te begrijpen:

- de wortels van de proletarische solidariteit en het vertrouwen,

- de moraal en de ethische dimensie van het marxisme,

- de democratie en het democratisme en hun vijandigheid ten opzichte van het kommunistisch militantisme,

- de psychologie, de antropologie en hun verband met het kommunistisch project,

- het centralisme en het collectieve werk,

- de proletarische debatcultuur,

- het marxisme en de wetenschap.

Kortom: de IKS heeft zich geëngageerd een krachtinspanning te leveren om een beter begrip te verkrijgen van de menselijke dimensie van het kommunistische doel en van de kommunistische organisatie. Dit omwille van het herontdekken van de omvang van de visie op het militantisme, die bijna verloren was gegaan ten tijde van de contra-revolutie en om zich te wapenen tegen het opnieuw opduiken van kringen en clans, die zich ontwikkelen in een sfeer van onwetendheid of ontkenning van deze meer algemene vraagstukken betreffende organisatie en militantisme ” (punt 10).

De verwezenlijking van de eendrachtige beginselen van de organisatie – het collectieve werk – vereist de ontwikkeling van alle menselijke kwaliteiten, verbonden met een theoretische inspanning om het kommunistische militantisme op een positieve manier op te nemen, waarnaar wij in punt 10 verwijzen. Dit betekent dat er wederzijds respect, solidariteit, reflexen tot samenwerking, een hartelijke ambiance van begrip en sympathie voor de anderen, sociale banden en vrijgevigheid ontwikkeld moet worden” (punt 15)

De discussie over 'Marxisme en wetenschap'

Een van de punten, die benadrukt werd in de discussies en de resolutie die door het Congres werd aangenomen, ging over de noodzaak van het uitdiepen van theoretische vraagstukken, waarmee wij geconfronteerd worden. Om die reden werd er, net zoals bij de voorgaande congressen een theoretisch vraagstuk op de dagorde gesteld: “Marxisme en Wetenschap”. Net zoals wij dat al gedaan hebben voor het merendeel van andere theoretische vraagstukken, die wij bediscussieerden, zal ook dit punt leiden tot de publicatie van een of meerdere documenten. Wij maken hier geen verslag van de elementen die naar voren gebracht werden in de discussie welke op haar beurt het resultaat was van talrijke discussies, die vooraf gevoerd waren in de secties zelf. Wat wij hier onderstrepen is het grote genoegen dat de delegaties beleefd hebben aan deze discussie, een voldoening die voor een groot deel te danken was aan de bijdragen van een wetenschapper Chris Knight (7), die wij overigens uitgenodigd hadden om deel te nemen aan een gedeelte van het Congres. Het was niet de eerste keer dat de IKS een wetenschapper op haar Congres verwelkomde. Twee jaar geleden was Jean-Louis Dessalles gekomen om een voordracht te houden over zijn overdenkingen betreffende het ontstaan van de taal, wat aanleiding gaf tot heel geanimeerde en interessante discussies. (8) Eerst en vooral willen wij Chris Knight bedanken voor het feit dat hij onze uitnodiging heeft aanvaard en wij willen zowel de kwaliteit van zijn tussenkomsten als de zeer levendige en toegankelijke aard ervan voor niet-specialisten graag begroeten. Het merendeel van de militanten van de IKS kan immers tot die niet-specialisten gerekend worden.

Chris Knight is driemaal tussengekomen (9). Hij nam het woord in het algemene debat en alle deelnemers waren niet alleen onder de indruk van de kwaliteit van zijn tussenkomsten, maar ook van de markante discipline waar hij blijk van gaf. Hij respecteerde de toegekende spreektijd en het kader van het debat strikt (een discipline die vele leden van de IKS dikwijls maar al te vaak niet respecteren). Vervolgens heeft hij op een heel beeldige manier een samenvatting gegeven over de theorie van het ontstaan van de beschaving en van de menselijke taal. Daarbij riep hij het beeld op van de eerste 'revoluties' die de mensheid heeft gekend, waarbij de vrouwen een drijvende rol hebben gespeeld (een idee dat hij overneemt van Engels), een revolutie die gevolgd werd door vele andere, en die het de maatschappij telkens mogelijk maakten om vooruit te komen. Het beschrijft de kommunistische revolutie als een culminatiepunt van deze reeks van revoluties en denkt dat de mensheid, net zoals bij de voorafgaande revoluties, de nodige middelen heeft om daarin te slagen. De derde tussenkomst van Chris Knight bestond uit een hele sympathieke groet, gericht aan ons Congres.

Volgend op het Congres oordeelden alle delegaties dat de discussie over 'marxisme en wetenschap', en in het bijzonder de deelname van Chris Knight eraan, een van de meest interessante en voldoening gevende momenten was op dit Congres. Het was een moment dat het geheel van de secties aanmoedigde om verder te gaan en de belangstelling voor theoretische vraagstukken te versterken.

Vooraleer over te gaan tot de conclusie van dit artikel, moeten wij opmerken dat het merendeel van de deelnemers (delegaties, uitgenodigde groepen en kameraden) aan het 19e congres van de IKS – dat bijna van dag tot dag, 140 jaar na de bloedige week die een einde maakte aan de Commune van Parijs, plaatsvond in de buurt van deze gebeurtenis – eraan hechtten om de herinnering van deze eerste revolutionaire poging van het proletariaat te begroeten. (10)

Wij maken geen triomfalistische balans op van het 19e Congres van de IKS, voornamelijk omwille van het feit dat dit Congres zich rekenschap heeft kunnen geven van de omvang van de organisatorische moeilijkheden die onze organisatie ondervindt, moeilijkheden die zij zal moeten overwinnen als zij nog steeds wil bestaan op het moment dat de geschiedenis een afspraak heeft met de revolutionaire organisaties. Het is deze lange en moeilijke strijd die onze organisatie te wachten staat. Maar dit perspectief mag ons niet ontmoedigen. Alles wel beschouwd is ook de strijd van het geheel van de arbeidersklasse lang en moeizaam, bezaaid met hinderlagen en nederlagen. Dit perspectief moet de militanten inspireren om deze strijd met vastberaden te voeren. Want, concluderend, is het feit een strijder te zijn, een van de fundamentele kenmerken van elke kommunistische militant.

IKS / juli 2011

 

Voetnoten

(1) OPOP was al aanwezig op de vorige twee congressen van de IKS. Voor presentatie daarvan: zie de artikelen over 17e en 18e Congres van de IKS de International Review, nummers 130 en 138.

(2) Zie in dit verband de International Review nrs. 133, 135, 136, 138 en 141.

(3) "Vandaag de dag gaan, net als in 1968, de nieuwe klassegevechten vergezeld van een diepgaande overdenking, waarvan de opkomst van de nieuwe elementen, die zich keren tot de standpunten van de Kommunistische Linkerzijde, het topje van de ijsberg is " (punt 17)

(4) Met betrekking tot dit onderwerp: zie ons artikel "5ª Conferencia Panamericana van de Corriente Comunista Internacional - Un paso importante hacia la unidad de Clase Obrera". http://es.internationalism.org/RM120-panamericana.

(5) Het Congres heeft een kritiek in het rapport over de contacten bediscussieerd en ter harte genomen ten opzichte van een formulering in de resolutie over de situatie van de 16e Internationale Congres van de IKS: “De IKS is nu al de ruggengraat van de toekomst partij”. Inderdaad “is het niet mogelijk om nu al de vorm te bepalen van de organisatorische betrokkenheid van de IKS in de oprichting van toekomstige partij, aangezien het zal afhangen van de voorwaarden en de configuratie van het nieuwe milieu, maar ook van die van onze eigen organisatie”.Maar de IKS heeft een verantwoordelijkheid om de erfenis, die zij overgenomen heeft van de Kommunistische Linkerzijde, in leven te houden en te verbeteren ten voordele van de huidige en toekomstige generaties van de revolutionairen, en dus van de toekomstige partij. Met andere woorden: zij draagt de verantwoordelijkheid om te fungeren als een bruggenhoofd tussen de revolutionaire golf van 1917-1923 en de toekomstige revolutionaire golf.

(6) Deze elementen, die loyaliteit aan de organisatie afwijzen, zijn vaak betrokken in een aanpak die we hebben beschreven als 'parasitair' terwijl zij beweren het 'ware standpunt van de organisatie' te blijven verdedigen. Zij wijden het grootste deel van hun inspanningen aan het denigreren ervan en aan pogingen om haar in diskrediet te brengen. We hebben een document gewijd aan het fenomeen van het politieke parasitisme (Zie: De opbouw van de revolutionaire organisatie: Stellingen over parasitisme in International Review nr. 94). Het dient opgemerkt dat sommige kameraden van de IKS, die dit soort gedrag vaststellen en het noodzakelijk vinden om de organisatie op een ferme manier tegen hen te verdedigen, deze analyse van parasitisme niet delen, en dit meningsverschil tijdens het Congres hebben aangekaart.

(7) Chris Knight is een Britse academicus die, tot in 2009, antropologie onderwees aan het East London College. Hij is de auteur, onder andere, van Blood Relatioons, Menstruation and the Origins of Culture (Bloedverwanten, Menstruatie en de Oorsprong van de Cultuur) die wij op onze Engelse website vermeld hebben (http://en.internationalism.org/2008/10/Chris-Knight). Hij baseert zich in het bijzonder zeer trouw op de evolutietheorie van Darwin en de werken van Marx en Engels (namelijk De Oorsprong van het Gezin, Particuliere Eigendom en de Staat). Hij zegt dat hij 100% 'marxist' in de antropologie is. Bovendien is hij als politieke activist de animator van de groep Radical Antropology , waarvan een van de belangrijkste manieren van interventie bestaat uit het organiseren van straattheater, waarbij de kapitalistische instellingen worden aangeklaagd en belachelijk worden gemaakt. Hij werd uitgesloten van de universiteit wegens het organiseren van protesten tegen de G20 in Londen in maart 2009. Hij werd beschuldigd van het 'aanzetten tot moord', wegens het ophangen van beelden van bankiers en wegens het maken van een bordje met Eat the Banquers (Snoep van de bankiers). Een aantal politieke standpunten en actiemethodes delen wij niet met Chris Knight. Maar doordat wij al enige tijd met hem gediscussieerd hebben, willen we toch stellen dat wij uitgaan van zijn volledige oprechtheid, zijn echte toewijding aan de zaak van de emancipatie van het proletariaat en zijn felle overtuiging dat wetenschap en kennis daarbij fundamentele wapens zijn. In die zin willen wij onze hartelijke solidariteit overbrengen aan hem, die geconfronteerd werd met de repressiemaatregelen (ontslag, arrestatie) en waarvan hij het slachtoffer is.

(8) Zie ons artikel over het 18e Congres van de IKS in de International Review 138.

(9) Wij zullen fragmenten uit de tussenkomsten van Chris Knight op onze website publiceren.

(10) De deelnemers aan de 19e Congres van de IKS wijdden dit Congres aan de nagedachtenis van de strijders van de Commune van Parijs, die precies 140 jaar geleden zijn gevallen, tegen een ontketende bourgeoisie, die hen liet boeten voor hun bereidheid 'de hemel te bestormen’.

In mei 1871 heeft het proletariaat, voor het eerst in de geschiedenis, de heersende klasse doen beven. Het is deze angst van de bourgeoisie tegen de doodgraver van het kapitalisme, die de woede en wreedheid van de bloedige onderdrukking van de opstandelingen van de Commune verklaart.

De ervaring van de Commune van Parijs bevatte fundamentele lessen voor toekomstige generaties van de arbeidersklasse. Lessen die haar in staat stelden om in 1917 de Russische Revolutie te voltrekken.

De strijders van de Commune van Parijs, die neergemaaid werden door de kogels van het kapitaal, zullen hun bloed niet voor niets vergoten hebben als de arbeidersklasse in de toekomstige gevechten in staat is om het voorbeeld van de Commune te volgen in de omverwerping van het kapitalisme.

“Het Parijs van de arbeiders, met zijn Commune, zal eeuwig worden gevierd als de roemrijke voorbode van een nieuwe maatschappij. Zijn martelaren tronen in het grote hart van de arbeidersklasse. Zijn verdelgers heeft de geschiedenis reeds thans aan de schandpaal genageld, en alle gebeden van hun papen zijn niet bij machte om hen daarvan te verlossen.” (Karl Marx, De Burgeroorlog in Frankrijk).