Economische crisis: Krediet vormt geen oplossing

Printvriendelijke versie

Een jaar na de ineenstorting van de beurs in oktober 1987, waarin bijna 2.000 miljard Dollar aan speculatief kapitaal in rook opgingen (dat is bijna 400 Dollar per hoofd van de wereldbevolking), leek het kapitalisme zich weer in goede gezondheid te bevinden: het jaar 1988 zou zelfs, vol­gens de huidige schattingen, het beste zijn geweest sinds het begin van de jaren tach­tig. Maar de jaren 1973 en 1978-1979 die de grote recessies van 1974-1975 en 1980-­1982 voorafgingen, waren voor hun tijd ook de meest schitterende jaren. De vlucht in het krediet vormt geen eeuwigdurende oplossing. Wat de tegenwoordige `euforie' aankondigt is een monetaire ineenstorting, gevolgd door een nieuwe wereldwijde re­cessie.

  Economische crisis : Krediet vormt geen oplossing

Een jaar na de ineenstorting van de beurs in oktober 1987, waarin bijna 2.000 miljard Dollar aan speculatief kapitaal in rook opgingen (dat is bijna 400 Dollar per hoofd van de wereldbevolking), leek het kapitalisme zich weer in goede gezondheid te bevinden: het jaar 1988 zou zelfs, vol­gens de huidige schattingen, het beste zijn geweest sinds het begin van de jaren tach­tig. Maar de jaren 1973 en 1978-1979 die de grote recessies van 1974-1975 en 1980-­1982 voorafgingen, waren voor hun tijd ook de meest schitterende jaren. De vlucht in het krediet vormt geen eeuwigdurende oplossing. Wat de tegenwoordige `euforie' aankondigt is een monetaire ineenstorting, gevolgd door een nieuwe wereldwijde re­cessie. Trouwens op de dag zelf onmiddellijk na de Amerikaanse verkiezingen, begint de taal van de officiële propaganda al te ver­anderen en de triomfkreten maken plaats voor oproepen tot voorzichtigheid. 

«Het einde van de regeertermijn van Reagan wordt gekenmerkt door een al zes jaar aanhoudende expansie, de langste uit de Amerikaanse geschiedenis in vredestijd... In absolute waarde mag het Amerikaanse tekort misschien aanzienlijk schijnen. Maar aangezien dit land een kwart van het Bru­to Nationaal Product van de wereld voort­brengt, is het Amerikaanse tekort in per­centages lager dan het OESO-gemiddelde [...] De Amerikaanse 'schuldencrisis' is een verzinsel van de public relations die door het traditionele republikeinse establishment in het werk worden gesteld om de partij te zuiveren van populaire politici... Wat noodzakelijk is, is een geldstelsel dat de centrale banken zal verhinderen om de economische welvaart in gevaar te brengen.» (P.C. Roberts, professor aan het Center for Strategic Studies in de USA, één van de theoretici van de zogenaamde `aanbodeconomie' of `reaganomics') ([1]).

Wat bepaalde economen met andere woorden zeggen is dat de reusachtige te­korten en de enorme schuld van het Ame­rikaanse kapitaal geen groot probleem vor­men. De ongerustheid die de duizelingwek­kende ontwikkeling van deze verschijnselen wekt, zou niet gebaseerd zijn op de wer­kelijkheid en zou eerder een verzinsel zijn in de stammenoorlog tussen de Amerikaan­se politici. Achter deze bewering dat het om verzinsels zou gaan, staat in feite de kwestie of de vlucht vooruit in het krediet uiteindelijk een eeuwigdurende oplossing zal blijken te zijn, een middel dat de kapitalistische economie in staat zal stellen verder te gaan in een ononderbroken ont­wikkeling, op voorwaarde natuurlijk dat de monetaire autoriteiten de daarbij behorende politiek hanteren: «De aanhoudende expan­sie, de langste uit de Amerikaanse geschie­denis in vredestijd» zou dat bevestigen.

In werkelijkheid zijn de beroemde zes jaar van `expansie' van de Amerikaanse economie, die voorlopig de ineenstorting van de wereldeconomie ([2]) hebben verhin­derd, niet het resultaat geweest van een nieuwe economische ontdekking. Ze waren de voortzetting van de oude Keynesiaanse politiek van begrotingstekorten en de vlucht vooruit in het krediet. En in tegen­stelling tot wat onze eminente professor beweert, is de omvang van deze schuld, het resultaat van een ware explosie van het terugvallen op krediet in de laatste ja­ren, een verre van onbelangrijke kwestie, maar stelt ogenblikkelijk enorme problemen voor zowel het Amerikaanse kapitaal als voor de wereldeconomie en opent op korte termijn het perspectief van een nieuwe wereldwijde recessie.  

 

DE VERWOESTENDE EFFECTEN VAN DE OVERDAAD AAN SCHULDEN

  «In 1987 importeerden de USA bijna twee keer zoveel als zij exporteerden. Ze besteedden 150 miljard Dollar meer in an­dere landen dan ze verdienden, en de fe­derale regering besteedde 150 miljard Dol­lar meer op de binnenlandse markt dan ze aan belastinggelden inde. De USA telt on­geveer 75 miljoen huishoudens, die dus in het afgelopen jaar elk op die manier 2.000 Dollar (f4.000) meer uitgaven dan ze ver­dienden en het tekort van het buitenland leenden.»([3]) De statistiek is de wetenschap die het mogelijk maakt om als een bourgeois vijf auto's bezit en zijn werkloze buurman geen, te beweren dat laatste toch 22 auto bezit. De gemiddelde uitgaven op de pof per Amerikaans huishouden zijn slechts een gemiddelde, maar ze geven een indruk van de omvang van het verschijnsel van het terugvallen op het krediet, dat het Ameri­kaanse kapitalisme in de laatste jaren heeft gekenmerkt. 

Deze situatie leidt onmiddellijk tot de buitengewoon belangrijke consequenties van de vergiftigingsverschijnselen van de kapitalistische machinerie, zowel in de Ver­enigde Staten als in de rest van de wereld.  

 

IN DE VERENIGDE STATEN...

  Het jaar 1988 heeft behalve het record van de totale schuld van het Amerikaanse kapitaal, drie andere bijzondere historische records doorbroken: Het record van de bankfaillissementen: in oktober 1988 heeft het aantal faillisse­menten het record van 1987 doorbroken. 

Het record van de schadeloosstellingen van de federale autoriteiten aan de klanten van failliete spaarbanken.

Het record rentebedrag dat de Ameri­kaanse schatkist ooit betaalde over haar schuld: «Plotseling stellen de boekhouders van de Amerikaanse regering een opmerke­lijk feit in de federale boeken vast: de rente die de schatkist over de 2.000 mil­jard Dollar aan nationale schuld betaalt, staat op het punt het bedrag van het enorme begrotingstekort te overschrijden... De Amerikaanse regering betaalt zo'n 150 miljard Dollar per jaar aan rente, ofwel 14% van de totale uitgaven van de rege­ring. Van die 150 miljard gaan 10 tot 15% naar buitenlandse investeerders,» (New York Times, 11 oktober 1988).

 Maar het ernstigste onmiddellijke effect van deze enorme vlucht in het krediet is de verhoging van de rentevoeten, die ze met zich meesleept. De Amerikaanse schat­kist heeft steeds meer moeite om nieuwe geldschieters te vinden om haar schuld te financieren. Om daarin te slagen, is ze gedwongen om steeds hogere rentepercen­tages te bieden. De regering heeft zich verplicht gezien de rentestandaard in ok­tober 1987 te verlagen om de ineenstorting van de beurzen af te remmen, maar sinds­dien is ze er opnieuw toe gebracht de in­terest te verhogen. De rente op schatkist­papier met een looptijd van drie maanden is op die manier van 5,12% eind oktober gestegen tot 7,20% eind augustus 1988.

De onmiddellijke consequenties zijn al rampzalig op twee niveaus. Op de eerste plaats op het vlak van de schuld zelf: ge­geven de omvang van de schuld, heeft men geschat dat elk punt stijging van de rente neerkomt op 4 miljard Dollar die het Ame­rikaanse kapitaal extra moet betalen. Op de tweede plaats, en vooral dit punt is belangrijk, brengt de renteverhoging onver­mijdelijk een afremming van de economi­sche machinerie met zich mee, dat wil zeggen ze vormt de aankondiging van een recessie op min of meer korte termijn.  

...IN DE WERELD

  Maar het kapitaal van de Verenigde Sta­ten is niet het enige kapitaal dat in de schulden steekt, ook al is het de eerste schuldenaar van de aarde geworden. De verhoging van de rentevoeten in de Ver­enigde Staten drijft de interestpercentages over de hele wereld omhoog. Voor de lan­den aan de periferie, die al lang stuiten op de onmogelijkheid om hun schulden te kunnen afbetalen, met name die in Afrika en Latijns Amerika, betekent dat een on­middellijke verhoging van de te betalen rente en dus van hun al fabelachtige schulden. Hun chronisch failliet drijft hun inflatiepercentages al naar nieuwe records. Voor Brazilië bijvoorbeeld wordt voor het jaar 1988 een inflatie voorspeld van 820%. Op het vlak van de investeringen zien we in Brazilië al overal een duizelingwek­kende daling. De schuldeisende kapitalen in de Ver­enigde Staten, die in theorie als eerste van de Amerikaanse tekorten profiteren omdat zij op korte termijn een mogelijk­heid tot export vinden (naar Japan en Duitsland met name), bevinden zich steeds meer in het bezit van bergen van in Dol­lars uitgeschreven Amerikaanse 'schuldbe­wijzen' van allerlei soort: schatkistbonnen, aandelen, obligaties, enzovoorts. Dat levert een enorme papieren rijkdom op, maar wat zal het lot van deze papiermassa zijn op het moment dat het Amerikaanse kapitaal er niet in slaagt boter bij de vis te doen, of als de USA de Dollar devalueren? 

De economen die beweren dat de vlucht vooruit in het krediet, vooral in de Ver­enigde Staten, geen werkelijke bedreiging voor het wereldkapitaal vormt, gebruiken een smoes. De werkelijkheid prikt die dagelijks door met de verwoestende effec­ten die ze uitoefent, nog maar afgezien van de perspectieven die ze opent.  

 

HET KREDIETWEZEN VORMT GEEN EEUWIGDURENDE OPLOSSING

  Het kapitalisme is altijd op het krediet teruggevallen om zijn reproductie te ver­zekeren. Het krediet vormt een wezenlijk element van zijn functioneren, met name op het vlak van de circulatie van het kapitaal. De veralgemening van het krediet door het kapitaal werkt als versnelling van zijn accumulatieproces en als zodanig is het een onontbeerlijk instrument voor zijn goede werking. Maar het krediet kan die rol slechts spelen als het kapitaal opereert in omstandigheden van een werkelijke ex­pansie, dat wil zeggen als na het uitstel dat het schept tussen het moment van verkoop en het moment van betaling, de centen daadwerkelijk op tafel komen. «Het uiterste wat het krediet in dit op­zicht kan bereiken - dus alleen met be­trekking tot de circulatie - is het behoud van de continuïteit van het productieproces, op voorwaarde dat al de andere voor­waarden voor deze continuïteit zijn ver­vuld, dat wil zeggen dat het kapitaal waartegen het geruild moet worden daad­werkelijk bestaat.» (Marx, `Grundrisse’). 

Maar het tegenwoordige probleem voor het kapitalisme is, zowel in de Verenigde Staten als elders, dat «het  kapitaal waar­tegen het geruild moet worden», «de ande­re voorwaarden voor deze continuïteit van het productieproces» niet aanwezig zijn.

In tegenstelling tot wat gebeurt in de omstandigheden van een werkelijke expan­sie, grijpt het kapitaal nu niet naar het krediet om een gezond productieproces te versnellen maar om de vervaldatum van een productieproces dat in de overproductie en bij gebrek aan betaalkrachtige markten is vastgelopen, op te schorten. Sinds de jaren vijftig en zestig, daarna het einde van de wederopbouwperiode na de Tweede Wereldoorlog, heeft het kapitalisme slechts overleefd door de economische kunstgrepen van allerlei soort tot in de ongelooflijkste uitersten door te drijven, maar daarmee heeft het zijn wezenlijke impasse niet doorbroken. Het heeft die integendeel verergerd en verergert die nog verder.  

DE VOORTZETTING VAN DE VLUCHT VOORUIT

  In de Verenigde Staten. Na de `Krach' van oktober 1987 hebben de USA geen andere uitweg gezien dan zich verder in de schulden te steken. Bepaalde economen schatten dat de centrale banken van ande­re landen aldus voor bijna 120 miljard aan Dollars hebben moeten opkopen. In de onderontwikkelde landen. Bepaalde economen hebben gesproken van betalings­uitstel en het gewoonweg kwijtschelden van de schuld van de armste landen. Zoals we hebben voorspeld in de Internationale Revue, nr. 54 is dat neergekomen op enke­le kruimels en verbale beloften. 

Het klopt dat het annuleren van de betalingsverplichtingen het probleem zou oplossen. Maar dat zou er op neerkomen van het kapitalisme een productiewijze te maken die niet meer voor winst produ­ceert..:, dat geen kapitalisme meer is. Nee, de oplossing die men heeft gevonden is die geweest van het aanbieden van nieuwe kredieten. Zo hebben we op het einde van 1988 een spectaculaire nieuwe kredietverlening aan deze landen gezien: men is een nieuw schema van betalingstermijnen over­eengekomen en Mexico is er zelfs in ge­slaagd om een noodlening van de Verenig­de Staten los te peuteren: 3,5 miljard Dol­lar, de belangrijkste lening die een schul­denland sinds 1982 heeft ontvangen.

In de Oostbloklanden. Na een hele perio­de waarin ze zich tot taak stelde haar schuld te verkleinen, heeft de USSR op­nieuw kredieten aangevraagd bij de wes­terse grootmachten; de Perestrojka aan het werk. De bankconsortiums in Italië, de B.R.D., Frankrijk en Groot-Brittannië moe­ten Moskou voor ongeveer 7 miljard Dollar aan kredieten helpen. Hetzelfde geldt voor China dat een situatie kent die steeds meer lijkt op die van de landen van La­tijns Amerika (galopperende inflatie, aan­vragen van nieuwe kredieten om het gat te dichten van de vorige).  

DE PERSPECTIEVEN

 De kapitalistische economie gaat niet naar een schuldencrisis. Ze zit er al tot over de oren in. De schuldencrisis moet zich voortaan op het monetaire vlak mani­festeren. «Het geldstelsel is in wezen katholiek, het kredietstelsel is in wezen protestants. `The Scotch hate gold.' In papieren vorm heeft het geldelijke bestaan van de waren een louter maatschappelijk bestaan. Het is het geloof, dat zalig maakt. Het geloof in de waarde van het geld als immanente geest van de waren, het geloof in de productiewijze en haar gepredestineerde orde, het geloof in de individuele agenten van de productie als pure personificaties van het zich zelf realiserende kapitaal. Zo min echter als het protestantisme zich kan emanciperen van de basis van het katholi­cisme, net zo min kan het kredietstelsel zich losmaken van de grondslag van het monetaire stelsel.» (Marx, `Das Kapital', Berlin : Dietz Verlag, 1976. - S.606). 

In die zin voelt Roberts iets juist aan als hij het probleem van buitensporig krediet voor de Verenigde Staten ontkent en slechts de monetaire beperkingen ziet die de centrale banken stellen.

Maar wat hij niet ziet is dat wat daaruit volgt niet is dat de centrale banken meer geld moeten scheppen maar dat ze dat al te veel hebben gedaan en dat de kapitalistische overproductiecrisis (waarvan de schuldencrisis slechts een oppervlakkig verschijnsel is) in de komende tijd zich zal manifesteren op het vlak van het geld, in het afvallen van het `geloof' in het geld (en op de eerste plaats dat in de munt waarin zowat de gehele wereldhandel plaatsvindt, de Dollar).

Het Amerikaanse kapitaal zal evenmin als de andere kapitalen zijn schulden kunnen betalen en zal die ook in de toekomst niet kunnen betalen. Maar de USA zijn de sterkste van de gangsters. En zij beschik­ken over de middelen om de omvang van hun schuld stevig `terug te dringen' - voor de zoveelste keer - door hun eigen kredietverlening. In tegenstelling tot de ande­re landen van de wereld, kunnen de Ver­enigde Staten hun schuld terugbetalen met hun eigen geld (de andere moeten haar in deviezen terugbetalen, vooral in Dollars). Daarom hebben ze, net als in 1973 en in 1979, geen andere uitweg dan de Dollar te devalueren.

Maar zo'n perspectief vormt nu de di­recte aankondiging van een nieuwe wereld­wijde monetaire malaise die de deur opent naar een nieuwe recessie die ongekend veel dieper zal zijn dan die van 1974-1975 en van 1980-1982.

De devaluatie van de Dollar betekent aan ene kant een financiële ruïnering voor de belangrijkste kapitaalverschaffers van de Verenigde Staten, en op de eerste plaats Japan en Duitsland... die er niets tegen kunnen uitrichten en die ook op geen en­kele manier de beroemde rol van `locomo­tief' kunnen spelen om de haperende locomotiefrol van de USA over te nemen. Maar anderzijds vormt de devaluatie van de Dollar een tolgrens die de toegang tot de Amerikaanse markt afsluit, die zes jaar lang als `locomotief' heeft gediend voor de hele wereldeconomie.

Zoals we schreven in Internationale Re­vue, nr. 54, heeft alleen het wachten op de Amerikaanse verkiezingen het op gang brengen van dat proces uitgesteld. Wat ook de snelheid is waarmee het zich ontwik­kelt, het is sindsdien werkzaam.

In de afgelopen zes maanden heeft een uiterst zorgelijke atmosfeer overheerst. De crisis van de wereldeconomie, verre van te worden teruggedrongen of te verdwijnen, heeft zich verder verdiept: voortgaande groei van de werkloosheid in bijna alle landen, ontwikkeling van de ellende in tot nu toe ongekende grootheden in de armste gebieden op aarde, industriële woestijnvor­ming in het hart van de levenscentra van het kapitalisme zelf, verpaupering van de uitgebuite klassen in de meest geïndustria­liseerde landen, op financieel vlak de uit­barsting van de ergste beurscrisis en schuldontwikkeling van de laatste halve eeuw, alles vastgezogen in een historisch ongeëvenaard moeras van waanzinnige spe­culatie. Maar de kapitalistische machine is niet werkelijk vastgelopen. Ondanks het historische record van faillissementen, on­danks de steeds grotere barsten die steeds regelmatiger optreden, is de winstmachine blijven draaien, heeft nieuwe reusachtige fortuinen bijeengegraaid als product van de slachting die de kapitalen onder elkaar aanrichten, en spreidt het een cynische arrogantie ten toon over het welslagen van het `de vrije handel'. `De rijken zijn rij­ker geworden en de armen armer', zo con­stateren de economische journalisten vaak, maar de machine `draait' en de resultaten voor 1988 beloven, tenminste in de statis­tieken, de beste van het decennium te worden.

Bijna niemand gelooft werkelijk in de mogelijkheid van een nieuwe periode van economische `welvaart', zoals die van de jaren vijftig en zestig. Maar het perspec­tief van een nieuwe kapitalistisch ineen­storting zoals die van 1974-1975 of die van 1980-1982 zou verder vooruit geschoven worden dankzij de vele manipulaties van de regeringen met de economische machine. Geen echte heropleving, geen echte ineen­storting: eeuwig onzekerheid.

Niets daarvan is waar. Nog nooit was het kapitalistische stelsel zo ziek. Nog nooit was zijn lichaam zo vergiftigd door de enorme doses drugs en medicijnen waarnaar het heeft moeten grijpen om in de laatste zes jaar een beetje te kunnen voortstrompelen. Zijn volgende ineenstor­ting, die nog eens recessie en inflatie zal combineren, zal zich erdoor alleen maar dieper, heviger en meer over de wereld verspreiden.

De verwoestende en zelfvernietigende krachten van het kapitaal zullen weer eens tot uitbarsting komen, met een ongeëvenaarde kracht; maar dat zal leiden tot de onontbeerlijke explosie die het wereldpro­letariaat zal dwingen zijn strijd op een hoger peil te brengen en voordeel te halen uit al de ervaring die met name in de af­gelopen zes jaar is opgedaan.

RV / 20 november 1988

Eerder verschenen in de Internationale Revue, Engels-, Frans- en Spaanstalige uitgave, nr. 56. Ook gepubliceerd in Wereldrevolutie nr. 39, januari 1989

 

 

[1]  Le Monde, 25 oktober 1988

[2]  Voor een analyse van de realiteit van deze `expansie' en haar effecten op de wereldeconomie, zie: Internationale Re­vue, nr. 54, herfst 1988

[3]  S. Marris, Le Monde, 25 oktober 1988

Theoretische vraagstukken: