Bijlage | Grootte |
---|---|
![]() | 218.06 KB |
Nu in verschillende landen van Europa (Groot-Brittannië, Griekenland, Nederland, Italië, enz.) de studenten en scholieren in beweging zijn gekomen, is het essentieel te weten wat de ervaringen zijn uit voorgaande bewegingen, waarin deze betrokken waren. Eén zo’n voorbeeld is de strijd van de lente van 2006 in Frankrijk tegen de zogenaamde CPE-maatregel die de regering toen wilde doorvoeren.
Vijf jaar geleden werden de collegezalen, eersteklas plaatsen voor de meesterlijke verveling, op brute wijze gewekt uit hun verdoving door de impact van vlammende discussies over werkloosheid, precaire banen, de uitbuiting en de toekomst. De arbeidersjeugd, scholieren en studenten, stelden zich als een mens op tegen een aanval van de staat, tegen het “Contrat Première Embauche” (1), ondeugend omgedoopt tot “Contrat Poubelle Embauche”(“Wegwerpcontract voor startbanen”). Na drie maanden van heftige (bruisende) strijd, moest de regering toegeven en zijn onbillijk wetsontwerp intrekken.
Dit soort overwinningen komen zelden voor in de strijd. De bourgeoisie houdt altijd vast aan haar plan om de arbeidersklasse de meest vernietigende nederlagen toe te brengen, om haar te demoraliseren en haar de lust tot strijd te ontnemen. Deze systematische politiek werd perfect uitgedrukt door de voormalige Minister-President Raffarin, toen hij in 2003 tegenover de woede van de onderwijzers, na een nieuwe hervorming van de pensioenen, met arrogantie had bevestigde dat “ het niet de straat is die regeert.”
Als de bourgeoisie op deze manier heeft toegegeven, dat doet ze dat omdat ze in deze beweging een werkelijk gevaar heeft gezien. De studenten hebben de vitale betekenis van de zelfstandige Algemene Vergaderingen ontdekt. Deze Algemene Vergaderingen vormden werkelijk de longen van de beweging. Ze hebben de studenten in staat gesteld om bijeen te komen, met elkaar te discussiëren en zich collectief te organiseren. Zij zijn zich bewust geworden, dankzij deze openbare debatten, dat hun strijd niet een speciale vorm van strijd is, maar onderdeel uitmaakt van die van de hele arbeidersklasse.
Daarom hebben ze hun Algemene Vergaderingen en hun collegezalen opengesteld voor de scholieren, de werklozen, werkenden en de gepensioneerden, die bij iedere interventie een donderend applaus kregen van de aanwezigen deelnemers. Om dan ook het grootst mogelijke aantal arbeiders in de strijd te betrekken, hebben de studenten, heel bewust, de eisen die specifiek zijn voor het universitaire milieu aan de kant geschoven, zoals de afschaffing van de LMD (2), om daartegenover die eisen naar voren te schuiven die gemeenschappelijk zijn voor alle onderdrukten: de toenemende verarming.
De studenten hadden heel goed begrepen dat de uitkomst van hun strijd in handen was van de loonarbeiders. Zoals een student dat in een bijeenkomst van de Francilienne-Coördinatie van 8 maart verwoordde: “als we geïsoleerd blijven, zullen ze ons met huid en haar opvreten”. De spandoeken die de studenten boven de hoofden van de manifestanten uitrolden, droegen opzienbarende leuzen van deze geest van eenheid: “Studenten, scholieren, werklozen, precaire arbeiders, van zowel de publieke als de privé-sector: eenzelfde strijd tegen de werkloosheid en precaire banen”! Dit uitgangspunt had, in de loop van de weken, langzaam maar zeker tot resultaat dat een toenemend aantal arbeiders gemobiliseerd werden. De hoeveelheid manifestanten in de demonstraties werd langzaam maar zeker steeds meer.
Toch heeft de regering allerlei manoeuvres uitgeprobeerd - politieprovocaties en geweld, verdraaiingen door de media, …- armzalige pogingen. Door zich te mobiliseren, heeft de arbeidersklasse niet een oppervlakkige en “liefdadigheids”solidariteit tot uitdrukking gebracht, maar herkende ze zich in deze strijd en maakte zich die eigen. In antwoord op de oproep van de strijd van de nieuwe generatie, hebben de arbeiders (die mei ‘68 bijvoorbeeld nog meegemaakt hebben) laten zien dat, hoewel ze zelf moeilijkheden hadden om zich als een eenheid op te stellen tegen de dagelijkse aanvallen, ze zich daarentegen categorisch verzetten tegen het feit dat hun kinderen hetzelfde lot ondergaan. Het idee van een nog somberder toekomst voor de jeugd, gesymboliseerd in de nieuwe “Contrat Pour Esclave” (slavencontract), was voor hen eenvoudigweg onverdraaglijk en maakte hen opstandig. De beweging tegen de CPE is dus beetje bij beetje de strijd van de hele arbeidersklasse geworden.
Hier raken we de aan de kern die de heersende klasse angst heeft ingeboezemd. De bourgeoisie heeft ervoor gekozen om toe te geven om de manifestaties niet eindeloos door te laten gaan. Want daarin school het gevaar dat de arbeidersklasse de methoden, die door de studenten aan het daglicht was gebracht, zou overnemen. De malaise van bourgeoisie was zo erg dat zelfs in Duitsland waar dezelfde aanval werd ondernomen) de regering Merkel haar wetsontwerp liever terugtrok in plaats van de arbeiders de straat op te zien gaan en haar krachten (toppunt van verschrikking) te zien verenigen met hun klassebroeders aan de andere kant van de Rijn.
Niets zou erger zijn op dat ogenblik voor de bourgeoisie dan de arbeiders te zien herontdekken hoe de strijd zelf in handen te nemen door middel van zelfstandige algemene vergaderingen en het belang van de leuzen te begrijpen die de eenheid tot uitdrukking brengen. Deze beweging was een veel te vruchtbaar terrein voor de ontwikkeling van de solidariteit tussen de verschillende sectoren en tussen de generaties van arbeiders. Voor de bourgeoisie kwam het er dus op aan om absoluut een einde te maken aan deze bruisende strijdervaring, die de arbeiders het voorbeeld liet zien van deze nieuwe enthousiaste en energieke generatie.
Maar als ze zich terugtrekt, zal het moment van de aanval alleen maar uitgesteld worden. De aanvallen tegen de levensomstandigheden kennen geen uitstel. Maar dankzij de strijd zoals die in de lente van 2006 in Frankrijk plaatsvond, krijgt de arbeidersklasse beetje bij beetje weer meer vertrouwen in zichzelf. (3) De arbeiders (aan het werk of werkloos, met pensioen of in de collegezalen) herkennen zich opnieuw als behorend tot een klasse, die gemeenschappelijke belangen heeft en de mogelijkheid bezit om zich collectief te verdedigen.
Op alle continenten, de toekomst behoort aan de klassestrijd!
Bewerking van een artikel van Pawel / 13.03.2007
Voetnoten
(1) Het eerste arbeiderscontract voor alle jongeren tot en met 25 jaar, een jongerenbanenplan, waarbij deze de eerste twee jaar zonder enige reden zouden kunnen worden ontslagen. (startbaancontract)
(2) LMD = Licence-Master-Doctorat, een nieuwe universitaire cyclus, die de duur van de studies verlengt.
(3) Zie de belangrijke strijdbeweging die het afgelopen najaar (2010) in Frankrijk heeft plaatsgevonden, en waar studenten en scholieren zich op verschillende plaatsen bij aansloten om over hun ervaringen van 2006 met de arbeiders van gedachten te wisselen.
Eind augustus organiseerde de IKS haar 4e discussie- en ontmoetingsdag. Hieronder publiceren wij een voorstelling van deze dag opgesteld door een collectief van deelnemers. Deze voorstelling omvat de beide discussieonderwerpen van zowel de voor- als de namiddag. Wij verwelkomen deze bijdrage als een uitgangspunt om het debat voort te zetten. Wij moedigen iedereen aan om zich uit te spreken over het gevoerde debat en ons hun commentaren te bezorgen.
Eind augustus organiseerde de IKS haar 4e discussie- en ontmoetingsdag. Hieronder publiceren wij een voorstelling van deze dag opgesteld door een collectief van deelnemers. Deze voorstelling omvat de beide discussieonderwerpen van zowel de voor- als de namiddag. Wij verwelkomen deze bijdrage als een uitgangspunt om het debat voort te zetten. Wij moedigen iedereen aan om zich uit te spreken over het gevoerde debat en ons hun commentaren te bezorgen.
Een zaal, volgehangen met posters over de geschiedenis van de arbeidersbeweging, met tafels waar politieke lectuur van allerlei richtingen was uitgestald: een omgeving die de nieuwsgierigheid wel moest prikkelen, daarin troffen ook dit jaar contacten elkaar voor een speciale ontmoetingsdag.
De dag georganiseerd door een werkgroep bestaande uit sympathisanten en kameraden van de IKS, vond plaats eind augustus in Antwerpen: voor de vierde maal alweer. “Door middel van voorbereidende bijeenkomsten heeft de IKS, samen met de sympathisanten deze dag op kunnen zetten en het doel en de middelen van de dag kunnen uitdiepen”, aldus sympathisant F.
Er waren ook deze keer velen op de contactdag afgekomen: veelal uit België zelf, maar ook uit Frankrijk en uit Nederland. Alhoewel er veel jongeren waren, was men toch van alle leeftijden, inclusief een kameraad van meer dan 80 jaar.
De bedoeling was de sympathisanten de gelegenheid te bieden elkaar in een ongedwongen sfeer te ontmoeten, bij te praten, van gedachten te wisselen, samen te eten, enzovoort. “Met het gevoel, tussen gelijken te vertoeven, valt de individuele isolatie weg en het gevoel van onmacht maakt plaats voor een positief perspectief”, aldus sympathisant R.
Uit de grote opkomst blijkt dat er onder hen, die interna-tionalistische, antikapitalistische of antireformistische standpunten huldigen, een behoefte bestaat aan ontmoeting, uitwisseling van gedachten, elkaar treffen in een algemene vergadering waarin gezamenlijk een onderwerp wordt besproken.
‘s Avond was er een gezellige barbecue gepland. De dag was bestemd voor de uitwisseling van ideeën, de voorstelling van materialen en met name voor twee onderwerpen, die tezamen met de contacten en de voorbereidingsgroep vastgesteld waren: de economische crisis en de kwestie van de vluchtelingen.
De discussies die plaatsvonden, waren, naast de politieke verheldering, vooral bedoeld om de debatcultuur tot leven te brengen: de contacten te laten proeven van de open sfeer en de kameraadschappelijke sfeer die er heerst in de discussies die de IKS voert.
Volgens sympathisant R. “de huidige debatcultuur van de IKS, intern en extern, op discussiedagen, bij interventies en tijdens private gesprekken kenmerkt zich door een open mind en een amicaal karakter, wat stimuleert en voor sommigen verfrissend werkt, in vergelijking met het dikwijls dogmatisch gekrakeel van andere linkse partijen”. Dit wordt bevestigd door sympathisant F: “Niet alleen wat betreft hun inhoud, maar ook de vorm heeft me verrijkt. Wat vooral veel indruk op me heeft gemaakt, was de oprechtheid van de deelnemers aan de discussie”.
De discussie over de economische crisis
In de discussie over de economische crisis werd de noodzaak gevoeld meer begrip te ontwikkelen over de achtergronden ervan. De inleiding door een contact zette de actualiteit uiteen en werd erg gewaardeerd door de aanwezigen. De buiten alle proporties gegroeide schuldenlast van de staten, zoals Griekenland, de media die de crisis voorstellen als iets totaal nieuws, de mensen die er geen vertrouwen meer in hebben dat de vakbonden voor hun belangen opkomen, de aarzeling om zelf de strijd ter hand te nemen, waardoor men passief blijft en er weinig mobilisaties plaatsvinden.
De discussie, de daarop volgde ging vooral over:
- Het wezen van het functioneren van het huidige systeem, over de noodzaak tot accumulatie van kapitaal als de drijvende motor achter het voortdurende winstbejag van het kapitalisme. Die winst wordt gemaakt door arbeidskracht uit te buiten, die daardoor hun eigen productie niet volledig kunnen opkopen. Doordat er een gebrek is aan koopkrachtige vraag, en geproduceerde waren niet allemaal meer verkocht kunnen worden, stagneert de accumulatie. Geld kan dan niet meer in geld worden omgezet en dus niet meer worden omgezet in kapitaal.
- De verschillende vormen van economische politiek die door de bourgeoisie ingezet zijn om crisis het hoofd te bieden: het keynesianisme; het neo-liberalisme met toenemende speculatie op de financiële markt; de stalinistische economische politiek (=staatskapitalisme), die alle drie faalden.
Of er ook onmiddellijke alternatieve maatregelen mogelijk zijn? Daar bestond geen eenduidigheid over. Sommigen meenden dat dit de illusies binnen de arbeidersklasse alleen maar zou versterken; anderen meenden dat dit, in afwachting van de revolutie, wel mogelijk is. Wat betreft het verschil tussen de rijke landen en die van de derde wereld: een andere, eerlijke verdeling welvaart is niet mogelijk binnen kapitalisme, want alle landen in de wereld zijn onderworpen aan dezelfde dynamiek!
Als de bourgeoisie de arbeiders probeert op te splitsen in die van de arme en die van de rijke landen; in degenen die leven om te consumeren en degenen die leven voor het milieu, dan probeert de bourgeoisie haar verdeel- en heersvisie aan de arbeidersklasse op te leggen. Hiertegenover staat maar een visie: de totaalvisie van de arbeidersklasse als internationale eenheid.
Het vraagstuk van de vluchtelingen en immigranten
De inleiding over het vluchtelingenvraagstuk werd eveneens gedaan door een contact, die lid is van de AAGU (1). Hij vertelde over het werk, de motieven en de achtergrond van de groep.
De IKS vertrekt vanuit het gezichtspunt en het standpunt van de arbeidersklasse. De AAGU richt haar activiteiten op alle vluchtelingen, waaronder ook arbeidersvluchtelingen. Wat wil de AAGU en hoe wil zij dat bereiken?
Een vluchteling is volgens de conventie van Geneve van 1951”een persoon die uit vrees voor vervolging op grond van politieke overtuiging, ras, …of behoren tot een sociale groep zich in een ander land bevindt is ontheemd in zijn eigen land…)"
Vluchtelingen zijn vaak op de vlucht door armoede en oorlog, ze zijn de grootste slachtoffers van het kapitalisme. Er is geen onderscheid tussen legale vluchtelingen en illegale vluchtelingen.
Vanwege hun half-illegale toestand worden ze nooit als medemens erkend en ze krijgen geen legale status. De staat voert repressie uit op de vluchtelingen door regelmatig zijn militaire politie of marechaussee in te zetten om de illegale vluchtelingen op te sporen, uit te zetten of in de vluchtelingenkampen/detentiecentra op te sluiten.
Frontex als een Europese semimilitaire organisatie probeert om de toegang tot fort Europa tegen te gaan. Vluchtelingen worden gevangen gezet zonder enige vorm van proces, soms langer dan een jaar.
Het kapitalisme is het individualisme en kan iedereen dan gemakkelijk isoleren en onderdrukken. Door een vorm van modern nationalisme worden de vluchtelingen van ‘rijkdom’ uitgesloten.
Binnen het kapitalisme kan het vluchtelingenprobleem nooit opgelost worden. Hoe kan de strijd voor de vluchtelingen bijdragen aan de klassenstrijd? Wat brengt de revolutie dichterbij: de arbeidersstrijd of de strijd voor de vluchtelingen?
AAGU staat voor ‘directe actie’; voor echte strijd. Ze heeft een internationalistisch standpunt en maakt geen onderscheid tussen verschillende nationaliteiten en het wel of niet hebben van een paspoort. Zij is van mening dat een antinationale strijd in combinatie met internationale solidariteit tot een aanval op kapitalisme leidt.
AAGU denkt dat de strijd voor vluchtelingen dus ook een soort van klassenstrijd is. De vluchtelingen kwestie is een van de centrale kwesties voor de arbeidersklasse. Overal in de wereld zijn er arbeiders die erdoor getroffen worden en dan komen ze terecht in de uitzichtloze ellende, worden als verschoppeling behandeld.
Levendige discussie over het vluchtelingenvraagstuk
De inleiding werd met instemming begroet en werd gevolgd door een levendige discussie waar verschillende aspecten van de vluchtelingenkwestie in werden opgenomen. Het is een van centrale kwesties voor de arbeidersklasse in de hele wereld. De inleiding riep ook allerlei vragen op en het onderwerp wekte een grote betrokkenheid bij alle aanwezigen.
Er zijn drie benaderingen mogelijk: racistische, burgerlijk-humanitaire en links-radicale, maar alle drie lossen ze het vluchtelingenvraagstuk niet op. In feite vullen de eerste twee elkaar aan. De burgerlijk-humanitaire organisaties zijn namelijk niet per ze tegen de uitzetting van illegale vluchtelingen. De derde benadering kan fundamenteel geen oplossing bieden. Net zoals de arbeidersklasse nu nog geen onmiddellijke praktische oplossing heeft.
Er werd pleidooi gehouden over open grenzen, vrije toegang en de afschaffing beperkingen binnen het kapitalistische systeem, maar het kapitalisme kan de stroom van de vluchtelingen toch niet verwerken.
Vluchtelingen werden ook door het kapitalisme in opgaande periode voortgebracht. Maar nu het kapitalisme volop in zijn verval periode verkeert, worden ze niet meer als potentiële arbeidskrachten beschouwd, maar als vluchtelingen waar je geen kant mee op kunt en die alleen maar overlast veroorzaken.
De oplossing is de vernietiging van het kapitalisme, maar wat moeten we in afwachting daarvan doen? Alles wat we doen is slechts een lapmiddel. Eisen dat alle grenzen opengezet moeten worden? Dat lost niets op. Je krijgt een massa van mensen. Het ontstaat een totale verpaupering en er is geen werk.
Welke houding tegenover vluchtelingen?
Minderheden worden tot zondebok gemaakt. Zij krijgen de schuld van de ellende hier en elders in de wereld. Het kapitalisme is hypocriet: ze worden wel in allerlei sectoren aan het werk gezet voor een hongerloontje, maar zodra er geen winst meer wordt gemaakt, worden ze als ongewenste vreemdeling over de grens gezet.
Moeten de vluchtelingen eigen cultuur bewaren en handhaven of naar een eenheidscultuur streven? Zowel de rechter- als linkerzijde van de bourgeoisie proberen de culturele verschillen te benadrukken. Links zegt dat de vluchtelingen hun culturele identiteit moeten kunnen behouden, volgens rechts zijn die culturele verschillen zo groot dat ze niet kunnen blijven.
De arbeidersklasse streeft ernaar zoveel mogelijk hindernissen weg te nemen. Zij streeft naar een eenheid van cultuur van strijdende arbeiders. In de Oktoberrevolutie in Rusland in 1917 waren er arbeiders en arbeidsters van meer dan tien verschillende ‘nationaliteiten’ betrokken. Ze namen deel aan algemene vergaderingen en massabijeenkomsten, ook al droegen de revolutionaire vrouwen daar hoofddoeken en mutsen van hun eigen regio.
Moeten we altijd solidair zijn met alle vluchtelingen? Dat kan niet. Wel met arbeidersvluchtelingen. Want lang niet alle vluchtelingen maken deel uit van de arbeidersklasse. We kunnen niet solidair zijn met burgerlijke vluchtelingen die in hun eigen land misdaden hebben begaan tegen de bevolking.
De vluchtelingen komen door hun half-illegale toestand wel relatief snel in de criminaliteit terecht. Ze zijn geen criminelen, maar de criminaliteit spant de vluchtelingen voor haar karretje.
De Geneefse Conventie: wapen in handen van de ‘democratie’
De tussenkomst van sympathisant M. gaf de discussie een hele nieuwe dimensie. Hij stelde dat dit verdrag “Ogenschijnlijk ging het Verdrag over de vluchtelingen, maar in werkelijkheid had het een propagandistische bedoeling.(…) De Conventie werd ingezet als een van de instrumenten van de ideologische en politieke oorlog van het Westblok tegen het Oostblok. (…) Vluchtelingen uit het Oostblok waren per definitie interessant. Ze werden allemaal opgevoerd als onschuldige slachtoffers van het totalitaire Oostbloksysteem en ingehaald als helden van de westerse idealen”. Er werd geen onderscheid gemaakt tussen economische en politieke vluchtelingen.
Volgens M. zat er tussen de vluchtelingen geen “arbeider, die uit protest tegen het bestaan van de loonarbeid, de uitholling van de macht van de arbeidersraden, de ontbinding van de internationalistische beweging, of vanwege politiek-economische betrekkingen met reactionaire regimes, naar het Westen vluchtte”
Vluchtelingen worden door de grootmachten gebruikt in de imperialistische oorlog. Vaak fungeren ze als een ‘buffer’ in de oorlog van het ene imperialisme tegen het andere.
Vluchtelingen toen en nu
Er is een essentieel verschil tussen de vluchtelingen van nu en de immigranten van vroeger. Tussen 1750 en 1914 emigreerde men voornamelijk vanwege honger en ellende. Vroeger was er tevens de noodzaak van en de behoefte aan een arbeidsreserveleger binnen het kapitalisme. De wereldmarkt was nog niet verzadigd en slokte steeds weer nieuwe arbeidskrachten op. Nu is de wereldmarkt verzadigd, is er een situatie van algemene overproductie, ook wat betreft het aanbod van de waar arbeidskracht. Mensen vluchten nu niet alleen vanwege honger en ellende maar meer nog vanwege oorlog en vernietiging. Sinds het kapitalisme een systeem is in verval kunnen deze mensen echter niet meer daadwerkelijk in het arbeidsproces opgenomen worden.
Helpen we vluchtelingen door deze voor te stellen als meest kwetsbare mensen en de West-Europese arbeiders als diegenen die zich verkopen aan het kapitaal? Er is een groot gevaar dat de vluchtelingen in het lompenproletariaat terechtkomen. Alleen de arbeidersstrijd kan hun perspectief bieden als deze een bepaald niveau van strijd bereikt heeft. Vluchtelingen kunnen alleen een perspectief ontwikkelen als ze zich inzetten voor de arbeidersstrijd. In die zin is het vluchtelingen- c.q. immigrantenvraagstuk een vraagstuk van de arbeidersklasse.
De arbeidersklasse is een klasse van migranten
Centraal staat de eenheid van de arbeidersklasse als internationale klasse: de wereldarbeidersklasse. De bourgeoisie probeert ons voortdurend valse tegenstellingen op te dringen om de mensen te individualiseren en hun woede te kanaliseren. De arbeidersklasse moet alles in het werk stellen om haar eenheid tegen de bourgeoisie te verdedigen. Een deel van de arbeidersklasse organiseren (onderklasse, precariaat) tegenover andere delen van de klasse gaat lijnrecht in tegen het perspectief dat we nu verdedigen: de eenheid van de wereldarbeidersklasse, die heeft geen vaderland.
Conclusie: het was een boeiende discussiedag met veel ruimte voor verschillende meningen.
Collectief-28 / 31.10.2010
Voetnoten
(1) AAGU, Anarchistische Anti-deportatie Groep Utrecht. www.aagu.nl/ [4]
De stakingen en betogingen die in oktober en november in Frankrijk plaatsvonden, naar aanleiding van de hervorming van de pensioenen, getuigen van een sterke strijdbaarheid in de rijen van het proletariaat (zelfs ze er niet in geslaagd zijn de bourgeoisie te doen wijken). Deze beweging ligt in de lijn van een internationale dynamiek van onze klasse, die steeds meer de weg van de strijd hervindt. Zo vinden er in talrijke andere landen eveneens klassegevechten plaats. De economische crisis en de bourgeoisie halen in de hele wereld het schraapmes eroverheen. En overal, van Europa tot de Verenigde Staten, beginnen de arbeiders stilaan te reageren en weigeren ze de opgelegde verpaupering, besparingen en de ‘heilzame’ (sic!) offers te accepteren.
Op dit ogenblik is deze reactie niet van het niveau van de aanvallen, die we ondergaan. Dit is ontegen-zeggelijk het geval. Maar er is een dynamiek losgebarsten, de overdenking en de strijdlust van de arbeiders zal zich verder ontwikkelen. Als bewijs dit nieuwe gegeven: momenteel proberen minderheden zichzelf te organiseren om bij te dragen aan de ontwikkeling van massale strijd en zich te ontdoen van de invloed van de vakbonden.
Op 23 oktober, de eerste zaterdag na de bekendmaking van de strenge regeringsmaatregelen, die een drastische beperking van de overheidsuitgaven inhouden, hebben er na oproep van verschillende vakbonden in het hele land manifestaties plaatsgevonden tegen deze aanvallen voortkomend uit de begrotingsplannen. De hoeveelheid deelnemers, die varieerde van 399 in Cardiff tot 15000 in Belfast of 25000 in Edinburg, weerspiegelt de diepe onderliggende woede.
Een ander voorbeeld van afkeer is de rebellie van de studenten tegen de verhoging van de inschrijvingskosten aan de universiteiten met 300%. Deze financiële uitgave alleen al verplicht hen zich zwaar in de schulden te steken, zodat ze na hun studies astronomische afbetalingen dienen te voldoen (die kunnen gaan tot 95.000 euro!). Deze nieuwe verhogingen hebben een hele reeks betogingen uitgelokt, van het Noorden tot het Zuiden van het land (vijf demonstraties in minder dan één maand: op 10, 24 en 30 november op 4 en 9 december).
Desondanks is deze verhoging van de inschrijfkosten op 8 december toch definitief aangenomen in de House of Commons.
Stakingen aan de universiteiten, bij de vormingsinstituten, onder de studenten van de lagere en hogere scholen, een lange lijst van bezettingen van universiteiten, veelvuldige bijeenkomsten om te beraadslagen welke weg gevolgd moet worden….. De studenten hebben hierbij steun gekregen en solidariteit ondervonden van veel leerkrachten, die hun ogen te sloten voor de afwezigheid van stakende leerlingen in de klaslokalen (de regelmatige aanwezigheid in de les is streng verplicht) en die de studenten op gingen zoeken en om met hen in discussie te gaan.
De revolte van de studenten en leerlingen tegen de verhoging van de kosten voor het volgen van onderwijs, gaat nog steeds verder. De voorgaande demonstraties zijn geëindigd in harde confrontaties met de anti-oproerpolitie, die een strategie van insluiting voerde. Ze aarzelden daarbij niet om de betogers met de wapenstok te lijf te gaan, met als gevolg dat er veel gewonden vielen en aanhoudingen plaatsvonden en dit vooral in Londen, waar de bezettingen, met de steun van de leraren, plaatsvonden op een vijftiental universiteiten. Op tien november bezetten de studenten de zetel van de Conservatieve Partij en op 8 december hebben ze getracht binnen te dringen in het Ministerie van Financiën en de Hoge Raad, terwijl betogers zich meester probeerden te maken van de Rolls-Royce, die prins Charles en zijn echtgenote Camilla vervoerde.
De studenten, en zij die hun steunden, kwamen goedgezind naar de betogingen, hadden hun eigen spandoeken en leuzen gemaakt, waarbij sommigen onder hen zelfs voor het eerst meededen aan een protestbeweging. De stakingen, manifestaties en bezettingen waren allesbehalve brave gebeurtenissen, zoals vakbonden en de ‘bestuurders’ van links die meestal beogen te organiseren. De spontane werkonderbrekingen, de bestorming van het algemeen hoofdkwartier van de Conservatieve Partij in Millbank, de uitdaging van de politieversperringen, of de inventieve ontwijking ervan, de bestorming van de gemeentehuizen en andere openbare plaatsen, zijn maar enkele voorbeelden van deze openlijke rebelse houding. En de afkeer van de veroordeling der manifestanten door de president van de NUS (Nationale Studenten Vakbond) Porter Aaron in Millbank, waren zo ruim verspreid dat hij vervolgens zijn meest banale excuses diende aan te bieden.
Deze geestdrift van verzet, die bijna oncontroleerbaar was, heeft de regeringsleiders verontrust. Een duidelijk signaal van deze ongerustheid is de mate van repressie die de politie tegen de betogers toepaste. Op 24 november werden in Londen duizenden betogers, enkele minuten na hun vertrek van Trafalgar Square, omsingeld door de politie. Ondanks enkele gelukte pogingen om het politiecordon te doorbreken, hebben de ordetroepen duizenden van hen urenlang in de kou tegengehouden.
Op een bepaald ogenblik is de bereden politie dwars door de menigte heengedrongen. Hetzelfde scenario van gebruik van bruut geweld vond plaats in Manchester, in Lewisham Town Hall en elders. Na de inval in de zetel van de Conservatieve Partij in Millbank hebben de dagbladen hun dagelijkse oplage gebracht met foto’s van zogenaamde ‘vandalen’, waarbij schrikbarende geruchten werden verspreid over revolutionaire groeperingen, die zich met hun onheilspellende propaganda gericht hadden op de jongeren van de natie. Dit alles toont de ware aard van de ‘democratie’ waarin wij leven.
De rebellie van de studenten in Groot-Brittannië is het beste antwoord op het idee dat de arbeidersklasse in dit land passief blijft ten opzichte van de stroom van aanvallen, die gelanceerd wordt door de regering op alle aspecten van ons levensniveau: baan, salaris, gezondheid, werkloosheid, invaliditeitsuitkering evenals schoolgeldvergoeding. Ze is een waarschuwing aan de leiders dat een hele nieuwe generatie van de uitgebuite klasse niet langer de logica accepteert van de opofferingen en bezuinigingen.
Deze reeks artikelen heeft tot doel aan te tonen dat de leden van het Linkskommunisme en de internationalistische anarchisten de plicht hebben om het debat aan te gaan en zelfs om samen te werken. De reden hiervan is eenvoudig. Buiten onze meningsverschillen, die soms belangrijk zijn, delen wij wezenlijke revolutionaire standpunten: het internationalisme, de afwijzing van elke samenwerking en van elk compromis met burgerlijke politieke krachten, de verdediging van het beginsel dat ' de arbeiders de strijd zelf in eigen hand moeten nemen’... (1)
Ondanks deze overduidelijke overeenkomsten, bestaan er bijna geen betrekkingen tussen deze twee revolutionaire stromingen. Pas de laatste jaren zien we dat er een schuchter begin gemaakt wordt met een debat en een vorm van samenwerking. Een en ander is het gevolg van pijnlijke gebeurtenissen in de geschiedenis van de arbeidersbeweging. De houding van de meerderheid van de Bolsjewistische Partij in de jaren 1918-1924 (het verbod zonder onderscheid van iedere anarchistische publicatie, de botsing met het leger van Machhno, het bloedig neerslaan van de opstandige matrozen van Kronstadt...) heeft een kloof geslagen tussen de revolutionaire marxisten en de anarchisten. Maar vooral de afslachting van duizenden anarchisten (2) in naam van 'kommunisme', heeft tientallen jaren lang een waar trauma veroorzaakt. (3)
Ook vandaag nog bestaat er van beide zijden een bepaalde vrees tot debat en samenwerking. Om deze moeilijkheden te overstijgen, moeten we ervan overtuigd raken dat we, ondanks de meningsverschillen, wel degelijk behoren tot hetzelfde kamp: dat van de revolutie en van het proletariaat. Maar dat alleen volstaat niet. Wij moeten ook een bewuste inspanning doen om de kwaliteit van onze debatten qua cultuur te verbeteren. 'De overgang van het abstracte naar het concrete' blijkt altijd de meest hachelijke fase te zijn. Daarom wil de IKS, via dit artikel, nauwkeurig aangeven vanuit welke geest ze de mogelijke en noodzakelijke verhouding tussen de Linkskommunisme en het internationalistisch anarchisme wil benaderen.
Constructieve kritiek tussen revolutionairen is een absolute noodzaak
Onze pers heeft herhaaldelijk en op verschillende manieren onderstreept dat het anarchisme van oorsprong gekenmerkt wordt door de kleinburgerlijke ideologie. Deze radicale kritiek wordt door de anarchistische militanten dikwijls als onaanvaardbaar beschouwd, diegenen die gewoonlijk het meest openstaan voor discussie inbegrepen. En vandaag is deze kwalificering van 'kleinburgerlijk', als die aan het begrip 'anarchisme' toegevoegd wordt, voor sommigen genoeg om niets meer van de IKS te willen horen. Onlangs heeft een deelnemer, die zich beroept op het anarchisme, op ons Internet-forum, laten weten deze kritiek een werkelijke 'scheldwoord' te vinden. Dat is echter niet onze visie.
Hoe diepgaand onze wederzijdse meningsverschillen ook mogen zijn, toch mogen ze ons niet uit het oog doen verliezen dat het debat tussen de militanten van het Linkskommunisme en die van het internationalistisch anarchisme er één is onder revolutionairen. Internationalistische anarchisten uiten trouwens zelf ook talrijke kritieken op het marxisme, te beginnen met de zogenaamde natuurlijke neigingen tot autoritarisme en reformisme, die ze aan de marxisten toeschrijven. De site van de CNT-AIT in Frankrijk bijvoorbeeld bevat veelvuldige passages in de stijl van:
“De marxisten werden [vanaf 1871] steeds meer diegenen die de uitgebuiten in slaap wiegden en aan de wieg stonden van het arbeidersreformisme” (4).
“Het marxisme is verantwoordelijk voor de oriëntering van de arbeidersklasse naar de parlementaire actie [...] . Alleen als men dat begrepen zal hebben, alleen door de duidelijke overstijging van het marxisme, zal men inzien dat de weg van de sociale bevrijding ons leidt naar het gelukzalige terrein van het anarchisme.” (5).
Hier gaat het niet om 'scheldpartijen' maar om radicale kritieken ... waar wij het natuurlijk totaal niet mee eens zijn! In dezelfde zin van een openlijke kritiek moet ook onze analyse van de aard van het anarchisme begrepen worden. Deze analyse is bovendien belangrijk genoeg om even in herinnering gebracht te worden. In een hoofdstuk met als titel,
De kleinburgerlijke kern van het anarchisme, schreven wij in 1994: “De ontwikkeling van het anarchisme in de tweede helft van de 19e eeuw was het product van het verzet van kleinburgerlijke lagen (ambachtslui, handelaars, kleine boeren) tegen de zegetocht van het kapitalisme, een verzet tegen de proces van proletarisering, dat hen beroofde van hun sociale 'onafhankelijkheid' uit het verleden. Sterker in de die landen waar het industriekapitaal laat tot ontwikkeling kwam, aan de oostelijke en zuidelijke rand van Europa, was het zowel de uitdrukking van de rebellie van deze lagen tegen het kapitalisme en als hun onbekwaamheid om verder te kijken dan dat, naar een kommunistische toekomst. Daarentegen verwoordde het hun verlangen naar een terugkeer naar het half-mythische verleden van totaal vrije gemeenschappen en van strikt onafhankelijke producenten, ontdaan van de verdrukking van het industriekapitaal en de gecentraliseerde burgerlijke staat. De 'vader' van het anarchisme, Pierre-Joseph Proudhon, was de klassieke belichaming van deze houding: met zijn woeste haat, niet alleen tegen de staat en de grote kapitalisten, maar ook tegen iedere vorm van collectivisme, vakbonden, stakingen en gelijkaardige uitingen van de collectiviteit van de arbeidersklasse inbegrepen. Tegenover al deze fundamentele tendensen, die zich in de kapitalistische maatschappij ontwikkelden, stelde Proudhon een 'mutualistische' maatschappij, gegrondvest op de individuele ambachtelijke productie, verbonden door de vrije handel en het vrije krediet.” (6)
En ook nog in 'Anarchisme en Kommunisme', daterend uit 2001, schreven wij: “In de ontstaansgeschiedenis van het anarchisme komt het gezichtspunt naar voren van de pas geproletariseerde arbeider, die zich met al zijn vezels verzet tegen deze proletarisering. Zojuist voortgekomen uit de boerenstand of het ambacht, dikwijls nog half-arbeider en half-ambachtsman (zoals de uurwerkmakers in de Zwitserse Jura bijvoorbeeld), brengen deze arbeiders hun leedwezen over het verleden tot uitdrukking tegenover het drama dat de neergang in de leefomstandigheden van de arbeidersklasse voor hen vormde. Hun sociale streven bestond erin het rad van de geschiedenis terug te draaien. In de kern van hun opvattingen bevindt zich het verlangen naar het kleine eigendom. Daarom analyseren wij het anarchisme, in navolging van Marx, als een uitdrukking van het binnendringen van de kleinburgerlijke ideologie in het proletariaat.” (7)
Anders gezegd erkennen wij dat het anarchisme zich, vanaf zijn ontstaan kenmerkte door een diepgaand gevoel van revolte tegen de barbarij van de kapitalistische uitbuiting, maar tegelijkertijd erft het ook de visie van 'ambachtslui, handelaars, kleine boeren' die het bij zijn ontstaan vorm hebben gegeven. Dat betekent absoluut niet dat vandaag alle anarchistische groepen 'kleinburgers' zijn. Het is overduidelijk dat de CNT-AIT, de KRAS (8) en anderen worden bezield door de revolutionaire adem van arbeidersklasse. Meer algemeen gedurende de 19e en de 20e eeuw hebben talrijke arbeiders, die de anarchistische zaak trouw waren, werkelijk gestreden voor de afschaffing van het kapitalisme en de komst van het kommunisme, van Louise Michel tot Durutti en van Voline tot Malatesta, enzovoort. Tijdens de grote revolutionaire golf van 1917 behoorde een deel van de anarchisten, in de rijen van de arbeiders, tot de meest strijdbare bataljons.
Net als altijd is er in de anarchistische beweging een strijd gaande tegen deze oorspronkelijke tendens om beïnvloed te worden door de ideologie van de geradicaliseerde kleinburgerij. En daaruit vloeien voor een deel de diepgaande meningsverschillen voort tussen individualistische anarchisten, de mutualisten, de reformisten, de nationalistische communisten en de internationalistische communisten (alleen deze laatsten behoren werkelijk tot het revolutionaire kamp). Maar, zelfs de internationalistische anarchisten ondergaan de invloed van de historische wortels van hun beweging. Daar ligt dan ook bijvoorbeeld de oorzaak van hun neiging om de 'arbeidersstrijd' te vervangen door 'autonoom volksverzet'.
Het is dus de verantwoordelijkheid van de IKS om op een eerlijke wijze, in alle openheid, al haar meningsverschillen naar buiten te brengen met als doel om, zo goed als zij dat kan, bij te dragen tot de versterking van het revolutionaire kamp. Net zoals het de verantwoordelijkheid is van de internationalistische anarchisten om door te blijven gaan hun kritiek op het marxisme tot uitdrukking te brengen. Dat moet op geen enkele wijze een belemmering zijn voor het houden van kameraadschappelijke debatten of een rem vormen op eventuele samenwerking, integendeel (9).
Bestaat er voor de IKS tussen de marxisten en de anarchisten een verhouding tussen meester en leerling?
Al deze kritieken van de IKS op het anarchisme richt ze niet op hen in de vorm van een meester die een leerling berispt. Tussenkomsten op ons Internet-forum hebben onze organisatie nochtans dikwijls verweten een 'meesterachtige' toon te hanteren. Buiten ieder verschil in smaak voor deze of gene literaire stijl, schuilt er achter die opmerkingen toch een reële theoretische kwestie. Is het de taak van de IKS om tegenover de CNT-AIT en, meer in het algemeen, het Linkskommunisme tegenover het internationalistisch anarchisme, de rol van 'gids' of van ‘model’ te spelen? Zijn wij van mening dat we een verlichte minderheid te vormen die anderen de waarheid, het bewustzijn moet influisteren?
Een dergelijke opvatting zou totaal in tegenspraak zijn met de eigenlijke traditie van het Linkskommunisme. En nog diepgaander toont zijn die tegenspraak in de band die de kommunistische revolutionairen verbindt met hun klasse.
Marx bevestigt dat in zijn Frans-Duitse Annalen: “Wij stellen ons niet voor aan de wereld als doctrinairen, gewapend met een nieuw beginsel: hier is de waarheid, op de knieën ervoor! Wij vertegenwoordigen voor de wereld nieuwe beginselen die wij halen uit de beginselen van de wereld zelf. Wij zeggen hem niet: “Stop met je strijd, het zijn kinderachtigheden; het is aan ons om de werkelijke raadgevingen voor de strijd te geven”. Al wat wij doen is aan de wereld laten zien waarom hij in werkelijkheid strijdt ”. (10)
De revolutionairen, marxisten en internationalistische anarchisten staan niet boven de arbeidersklasse, zij maken er integraal deel van uit, zij zijn door duizenden banden met haar verweven. Hun organisatie is het collectieve product van het proletariaat.
De IKS heeft zich dus nooit beschouwd als een organisatie die tot taak had om haar standpunt op te leggen aan de arbeidersklasse of aan andere revolutionaire groepen. Wij staan volledig achter de tekst van het Kommunistisch Manifest van 1848: “De kommunisten vormen geen partij die verschillend en tegengesteld is aan andere arbeiderspartijen. Zij hebben geen belangen die hen scheiden van het geheel van het proletariaat. Zij stellen geen bijzonder beginselen op waarnaar zij de arbeidersbeweging willen modelleren”. Het is hetzelfde beginsel dat Bilan, orgaan van de Italiaanse Linkskommunisten, tot leven brengt bij het verschijnen van haar eerste nummer in 1933:
“Zeker, onze fractie beroept zich op een lang politiek verleden, op een diepgaande traditie in de Italiaanse en internationale beweging, op een geheel van fundamentele politieke standpunten. Maar zij is niet van plan om deze politieke voorgeschiedenis te laten gelden als ze om instemming vraagt met de oplossingen die zij voorstaat voor de huidige toestand. Integendeel, zij nodigt de revolutionairen uit om de standpunten, die zij nu verdedigt, net als de politieke standpunten die zijn vervat in haar basisdocumenten, te onderwerpen aan een verificatie van de gebeurtenissen”.
Sedert haar oprichting heeft onze organisatie geprobeerd om diezelfde geest van openheid en diezelfde wil tot debat te in cultuur te brengen. Zo schreven wij al vanaf 1977:
“In onze relaties met [de andere revolutionaire groepen] die buiten de IKS staan, maar wel dichtbij, is ons doel duidelijk. Wij proberen een kameraadschappelijke en diepgaande discussie te bewerkstelligen over verschillende vraagstukken waarmee de arbeidersklasse wordt geconfronteerd.
“Wij kunnen onze functie tegenover hen pas echt vervullen (…) als wij tegelijkertijd in staat zijn:
Het gaat ons hier om een gedragsregel. Wij zijn overtuigd van de geldigheid van onze standpunten (en blijven tegelijkertijd openstaan voor een beargumenteerde kritiek), maar wij beschouwen ze niet als 'de oplossing voor de wereldproblemen'. Het gaat hier voor ons om een bijdrage aan de collectieve strijd van de arbeidersklasse. Om die reden hechten wij een heel bijzonder belang aan de debatcultuur. In 2007 heeft de IKS een hele oriënteringstekst gewijd aan dit vraagstuk alleen: 'De debatcultuur: een wapen in de klassenstrijd'. Wij stelden daarin: “Als de revolutionaire organisaties hun fundamentele rol willen spelen in de ontwikkeling en uitbreiding van het klassebewustzijn, is de cultuur van collectieve, internationale, kameraadschappelijke en publieke discussie absoluut essentieel” (12).
Bovendien zal de aandachtige lezer wel gemerkt hebben dat alle citaten, behalve het idee van de noodzaak tot debat, ook stellen dat de IKS vastbesloten is haar eigen politieke standpunten te verdedigen. Daar steekt geen tegenstrijdigheid in. In alle openheid willen discussiëren betekent niet dat men gelooft dat alle ideeën gelijk zijn, dat alle standpunten geldig zijn. Zoals wij het onderstrepen in onze tekst van 1977: “Verre van ze uit te sluiten gaan een ferme verdediging van de principes en een open houding hand in hand: wij hebben geen schrik om te discussiëren, juist omdat wij overtuigd zijn van de waarde van onze standpunten”.
Zowel in het verleden als in de toekomst heeft de arbeidersbeweging behoefte gehad aan vrije, open en kameraadschappelijke debatten tussen verschillende revolutionaire tendensen. Deze veelvuldigheid van standpunten en benaderingen zullen een rijkdom en onmisbare bijdrage vormen voor de strijd van het proletariaat en voor de ontwikkeling van zijn bewustzijn. Wij herhalen het nogmaals, maar binnen het gemeenschappelijk terrein van de revolutionairen kunnen er diepe meningsverschillen zijn. Deze moeten absoluut tot uiting komen en bediscussieerd worden. Wij vragen aan de internationalistische anarchisten niet dat zij afzien van hun eigen criteria, noch van wat zij beschouwen als hun theoretisch gedachtegoed. Integendeel, wij wensen vurig dat zij deze met helderheid uitleggen, als antwoord op de vraagstukken die zich aan allen opdringen. Wij wensen ook dat ze de kritiek de polemiek aanvaarden op dezelfde manier als waarop wij onze standpunten niet beschouwen als 'het laatste woord', maar als een open bijdrage aan elkaar tegensprekende argumenten. Wij zeggen niet tot deze kameraden: ‘geeft jullie wapens op tegenover de verkondigde superioriteit van het marxisme'.
Wij respecteren de diepgaande revolutionaire aard van de internationalistische anarchisten, wij weten dat wij zij aan zij zullen strijden als er bewegingen van massale strijd zich zullen voordoen. Maar wij zullen ook op overtuigde wijze (en hopelijk ook op overtuigende wijze) onze standpunten verdedigen over de Russische Revolutie en de Bolsjewistische Partij, de centralisatie, de overgangsperiode, de anti-arbeidersrol van het syndicalisme... Voor ons gaat het niet om een verhouding van tussen meester en leerling of de hoop enkele anarchisten te bekeren om hen in onze rijen in te lijven, maar om volop deel te nemen aan het noodzakelijke debat tussen de revolutionairen.
Zoals jullie zien kameraden kan dit debat wel eens heel geanimeerd … en begeesterend worden!
Als conclusie van deze serie van drie artikelen van 'Linkskommunisme en internationalistisch anarchisme', eindigen wij met deze enkele woorden van [de bekende anarchist] Malatesta:
“Als wij anarchisten de revolutie alleen zouden kunnen maken of als de socialisten (13) haar alleen konden maken, dan kon men zich de luxe veroorloven om ieder op zichzelf te ageren, en er misschien toe komen de handen ineen slaan. Maar de revolutie moet gemaakt worden door heel het proletariaat, het hele volk, waarvan de socialisten en de anarchisten in aantal slechts een minderheid vormen, zelfs als het volk veel sympathie lijkt te hebben voor de zowel de enen en voor de anderen. Als we onszelf verdelen, zelfs daar waar wij eensgezind kunnen zijn, dan zou dat neerkomen op het verdelen van het proletariaat, of beter gezegd, zijn sympathie doen afkoelen en het minder bereid maken om deze nobele gemeenschappelijke socialistische oriëntering te volgen, die socialisten en anarchisten met zijn allen zouden kunnen doen zegevieren van de revolutie. De revolutionairen en in het bijzonder de socialisten en de anarchisten, moeten ervoor waken, dat zij onderliggende motieven, die leiden tot onenigheid, niet opdrijven en zich vooral bezighouden met de feiten en de doelen die hen kunnen verenigen en hun het grootst mogelijke revolutionaire resultaat kunnen doen bewerkstelligen” (Volontà, 1 Mei 1920).
(1) Zie deel I van deze reeks in Wereldrevolutie nr.122 (september 2010): Wat wij gemeenschappelijke hebben.
(2) Zoals duizenden marxisten en miljoenen arbeiders in het algemeen, trouwens.
(3) Lees deel II van deze reeks in Wereldrevolutie nr.123 (december 2010): Over de moeilijkheden om te debatteren en hoe die te overstijgen.
(4)https://cnt-ait.info/article.php3?id_article=472&var_recherche=réformis... [6]
(5) Het gaat hier om een citaat van Rudolf Rocker dat de CNT-AIT overneemt
(6) In de Internationale Revue (Fr, Eng, Sp) nr. 79. Het kommunisme is geen mooi ideaal, maar een materiële noodzaak, deel 10: Anarchisme of Kommunisme?
(7) De Internationale Revue (Fr, Eng, Sp) nr. 102.
(8) Het gaat hier om de afdeling in Rusland van de AIT waar wij heel goede relaties mee onderhouden en waarvan wij reeds meerdere stellingnames in onze pers hebben gepubliceerd.
(9) Dit gezegd zijnde, hebben in de loop van de laatste maanden, kameraden (compagnons) anarchisten op juiste gronden geprotesteerd tegen overdreven formuleringen, die neerkwamen op een definitief en ongerechtvaardigd oordeel ten opzichte van het anarchisme. Als wij terugduiken in sommige van onze oude teksten, hebben wij op onze beurt passages aangetroffen die wij vandaag niet meer zouden schrijven:
– Zie: de Internationale Revue (Fr, Eng, Sp) nr. 102: “Arbeiderselementen, die denken de revolutie aan te hangen vertrekkend van het anarchisme, maar om een revolutionair programma te kunnen verdedigen moet men breken met het anarchisme”
– Révolution Internationale nr. 321, maart 2002: L'incapacité de l'anarchisme à offrir une perspective de classe contre la guerre impérialiste: “Om die reden moet het proletariaat zich resoluut afkeren van de anarchisten, die handelaars in illusies zijn”.
– In de Internationale Revue (Fr. Eng. Sp.) nr. 102 – 3e trimester 2000. Ons artikel Anarchisme en Kommunisme, dat nauwgezet de strijd van de 'Vrienden van Durutti' in de CNT in het Spanje van de jaren 1930 analyseert, maakt in een zinswending een karikatuur van de visie van de IKS op het anarchisme door te beweren dat er in 1936 'geen revolutionaire elan' meer bestond binnen de CNT. Onze recentere artikelen over het anarcho-syndicalisme, die wel degelijk opnieuw de integratie van de leiding van de CNT in de raderen van de staat en haar bijdrage tot de politieke ontwapening van de anarchistische arbeiders aanklagen (wat het werk van de stalinistische moordenaars vergemakkelijkte), heeft aangetoond hoe complex de toestand was. Er is binnen de CNT, op internationaal vlak, werkelijk strijd geleverd voor de verdediging van authentieke proletarische standpunten en tegen het verraad, waarop deze integratie in de Spaanse staat neerkwam. Lees daarvoor ook onze reeks over het revolutionair syndicalisme in de Internationale Revue (Fr, Eng, Sp) nr. 137, 141.
(10) Geciteerd door Franz Mehring in zijn biografie over K. Marx.
(11) In de Internationale Revue (Fr, Eng, Sp) nr. 11, 1977. The proletarian political groups.
(12) De Internationale Revue nr. 20: De Debatcultuur, een wapen in de klassenstrijd.
(13) Op het ogenblik dat Malatesta dit artikel schreef, groepeerde de Italiaanse Socialistische Partij, naast de reformisten, nog revolutionaire elementen die in januari 1921, op het Congres van Livorno, de PCI oprichtten.
Solidariteit van studenten met arbeiders van het GVB in Amsterdam. Utopia in Utrecht. Hoogleraren die in defilé door de straten van Den Haag trekken. Duizenden onderwijzers, ouders en scholieren van het passend onderwijs die protesteren in Nieuwegein. Ambtenaren, mensen van de sociale werkplaats, uitkeringstrekkers, enzovoort, die zich in een massaal protest verzamelen in Den Haag. Al deze volgden op de studentenacties, die een voorlopig hoogtepunt bereikten in een nationale manifestatie op 21 januari en waartegen zwaar intimiderend werd opgetreden door de repressiekrachten van de staat. Solidariteit van studenten met arbeiders van het GVB in Amsterdam. Utopia in Utrecht. Hoogleraren die in defilé door de straten van Den Haag trekken. Duizenden onderwijzers, ouders en scholieren van het passend onderwijs die protesteren in Nieuwegein. Ambtenaren, mensen van de sociale werkplaats, uitkeringstrekkers, enzovoort, die zich in een massaal protest verzamelen in Den Haag. Al deze volgden op de studentenacties, die een voorlopig hoogtepunt bereikten in een nationale manifestatie op 21 januari en waartegen zwaar intimiderend werd opgetreden door de repressiekrachten van de staat. De arbeiders in Nederland komen in beweging en volgen het voorbeeld van hun klassebroeders in Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië en vele andere landen in de wereld.
De mensen in Nederland zijn het beu. Aan de aanvallen op de inkomens en de levensomstandigheden lijkt wel geen einde te komen. Al dertig, veertig jaar lang sleept de crisis zich voort en voortdurend wordt er van iedereen gevraagd om de broekriem aan te halen. Maar nu begint de broekriem te strak te zitten en is er geen enkel vooruitzicht op een moment waarop er nog weer eens vrij kan worden adem gehaald. De situatie waarin de meeste Nederlanders terecht zijn gekomen wordt als steeds pijnlijker ervaren. Absolute armoede is geen sprookje meer, maar een maatschappelijk feit (zie het artikel over Nederland in Wereldrevolutie nr. 123) voor steeds meer delen van de arbeidersklasse.
De onbeschaamde hypocrisie van de politici
De verkiezingen voor de Provinciale Staten zijn nooit heel erg populair geweest. Dit keer lijkt het wel of niemand zich er mee bezig houdt. Voor grote delen van de arbeidersklasse in Nederland stelt zich maar één vraag: hoe kan ik me verdedigen tegen de aanvallen van de politiek op mijn inkomen en daarbij interesseert ze de verkiezingen even helemaal niet meer. De campagnes van de politieke partijen voor de verkiezingen van 2 maart worden dan ook nauwelijks gevolgd. En niemand denkt aan de mogelijkheid dat een regering, samengesteld uit andere politieke partijen, geen massale bezuinigingen zal doorvoeren en de arbeiders niet voor steeds meer precaire toestanden zal plaatsen.
Cohen op de zeepkist, geëscorteerd door Roemer en Pas. De toespraken van Cohen en consorten bij de arbeiders van de GVB op 15 februari en werden dan ook met grote scepsis gevolgd en aangehoord. Cohen, die zich opeens solidair verklaarde met de arbeiders die een privatisering staat te wachten, terwijl Kok zijn voorganger binnen dezelfde PvdA, een kampioen geweest is op het gebied van deregulering (een tweede fase waarin reeds geprivatiseerde instellingen volledig overgeleverd werden aan een moordende concurrentie van de markt) van allerlei semi-overheidssectoren. De SP van Roemer, die vanaf het eerste moment vooraan stond tegen het ontslag van de arbeiders bij MSD (Organon) (1) heeft deze, toen het erop aankwam, volledig laten zakken, maar staat op 17 februari wel opnieuw vooraan bij de manifestatie van de werkers in de publieke sector op het Malieveld in Den Haag om daar een soortgelijk kunstje te flikken.
Toename van de strijdwil onder de jongeren
De Nederlandse staat heeft niet alleen een schuld openstaan van 60% van haar bruto intern product. Ze heeft ook nog eens garanties uitstaan voor meer dan 200 miljard euro. Vandaar de onvermijdelijkheid van massale bezuinigingen van tegen de 20 miljard euro voor de komende jaren. Daarbij zijn de voornaamste pijlen gericht op het overheidspersoneel. Bedreiging met massaal ontslag is er voor de werkers bij de UWV (tussen de 4000 en 8000 werknemers); de universiteiten (mogelijk 6000 man personeel); het ‘passend’ onderwijs (wellicht 6000 werknemers); de belastingdienst (honderden banen); het openbaar vervoer in de grote steden (1000 arbeiders via privatisering).
Maar wat er vooral hard inslaat is de van 3000 euro voor ieder student aan de universiteit of hogeschool, die een jaar moet overdoen. Het is vooral deze maatregel die onder de jongeren en hun ouders kwaad bloed zet. Het verzet ertegen is, net als in verschillende andere landen van West-Europa, in de loop van de afgelopen maanden dan ook taai en grimmig geworden.
Ondanks een opkomende woede hier en daar, wordt de algemene tendens momenteel vooral gekenmerkt door voorzichtigheid en een houding van ‘eerst de kat uit de boom kijken’. Dat was ook wat de manifestatie van 17 februari uitstraalde, alhoewel er ook interesse bestond voor andere en ook voor kommunistische standpunten. De reacties van de arbeiders laten zien dat ze op dit moment nog niet in staat te zijn als een eenheid, als een klasse, op te treden die voldoende de kracht ontwikkelt om de bezuinigingen te keren. Maar de situatie kan snel omslaan onder invloed van de internationale gebeurtenissen en door de impact van de strijd onder de studenten en jongeren.
Degenen die zich echter niet zo gemakkelijk laten ringeloren zijn de studenten en scholieren van de universiteiten en hbo’s. Deze verzetten de jongeren zich al maandenlang tegen de boete van 3000 euro voor een ´zittenblijver´ op de universiteit. Wetende dat de meeste studenten genoodzaakt zijn om er een baantje bij te nemen om hun studie te kunnen betalen en fatsoenlijk rond te kunnen komen, is ´zittenblijven´ een patroon waar de helft van de studenten in de tegenwoordige tijd niet aan ontkomt.
Vanaf begin december afgelopen hebben ze een ononderbroken reeks van acties gevoerd in de vorm van demonstraties, bezettingen, uitdelen van flyers, demonstratieve bijeenkomsten, enzovoort. De kerstvakantie heeft de acties even onderbroken, maar de strijdbaarheid geenszins getemperd. Want in de maand januari van dit jaar gingen de acties onverminderd en zelfs nog radicaler door in de vorm van een hele reeks van bezettingen van hogescholen en universiteitsgebouwen.
Uitbreiding naar andere delen van de klasse
Tijdens de eerste acties lieten de studenten zich vaak nog leiden door de directieven van de officiële studentenvakbonden: waarvan de LSVB de belangrijkste is. En ze voerden actie aan de hand van typisch universitair getinte leuzen, waarbij ‘Kenniscrisis’ het officiële motto was. Maar in de loop van de acties, en met name vanaf januari, veranderde de geest onder de studenten en werden andere leuzen op de voorgrond geplaatst zoals: “I am your future”, “Mijn moeder is schoonmaakster: wat nu?”, “Thomas More: Utopia”, “Het Kapitaal”, enzovoort.
Zeker na de grote manifestatie van de 21e januari, in Den Haag, waar de reguliere studentenvakbonden geen standpunt innamen tegen het intimiderende optreden van de ME, voor, tijdens en na die manifestatie, gingen er steeds meer stemmen andere wegen te zoeken. Meer en meer won het standpunt terrein om de eigen strijd niet teveel te idealiseren als de enige en de ware strijd, maar aansluiting te zoeken bij andere groepen van de maatschappij die door dezelfde bezuinigingsmaatregelen getroffen worden. Dit gebeurde vooral in kringen van de verschillende groepen Kritische Studenten, die naar het voorbeeld van Utrecht, in verschillende steden ontstonden. Zo verscheen er op de website van Kritische Studenten Utrecht (KSU) een artikel waarin naar voren werd gebracht dat “Om de overheid te verslaan moeten we de handen ineen proberen te slaan met andere groepen die getroffen worden. (…) Voor toekomstige generaties studenten, maar ook voor de rest van de samenleving.”
En dit was niet het eerste artikel dat dit idee naar voren brengt. Dit was zeker al de tweede of derde soortelijke bijdrage aan de discussie. De IKS heeft de ontwikkeling van deze overdenking begroet en naar voren gebracht de discussie hierover verder te zetten. Maar iets naar voren brengen betekent nog niet dat het ook in de praktijk wordt gebracht. Net zoals de solidariteitsverklaring van de bezetters van de ‘Universiteit van de Toekomst’ (voor wie is er nog een toekomst?) met de arbeiders van de GVB, geen vervolg kreeg door zich daadwerkelijk bij hun strijd te vervoegen, zo hebben de Kritische Studenten Utrecht ook nog niet de kans aangegrepen zich aan te sluiten bij die andere groepen. Zelfs niet toen de werkers van het ‘passend onderwijs’ op 9 februari massaal bij elkaar kwamen in Nieuwegein, bijna onder de neus van de KSU.
We begroeten resoluut de beweging onder de studenten. Naar de toekomst toe is het echter belangrijk dat het universitaire en hogeschoolse kader wordt overstegen en zich te beschouwen als deel van één en dezelfde arbeidersklasse. Dat ze jongeren zijn die nu nog studeren, maar straks zullen gaan werken, dat ze niet alleen nu al, in allerlei bijbaantjes, maar zeker in de toekomst hun arbeidskracht zullen moeten verkopen om hun inkomen te verzekeren, daar zou best nog wat meer bij stilgestaan worden. Ze zijn nog steeds de werkenden, werklozen of precairen van de toekomst en zullen zich op die manier bij de massa van de arbeiders vervoegen.
Ondanks de huidige zwakheden zijn het nu vooral de studenten, de jongeren, die nieuwe generatie die ons, met al hun elan, het voorbeeld geven. Net als in Groot-Brittannië in december en Italië in dezelfde maand laten ze ons niet alleen zien wat strijdwil is, maar proberen ze, door het gewoon te doen, de weg te vinden die hun strijd perspectief geeft. Studenten in Londen trokken ook gewoon naar de stakende arbeiders van de metro om solidariteit te betuigen met hun strijd.
Delix / 23.02.2011
Voetnoten
(1) “Van één ding kunt u op aan: wij staan achter u en zullen u helpen waar we kunnen!” , aldus Roemer in een toespraak aan de arbeiders van MSD tijdens een manifestatie op 17-07-2010 in Oss.
De openbare bijeenkomst van de IKS beperkt zich niet tot één of enkele toespraken, waarbij er na afloop enige vragen kunnen worden gesteld. Zij is allesbehalve een eenmalige krachtmeting tussen tegenover elkaar staande standpunten. Integendeel: zij maakt deel uit van een voortgaande, levendige overdenking binnen de klasse, die alleen vruchtbaar kan zijn in een kameraadschappelijke uitwisseling van standpunten. Haar doel is bij te dragen aan het debat over de fundamentele kwesties die de klasse aangaan en daarover zoveel mogelijkheid helderheid te scheppen onder de aanwezigen. De openbare bijeenkomst van de IKS beperkt zich niet tot één of enkele toespraken, waarbij er na afloop enige vragen kunnen worden gesteld.
Zij is allesbehalve een eenmalige krachtmeting tussen tegenover elkaar staande standpunten. Integendeel: zij maakt deel uit van een voortgaande, levendige overdenking binnen de klasse, die alleen vruchtbaar kan zijn in een kameraadschappelijke uitwisseling van standpunten. Haar doel is bij te dragen aan het debat over de fundamentele kwesties die de klasse aangaan en daarover zoveel mogelijkheid helderheid te scheppen onder de aanwezigen.
De openbare discussiebijeenkomst die op 11 december in Amsterdam plaatsvond leidde opnieuw tot een levendig debat op basis van twee inleidingen: de ene inleiding was een samenvatting van de tekst van de AAGU Hoe organiseer je verzet zonder afbreuk aan je idealen? (1) De andere inleiding werd gedaan door een sympathisant van de IKS en is in zijn geheel hieronder afgedrukt.
De discussie liet zien dat er tussen de standpunten van aanwezigen grote verschillen kunnen bestaan, maar dat zoiets geen enkel beletsel vormt voor een hele levendige en interessante discussie. Juist omdat er duidelijke verschillen bestonden, leverde de discussie de diepgang op, die het voor de aanwezigen na afloop duidelijker maakte, wat de overeenkomsten en de verschillen zijn onder de aanwezigen, wat betreft hun ideeën over de vluchtelingenkwestie. Behalve de nog bestaande meningsverschillen bleek aan het einde van de vergadering dat we het ook over een aantal kwesties met elkaar eens zijn:
Wat is de werkelijke oorzaak van de massale vluchtelingenstroom vandaag? Welke solidaire houding moeten we aannemen?
Eindelijk het onderwerp vluchteling. Het is een goed onderwerp omdat het een van de centrale kwesties voor de arbeidersklasse in de hele wereld is. Uit de vorige discussie (op de contactbijeenkomst in Antwerpen op 28 augustus 2010) is gebleken dat het een belangrijke kwestie is voor de arbeidersklasse, want het onderwerp wekte een grote betrokkenheid op bij alle aanwezigen. De discussie was levendig, behandelde veel aspecten van de vluchtelingenkwestie en bijna iedereen nam er aan deel.
1. Over de volksbeweging/volksverhuizingen in de geschiedenis.
De volksbewegingen hebben in de geschiedenis altijd plaatsgevonden. Zelfs al voordat het kapitalisme bestond.
Deze volksbewegingen kwamen ook onder het kapitalisme voor (mensen werden van huis en haard verdreven door ellende, ziektes, en dergelijke en miljoenen stierven van de honger).
Mensen die in deze volksbewegingen terechtkwamen, konden in opgaande periode van het kapitalisme (tot 1900 ongeveer) redelijk gemakkelijk in het productieproces worden opgenomen. Het kapitalisme verkeerde toen in fase, waarin het zich steeds meer uitbreidde over de hele wereld. Toen kon ze ontheemden, die hun arbeidskracht te koop aanboden, goed gebruiken.
De mensen die teveel waren om direct aan het werk gezet te worden, toch maakten deel uit van het kapitalistische productieproces, maar dan in de vorm van een arbeidsreserveleger.
2. Hoe de bourgeoisie de vluchtelingenkwestie in de huidige periode inzet in imperialistische confrontaties
De situatie, zeker de laatste vijftig jaar, als het kapitalisme volop in zijn vervalperiode verkeert, is compleet veranderd . Mensen die op drift zijn geraakt, kunnen niet meer in productieproces worden opgenomen. Van een voordeel wordt het een probleem voor het kapitalisme. Vanaf dat moment worden ze niet meer beschouwd als potentiële arbeidskrachten, maar als vluchtelingen waar je geen kant mee op kunt en die alleen maar overlast veroorzaken.
Die zogeheten vluchtelingen worden in de loop van laatste eeuw daardoor steeds meer gebruikt als een politiek instrument en worden uitgespeeld in de confrontatie en de oorlog tussen de verschillende imperialistische rivalen (om druk uitoefenen op een andere blok of op een andere land).
3. Over de kwestie van de solidariteit met alle vluchtelingen.
Over algemeen werd hier ontkennend op geantwoord. Lang niet alle vluchtelingen maken deel uit van de arbeidersklasse en hebben dezelfde klassenbelangen als de arbeiders. Degenen die – potentieel, eventueel in de toekomst – tot de arbeidersklasse behoren, zijn niet alleen te verdedigen, maar moeten ook door de arbeidersklasse verdedigd worden. Zoiets kan echter nooit op individuele basis gebeuren. Hoe solidair ieder van ons persoonlijk ook zou willen zijn met de vluchtelingen die deel uitmaken van de arbeidersklasse. Zoiets kan alleen door de arbeiders in haar strijd als klasse tot stand gebracht worden (zijn beslag krijgen). Tenminste als de strijd een bepaald niveau bereikt heeft, of anders gezegd: als de arbeidersklasse het initiatief heeft in de strijd.
4. De vluchtelingen zijn in het reëel een probleem voor de arbeidersklasse. Een deel daarvan behoort tot de arbeidersklasse. De bourgeoisie gebruikt kwestie tegen de arbeidersklasse door een negatief beeld van de vluchtelingen te geven; en zo de tegenstellingen tussen de arbeiders van de verschillende nationaliteiten en culturen aan te wakkeren.
5. Het is van groot belang om onze eenheid van klasse te verdedigen tegen alle verdelingen die aan haar worden opgedrongen. Als de krachtsverdeling gunstig is kan zij de kwestie van de vluchtelingen in strijd opnemen en in goede richting leiden.
Het is wellicht belangrijk nog even te benadrukken dat de arbeidersklasse van nature de historische klasse is die de internationale eenheid (internationalisme) in zich draagt. Vandaar dat ze in haar verzet tegen de aanvallen van de bourgeoisie ook altijd streeft naar uitbreiding en eenmaking van de strijd. Daarom ook dat arbeiders van de verschillende andere sectoren en regio’s dan altijd de neiging hebben om zich solidair te verklaren en tot uitdrukking te brengen. Dit in tegenstelling tot de bourgeoisie, die haar hoogste vorm van eenheid bereikt in de nationale staat en maar één uitweg kent: die van de oorlog van allen tegen allen.
6. De kwestie dat zelfs de meest radicale strijd voor de vluchtelingen, zoals die van de AAGU niets te maken heeft met anti-kapitalistisme of met internationalisme. Ook al mag de AAGU nog zo vaak beweren dat ze geen onderscheid maakt naar ras, kleur, nationaliteit of afkomst, haar strijd blijft gevangen in de kapitalistische verhoudingen en wordt uiteindelijk zelfs gebruikt door de bourgeoisie. (2)
7. Hoe gaat de arbeidersklasse om met multiculturele verschillen binnen haar gelederen? Dit is ook aan de orde geweest in de discussie bij de vluchtelingenkwestie. Wellicht toch belangrijk om hier toch nog enige aandacht aan te besteden. Moet de arbeidersklasse te culturele identiteit van de eenieder blijven benadrukken, zoals links dat doet, of moet de arbeidersklasse ook streven naar meer eenheid op dat vlak? Met andere woorden: moet de arbeidersklasse ernaar streven zoveel mogelijk hindernissen weg te nemen die haar strijd tot eenheid in de weg kunnen staan? Hoe is de arbeidersklasse in de geschiedenis omgegaan met de verschillen in taal en cultuur. Is dat een probleem geweest of niet en hoe heeft ze die kwestie opgenomen in haar strijd. Zie bijvoorbeeld de Oktoberrevolutie in Rusland in 1917, waar arbeiders en arbeidsters van meer dan 10 verschillende ‘nationaliteiten’ in betrokken waren en deelnamen aan algemene vergaderingen en massabijeenkomsten.
IKS
Voetnoten
(1) Zie de website van AAGU: https://www.aagu.nl/ [11]
(2) Noot van de IKS: we twijfelen op geen enkele wijze en op geen enkel moment aan de integriteit en de oprechtheid van de kameraden, die op de openbare bijeenkomst aanwezig waren en deelnemen aan de acties van de AAGU. Maar hoe goedbedoeld de acties van de AAGU ook zijn, op de een of andere manier slaagt de bourgeoisie er toch altijd weer in om ze te gebruiken ten eigen voordeel. Al is het alleen maar door te laten zien hoeveel er in een democratie mogelijk is je je mening tot uitdrukking wilt brengen; dan zijn zelfs tegen de democratie gerichte acties mogelijk.
Links
[1] https://nl.internationalism.org/files/nl/WERE124.pdf
[2] https://nl.internationalism.org/tag/4/71/frankrijk
[3] https://nl.internationalism.org/tag/2/29/proletarische-strijd
[4] http://www.aagu.nl/
[5] https://nl.internationalism.org/tag/4/73/groot-brittannie
[6] https://cnt-ait.info/article.php3?id_article=472&var_recherche=réformisme+marxisme
[7] https://nl.internationalism.org/tag/18/281/linkskommunisme-en-internationalistisch-anarchisme
[8] https://nl.internationalism.org/tag/7/109/kommunistische-linkerzijde
[9] https://nl.internationalism.org/tag/7/117/internationalistisch-anarchisme
[10] https://nl.internationalism.org/tag/territoriale-situatie/sociale-situatie-nederland
[11] https://www.aagu.nl/
[12] https://nl.internationalism.org/tag/aktiviteiten-van-de-iks/openbare-discussiebijeenkomsten-permanenties