Bijlage | Grootte |
---|---|
![]() | 559.35 KB |
De vraag of de crisis de Nederlandse economie hard zal treffen, is hetzelfde als een open deur intrappen. Niemand zal nog ontkennen dat de wereldcrisis Nederland nagenoeg net zo hard raakt als ze alle overige landen van West-Europa doet. De Nederlandse economie wordt meegezogen in de wervelwinden van de kapitalistische neergang.
De gebeurtenissen in Nederland van het laatste half jaar doen de bourgeoisie niet alleen achter de oren krabben wat betreft de actualiteit van de theorieën van Karl Marx, ze bevestigen ook de analyse van de IKS dat deze al begon "aan het eind van de jaren '60. Vanaf 1967 hoopten ernstige monetaire problemen zich op de grote nationale economieën zagen geleidelijk hun groeivoeten dalen. Dat was het einde van de periode van ‘welvaart' van de jaren '50 en '60, die door de bourgeoisie "de dertig glorieuze jaren" werden genoemd." (De bourgeoisie kan het bankroet van het kapitalisme niet voorkomen; Wereldrevolutie 115)
Een economische crisis die nog nooit zo hard heeft toegeslagen ...
De crisis treft de Nederlandse economie harder dan ooit te voren:
- In het laatste jaar zijn er 39 miljard euro's vervlogen, in rook opgegaan bij de grootste banken, financiële instellingen in Nederland. Fortis Bank Nederland alleen al heeft vorig jaar 18,5 miljard euro verlies geleden.
- In vergelijking met januari 2008, is de omzet van de Nederlandse industrie in januari 2009 met een kwart gedaald. Dat is de sterkste omzetdaling die ooit is gemeten. Alle branches behaalden minder omzet dan in januari 2008. De transportmiddelenindustrie kende met 42% de grootste teruggang van de omzet. Dit blijft vrijdag uit cijfers van het Centraal Bureau van de Statistiek.
- Het aantal faillissementen neemt schrikbarende vormen aan, een explosieve stijging van het aantal in de horeca, onder de autodealers, vervoersbedrijven, enzovoort. Een toename daarin is nog nooit zo groot geweest als nu
- Het gevolg is dat er alom massale ontslagen worden aangekondigd. Behalve de tijdelijke, flexibele werkers, van wie niemand het contract wordt verlengd, worden er in alle sectoren ontslagen massaal ontslagen aangekondigd. Corus (900), ING (2700), Zorgconcern Orbis (1100), Eureko (2500), enz.
De voorspellingen zijn dan ook somberder dan ooit. De verwachtingen van het CPB zijn dat de Nederlandse economie er dit jaar met 3,5% op achteruit zal gaan.
- De 3,5% krimp die voor 2009 is voorzien is na de tweede wereldoorlog nog nooit vertoond. Het is zelfs de sterkste daling sinds begin jaren 30. De crisis van de jaren tachtig, was een stuk milder. Toen kromp de economie twee jaar op rij. Te weten 0,8% in 1981 en 1,2% in 1982. Bijna alle andere naoorlogse jaren groeide de economie.
- De (officiële) werkloosheid zal oplopen van 300.000 nu tot 425.000 eind dit jaar en zelfs tegen de 700.000 (8,75%) volgend jaar. Een percentage van 8,75% van de beroepsbevolking in 2010, dat betekent meer dan een verdubbeling ten opzichte van nu.
De gevolgen voor de arbeidersklasse zijn dramatisch:
- Door de inkrimping van de reserves van de pensioenfondsen is besloten tot directe bevriezing van de pensioenenuitkeringen en pensioenopbouw niet langer met de prijsstijging mee te laten gaan. Dit laatste heeft vooral grote gevolgen voor iedereen boven 40 jaar, want die moet rekenen op een vermindering van zijn of haar pensioenuitkering met 5 tot 10 procent.
- Door de crisis op de huizenmarkt zijn er steeds meer gezinnen die hun woonlasten (hypotheek) niet meer kunnen betalen en op straat worden gezet. "Steeds meer mensen worden hun woning uitgezet. Het aantal uitzettingen bij corporaties nam vorig jaar met 14 procent toe tot ruim 8500." Aldus Dagblad van het Noorden van 12 december 2008.
Door de maatregelen van de regering, die 25 maart jongstleden aangekondigd zijn, dat wil zeggen:
- Een drie jaar lange bevriezing van de lonen in de openbare diensten en van de uitkeringen, die daaraan gekoppeld zijn;
- 2,4 miljard euro aan bezuinigingen op de zorg, waarvan de helft op de zorgtoeslag, tegen de achtergrond van verhoging van de ziekenfondspremies en de eigen bijdragen en het uitkleden van de basisverzekering.
De crisis onder controle? Of hoe de bourgeoisie probeert hem af te wentelen op de arbeidersklasse
Ondanks de lange lijst van de op 25 maart jongstleden aangekondigde bezuinigings- en stimuleringsmaatregelen zal de economische situatie er fundamenteel niet door verbeteren. Wat de regering ook doet, niets helpt. Het is dweilen met de kraan open. De bourgeoisie heeft geen oplossing voor de crisis. "Al de reddingsplannen zijn vroeger of later tot mislukken gedoemd. Er zal geen echte heropleving komen van de kapitalistische economie. Geen enkele politiek, noch van links noch van rechts, kan het kapitalisme redden, want het systeem is aangevreten door een dodelijke en ongeneeslijke ziekte" (Pamflet van de IKS van 25-10-2008). Ze mag hopen dat het toegepaste medicijn de tumor eerder vernietigd dan de patiënt. Want het toegepaste medicijn mag op de korte termijn enige verlichting geven, op de lange duur verergert ze de ziekte alleen maar.
Ook de voorstellen van ultralinks om over te gaan tot nationalisatie van de grootste banken en basisindustrieën zal daar geen zier aan veranderen. Zo pleit Willem Bos in Grenzeloos van 08-12-2008, in een artikel getiteld: Links en de crisis. Een ecosocialistisch, antikapitalistisch alternatief:
"Links moet in reactie hierop eisen dat de hele financiële sector in gemeenschapshanden wordt gebracht. Die eis zou niet slechts de grote banken moeten betreffen, maar de hele sector die voor het functioneren van de reële economie cruciaal is."(...) "Niet alleen de financiële sector, maar ook andere sectoren van de economie die van groot strategisch belang zijn of die zelf om steun vragen moeten in gemeenschapshanden gebracht worden. De energievoorziening en sleutelsectoren als de auto-industrie en de bouw moeten niet langer aan de vrije markt worden overgelaten."
Want ook al neigt ze dat in alle toonaarden te ontkennen, in wezen doet de regering al wat ultralinks voorstelt: de belangrijkste financiële instellingen zijn al voor het grootste deel onder controle van de ‘overheid' gebracht, terwijl andere sectoren die van groot strategisch belang zijn voor onze economie ook al voor een groot deel overeind gehouden worden door massale subsidies en overheidsinvesteringen.
Ultralinks vraagt dus de staat om de arbeiders te hulp te schieten, maar van alle ondernemers is de staat wel de ergste van allen. Wat ultralinks ons probeert wijs te maken, de staat niet onze grootste bondgenoot, maar onze grootste vijand. Als er een instantie is die de afgelopen tientallen jaren aanvallen op de inkomens van de arbeiders heeft ondernomen, dan is dat wel de staat geweest. Hiervoor hoeven we alleen maar even te herinneren aan datgene wat in de laatste 25 jaar is doorgevoerd op het vlak van de verlaging van de ww-uitkering, van de aow-uitkering en de systematische verhoging van de ziekenfondskosten.
De staat heeft geen oplossing voor de crisis, dat belet haar niet om te proberen de gevolgen van de crisis tegen de arbeidersklasse te gebruiken. Om het financieel systeem overeind te houden en haar concurrentiepositie op de Europese markt te handhaven heeft de Nederlandse regering tientallen miljarden euro's moeten uitgeven. En die rekening zal toch betaald moeten worden. En wie anders dan de arbeidersklasse zal er op moeten draaien voor het grootste deel van het reddingsplan dat de regering Balkenende 25 maart jongstleden gelanceerd heeft? Er is de bourgeoisie alles aan gelegen om de bevolking, en de arbeidersklasse natuurlijk in het bijzonder, ertoe te brengen te gevolgen van de crisis en de bezuinigingen opnieuw te doen slikken.
Om de arbeidersklasse daartoe te brengen, heeft ze een campagne opgezet met de bedoeling de crisis voor te stellen, niet als de onvermijdelijke uitdrukking van een systeem zonder perspectief, maar als een soort van natuurramp die de gehele Nederlandse bevolking tesamen overkomt. "Een normale cyclische teruggang, die we al twee jaren geleden zagen aankomen, is versneld door de tot grote hoogte opgelopen olieprijzen en vervolgens in vrije val geraakt door de gevolgen van de financiële crisis." (...) "Dat is een crisis; de springtij in een normale getijde beweging." (Donner in een toespraak op een CNV symposium; 29-01-2209) Met andere woorden: een gevaar, net zoals het internationale terrorisme, waartegen we gezamenlijk ten strijde moesten trekken.
En om dat iedereen nog eens flink onder de neus te wrijven, heeft ze de campagne geenszins bescheiden gehouden. Integendeel: ze heeft de omvang van de ons bedreigende ramp ruimschoots uitgestald. "Verre van het verbergen van de omvang van de ramp ... stouwen de media ellenlange bladzijden (en programma's) vol met onrustwekkende en rampzalige scenario's om de arbeiders te terroriseren." (Arbeiders moeten weigeren op te draaien voor de crisis; Internationalisme 341)
Dat er een zekere ongerustheid en paniek ontstond onder de bevolking als gevolg van de indrukwekkende gebeurtenissen op het vlak van de financiële en economische huishouding en de campagne die de bourgeoisie daarbovenop gooide, is heel goed verklaarbaar. Op zo'n moment is de eerste impuls toch te denken aan "zijn eigen spaarcenten, afbetalingen, studiegeld voor de kinderen, zijn baan en zijn latere pensioen". Maar als iedereen zich in zijn eigen hoekje terugtrekt, zich in zichzelf keert, zal het gevoel van onmacht de overhand krijgen. Met als gevolg de neiging zijn toevlucht te zoeken tot de kapitalistische staat en bescherming te zoeken achter de brede rug ban een grote roerganger, i.c. Wouter Bos. Dat is iets wat de bourgeoisie nu precies wil, maar wat de maatschappij op den duur niets anders biedt dan meer verarming, meer ontberingen en meer ellende.
Hoe te bekomen van de schrik en collectief te reageren
"De schrik voor de economische recessie werkte in eerste instantie als een rem op de strijd en versterkte het gevoel van atomisering en onmacht tegenover de verwoestingen van de crisis." (Arbeiders moeten weigeren op te draaien voor de crisis; Internationalisme 341) Maar enigszins bekomen van deze schrik, gaan ze toch weer op zoek naar een collectief antwoord. De bourgeoisie heeft dan ook groot gelijk als ze meer waarde hecht aan het standpunt en de houding van de sociale partners, en dan met name aan dat van Jongerius van de FNV, dan aan die van het parlement. De sociale kwestie wordt anno 2009 immers niet meer uitgevochten in de Tweede Kamer, maar op straat, in massale betogingen, in een verenigd front van arbeiders (werkenden en werklozen; ambtenaren en arbeiders in de privé, jongeren en ouderen) tegen de voortgaande aanslagen op de levensvoorwaarden van ieder van ons.
En de bourgeoisie is zich daar heel goed van bewust. Vandaar al haar manoeuvres, waarbij ze de FNV tijdelijk naar het voorplan van de sociale situatie schoof. Wekenlang trokken de regeringspartijen zich terug in een ivoren toren, zogenaamd om te onderhandelen over de nieuw te nemen maatregelen. In wezen gaf ze zo alle ruimte aan de FNV om actie te voeren tegen het kabinet, tegen haar gebrek aan daadkracht de crisis het hoofd te bieden, tegen haar gebrek aan onvermogen om banen te behouden die massaal verloren dreigen te gaan, tegen haar gebrek aan doortastendheid in het aanpakken van al diegenen die misbruik maken van de crisis. Op 13 maart vond er dan een demonstratie plaats in Den Haag, waar Jongerius iedere roep om actie vanaf de basis omboog tot een oproep tot meer actie van het kabinet. Uiteindelijk werd er een nationaal akkoord gesloten, waarbij Jongerius werd geprezen als de nieuwe koningin van Nederland, die aan iedereen haar zin had weten op te leggen en de plannen van de FNV er had weten door te drukken. Inclusief het afserveren van de verhoging van de AOW leeftijd naar 67 jaar.
Voor wat de gevolgen zijn van de politiek van zo'n Jongerius voor het inkomen van de arbeiders, hoeven we slechts te verwijzen naar wat er gebeurt bij TNT post. Bij TNT post werkt de FNV momenteel aan een regeling waarbij de werkers ronduit gechanteerd worden: willen ze hun banen kunnen behouden dan moeten ze 15% van hun loon inleveren, zijn ze niet bereid om die aderlating te doen, dan worden er duizenden werkers op straat gezet. Dat zijn nu de organisaties, waar wij volgens ultralinks ons vertrouwen in moeten stellen. Want zelfs als de vakbonden zich "strijdbaar" tonen, zoals ultralinks dat graag ziet, dan is dat ook slechts een manoeuvre, een tactiek om de arbeiders mee te slepen op de uitzichtloze weg van een onderschikking aan de belangen van de kapitalistische nationale economie.
De crisis (de beste bondgenoot van het proletariaat) zal de strijdwil op termijn toch weer doen toenemen en de vragen aanwakkeren hoe ten strijde te trekken tegen de nieuwe golf van aanvallen op de levensvoorwaarden. Want bij de bezuinigingen die op 25 maart aangekondigd zijn, zal het niet blijven. Want als we ons ervan bewust zijn dat de bourgeoisie geen oplossing heeft voor de crisis, dan weten we dat er nieuwe ronden van bezuinigingen aangekondigd zullen worden. En de arbeiders weten dit beter dan wie ook. Ze hebben al vele malen eerder met dit bijltje gehakt.
De ontwikkeling van de strijd van de laatste jaren laat zien dat er een rijping plaatsvindt binnen de arbeidersklasse. De voorbeelden van Frankrijk, Griekenland, Duitsland en op de boorplatforms in Groot-Brittannië (zie elders in dit nummer van Wereldrevolutie en onze site www.internationalism.org [2]) tonen ons dat de arbeidersklasse een duidelijke stap vooruit heeft gezet inzake haar bewustzijn over de inzet van de strijd, het zoeken naar solidariteit, en het refereren naar de strijd van klassebroeders elders in de wereld.
In Nederland zien we aan de ene kant dat het verzet van de arbeiders gestaag doorgaat en duidelijk niet alles over hun kant laten gaan. Als de aanvallen te drastisch zijn, dan laat ze regelmatig haar tanden zien. Zoals we onlangs weer hebben kunnen zien bij de schoonmakers op Schiphol die, begin april, het enkele malen achtereen succesvol de strijd opnamen tegen de verslechtering van de werkomstandigheden doordat de schoonmaakbedrijven besloten hadden onderling te gaan kwartetten met de werkers. Met andere woorden: de flexibilisering nog verder door te zetten, waardoor er een nog grotere onduidelijkheid en onzekerheid ontstond over werktijden, taken, locaties en zelfs over de banen die nog behouden konden blijven.
Tegelijkertijd kunnen we zien dat de arbeidersklasse zich niet langer laat verleiden tot ‘onverantwoorde' acties, waarbij ze bij voorbaat al een verloren strijd voert en de bourgeoisie haar gemakkelijk naar de nederlaag kan voeren. In tegenstelling tot de jaren '80, laat ze zich niet meer zo gemakkelijk laat meevoeren in een uitzichtloze strijd, tot aan het eind, totdat steeds meer delen afhaken en uiteindelijk een kleine minderheid zijn toevlucht neemt tot geweld en gemakkelijk in de pan gehakt kan worden. Ze gaat weloverwogen te werk en zoekt het juiste tijdstip uit om de aanvallen van de bourgeoisie op haar inkomen af te slaan. Dit tekent de rijping van het bewustzijn in de klasse.
Danard /13.04.2009
Op het moment dat deze tekst wordt geschreven (12 september) zijn de details van de regeringsplannen nog niet bekend. Maar het is zonneklaar dat de crisis de Nederlandse economie zeer hard treft, wat de bourgeoisie er toe brengt om de levensomstandigheden van de bevolking hard aan te pakken. Reeds hebben vele bedrijven mensen ontslagen. Vrijwel dagelijks kan men in de media horen dat er mensen uit moeten. Een record aantal kleine bedrijven ging failliet, velen hebben het zeer moeilijk waardoor duizenden mensen op straat zijn komen te staan. Maar ook grote bedrijven gooien mensen op straat, met duizenden tegelijk, zoals bij KLM, ABN-AMRO en TNT, etc. Het laatste bedrijf kondigde aan dat 11.000 van de 23.000 mensen weg moeten.
Menig bedrijf gaat zo ver om de nog-werkenden te chanteren met banenverlies. Zo trachtte de V&D-directie de uit onderhandelde loonsverhoging van 3,3% terug te draaien, zogenaamd om 550 ontslagen te voorkomen, maar de arbeiders kwamen in verzet en het bedrijf moest bakzeil halen. De TNT-directie kwam met het volgende: accepteer een loondaling van 5 tot 15% of er vallen duizenden ontslagen. Zo probeert men de arbeiders een schuld gevoel op te dringen: omdat ze zo egoïstisch zijn, de broekriem niet willen aanhalen, moeten er ontslagen vallen. Ondanks dat de bonden wel oren hebben naar zulke voorstellen, ze stelden ze zelf aan Corus voor de looneisen te matigen tegen werkgarantie, gingen de arbeiders niet in dit verdeel-en-heers spel mee, ze wezen de loondaling af. Ondanks het feit dat een deel van de werkloosheid wordt verhuld door een vrij massaal gebruik van de deeltijd-WW-regeling, loopt de werkloosheid snel op. Het CBS, het CPB en DNB melden allen dat de werkloosheid tot 675.000-730.000 zal stijgen, een absoluut record.
Naast dat er ontslagen vallen wordt de bevolking ook getroffen door bezuinigingen van de regering: op de AWBZ, kinderopvang, sociale uitkeringen, de zorg, onderwijs, de WaJong, etc. Maar Donner maakte duidelijk dat de deeltijd-WW-regeling helemaal moet worden betaald door bezuinigingen op andere uitkeringen, zoals de WAO en de bijstand. Zo worden uitkeringstrekkers tegen elkaar en tegen nog werkenden uitgespeeld.
Maar de allerhardste aanval door de regering Balkenende is die op de pensioenen. Een verhoging van de AOW-en-pensioenleeftijd van 65 naar 67 jaar is vrijwel onafwendbaar, maar 68 en 70 jaar wordt ook al genoemd. Prepensioen en VUT waren al tot iets uit het verleden geworden. Daarnaast gaan de pensioenpremies omhoog en wordt er niet-geïndexeerd, er wordt zelfs al gesproken over een verlaging van de uitkeringen. De FNV stribbelt zogenaamd nog tegen, mag in de SER met alternatieven komen, maar het CNV is openlijk voor de regeringsplannen. De CNV-Jongeren komen zelfs in actie voor de verhoging van de pensioenleeftijd, de FNV er tegen. Ouderen en jongeren worden in dit vakbonds‘debat’ als egoïstisch en onsolidair neergezet = tegen elkaar uitgespeeld. In een kort artikel kunnen we natuurlijk niet uitgebreid op alle actuele kwesties ingaan. Daarom zullen we er op terugkomen op onze website https://nl.internationalism.org [4]. Duidelijk is: er staat ons nog heel wat te wachten.
Het is nu precies 30 jaar geleden dat er in de Rotterdamse haven een belangrijke staking plaatsvond. De grootste kracht van die staking was de (zelfstandige) organisatie van de strijd door de arbeiders zelf.
De dokwerkers in de Rotterdamse haven in 1979 hebben ons getoond welk een kracht er kan uitgaan van een strijd die door de arbeiders in eigen hand genomen en zelfstandig geleid wordt. Dat is de belangrijkste ervaring die in de staking aldaar opgedaan werd en werd toegevoegd aan de strijd van de internationale arbeidersklasse.
Het is nu precies 30 jaar geleden dat er in de Rotterdamse haven een belangrijke staking plaatsvond. De grootste kracht van die staking was de (zelfstandige) organisatie van de strijd door de arbeiders zelf, zoals die tot uitdrukking kwam in
De dokwerkers in de Rotterdamse haven in 1979 hebben ons getoond welk een kracht er kan uitgaan van een strijd die door de arbeiders in eigen hand genomen en zelfstandig geleid wordt. Dat is de belangrijkste ervaring die in de staking aldaar opgedaan werd en werd toegevoegd aan de strijd van de internationale arbeidersklasse.
Natuurlijk kent iedere staking ook haar zwakheden, en die in Rotterdam 1979 maakte daarop geen uitzondering. De belangrijkste zwakheid was wel de illusie binnen de arbeidersklasse van dat moment (anno 1979) dat een strijd zich vooral binnen de sector afspeelde en ook binnen die grenzen uitgevochten moest worden. Met andere woorden: dat het in eerste instantie een strijd was gericht tegen de havenbaronnen en het havenkapitaal en niet zozeer tegen het kapitalisme en de burgerlijke staat. Toen de noodzaak van uitbreiding van de strijd zich stelde, werd dan ook voornamelijk gedacht aan andere sectoren in de Rotterdamse haven (container, petrochemie) en aan andere havens aan de Noordzee.
Dat idee bestond echter niet alleen binnen de klasse, maar heerste toentertijd ook nog op ruime schaal binnen de revolutionaire organisaties van het proletariaat. Wat de IKS betreft, is er nagenoeg geen artikel van uit die tijd te vinden dat niet ergens de noodzaak aanstipt tot uitbreiding naar andere bedrijven in Rotterdam en naar havens elders aan de Noordzee.
Ook het hiernavolgende artikel, dat overgenomen is uit Weltrevolution nr. 1 (december 1979), huldigt die opvatting als het schrijft: “Bovenal was echter beslissend dat de Rotterdamse havenarbeiders hun eigen haven niet konden afsluiten.” In deze zinssnede wordt namelijk uitgegaan van de gedachte dat havenstakers eerst alle arbeiders in de Rotterdamse haven tot staking moeten weten te bewegen voordat de strijd een succes zou kunnen worden. Daarnaast bestond er ook nog een ander idee binnen de IKS, namelijk dat de staking met name uitgebreid moest worden naar andere havens aan de Noordzee om te voorkomen dat de schepen daar gelost zouden gaan worden. Beide opvattingen gaan uit van de gedachte dat de ondernemers in de haven economisch onder druk gezet moeten worden om de staking tot een succes te maken. Ze moeten het met andere woorden in hun portemonnee voelen om uiteindelijk overstag te gaan en te bezwijken onder de druk die door de staking op hen wordt uitgeoefend.
Dat is een politieke opvatting die we in de periode daarna hebben moeten corrigeren. Want we leerden dat de oproep tot uitbreiding van de strijd naar andere havens en naar andere bedrijven in de haven, de gedachte kon doen postvatten binnen de arbeidersklasse dat deze strijd op de eerste plaats een havenstrijd was en geen uitdrukking van de internationale strijd van de arbeidersklasse. We leerden eveneens dat een oproep tot het lamleggen van iedere bedrijfsactiviteit, in welke haven dan ook, het idee versterkt dat de strijd van de klasse een voornamelijk economische strijd is en niet op de eerste plaats een politieke strijd.
De staking in Polen, die een jaar later plaatsvond, maakte duidelijk welk een reusachtige dynamiek er kan uitgaan van een staking die zich niets aantrekt van de sectoriële grenzen en de arbeiders van alle bedrijfstakken verenigt in één enkele strijdbeweging. Belangrijk is te memoreren dat het Rotterdam was, die daarvoor mede de weg heeft gewezen!
Sinds de grote staking in de haven van Rotterdam zijn er drie maanden verstreken. De arbeiders namen het werk na een maand weer op, echter zonder hun eisen, zoals 30 en later 50 gulden in de week meer, pensionering op 60-jarige leeftijd en meer vrije dagen ingewilligd te krijgen. De staking was door de gebundelde krachten van de vakbonden en politie gebroken, nadat zij blootgesteld was aan dreigingen van de rechtbank en laster van de media.
De staking is ten einde. Het gaat er nu om lering te trekken uit deze belangrijke ervaring. Want het is niet onze taak de strijd van onze klasse te verheerlijken noch haar nederlagen te betreuren. We moeten leren van de gebeurtenissen, zodat we de volgende keer een nog betere strijd kunnen voeren. Met de geringe krachten, die ons momenteel ter beschikking staan, zetten we ons er voor in dat de gehele klasse gebruik kan maken van zowel deze als van iedere andere belangrijke actie van de klasse. Waar de klasse zowel in Duitsland als in Nederland dus gebruik van kan maken. Deze internationalisering van de strijdervaringen, die momenteel door de leugens en het doodzwijgen door de vakbonden en door links tegengewerkt wordt, is een noodzakelijke voorwaarde voor de versterking van onze strijd tegen de wereldwijde aanvallen van het kapitaal.
De toestand waarmee de arbeiders in Holland geconfronteerd worden, treft men ook hier (in Duitsland) aan. De christendemocratische regering van Van Agt is vastbesloten het loon van de arbeiders te matigen om op die manier de Hollandse producten een betere concurrentiepositie te verschaffen op een krimpende wereldmarkt. De sociaaldemocratische vakbonden tekenen daartegen protest aan. Maar in werkelijkheid proberen ze deze loonsverlaging zelf, en met alle middelen, door te voeren. Ze waren woedend toen de havenarbeiders de welbekende vruchten van “harde onderhandelingen” tussen de vakbonden en de ondernemers (een “loonsverhoging” van 4 gulden per week) afwezen. Het aanbod lag inderdaad ruim onder de stijging van de prijzen. Niet alleen de dokwerkers, maar ook de slepers, die kort daarvoor een “bevoorrechte” nieuwe cao hadden afgesloten, gingen ook in staking. Alles bij elkaar namen er ongeveer 12.000 arbeiders er aan deel.
De stakers kregen geen cent van de Vervoersbond. Ook kregen ze niets van de bejubelde Hollandse welvaartsstaat. De rechtbank had de staking voor onwettig verklaard en de stakers gedreigd met gepeperde geldstraffen. De arbeiders namen de strijd zelf in handen. Er vonden iedere dag algemene vergaderingen plaats, waaraan gemiddeld 4000 arbeiders deelnamen. Een stakingscomité, dat samengesteld was uit afgevaardigden van de bedrijven en dat verantwoording moest afleggen tegenover de algemene vergadering zorgde voor de centralisatie en coördinatie van de strijd. In de eerste dagen van de staking waren er 2000 mannen die deelnamen aan het posten bij de bedrijven. Zulke stakingsposten heeft men in Nederland lange tijd niet meer gezien.
Er werden ook campagnes gestart om de bevolking over de strijd te informeren en financiële ondersteuning te bewerkstelligen. Er werden delegaties naar de Amsterdamse haven gestuurd, waarbij daar aansluitend ook twee keer het werk werd neergelegd. Bovendien waren er elders sporadische solidariteitsacties, zoals in de Gronings bedrijf en van de havenarbeiders van Gotenburg in Zweden. Er ging ook een delegatie naar de arbeiders in de petrochemie en naar de arbeiders in de oliehaven in Rotterdam. Maar bij het reusachtige bedrijf van Shell kwam het pas tot staking, toen de havenstaking voorbij was. De arbeiders hielden bovendien het gebouw van de Vervoersbond een tijdlang bezet om de uitbetaling van stakingsgeld af te dwingen. Ze eisten dus hun zwaar verdiende geld terug dat ze aan de vakbond hadden afgegeven. Maar de vakbond bleef op “haar”geldbuidel zitten, want ze vreesde dat een overwinning voor de havenarbeiders zou leiden tot een loonexplosie in heel Holland.
Aan het einde van de derde stakingsweek verloor de strijd aan kracht vanwege het voortdurende isolement van de staking en toenemende kritieke financiële situatie van de stakers. De schepen, die bestemd waren voor Rotterdam, konden meestal in andere havens gelost worden. In Hamburg en Bremen zweeg de vakbond over de staking en hield de haven open. Maar zelfs in de traditioneel militante haven van Antwerpen konden de schepen, die voor Rotterdam bestemd waren, gelost worden.
Tijdens de staking heeft de IKS in al haar tussenkomsten de dringende noodzaak naar voren gebracht om het isolement te doorbreken, dat door de vakbonden versterkt werd. Door middel van onze pers en pamfletten, maar ook door discussies met de stakers bij het stakingscomité, in de algemene vergaderingen en bij de stakingsposten hebben we de kameraden opgeroepen alle noodzakelijke stappen te zetten, om andere arbeiders in de staking te betrekken. In dit kader hebben we, door middel van pamfletten die verspreid werden in de haven Amsterdam, Antwerpen en Zeebrugge, voorgesteld om solidariteitsacties te organiseren en een delegaties te sturen naar de vergadering in Rotterdam.
Bovenal was echter beslissend dat de Rotterdamse havenarbeiders hun eigen haven niet konden afsluiten. Omdat ze dit niet gedaan hebben, was het nauwelijks te verwachten dat andere arbeiders hun staking serieus zouden nemen. Inderdaad ging het containerverkeer gewoon door en bleef de oliehaven open. (Deze arbeiders hebben andere cao’s, zijn deels in andere vakbonden georganiseerd, enzovoort. De structuur van de vakbondsonderhandelingen scheidt de arbeiders van elkaar.)
Tegen de achtergrond van deze situatie werd daarop besloten dat er op 19 september een massadelegatie naar de containerhaven moest gaan, om ook deze arbeiders tot staking te bewegen. De ME greep direct in en sloeg de havenarbeiders onbarmhartig in elkaar. Op dezelfde dag bood de sociaaldemocratische vakbond FNV haar leden een eenmalige uitbetaling van 550 gulden aan, die gold voor iedereen die een verklaring wilde ondertekenen, waarin ze zichzelf verplichtten weer aan het werk te gaan. Dus geconfronteerd met de gebundelde krachten van de vakbon, de politie en de rechtbank - het gehele arsenaal van de staat – en met ’t oog op het onveranderde isolement van de staking, besloten de arbeiders op de daaropvolgende zaterdag in de algemene vergadering de staking te beëindigen.
Met de Rotterdamse staking duiken de strijdmiddelen van het proletariaat op die karakteristiek zijn voor de huidige periode: algemene vergaderingen, stakingscomités, zwaarbezette stakingsposten. Deze capaciteit van de klasse, zich zelfstandig te organiseren, eisen te formuleren om de bezuinigingspolitiek van de bourgeoisie te doorkruisen, laat zien dat de klasse tegenwoordig weet hoe ze moet strijden en hoe ze voortaan verzet zal bieden. En dit vindt plaats ondanks de harde taal van de sociaaldemocratische PvdA en ondanks de evenzeer, sinds kort, geradicaliseerde taal van de vakbond.
Maar juist op dit moment, als de huichelarijen van de vakbonden en de sociaaldemocraten - deze belangrijkste vijanden van de arbeidersklasse – doorzien werden, kon alleen het naakte geweld van de staat de staking breken. Omdat de arbeiders niet in staat waren om de politie te confronteren, was de staking tot mislukken gedoemd. Maar juist in Holland, waar de democratische façade nog betrekkelijk overtuigend werkt, zal het besef dat de staat een tegen de klasse gericht geweldsorgaan is, een lang en pijnlijk leerproces vereisen.
Dat de arbeiders het belang hebben begrepen van de uitbreiding van de staking, wordt aangetoond door zowel het werk van de algemene vergadering en van het stakingscomité, als de regelmatige uitgave van een informatiebulletin. Er is, door middel van delegaties of de verspreiding van pamfletten (zoals in de havens van Antwerpen en Hamburg) geprobeerd om arbeiders van andere bedrijfstakken, maar ook havenarbeiders in het buitenland in de strijd te betrekken. In de enorme Rotterdamse haven zelf zijn dweilploegen geformeerd, die voortdurend door het havengebied trokken om de verschillende bedrijven voor de staking te winnen, en om het goederentransport te verhinderen middels “vliegende stakingsposten” en het opwerpen van barricaden. Niet alleen het isolement van de staking, maar ook de noodzaak om de minder strijdbare arbeiders, via het sturen van delegaties, opnieuw zo aan te moedigen dat ze aan de staking blijven deelnemen, bewijst hoe moeilijk het is een uitbreiding van de staking te bewerkstelligen. De langzame ontwikkeling van de crisis in zulke landen (als Nederland), de gebrekkige strijdervaring van de Hollandse arbeidersklasse, maar ook de sabotage door de vakbonden en door links, die de uitbreiding van de staking met alle middelen verhinderd hebben, en daar waar de solidariteit werkelijk bestond, haar snel weer hebben begraven, bepalen de toestand voortaan weer.
Alleen door de ervaringen van zulke gevechten kunnen deze moeilijkheden overwonnen worden. In de loop van de staking zijn de arbeiders te weten gekomen, dat de leiding van de haven helemaal aan het begin van de strijd bereid was, de geëiste loonsverhoging te betalen. Maar het Verbond van Nederlandse Ondernemers verhinderde dat, daar de bourgeoisie in Holland niet bereid was zulke loonsverhogingen in heel Nederland te verteren. Ze beloofden de ondernemers in de haven een compensatie gelijk aan de winstdaling.
De Rotterdamse havenarbeiders zijn niet verslagen. Ze hebben de staking afgebroken, omdat ze hebben begrepen dat het beter is een nieuwe staking voor te bereiden, dan met steeds minder mensen de strijd voort te zetten. Door de staking voort te zetten, zou er op den duur alleen maar een splitsing onder het personeel ontstaan. Sinds de staking zijn er in de kantines van de Rotterdamse haven dikwijls algemene vergaderingen en zelfs onder werktijd. Bovendien zijn er ook buiten de haven grote bijeenkomsten, waaraan naast de dokwerkers, nog arbeiders uit andere bedrijfstakken, huisvrouwen en werklozen deelnemen.
De militante kern van havenarbeiders, die zich rondom het stakingscomité georganiseerd heeft, heeft nu 14 eisen opgesteld, die nog veel verder gaan dan de eisen waarvoor ze gestaakt hadden. Ze dreigen met een nog veel grotere staking in het geval deze eisen door de ondernemers en de vakbonden afgewezen worden. Of ze de meerderheid van de haven reeds achter zich hebben staan, zal de toekomst leren. Momenteel is in ieder geval een radicalisering te verwachten van de vakbonden en van links, die hun invloed bij de arbeiders niet mogen verliezen. Deze organen van het kapitaal hebben onder de jongste gebeurtenissen zwaar geleden. Desalniettemin zijn hun wapens tegen de arbeidersstrijd nog lang niet allemaal opgebruikt n
Krespel / 10.12.1979
Het resultaat van de Iranese presidentsverkiezingen van 12 juni heeft een storm van protesten ontketend waarbij rond de 2 miljoen mensen de straat opgingen.
Na de bedreigingen, de aanhoudingen, de slagen en de martelingen zijn de straatprotesten overgegaan tot nachtelijk protest op de daken waarbij geschreeuwd werd ‘Dood aan de dictator’ and ‘Allah is Groot’. Er is sedert 1979, toen de Sjah verplicht werd het land te verlaten, nooit zo’n groot protest geweest dat de groeiende ontevredenheid van het volk met het Islamitisch regime aan de oppervlakte bracht.
Het niveau van de onderdrukking vertelt ons veel. Het regime zag af van het aanvallen van de eerste en grootste protesten. Zelf ontstaan ten tijde van de protesten en stakingen die het bewind van de Sjah ondermijnden, waren de heersers van de Islamitische Republiek zich terdege bewust van het gevaar van het maken van martelaren bij de betogers. Maar de week daarop uitte de Opperste Leider, Ayatollah Khamenei, bedreigingen tegen de betogingen bij het vrijdagsgebed. En dit werd gevolgd door dodelijke aanvallen op de protesteerders door verschillende repressiekrachten, de Basiji milities, de Revolutionaire Wachters, de elite van oproerpolitie en scherpschutters (de dood van Neda Agha Soltan, bleek the werk te zijn van zo een scherpschutter). Er zijn honderden zoniet duizenden aanhoudingen geweest, en het hele land is elektronisch geïsoleerd geworden – geen e-mail of tekst kon binnen of buiten. Nu is er een walgelijke campagne op gang gekomen om burgers er toe aan te zetten om inlichtingen te geven over hun buren, vrienden, broers, zussen… over om het even wie aan betogingen zou hebben deelgenomen. Het vraagt echt moed om zelfs maar een zweem van oppositie te tonen in Iran.
Het regime heeft zich niet alleen gekeerd tegen de gewone betogers, maar heeft ook de rivaliserende presidentskandidaat Mousawi bedreigd door hem er voor te waarschuwen om het protest niet aan te moedigen, en het heeft ook voor korte tijd de kinderen aangehouden van Rafsanjani, de vroegere president die bekend stond als de handlanger van Khomeini in 1979. Kortom er heerst diepe verdeeldheid binnen de Iranese heersende klasse. De hervormers drijven nu op de golf van het volksprotest, maar dat zijn de voorstanders van de harde lijn van 1980 en doorwinterd in de Islamitische Republiek. Zij hebben de bevolking in het algemeen of de arbeidersklasse in het bijzonder niets te bieden behalve nog meer van dezelfde kapitalistische uitbuiting. Maar zij denken duidelijk dat zij iets te bieden hebben aan het Iranese kapitalisme. Alhoewel Rafsanjani zijn mond gehouden heeft, “steunt hij een grotere opening naar het Westen, door het privatiseren van delen van de economie en het verlenen van meer macht aan de verkozen instellingen”, volgens de International Herald Tribune van 23.6.09, en probeert hij een compromis uit te werken binnen de heersende klasse, wat deel uitmaakt van zijn rol in de Raad van Toezicht.
Ondertussen is het zo dat als Mousawi stelt dat “protesteren tegen leugens en fraude jullie recht is”, hij geen eenmansgevecht aan het leveren is, maar bewijst hij de hele Iranese bourgeoisie een dienst. Aangezien zij niet zo een openlijke uiting van ontevredenheid in het land gewenst hebben, probeert Mousawi het te richten op het verkiezingsresultaat en kiest hij dus een kamp in de verdeeldheid van de heersende elite, die in een volkomen doodlopend straatje zit.
De repressie heeft geen einde gemaakt aan de ontevredenheid, zelfs al zijn de massale straatbetogingen voorlopig beëindigd. Hoe dan ook, zonder een betekenisvol verzet van de arbeidersklasse zal het niet mogelijk zijn om een doeltreffend verzet op te bouwen tegen de repressie. De militante Iran Khodro autofabriek ging in staking tegen de repressie – die deze arbeiders zelf ervaren hebben tijdens hun eigen strijd. Een vakbondsverklaring van de Vakbond van de Arbeiders van Iran and de Vahed Bus Maatschappij uit de Voorsteden, die geen enkele van de kandidaten steunt, maar wel de protesten, zou een hint kunnen geven omtrent de gemoedsstemming onder de arbeiders – tegen de repressie, maar kritisch tegenover de beide fracties van de heersende klasse, maar met illusies in de democratie. Ondanks dit en de algemene staking van 26 juni, hebben de arbeiders in deze gebeurtenis over het algemeen geen rol gespeeld als klasse, alhoewel zij er ongetwijfeld individueel bij betrokken waren.
Wij mogen de rol niet vergeten die de klassenstrijd heeft gepeeld 30 jaar geleden. Stakingen, in het bijzonder in de petroleumindustrie, ondermijnden de bekwaamheid van de Sjah om nog te regeren: “De ‘Volksbeweging’ die bijna alle lagen van de Iranese maatschappij omvatte, raakte uitgeput, ondanks de massamobilisaties. Het was de opleving van de arbeidersstrijd in Iran vanaf oktober’78, in het bijzonder in de oliesector, die niet alleen het oproer weer aanwakkerde, maar die het nationaal kapitaal voor problemen stelde die praktisch onoplosbaar waren, zolang er geen opvolging was voor de oude machthebbers. Terwijl de repressie de middenstanders, de studenten en de werklozen kon doen terugdeinzen bleek ze volkomen machteloos om het land uit de economische verlamming te halen, die door de arbeidersstakingen werd veroorzaakte. Zelfs in de landen waar zij numeriek zwak staat, is de arbeidersklasse door de centrale plaats die zij inneemt in de kapitalistische productie een van de essentiële krachten van de maatschappij” (IKS verklaring van 17.2.1979, herdrukt in Wereldrevolutie 117). Deze stakingsbeweging, was niet een louter Iranese gebeurtenis maar vormde vooral een belangrijk hoofdstuk van een internationale stakingsbeweging, waartoe ook de ‘winter van ontevredenheid’ in Groot-Brittannië behoorde, de havenarbeiders strijd in Rotterdam, de stakingen in de staal in Frankrijk, die allemaal culmineerden in de massastaking in Polen in 1980.
Wij twijfelen er niet aan dat de arbeidersklasse in Iran zal deelnemen aan de huidige ontwikkeling van de internationale klassenstrijd samen met haar klassebroeders uit Egypte, Dubai, Bangladesh en China, evenals in Europa en Amerika. Wanneer zij dat zal doen op een klasse-basis, voor haar eigen belangen, zal zij een werkelijk perspectief kunnen bieden aan de volkswoede, die zo overduidelijk geweest is in de voorbije weken. Het perspectief dat is vereist is dat men niet enkel moet verlost geraken van de huidige Iranese president of van het islamitisch regime, maar van het hele kapitalistische systeem n
Alex / 04.07.2009
Waarom dit artikel? De aanleiding om dit artikel te schrijven was het ontvangen van een brief via onze e-mail geschreven op de dag van de Europese verkiezingen. In de brief werden een aantal kwesties gesteld als reactie op de campagnes rond de Europese Verkiezingen. De vragen die bij onze contact opkwamen zijn vragen waar niet alleen hij maar ook vele anderen mee zitten. In dit artikel gaan we op een aantal van die vragen, die we zoveel mogelijk gegroepeerd hebben, in en proberen we een antwoord te geven.
Waarom wonnen de PVV en D66 de Europese verkiezingen en de SP niet?
Als je nogmaals naar de cijfers van de verkiezingen kijkt, het is al weer een tijdje geleden, dan is duidelijk dat de PVV van Wilders de grote winnaar was, vertaald naar Tweede Kamer zetels op 26 stuks zou komen, en alleen het CDA voor moest laten gaan. Op de tweede plaats kwam D66, een partij die de verkiezingen van de laatste tien jaar steevast verloor. De grote verliezers waren de drie regeringspartijen, maar ook de SP en de VVD. Al deze partijen verloren, maar met name de PvdA kreeg klappen.
De PVV won, maar niet, ondanks wat er wel gezegd wordt, doordat ze tegen Europa is. De SP is ook tegen Europa, maar verloor fors. Wij denken dat het komt doordat de PVV fel polemiseert en de aandacht trekt, met name rond thema’s als de “dreiging van de islam” en de allochtonen. Steeds haalt ze daarmee het nieuws, onlangs nog weer door te eisen dat het kabinet uitrekent “wat die allochtonen Nederland kosten”. Waarna de rest van de politiek zogenaamd weer op achterste benen stond, en elkaar verdrong om het voorstel af te wijzen als “niet-solidair”. Wilders staat ook niet alleen, in meer landen zijn er vergelijkbare figuren en partijen, zoals Haider en het Vlaams Belang die net als Wilders een rechts-populistische koers varen, en tekeer gaan tegen buitenlanders en moslims. Dit soort kwesties houdt veel mensen bezig, zowel voor als tegenstanders van Wilders. Eerder won in Nederland Pim Fortyun’s LPF al eens op spectaculaire wijze in Tweede Kamer verkiezingen, en wist Rita Verdonk een schare volgelingen op te bouwen. De thema’s waar de SP mee kwam “Voor een sociaal Europa” houden de gemoederen veel minder bezig, wat het verlies van de SP verklaart.
Naast de PVV won ook D66 veel stemmen.Wij denken dat dit niet zo zeer door hun pro-Europese standpunt is, voor het grote publiek speelt Europa niet zo, maar door dat zij zich opwerpt als de partij die het meest fanatiek tegen Wilders rechtspopulisme ingaat. Het is dus niet zo dat er een algemene trend naar rechts is, tijdens de vorige verkiezingen won de linkse SP sterk, en nu de gematigd linkse D66, terwijl de rechtse VVD verloor.
Waarom verloren de regeringspartijen en de VVD?
De regeringspartijen en ook de VVD en de SP verloren allen in meer of mindere mate dat is zeker, met name de PvdA. De vraag is waarom? Niet, omdat ze geen duidelijk standpunt over Europa hebben. Alle partijen hebben er zich over uitgesproken, het CDA, de PvdA, de CU en de VVD zijn gematigd voor Europa, de SP is tegen, en wil een sociaal-Europa als alternatief. Veel waarschijnlijker is dat de kiezer ontevredenheid voelt over het gevoerde kabinetsbeleid, met name over de aanvallen op de levensomstandigheden, en door het wegslijten van illusies over “dat het allemaal wel goed komt als we maar vertrouwen hebben in de regering”. De VVD en de SP zijn vermoedelijk afgestraft, omdat ze geen alternatief hebben voor het gevoerde regeringsbeleid. Die groeiende onvrede in de maatschappij wordt door de heersende machte zo veel mogelijk gekanaliseerd.
De rechts-populistische polarisatie trekt veel mensen aan die wel ontevreden zijn over de ellende die het kapitalisme brengt, maar die het proletarische perspectief niet zien, en daarom niet verder komen dan proteststemmen. De meesten van hen geloven waarschijnlijk niet dat als Wilders in de regering zal komen alles beter zal worden – Wilders is net als Fortuyn ondanks zijn grote populariteit nauwelijks in staat om serieuze kandidaten te trekken – maar reageren frustratie af door tegen het Haagse Establishment te kiezen. Iedereen die daardoor zich ongemakkelijk of bedreigt voelt komt deze maal daarom bij Pechtold’s D66, die gaat het hardst tegen de PVV in.
Moeten we voor of tegen Europa zijn?
Veel mensen die zich politiek trachten te engageren hebben vragen over Europa. Moeten we voor Europa zijn of tegen? Volgens ons is dat geen goede vraag, maar een valse. Het contact die ons schrijft heeft gelijk als hij zegt: “Er zijn mensen die Europa zo kapitalistisch vinden en daarom zijn ze tegen Europa, dan kun je net zo goed tegen Nederland zijn, want dat is net zo kapitalistisch”.
Elders schrijft hij over een verkiezingsdebat dat hij op TV zag: “De ene partij was tegen de komst van Polen, de ander juist voor, maar beide met hetzelfde argument: omdat het beter is voor Nederland”. We zijn het daar helemaal mee eens. In ons antwoord aan hem schreven we: “Allereerst over de keuze voor of tegen Europa. Dit is een valse keuze, want zowel een keuze voor Europa als een keuze voor Nederland is een keuze voor het kapitalisme, voor de uitbuiting, voor de toenemende ellende, voor een vooruitzicht zonder perspectief. De keuze voor Nederland is een keuze voor de verdediging van de nationale economie, voor die van de nationale belangen zonder enige vorm van gestructureerd overleg en samenwerking met de landen die Nederland omringen. De keuze voor Europa is de keuze van de verdediging van de nationale belangen van Nederland binnen het kader van een systematische en georganiseerde samenspraak op Europees niveau. En om nog enigszins het hoofd te bieden aan de groeiende chaos op allerlei terreinen, een chaos die het gevolg is van de toenemende ontbinding van het kapitalisme, heeft de Nederlandse bourgeoisie geen andere optie dan zich te schikken in de dictaten van de grootmachten binnen Europa. In die zin maakt het, uit oogpunt van de arbeidersklasse helemaal niets uit (…), of je stemt voor meer of minder Europa. Want in beide gevallen staan de belangen van het kapitaal voorop, de belangen van de nationale staat (…) de levensvoorwaarden van de arbeidersklasse worden daaraan opgeofferd. Het is een illusie om te denken dat er binnen het kapitalisme zoiets zou bestaan als het kleinste kwaad. Fundamenteel is er geen verschil tussen een pro-Europese of een anti-Europese partij. Net zoals, vanuit het oogpunt van de arbeidersklasse, ook geen fundamenteel verschil is tussen een rechtse of een linkse partij.”
Kunnen we het onrecht in Nederland en de wereld bestrijden middels meer democratie?
Veel mensen maken zich zorgen over het lot van de vluchtelingen waarvan er als gevolge van oorlog, crisis en ontbinding steeds meer komen, en willen de grenzen voor hen openen. Anderen maken er zich zorgen over dat we door die vluchtelingen als het ware overlopen worden, en willen de grenzen dicht houden. Revolutionairen staan op het standpunt dat de vluchtelingenstromen het gevolg zijn van het compleet ontsporen van het kapitalistische systeem, dat dit systeem niet te repareren is, er binnen dit systeem geen oplossing is voor het probleem van de vluchtelingen (en de talloze andere problemen). Maar ook dat het kapitalisme in zijn geheel overwonnen moet worden, niet stapje voor stapje hervormd kan worden, maar revolutionair overwonnen moet worden.
De heersende klasse, de bourgeoisie zal dit nooit toegeven. In ons antwoord schreven we onder meer: “Het is duidelijk dat de bourgeoisie er belang bij heeft om de kwestie van de ontbinding (en de massale toestroom van vluchtelingen) uit te spelen tegen de arbeidersklasse. Het is een van de beste manieren om de arbeiders en de rest van de niet-uitbuitende bevolking achter de staat te mobiliseren. Vandaar dat de PVV (Wilders) alle ruimte heeft gekregen om zijn campagne uit te spelen” Deze campagne bestond uit het polariseren rond de thema’s: “islamieten, allochtonen en vluchtelingen. “De angst onder de bevolking voor een massale toevlucht van vreemdelingen, niet alleen vanuit de landen van het voormalig Oostblok, maar ook uit de landen van Noord-Afrika, is er in de afgelopen jaren niet minder op geworden. Het is duidelijk dat deze kwestie de mensen heel erg bezig houdt.”
Zowel Wilders als zijn tegenstanders stellen op geen enkele wijze het kapitalisme en haar politieke kant, de burgerlijke democratie, in vraag. De tegenstanders van Wilders noemen hem “racistisch en ondemocratisch”. Maar Wilders, net als andere populisten, zoals Verdonk en Fortuyn, stelt dat hij eigenlijk democratischer is dan de “pluche-achterkamer-politici”, omdat hij wel naar de mensen luistert en zij niet. De problemen die door de populisten en hun tegenstanders aan de orde worden gesteld zijn reëel genoeg, maar de oplossingen die beide kanten naar voren worden gebracht zijn dat in het geheel niet. Het probleem van de vluchtelingen kan niet binnen het kader van de nationale staten en de kapitalistische economie overwonnen worden. Maar daarom wordt er ook niet zo veel krakeel gemaakt rondom de kwestie van de vluchtelingen. Het is een voortdurende campagne, waarvan het uiteindelijke doel is de bevolking achter de staat te mobiliseren. Daarnaast dient de campagne op dit moment ook een meer actueel doel.
Waarom komt Wilders iedere keer zo prominent in het nieuws?
De bourgeoisie weet heet goed dat de economische crisis de beste vriend van de arbeidersklasse is. Waarom? Omdat, de crisis de bourgeoisie dwingt de arbeidersklasse op haar levensvoorwaarden aan te vallen, wat de arbeidersklasse er toe brengt om zich daartegen te verdedigen. Een belangrijk doel voor de bourgeoisie is dan ook steeds het verbergen van de diepte van de crisis die haar economische systeem raakt, en eveneens van de draconische maatregelen die er aan komen. Elders in de pers van de IKS zijn artikelen te vinden die op de aard van de huidige crisis in gaan. Een belangrijke manier om dat voor elkaar te krijgen is het voeren van campagnes die de arbeidersklasse moet verwarren en als het kan verlammen, zodat een fatalistische stemming ontstaat waarin de bourgeoisie kan verdelen en heersen, en de nodige versoberingmaatregelen kan doorvoeren.
Maar ook worden er campagnes gevoerd om de aandacht helemaal van de economische situatie af te leiden. Wilders en co. Spelen in de campagnes een hoofdrol. Rond de islam, de allochtonen en de vluchtelingen wordt door polarisatie een klimaat van verdeling geschapen. Door angst en haat op te wekken wordt getracht solidariteit te ondermijnen of anders op het verkeerde been te zetten. Door de arbeiders aan te spreken als Nederlanders en niet-Nederlanders wordt getracht de arbeiders hun klassenidentiteit te ontnemen, en die te vervangen door een adhesie aan de nationale staat, die als “uitvoerend comité van de bourgeoisie ” hun klassenvijand is.
Door onvrede in te kaderen helpt het rechtspopulisme en haar zogenaamde tegenstanders de bourgeoisie de ontevreden binnen het kader van de kapitalistische politiek, de democratie, op te sluiten, en elk idee over een rivaliserend, proletarisch, toekomstperspectief uit het zicht te houden. In werkelijkheid vullen Wilders en zijn zogenaamde tegenstanders elkaar perfect aan, als twee zijden van een medaille. Daarom komt Wilders steeds in het nieuws: het is niet moeilijk iets te vinden en breed uit te meten. Zo werd het feit dat Wilders maar in twee steden aan de gemeenteraadsverkiezingen zal meedoen breed uitgemeten. Hetzelfde geldt voor zijn provocatie om de ministers te laten uitrekenen wat de allochtonen Nederland kosten. Zo kunnen we nog wel even doorgaan.
Wat kunnen we doen?
De IKS staat op het standpunt dat arbeiders niets in het stemhokje te zoeken hebben. Maar een lage opkomst is niet perse een teken dat de arbeiders de democratische illusies achter zich hebben gelaten. “Niet-stemmen kan niet per definitie als positief gekwalificeerd worden, in de zin dat je iedereen die thuis gebleven is kan onderbrengen in de categorie van mensen, die zich niet hebben laten meeslepen in een keuze: voor of tegen Europa (…) Maar van het grote percentage dat niet gestemd heeft kan zeker niet gezegd worden dat het geen illusies meer heeft in de democratie; kan ook niet gezegd worden dat ze niet langer achter een of andere fractie zullen scharen”.
De arbeiders klasse moet zich verdedigen tegen de aanvallen, en uiteindelijk het kapitalisme omverwerpen om de wereld te redden. Dat is een zeer lange weg. De rol van het bewustzijn is van cruciaal belang. Daarom moeten de revolutionairen voortdurend alle valse kwesties die de burgerlijke campagnes stellen ontmaskeren. Elders in onze pers kan men lezen over de strijd van de arbeidersklasse, die ondanks alle moeilijkheden de strijd weer oppakt. De revolutionaire organisaties en hun contacten hebben in de strijd een belangrijke rol te spelen: steeds de burgerlijke leugen en valse kwesties ontmaskeren en wijzen op het proletarische alternatief.
We danken de lezer voor de brief die hij schreef. Het helpt de revolutionaire organisaties immers als er vragen komen en kwesties gesteld worden. We moedigen alle lezers aan zijn voorbeeld te volgen en ons je vragen en interessen te schrijven, en/of om te komen discussiëren tijdens onze openbare en lezersbijeenkomsten. Op pagina 7 en op de site van de IKS kun je lezen wanneer er bijeenkomsten zijn.
A.L. / 606-09-2009
Links
[1] https://nl.internationalism.org/files/nl/were118.pdf
[2] http://www.internationalism.org
[3] https://nl.internationalism.org/tag/3/42/economie
[4] https://nl.internationalism.org
[5] https://nl.internationalism.org/tag/4/76/nederland
[6] https://nl.internationalism.org/tag/territoriale-situatie/situatie-nederland
[7] https://nl.internationalism.org/tag/2/29/proletarische-strijd
[8] https://nl.internationalism.org/tag/territoriale-situatie/klassenstrijd-nederland
[9] https://nl.internationalism.org/tag/4/89/iran
[10] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/ideologische-campagnes