Maoïsme: Een zuiver product van de contrarevolutie

Printvriendelijke versieSend by email

Dertig jaar geleden stierf Mao Zedong (Mao Tse-tung), De Chinese regering heeft ter gelegenheid van de dertigjarige herdenking van het overlijden van de ‘grote roerganger’ geen pracht en praal tentoon gespreid. In tegendeel, het is stilte alom onder de partijbonzen van het ‘Rijk van het Midden’. En het zijn paradoxaal vooral de westerse media die niet aflaten de leider van de ‘Lange Mars’ en de ‘Vader van de Chinese Natie’ in de herinnering te roepen. Maar dat dient natuurlijk vooral twee doelen: het voeden van de leugen volgens welke Mao een ware strijder van het revolutionaire proletariaat zou zijn geweest en die volgens welke zijn zogenaamd proletarische politieke weg geplaveid zou zijn met de tientallen miljoenen doden waarvoor hij verantwoordelijk was, door repressie, door schandelijke uitbuiting  en door hongersnoden waaraan hij tijdens zijn heerschappij de arbeidersklasse en de hele bevolking onderwierp. Wij publiceren hieronder een artikel dat verscheen in Internationalisme, nr. 231, van juni 1997, waarin andermaal dit soort van campagnes wordt aangeklaagd dat uit de hoed van de heersende klasse worden getoverd om het stalinisme op één hoop te kunnen gooien met proletarische strijd. Wie meer wil weten over de stalinisering van de Chinese Kommunistische Partij kunnen we verwijzen naar twee artikelen van de Internationale Kommunistische Stroming die verschenen in de Internationale Revue, nr. 81 en 84 en die in het Engels en Frans te vinden zijn op onze website.

De bourgeoisie laat geen gelegenheid voorbijgaan om de leugen van de vereenzelviging van stalinisme met kommunisme te verspreiden en in stand te houden. Zo wil ze ons wijsmaken dat er sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie nog altijd ‘kommunistische’ landen bestaan, zoals China, het vaderland van de ‘grote revolutionair’ Mao Zedong. Deze klasse van leugenaars is meester geworden in het vervalsen van de geschiedenis en zou de arbeiders willen inprenten dat het maoïsme, net zoals het stalinisme, voortkomt uit de arbeidersbeweging. Dergelijk bedrog is puur vergif voor het proletarisch bewustzijn. Voor de revolutionairen is het maoïsme nooit iets anders geweest dan een burgerlijke ideologische en politieke stroming, gegroeid uit het vermorzelen van de arbeidersbeweging in China, gevoed door de stalinistische contrarevolutie en de smerigste imperialistische belangen.

De Kommunistische Partij van China bij haar oprichting: een uitdrukking van de internationale revolutionaire beweging

De Kommunistische Partij van China werd opgericht in 1920 en 1921, uitgaande van kleine marxistische, anarchistische en socialistische groepen die sympathiseerden met de Sovjet-Unie. Zoals andere partijen ontstond de KPC rechtstreeks als onderdeel van de Kommunistische Internationale (KI) en haar groei was nauw verbonden met de internationale ontwikkeling van de arbeidersstrijd en de historische periode waarin de Russische Revolutie zelf en de opstandige bewegingen in centraal en midden Europa had uitbraken. Van 1921 tot 1925 groeide de KPC van 4.000 tot 60.000 leden en bracht zo de wil en vastberadenheid van het proletariaat tot uiting dat sinds 1919 een verwoed gevecht leverde tegen de Chinese bourgeoisie, voornamelijk in de meest geïndustrialiseerde zones. In dit grote gekoloniseerde, overwegend agrarische land vormde het proletariaat maar een zeer kleine minderheid. Dat onderging bovendien de invloed van bijzonder achterlijke en achtergebleven ideologieën, had een zeer beperkte ervaring in klassenstrijd en bezat als gevolg daarvan een zwak en uiterst heterogeen klassenbewustzijn. In deze periode vond zijn strijd steeds meer plaats op het terrein van de verdediging van zijn eigen belangen als klasse. Het onttrok zich steeds meer aan de burgerlijke valstrikken. Zo probeerde de bourgeoisie het voor de wagen te spannen van het het verzet tegen de verschillende imperialistische grootmachten die zich in China hadden genesteld en tegen de Chinese ‘krijgsheren’. Ook richtte zijn strijd zich langzamerhand tegen de Kwomintang, vertegenwoordiger van de ‘progressieve’ vleugel van de Chinese bourgeoisie, die sinds 1910 met Sun Yat Sen de opbouw van een verenigde staat voorstond.

Het groeiende opportunisme in de Kommunistische Internationale, voortvloeiend uit haar verkeerde opvattingen over het ‘zelfbeschikkingsrecht der naties’, leidde ertoe dat in 1922 een parool werd gegeven dat dramatische gevolgen zou hebben voor het proletariaat: het vormen van een ‘anti-imperialistisch eenheidsfront tussen KPC en Kwomintang’. In 1923 is de KPC al praktisch opgeslorpt door de Kwomintang die vervolgens in 1926 sympathiserend lid wordt van de Kommunistische Internationale. Dat was aan de vooravond van de bloedige onderdrukking van de Commune van Sjanghai. Meegesleurd in de ongenadige ontaardingsspiraal werd de Kommunistische Internationale, geleid door een uitvoerend comité dat onder het juk van Stalin stond, een werktuig van de imperialistische politiek van de Sovjet-Unie. De Kwomintang wist zich verzekerd van zijn bondgenootschap met de Kommunistische Internationale, en gaf zich tijdens de grote stakingen van 1925, met het medeweten en de stilzwijgende medeplichtigheid van de westerse imperialisten, vervolgens over aan een wrede onderdrukking van het proletariaat. Daarbij werden de beste kommunistische militanten van de KPC, die daarvoor van de organisatie waren uitgesloten, vervolgd en vermoord. Volslagen doof voor de revolutionaire elementen van de KPC en ondanks de arbeidersvijandige uitspattingen van Chiang Kai-shek (Tsjang Kai Tsjek) zag het uitvoerend comité van de Kommunistische Internationale niet af van zijn verbond met de Kwomintang, die als enig doel had de macht te grijpen en zijn aartsvijand, het proletariaat, te verpletteren. Het uitmoorden van de Commune van Sjanghai in 1927, uitgevoerd door Chiang Kai-shek – met de waardevolle en actieve steun van machtige geheime sekten zoals de ‘Groene Bende’ die zich in het proletariaat hadden genesteld –, de verplettering van de opstanden in Nanchang (Nantsjang) en vervolgens in Guangzhou (Kanton), betekende meteen ook het einde van de KPC als partij van het proletariaat.

De KPC in de contrarevolutie: één van de grootste karikaturen van een stalinistische partij

Terwijl de beste revolutionaire elementen van de KPC vervolgd en terechtgesteld werden, ondersteunde en rechtvaardigde haar meest gestaliniseerde fractie, waartoe Mao Zedong behoorde en die speciaal belast was met de banden tussen de KPC en de Kwomintang, dit bloedbad omwille van de samenwerkingspolitiek met de ‘progressieve’ bourgeoisie die tegemoet kwamen aan de behoeften van de Russische staat.

Terwijl in de arbeiderscentra haar anti-proletarische politiek werd voortgezet zoals die door de Komintern was uitgestippeld, begon de KPC, ontdaan van haar proletarische basis en als uiting van de radicale omvorming van haar klassenaard, vooral door de geschriften van Mao de ‘revolutionaire rol’ van de boeren te vertheoretiseren. Bijgevolg werd ze verdedigster van de boeren maar ook van lagen van de kleinburgerij en de bourgeoisie die vijandig stonden tegenover het autoritaire karakter van de nieuwe heerser van China, Chiang Kai-shek. De nieuwe kaders van de partij werden zorgvuldig geselecteerd door Stalin die de KPC gebruikte als werktuig voor de expansie van het Russisch imperialisme en als pressiemiddel in de strubbelingen met de Kwomintang. De massale toevloed van contrarevolutionaire elementen, van allerhande avonturiers, van kleinburgers en bourgeois die gebroken hadden met Chiang Kai-shek, veranderde de KPC in een waar riool van intriges en manoeuvres, waar de verschillende vijandige klieken elkaar gewelddadig te lijf gingen om de controle over de partij.

In plaats van een heldhaftige episode van ‘kommunistische verzet’ onder de leiding van de ‘grote roerganger’ Mao te zijn geweest, diende de episode van de ‘Lange Mars’ er alleen toe de verschillende guerrillahaarden onder één centraal commando te brengen om voor rekening van de grote stalinistische broer, die de kaders ervan nauwgezet controleerde, een burgerlijk leger te kunnen vormen dat die naam waardig was. De Russische imperialistische honger nam geleidelijk toe waardoor het bondgenootschap met de Kwomintang verkoelde. Daarvoor werden massa’s arme boeren ingelijfd en als kanonnenvlees gebruikt: de ‘Glorierijke Lange Mars’, die duurde van 1935 tot 1936, eiste onder hen een tol van meerdere honderdduizenden mensenlevens. En als de ‘grandioze opperbevelhebber Mao’ het tijdens deze campagne uiteindelijk haalde, was zelfs dit niet te danken aan zijn talenten als militair strateeg, maar aan zijn kunst om tweedracht te zaaien en omdat hij de rivaliteit binnen het Chinese Rode Leger op de spits wist te drijven en in eigen voordeel uit te buiten.

Of het nu de KPC was of de Kwomintang, het was duidelijk dat deze klieken het allemaal eens waren over het wezenlijke dat ze gemeen hadden: de verdediging van het Chinese kapitaal. Daardoor komt het dat de KPC bij het uitbreken van het Chinees-Japanse conflict in 1936, alweer als bondgenoot van de Kwomintang, uitblinkt als belangrijkste leverancier van kanonnenvlees voor de imperialistische oorlog. Toen het Duitse leger in 1941 de Sovjet-Unie binnenrukte zag Stalin zich op twee fronten bedreigd en tekende een niet-aanvalsverdrag met Japan. Een onmiddellijk gevolg daarvan was de breuk van de KPC met Moskou en de overwinning van de maoïstische vleugel op de pro-Russische. Zodra de Verenigde Staten in 1942 aan Japan de oorlog verklaren gaat de KPC nog meer samenwerken in een bondgenootschap met de Kwomintang die luistert naar de orders van Uncle Sam. Van 1943 tot 1945 bereikten de grote anti-stalinistische zuiveringen binnen de partij hun hoogtepunt en van dat moment af wordt het maoïsme de officiële doctrine van de partij.

Het maoïsme: een staatskapitalistische doctrine

De burgerlijke geschiedschrijvers en intellectuelen onderhouden een hele mythe rond het maoïsme, ‘kommunisme op zijn Chinees’, uitgedragen door Mao Zedong, beschouwd als stichter van de KPC, die ‘socialisme’ bracht in dit grote land. De ideologen van de bourgeoisie stellen de komst van de ‘grote roerganger’ aan het hoofd van China voor als het gevolg van een ‘revolutie van het volk, de boeren en de arbeiders’, maar de werkelijkheid is heel anders: de KPC kwam aan de macht door smerige imperialistische troebelen. In feite maakte de KPC haar terugkeer onder de vleugels van Moskou te gelde, tegen de Verenigde Staten in en na de akkoorden van Yalta, en zo kon zij in 1949 definitief haar directe rivaal, de Kwomintang uitschakelen en de ‘Volksrepubliek China’ stichten.

Toen de KPC de touwtjes van de staat eenmaal stevig in handen had kon zij, met Mao voorop, de vrije teugel laten aan een wrede uitbuiting van de arbeiders en boeren in een poging om dit immense land, dat totaal leeggebloed was na tientallen jaren van burgeroorlog en imperialistische oorlogen, weer op te bouwen.

In haar midden zal de strijd tussen de verschillende rivaliserende fracties zich meer dan ooit toespitsen. De wrede strijd om de macht, waaraan Mao en konsorten zich overleveren, zal eens te meer op de meest bloedige wijze worden beslecht over de rug van de uitgebuite lagen, de arbeidersklasse en de boeren. En terwijl alle burgerlijke geschiedkundigen ons dit voorstellen als stappen vooruit in de verwezenlijking van het ‘socialisme’, hebben ze ons integendeel niets anders getoond dan eenzelfde wreedheid en onmacht van het staatskapitalisme op z’n Mao’s.

De beroemde toespraak van Mao Zedong uit 1957 ‘Laat Honderd Bloemen Bloeien’ leidde een eerste poging in om zijn ideologische greep op de massa’s te verstevigen en hen te mobiliseren tegen zijn rivalen in de partij. In het verlengde daarvan, en onder de dekmantel van het ontwikkelen van ‘nieuwe productiekrachten’, werd minder dan een jaar later de ‘Grote Sprong Voorwaarts’ afgekondigd. Deze moest de onfeilbaarheid van de ‘opperste leider’ in de landsregering bewijzen. Deze ‘Grote Sprong Voorwaarts’ was een ongekende duik in de economische catastrofe (een ramp die overigens door de leiders van de partij zélf was aangekondigd). Het voornaamste economische resultaat bestond uit een afgrijselijke hongersnood, die in iets meer dan een jaar tientallen miljoenen mensenlevens eiste. Dit verliep via de oprichting van ‘Volkscommunes’; het in de pas brengen van de boerenbevolking, en vervolgens door verscherpte uitbuiting van de arbeidersklasse met het opstarten van zware industrie in dienst van de oorlogseconomie. Maar daardoor werd Mao in 1959 ook door het geheel van de partij versneld aan de kant gezet.

Zijn rivalen zoals de nieuwe president Liu Shao Qi dachten dat ze hem geneutraliseerd hadden maar zeven jaar lang werkte hij in de schaduw geduldig voort tot hij in 1966 de brede beweging van de ‘Culturele Revolutie’ kon laten uitbreken. Deze gebeurtenis gaf aanleiding tot één van de grootste vervalsingen uit de geschiedenis en waaraan burgerlijke ideologen van allerlei slag met zeldzame ijver hun medewerking hebben verleend. Gedreven door een ongelooflijke machtswellust gaat Mao op twee borden schaken. Enerzijds steunt hij op het officierencorps van een leger dat door de pro-maoïstische minister van landsverdediging, Lin Biao, was gereorganiseerd om een staatsgreep te kunnen plegen en dat handig werd geïndoctrineerd met het ‘Rode Boekje’. Anderzijds roept hij op tot de vorming van ‘Rode Wachten’ die gerekruteerd worden uit kleinburgerlijke studentenlagen die worden opgehitst en die happig zijn op staatsbaantjes. Deze twee krachten komen steeds meer tegenover elkaar te staan en sleuren brede fracties van het proletariaat mee, dompelen heel het land in burgeroorlog en ellende, in een onbeschrijflijke chaos, en dat was juist de bedoeling van Mao die de schuld ervan afschuift op de leiders en er zelf alle voordeel uit slaat. Na drie jaar van verschrikkingen onder leiding van de ‘Grote Roerganger’ slaagt hij daar ook in; slachtpartijen onder de bevolking, massale zuiveringen binnen de KPC, dat alles zou voortduren tot na zijn terugkeer aan de macht in 1968. Die zou ook meteen het doodvonnis inluiden voor de ‘Rode Wachten’ die zich koesterden aan zijn slogan ‘Vergeet de klassenstrijd niet’. Het aantal doden als gevolg van deze hongersnood laat zich niet becijferen. Maar over het aantal van honderdduizenden doden dat de westerse media opgaven zou Mao op het einde van zijn leven met een verregaand cynisme zelf zeggen dat dit nog beneden de werkelijkheid lag!

Terwijl het maoïsme onvermoeibaar zijn vernietigingswerk op de Chinese nationale bodem voortzette kende ook zijn imperialistische activiteit geen rust. Vandaar dat de Chinese staat in bijvoorbeeld Monfolië onder Russische duiven schiet en in 1960 met de USSR breekt. Het binnenvallen van Tibet, de actieve deelname aan de oorlog in Vietnam, het verlenen van de belangrijkste steun, met de zegen van de Verenigde Staten, aan de Rode Khmers van Pol Pot in Kampuchea, en onder het voorwendsel van ‘nationale bevrijdingsstrijd’ de steun aan verschillende bewapende groepen zoals ‘Lichtend Pad’ tot in Zuid-Amerika; ze waren tekenend voor de opkomst van het Chinese imperialisme dat door de ‘groten’ werd ‘erkend’. Toch wordt de leugen van het ‘revolutionaire’ karakter van de Chinese maoïstische staat (die ook de onderdrukking van de arbeidersopstand van 1956 in Hongarije door de Russische troepen had toegejuicht) in stand gehouden en met veel trompetgeschal uitgebazuind door alle fracties van de westerse bourgeoisie, omdat het een belangrijke factor van bedrog en verwarring vormt voor de arbeidersstrijd zowel in het hart van het kapitalisme als in de periferie.

Momenteel worden Mao en zijn opvolgers door de bourgeoisie nog steeds voorgesteld als ware en onbuigzame vertegenwoordigers van het kommunisme. Door die leugen te bestendigen streeft de heersende klasse slechts één doel na: het bewustzijn van de proletariërs te vertroebelen en het historisch perspectief van hun strijd aan te tasten, namelijk de vernietiging van het wereldkapitalisme en de oprichting van een werkelijk kommunistische maatschappij.

AK

Geografisch: 

Politieke stromingen en verwijzingen: