Aktiviteiten van de IKS: Onze tussenkomst in de beweging tegen de startbaancontracten (CPE)

Printvriendelijke versieSend by email

Revolutionaire organisaties dienen in hun pers verantwoording af te leggen over hun ingrijpen in de arbeidersstrijd. Juist omdat de IKS in staat was heel snel de proletarische aard van de beweging van de studenten tegen het CPE (het Startbaancontract) te onderkennen kon zij vooroplopen in deze eerste strijd die door de nieuwe generaties van de arbeidersklasse in Frankrijk werd gevoerd.

Vanaf 7 februari waren we aanwezig in de manifestaties die door de vakbonden waren georganiseerd, in Parijs zowel als daarbuiten. Tijdens de verkoop van onze pers gingen talrijke studenten en scholieren met onze militanten in debat en toonden ze een werkelijke belangstelling en sympathie voor onze publicaties.

Maar het was vooral vanaf begin maart dat we echt voorop konden lopen in de beweging tegen het CPE. Vanaf zaterdag 4 maart waren onze militanten aanwezig op de nationale coördinatievergadering. De daaropvolgende week namen we het woord in de massale algemene vergaderingen die in alle faculteiten werden gehouden en we konden vaststellen dat het vraagstuk van het zoeken naar solidariteit in het centrum van het debat stond.

Vertrekkend van dit vraagstuk van de solidariteit (door de IKS gekwalificeerd als één van de belangrijkste kenmerken van de huidige dynamiek van de arbeidersstrijd in alle landen) verspreiden we vanaf  5 maart twee vlugschriften en een bijlage bij ons maandblad (“Een groet aan de nieuwe generaties van de arbeidersklasse”). Het geheel van onze pers werd wijd verspreid aan universiteiten, op werkplaatsen en in manifestaties.

Maar onze eerste verantwoordelijkheid bestond uit het doorbreken van de wet van de stilte en de leugens. Daarom publiceerden we op onze website onmiddellijk onze vlugschriften en artikelen, in dertien talen, om de waarheid naar boven te halen tegenover de leugens van de internationale bourgeoisie. Bovendien hield onze organisatie, in Frankrijk net als in de meeste landen waar de IKS aanwezig is, twee openbare bijeenkomsten: de eerste om de black-out van de media te bestrijden over de aard en de inhoud van de debatten die plaatsvonden tijdens de algemene vergaderingen; de tweede, die aan het eind van de beweging werd gehouden, had tot doel de belangrijkste lessen te trekken uit deze formidabele ervaring van de jonge generaties om er de perspectieven uit af te leiden voor de komende strijd van de arbeidersklasse.

Onze tussenkomsten in de beweging: op de universiteiten...

Dankzij de geest van openheid van de studenten en het invoeren van een ‘ideeënbus’ voor de hele arbeidersklasse konden militanten van de IKS direct ingrijpen in de algemene vergaderingen, eerst in Parijs (vooral in de faculteiten van Censier, Jussieu en Tolbiac), vervolgens daarbuiten. Vanaf het moment dat we als arbeiders (werkenden of gepensioneerden) en als ouders van strijdende studenten en scholieren verschenen aan de ingang van de collegezalen om onze solidariteit met de beweging te betuigen werden we met open armen ontvangen. Het waren de studenten zélf die ons vroegen het woord te nemen in de algemene vergaderingen, onze ervaringen als arbeiders met hen te delen en natuurlijk om ‘ideeën’ in te brengen. In al de universiteiten waar we het woord voerden voor bijeenkomsten van honderden studenten werden de moties en concrete actievoorstellen die we indienden met grote belangstelling ontvangen, ter stemming voorgelegd, en aangenomen. Op 15 maart bij de faculteit van Censier bijvoorbeeld diende een van onze kameraden een motie in om de verzamelde studenten op te roepen onmiddellijk de directe uitbreiding van de strijd naar de werkenden ter hand te nemen. De motie werd toegejuigd en bij meerderheid aangenomen. Ook werd voorgesteld om massaal een vlugschrift te verspreiden in de stations van de buitenwijken van Parijs. Aan de universiteiten buiten Parijs (vooral in Toulouse en Tours) namen onze kameraden in dezelfde zin het woord, met voorstellen om manifestaties naar bedrijven te sturen, naar kantoren en ziekenhuizen en om tijdens deze manifestaties vlugschriften te verspreiden waarin de werkenden werden opgeroepen om zich bij de strijd van de studenten aan te sluiten.

Nooit sinds Mei 1968 hadden onze tussenkomsten in algemene vergaderingen een dergelijke invloed. De vakbondssaboteurs en ultra-linksen haalden natuurlijk allerlei manoeuvres uit om onze moties op hun eigen naam te schrijven om bij de beweging te blijven aansluiten en er de controle over te kunnen behouden, dan wel om die ‘discreet’ af te voeren ná de algemene vergadering door ze te verdrinken in een veelheid van concrete ‘actie-voorstellen’. De studenten slaag­den er niettemin in om die manoeuvres gedeeltelijk te omzeilen. Het ‘idee’ dat de IKS voortdurend al meer dan een kwart-eeuw naar voren brengt in de arbeidersstrijd werd door de studenten in praktijk gebracht: ze gingen op zoek naar de actieve solidariteit van de werkenden door vlugschriften te verspreiden waarin tot solidariteit werd opgeroepen, en door massale delegaties te sturen naar dichtbij zijnde bedrijven (vooral in de stations zoals bij Rennes, Aix en Parijs). De studenten begrepen overal al snel, zoals een student van Paris-Censier het uitdrukte, dat “als we geïsoleerd blijven we rauw worden opgepeuzeld”. Het is dankzij deze uitbreidingsdynamiek van de beweging naar het geheel van de arbeidersklasse, een dynamiek die voortkwam uit het openstellen van de algemene vergaderingen, dat de bourgeoisie kon worden teruggedreven.

Onze voorstellen om gezamenlijke algemene vergaderingen van studenten en personeel van de stakende universiteiten (vooral bij Paris-Censier) te organiseren werden eveneens overgenomen. Doordat de werkenden in de nationale onderwijssector de nederlaag die ze in het voorjaar van 2003 opliepen nog niet te boven waren slaagden er evenwel niet in zich massaal bij de studenten aan te sluiten. We moeten toegeven dat daar waar we konden ingrijpen, het met de studenten meest solidaire personeel, overtuigd van de noodzaak om de strijd onmiddellijk uit te breiden naar al de bedrijven zonder richtlijnen van de vakbonden af te wachten, voornamelijk militanten van de IKS waren.

Vanaf het ogenblik dat onze voorstellen een meerderheid begonnen te verkrijgen en onze kameraden herkend werd als militanten van de IKS, begonnen de vakbonden en ultra-linksen natuurlijk geruchten te verspreiden om wantrouwen te zaaien, om de situatie in de faculteiten weer onder controle te krijgen en vooral te voorkomen dat mensen op zoek naar een revolutionair perspectief toenadering zochten tot de standpunten van het links-kommunisme. Zo zagen we de klassieke manoeuvre om de openheid van de algemene vergaderingen te saboteren door ‘elementen van buitenaf’ de toegang of het woord te weigeren, zoals aan de faculteit van Toulouse-Rangueil (waar de ‘nationale coördinatie’ gevestigd was), en waar onze kameraden een spreekverbod kregen van de Trotskisten van de Jeunesse Communiste Révolutionnaire (jongerenorganisatie van de LCR). In tegenstelling daartoe werden de toespraken van een van onze kameraden die lesgeeft in de faculteit van Mirail met veel enthousiasme ontvangen. Op verzoek van de studenten kon hij een uiteenzetting geven over de beweging van Mei 1968 en daarmee onze analyse over de historische betekenis van die beweging doorgeven.

... en in de vergaderingen van de ‘coördinatie’

We voerden eveneens meerdere malen het woord in de vergaderingen van de ‘nationale coördinatie’. Op 4 maart ging de IKS naar de ingang van de vergadering te Parijs om de pers te verkopen (die heel goed werd ontvangen door veel studenten) en om te proberen de bijeenkomst toe te spreken. Na twee uur van discussie eindigde de algemene vergadering er mee bij stemming in beginsel te aanvaarden dat ‘waar­nemers van buiten’ de zaal in mochten, maar wél zonder spreekrecht.

Ondanks de politieke manoeuvres gericht op het potdicht maken van de algemene vergaderingen werd er volop gedebatteerd. Het waren vooral de niet-vakbondsstudenten die van geen enkele politieke organisatie deel uitmaakten die het meest vastbesloten tegen de manoeuvres van de UNEF en de ultra-linksen ingingen.  Bij de faculteit van Paris-Censier gaven de studenten het woord aan ‘elementen van buitenaf’ en werden de algemene vergaderingen open­gesteld voor arbeiders die hun solidariteit met de beweging wilden betuigen. Zo kon het dat onze kameraden, als ouders van studenten in strijd, het woord voerden op 8 maart tijdens de bijeenkomst van de coördinatie van de Parijse regio om de noodzaak te verdedigen de strijd uit te breiden door op te roepen tot solidariteit van de arbeiders in de bedrijven, voor­al die van de openbare sector zoals de SNCF (de spoorwegen), de ziekenhuizen en de posterijen.

Aan het einde van de beweging zagen we de manoeuvres van de politicasters van de ‘coördinatie’ (geïnfiltreerd door heel ‘veelkleurig links’, van de Socialistische Partij tot aan de trotskisten) om tijdens de vergadering van de ‘nationale coördinatie’ te Lyon op 8 en 9 april, aan de vooravond van het officiële intrekken van het CPE, deze dynamiek van openheid te saboteren. Niet in staat te voorkomen dat de militanten van de IKS de zaal binnenkwamen zonder zichzelf daarbij volslagen ongeloofwaardig te maken, slaagden de ‘leiders’ van de ‘coördinatie’ er niettemin in om de studenten te laten stemmen over een spreekverbod voor... ‘waarnemers van buitenaf’! Deze vergadering van universiteitsdelegaties (die voor het merendeel zonder enig duidelijk mandaat van hun faculteit kwamen) was een ware mislukking: twee dagen lang werden de studentendelegaties door de sabotage-specialisten bezig gehouden met stemmingen over wat en hoe ze moesten stemmen! Veel studenten hebben deze vergaderingen van de ‘nationale coördinatie’ met walging verlaten en de overigen richten zich weer op de wat we eerder in de algemene vergaderingen naar voren brachten; ze gaven ook blijk van grote rijpheid, moed en intelligentie door na het intrekken van het CPE in meerderheid te stemmen voor opheffing van de blokkades van de faculteiten, om niet in de val te trappen de beweging in het geweld te laten ondergaan.

De invloed van onze pers in de manifestaties

Onze pers is het voornaamste middel om in te grijpen binnen de arbeidersklasse. Vooral in manifestaties werden onze publicaties massaal verspreid (meerdere duizenden exemplaren). De IKS was aanwezig in al de manifestaties sinds die van 7 februari; in Parijs, Toulouse, Tours, Lyon, Marseille, Lille en Grenoble. Onze vlugschriften net als onze krant en onze bijlage werden warm onthaald voor vele studenten, scholieren, werkenden en gepensioneerden.

Tijdens de manifestatie van 18 maart kwamen talrijke groepen studenten naar onze pers-tafel om blijk te geven van hun sympathie. Sommigen van hen vroegen ons of ze ons vlugschrift mochten aanplakken op bushokjes. Anderen namen stapeltjes vlugschriften mee om die in hun omgeving te verspreiden. Een kleine groep studenten zei ons zelfs: “als we jullie publicaties zien in al die talen, dat is geweldig; het is overduidelijk dat jullie de enige ware internationalisten zijn.” Nog weer anderen kwamen ons bij verschillende gelegenheden bedanken voor de steun die de IKS aan de studenten verleend had tegenover de leugens die door de media werden verspreid “door in de andere landen bekendheid aan onze beweging te geven, aan onze algemene vergaderingen”. Juist door de openlijke sympathie die veel studenten met ons betoonden durfden de stalinistische bonzen en de ordediensten ons niet openlijk te bedreigen zoals gebeurd was tijdens de manifestatie van 7 maart.

Nooit eerder in de geschiedenis van de IKS had onze tussenkomst een dergelijke invloed in een beweging van de arbeidersklasse. Nooit eerder hadden we zoveel discussies met zoveel manifestanten van alle generaties, en vooral met de jongere generaties op zoek naar een historisch vooruitzicht.

De strijd van de IKS tegen de black-out van de media

Overal ter wereld verspreidde de televisie beelden van geweldadige confrontaties tussen ‘stenengooiers’ en de Franse oproerpolitie. Nergens werd verwezen naar de massale algemene vergaderingen, naar de rijkdom aan debatten die daar plaatsvonden, naar het voortdurend zoeken naar solidariteit.

Het was dan ook voor een groot deel dankzij de pers van de IKS dat het proletariaat in vele landen de waarheid kon ontdekken. De proletariërs, in Frankrijk net zo goed als in de andere landen, konden daardoor hun solidariteit betuigen met de studenten in strijd waaromheen de internatio­nale bourgeoisie juist een ‘cordon sanitaire’ probeerde te leggen om ze te isoleren, naar de nederlaag te voeren en over te leveren aan de repressie.

Onze tussenkomst in Nederland en België sloot onmiddellijk aan bij dit internationaal gevecht van de IKS tegen de black-out van de bourgeoisie : had natuurlijk niet hetzelfde karakter als die in Frankrijk met al z’n onmiddellijke betrokkenheid in de strijd zelf; het ging er veeleer om de beweging bekend te maken, solidariteit te betuigen, helderheid te verschaffen door lering te trekken uit de gebeurtenissen voor de komende strijd.

In Nederland en België heerste er, net als overal, een maand lang groot stilzwijgen over de gebeurtenissen in Frankrijk. Pas op 18 maart werden beelden getoond van geweld aan de Sorbonne, waarbij de strijd van de studenten op één hoop werd gegooid met het eerdere geweld in de buitenwijken, om aan angst aan te jagen en afkeer op te roepen. Vervolgens werd de beweging voorgesteld als iets typisch studentikoos of als een typisch Franse reactie van conservatisme ten opzichte van ‘noodzakelijke hervormingen’ in het kader van de globalisering en er werd een tegenstelling gemaakt tussen Mei 1968, dat “de wereld wilde veranderen”, en “de angst voor de toekomst” van de nieuwe generatie. Voor het overige werd er verder niets medegedeeld over de aard van de beweging, noch over de algemene vergaderingen of de actieve strijduitbreiding.

Voorafgaand daaraan besloot de afdeling van de IKS in Nederland en België om de mediastilte te doorbreken door op 15 maart het Franse vlugschrift van 6 maart in het Nederlands op het web te plaatsen en vervolgens ook in enkele honderden exemplaren te verspreiden, vooral tijdens studentenbetogingen in Brussel, Antwerpen en Gent. Die hadden overigens een heel ander karakter dan de strijd van de studenten in Frankrijk, en er bleek ook dat de aanwezigen niet in het minst op de hoogte waren, en ook de ultra-links pers bewaarde op dat moment nog een diep stilzwijgen met als gevolg dat jongeren van de Belgische trotskistische LSP/MAS (in Nederland Offensief) zich bij de IKS kwamen informeren. In Nederland waren we op 20 mei aanwezig met vlugschrift, bijlagen en pers op het Nederlands Sociaal Forum te Nijmegen en op 4 juni tijdens de Pinksterlanddagen in Appelscha, en bij beide gelegenheid konden we een debat organiseren, soms met mensen waarmee we al lang geen contact meer hadden gehad.

Belangrijker nog dan ons vlugschrift was de speciale bijlage van acht pagina’s bij onze kranten die we in de tweede helft van maart uitgaven, en waarin beter de historische betekenis van de gebeurtenissen tot uitdrukking kon komen. Ondertussen waren er al vier teksten verschenen op onze website en slaagden we erin het vlugschrift en een “Een groet aan de nieuwe generaties van de arbeidersklasse” te plaatsen op discussieforums van anderen. Onze kranten van mei en juni bevatten natuurlijk ook meerdere artikelen over de beweging. Begin juni gaven we bovendien een brochure uit van 26 bladzijden, waarmee we nogmaals het belang benadrukten dat we aan de beweging toekenden.

Bij onze tussenkomsten werden we gesteund door een tiental sympathisanten, met wie we onmiddellijk contact hadden opgenomen om ze te informeren en om ze te betrekken in discussie en verspreiding van onze publicaties, en die ook zelf initiatieven namen.

De onderwerpen van onze openbare bijeenkomsten werden aangepast om eerstens de media­stilte te doorbreken en vervolgens een debat te openen over de historische betekenis van de beweging en er lering uit te trekken. De discussiebijeenkomsten van maart te Amsterdam en Antwerpen en de openbare bijeenkomst van april in Brussel waren geheel aan het onderwerp gewijd, en op 1 mei hielden we ook een bijzondere openbare bijeenkomst te Brussel met een groter dan gewoonlijk aantal deelnemers en heel levendig debat. De openbare vergaderingen van mei in Amsterdam en Antwerpen waren vooral gewijd aan het trekken van lering uit de beweging. Tijdens deze bijeenkomsten bleek dat we vooral duidelijk moesten maken dat deze beweging er een van de arbeidersklasse was en iets heel anders dan de wanhoopsuitingen in de Franse buitenwijken eerder, en dat de gewelddadigheden juist géén kenmerk zijn van proletarische strijd. De arbeidersklasse zoekt solidariteit, probeert de strijd uit te breiden en organiseert zich daartoe in algemene vergaderingen. Daarbij vindt zij op de eerste plaats de strijdsabotage door de vakbeweging op haar weg en probeert ze de provocaties van de bourgeoisie om haar tot geweld aan te zetten juist zoveel mogelijk te ontlopen.

De balans opgemaakt

In de manifestaties in Frankrijk vormde de pers van de IKS een waar oriëntatiepunt temidden van een hele sliert van vlugschriften van kleine voor de gelegenheid gevormde groep­jes waarvan de één nog ‘radicaler’ van taal was dan de andere.

De sympathie waarvan veel studenten en wer­ken­den in de manifestaties ons in Frankrijk blijk gaven ons vorm­de een aanmoediging om vastbesloten door te gaan. Als we een positieve balans kunnen opmaken van de echo die onze tussenkomst had dan is dat niet in het minst om ons­zelf te verheerlijken. Het is omdat de openheid van de nieu­we generaties voor revolutionaire ideeën tekenend is voor de rijping van het bewustzijn binnen de arbeidersklasse.

Net zoals onze tussenkomst bijdroeg tot het vertrouwen van de jonge generaties in hun eigen krachten versterkte het ent­housiasme dat de beweging bij opwekte ons vertrouwen in de historische capaciteiten van de arbeidersklasse.

Ondanks dat de democratische, vakbonds- en reformistische illusies die nog altijd zwaar doorwegen op het bewustzijn van de jonge generaties zijn hun openheid voor revolutio­naire ideeën, hun wil om verder na te denken en het debat aan te gaan kenmerkend voor de grote rijpheid en diepgang van deze beweging. De toekomst van de menselijke samenleving hangt af van het vermogen van de revolutionairen om deze overdenking tot rijping te laten komen.

Geografisch: