Het Congres van Den Haag in 1872: Het eerste gevecht van het marxisme tegen het parasitisme

Printvriendelijke versieSend by email

Honderd dertig jaar geleden, in september 1872, werd in Den Haag het Vijfde Congres gehouden van de IWV, de Internationale Werklieden Vereniging (Eerste Internationale). Het gaat zeker om één van de meest belasterde episodes uit de geschiedenis van de arbeidersklasse. Bekend door de beslissing om Bakoenin, James Guillaume en de Jurafederatie de IWV uit te sluiten is dit congres voor sommigen zonder betekenis omdat het zich uitsluitend bezig zou hebben gehouden met ‘interne strubbelingen’. Voor anderen (zoals de anarchisten, maar ook burgerlijke geschiedschrijvers) ging het om een “oorlog tussen leiders” waarbij Marx zich van administratieve maatregelen bediend zou hebben om meningsverschillen te regelen over theoretische vraagstukken (zoals dat van de staat). Niets is minder waar.

Dit congres is juist één van de belangrijkste uit de geschiedenis van de arbeidersbeweging. Het vormde het hoogtepunt van een lange strijd binnen de Internationale Werklieden Vereniging voor de opbouw van een organisatie in overeenstemming met de klassenaard en de historische behoeften van het proletariaat. Het draagt lessen over aan de volgende generaties van revolutionairen die tot op heden fundamenteel blijven:

  • de organisatorische vraagstukken zijn volledig politieke vraagstukken vormen een plaats waar de klassenstrijd zich net als elders afspeelt;
  • omdat ze rechtstreeks te maken hebben met het overleven van de organisatie overheersen ze alle andere vraagstukken. Daarom heeft het Congres van Den Haag zich nauwelijks gebogen over de belangrijkste toenmalige gebeurtenissen, namelijk de Frans-Duitse oorlog en de Commune van Parijs;
  • politieke gedrag komen kan niet worden verklaard vanuit de psychologie van enkelingen maar hebben en klassenkarakter;
  • de statuten van de organisatie zijn vervat in haar platform en vormen haar programma voor wat betreft organisatievraagstukken: daarom moeten ze verdedigd worden tegen elke ideologische invloed die vreemd is aan het proletariaat.

De eerste beginselen vanproletarische organisatie

De oprichting van de IWV in 1864 in Londen betekent een nieuwe etappe waarin de arbeidersbeweging zich doet gelden. Door de lessen te trekken uit de voorbije periode scheiden nieuwe proletarische elementen zich af van de bourgeoisie door de noodzaak van de zelfstandigheid van de arbeidersklasse ten opzichte van de andere klassen in de maatschappij te bevestigen, niet alleen op politiek gebied door een eigen programma aan te nemen maar ook op organisatorisch vlak door de proletarische beginselen die in sommige eerdere organisaties al bestonden over te nemen en verder te ontwikkelen. Zij definiëren de organisatie als een bewust organisme, collectief, eensgezind en gecentraliseerd. De eerdere fase van politieke sekten die hun activiteit opvatten als een scheiding tussen de onbewuste basis van het werkelijke politieke leven van de organisatie en de leiding van beroepssamenzweerders was voortaan voorbij. De nieuwe organisatie voorzag zichzelf onmiddellijk van een gecentraliseerde structuur die in 1866 de naam kreeg van Algemene Raad.

De sabotage door Bakoenin

Tot aan de Commune van Parijs van 1871 verenigde de IWV een groeiend aantal arbeiders en vormde ze een van de belangrijkste factoren in de ontwikkeling van de twee fundamentele wapens van het proletariaat, zijn organisatie en bewustzijn. Daardoor werd zij het doelwit vansteeds meer verbeten aanvallen van de kant van de bourgeoisie: laster in de pers, infiltratie door verklikkers, vervolgingen tegen haar leden, enzovoort. Maar de aanvallen waardoor de IWV het grootste gevaar liep waren de aanvallen die kwamen van haar eigen leden en die zich keerden tegen de organisatiewijze van de Internationale zèlf.

Al tijdens de stichting van de IWV werden de voorlopige statuten ervan door de Parijse afdelingen, die sterk beïnvloed waren door de federalistische opvattingen van Proudhon, vertaald in een richting die het gecentraliseerde karakter van de Internationale gevoelig afzwakte. Maar de gevaarlijkste aanvallen komen later met de toetreding tot de IWV van de ‘Alliantie van de Socialistische Democratie’, gesticht door Bakoenin. Deze zou in belangrijke delen van de Internationale een vruchtbaar terrein vinden doordat op haar nog het gewicht rustte van de politieke onrijpheid van het proletariaat in die tijd. Het was een proletariaat dat zich nog niet geheel ontdaan had van de resten van de voorbije etappe in zijn ontwikkeling en dan voornamelijk van de sectaire bewegingen.

Deze zwakte was vooral toegespitst in de meest achtergebleven sectoren van het Europese proletariaat, daar waar het nog nauwelijks uit ambacht en boerenbedrijf was losgekomen, vooral in de Zuid-Europese landen. Dit zijn de zwakheden waarvan Bakoenin, die pas in 1868 tot de Internationale toetrad, gebruik wist te maken om te proberen haar te onderwerpen aan zijn ‘anarchistische’ opvattingen en om haar onder de controle te krijgen. Het middel van deze operatie werd gevormd door de ‘Alliantie van de Socialistische Democratie’, die hij opgericht had als een minderheid van de ‘Liga van de Vrede en de Vrijheid’. Deze laatste was een organisatie van burgerlijke republikeinen, gesticht op initiatief van met name Garibaldi en Victor Hugo, en waarvan een van de voornaamste doelstellingen het beconcurreren van de IWV onder de arbeiders was. Bakoenin maakte deel uit van de leiding van de ‘Liga’ waaraan hij ‘een revolutionaire stimulans’ beweerde te geven en waarbinnen hij had aangedrongen om de IWV een samensmelting voor te stellen, wat deze tijdens haar Congres van Brussel in 1868 afwees. Pas na de mislukking van de ‘Liga van e Vrede en de Vrijheid’ besloot Bakoenin toe te treden tot de IWV, niet als een gewone militant, maar om de leiding over te nemen.

“Om zich te laten erkennen als leider van de Internationale, moest hij zich voordoen als leider van een ander leger waarvan de absolute toewijding aan van zijn persoon door een geheime organisatie verzekerd moest worden. Na openlijk zijn genootschap in de Internationale geïmplanteerd te hebben rekende hij er op om er in alle afdelingen vertakkingen te krijgen en zo de absolute leiding te verwerven. Met dit doel stichtte hij in Genève de (de openbare) Alliantie van de Socialistische Democratie. [...] Maar achter deze openbare Alliantie ging een andere schuil, die op haar beurt geleid werd door de nog geheimere Alliantie van de Internationale Broederschap, de Honderd Wachters van dictator Bakoenin”. (1).

De Alliantie was dus een genootschap dat zowel openbaar als geheim was en dat in werkelijkheid het vormen van een Internationale binnen de Internationale beoogde. Haar geheime structuur en de ruggespraak die daardoor mogelijk was tussen haar leden moesten de ‘infiltratie’ verzekeren in zoveel mogelijk afdelingen van de IWV, daar waar de anarchistische opvattingen de grootste weerklank vonden. Op zichzelf vormde het bestaan van meerdere denkrichtingen geen enkel probleem. De intriges van de Alliantie daarentegen, die zichzelf wilde opleggen aan de officiële structuur van de Internationale, vormden een ernstige factor van ontwrichting van deze laatste en waren levensgevaarlijk voor haar. De Alliantie had gepoogd om op het Congres van Bazel in september 1869 de leiding van de Internationale over te nemen door, tegen de motie voorgesteld door de Algemene Raad, een motie in stemming te brengen ten gunste van de afschaffing van het erfrecht. Met dit doel voor ogen hadden haar leden, vooral Bakoenin en James Guillaume trouwens met hart en ziel een administratieve resolutie gesteund die de macht van de Algemene Raad zou versterken. Maar toen dit mislukt was begon de Alliantie, die zelf beschikte over geheime statuten gebaseerd op uiterste centralisatie, een campagne te voeren tegen de ‘dictatuur’ van de Algemene Raad waarvan zij de rol wilde beperken tot “een bureau voor correspondentie en statistieken” (volgens de eigen termen van de Alliantieleden), van ’brievenbus’ (zoals Marx hen antwoordde). Tegenover het beginsel van de centralisatie die de uitdrukking was van de eenheid van de Internationale van het proletariaat, stelde de Alliantie het ‘federalisme’, de volledige ‘autonomie van de afdelingen’ en het niet bindend karakter van congresbesluiten. In feite wilden ze in staat zijn om hun eigen gang te gaan in de afdelingen die zij onder controle hadden. Dat opende meteen de deur voor de volledige desorganisatie van het IWV. En het was dat gevaar dat het Congres van Den Haag van 1872 moest afweren. (2).

Een strijd van de hele proletarische organisatie

Als de strijd van de IWV dikwijls werd aangehaald als die van Marx en Engels, dan was dat vooral omdat de onverzettelijkheid van deze twee leden binnen de Algemene Raad voorbeeldig was voor de collectieve strijd van de hele organisatie. De vastbeslotenheid van de Algemene Raad had in de strijd tegen Bakoenin op zichzelf niet succesvol kunnen zijn indien deze niet de steun had gekregen - en gestimuleerd had - van de organisatie in haar geheel. Het geheime karakter van de Alliantie kan trouwens voor een deel worden verklaard door het feit dat haar stichters “heel goed wisten dat de grote massa van de internationalen zich nooit willens en wetens zouden onderwerpen aan een organisatie als de hunne als zij van het estaan daarvan op de hoogte waren geweest” (4). Toen de Alliantie tegenover het Congres van Den Haag haar laatste machtsgreep wou uitvoeren, door op de Conferentie van Rimini in augustus 1872 een congres voor te stellen tegenover dat van de IWV, moest dit project weldra worden afgeblazen omdat er weinig krachten in dit avontuur konden worden meegesleept.

Zwitserland, waar Bakoenin zijn meest solide thuishavens had, is een van de voorbeelden van de actieve strijd van alle militanten. Toen Bakoenin zijn manoeuvers lanceerde voor de overname van de Zwitserse afdeling in april 1870, botste hij op het verzet van de arbeidersafdelingen van Genève. Het opeisen door Bakoenin van de naam van het centraal orgaan voor zijn groep van intriganten bracht de Zwitserse militanten er toe om hem uit te sluiten (toen al!), hem en zijn meest actieve handlangers van de Jurafederatie.

Anderzijds, toen de Algemene Raad de manoeuvres van de leden van de Alliantie in de organisatie openbaar had gemaakt om hen aan te klagen en machteloos te maken, was de strijd van de voormalige alliantie-aanhangers die hun trouw aan de IWV bevestigden, beslissend voor het losweken van een maximum aan militanten die bedrogen waren door de parasitaire invloed van Bakoenin en om in Spanje opnieuw een federatie op te bouwen die loyaal was aan het IWV.

En de afdeling Ferré van Parijs die niet vertegenwoordigd was op het Congres van Den Haag suurde deze krachtdadige boodschap:

“Burgers, nooit was een congres plechtiger en belangrijker dan datgene dat u heden in Den Haag bijeenbrengt. Waar het hier werkelijk om draait is niet de een of andere onbelangrijke formele kwestie, het een of andere banaal reglementsartikel, maar het overleven van het Verbond. [...] de intriganten die tot hun schande uit ons midden werden verbannen, de Bakoenins, de Malons, de Gaspard Blancs en de Richards proberen om het even welke belachelijke federatie uit de grond te stampen, die volgens hun ambitieuze projecten het Verbond moet verpletteren. Wel burgers, het is deze kiem van tweedracht, die grotesk is door zijn hoogmoedige streven, maar gevaarlijk door zijn gewaagde manoeuvres, die we ten koste van alles moeten verdelgen. Haar bestaan is onverzoenbaar met het onze en wij rekenen op uw ongenadige energie om daarbij een beslissende en klinkende overwinning te behalen”.

Het Congres van Den Haag

De voortdurende manoeuvres van de alliantie-aanhangers zijn er verantwoordelijk voor dat het congres drie dagen moest uittrekken aan de verificatie van de mandaten van de afgevaardigden, dat wil zeggen controleren of iedere afdeling had voldaan aan de statutaire verplichtingen van de IWV (en in het bijzonder de allereerste daaronder: het overmaken van de lidmaatschapsgelden aan de organisatie) voordat ze hun rechten als lid konden laten gelden. Het Congres moest de afgevaardigden van verschillende afdelingen die onder controle van de Alliantie stonden en die weigerden hun lidmaatschapsgelden aan de Algemene Raad te betalen, bedreigen met het intrekken van hun mandaat om ze de schuld van hun afdeling te laten vereffenen.

Nadat de voorstellen van de Conferentie van Londen, die het jaar daarvoor was gehouden rond de noodzaak voor de arbeidersklasse om een politieke partij op te richten (wat een grotere centralisatie en meer beslissingsmacht voor de Algemene Raad noodzakelijk maakte) waren aangenomen, debatteerde het Congres over het vraagstuk van de Alliantie op basis van een rapport van een Onderzoekscommissie die hiervoor benoemd was.

Bepaalde leden van de Alliantie weigerden samen te werken met de verkozen Commissie, ja elfs haar te erkennen, en behandelden haar als “Heilige Inquisitie”.

Wat het Congres aan de Alliantie verweet was niet de propaganda voor haar standpunten, maar de flagrante schending van de statuten en toelatingsvoorwaarden van de IWV, evenals de openlijke vijandigheid en de manifeste wil om de organisatie te schaden. In de houding van de Alliantie identificeerde de IWV voor het eerst in de arbeidersbeweging de bedreiging van het politiek parasitisme. “Voor het eerst in de geschiedenis van de strijd van de arbeidersklasse botsen wij op een geheime samenzwering beraamd in de schoot zelf van deze klasse en er op gericht niet om het bestaande uitbuitingsregime te ondermijnen maar wel het Verbond zelf, die dit regime op de meest energieke wijze bestrijd”. (4). De arbeidersklasse werd geconfronteerd met parasieten die beweerden te behoren tot het kamp van het kommunisme en haar programma te onderschrijven, maar die al hun krachten wijdden aan het belasteren van de kommunistische organisatie en beginselloos en zonder geringste aarzeling streefden naar haar vernietiging. Wat er op het spel stond op het Congres was: “eens en voor altijd een einde te maken aan alle interne strijd binnen ons Verbond zoals die steeds veroorzaakt wordt door de aanwezigheid van dit parasitair lichaam. Deze strijd is niet anders dan de verspilling van krachten die bestemd zijn voor het bestrijden van het huidige burgerlijke regime. In zoverre de Alliantie de actie van de Internationale tegen de vijanden van de arbeidersklasse verlamt is zij van bewonderenswaardig nut voor de bourgeoisie en de regeringen” (3).

Het Congres veroordeelde de geheime organisatie van de Alliantie die was opgezet om de controle over de organisatie over te nemen door de militanten op te delen in twee categorieën waarbij de enen de anderen moesten leiden zonder dat die het wisten, evenals de houding van haar aanhangers die systematische gebruik maakten van leugens en veinzerij om de IWV te om de tuin te leiden over het bestaan van de clandestiene organisatie en over het doel van hun woorden en daden.

Er werd geen enkele sanctie genomen tegen afgevaardigden die verklaarden te breken met de Alliantie.

De werkelijke strijd binnen de IWV vond dus plaats tussen:

  • enerzijds diegenen die de eenheid van de arbeidersbeweging voorstonden en die verdedigden dat de proletarische organisatie niet mag afhangen van de grillen van de individuen die er deel van uitmaken maar moet functioneren volgens statutaire regels waaraan iedereen gehouden is en die door allen aanvaard worden bij hun toetreding. Deze statuten moeten als waarborg dienen voor het gecentraliseerde en collectieve eenheidskarakter van de organisatie en voor een kader dat openlijke en gedisciplineerde debatten mogelijk maakt en waarvan genomen beslissingen gelden voor alle militanten. Dit hield in dat allen, meerderheid en minderheid, zich moeten houden aan de beslissingen van het Congres;
  • anderzijds “diegenen die het recht opeisen om te doen zoals het ze goeddunkt, ieder in zijn eigen hoekje, die de congressen beschouwen als eenvoudige bijeenkomsten die zich er toe moeten beperken ‘gezichtspunten uit te wisselen’ maar zonder beslissingen te nemen. Met deze informele organisatiewijze viel in het geheim de werkelijke centralisatie tussen alle federaties toe aan de Alliantie [...] Het invoeren van anti-autoritaire opvattingen in de IWV zou het beste middel zijn om haar over te leveren aan de intriges en de occulte en ongecontroleerde macht van de Alliantie.” (2).

De actie van de marxisten bestond er ook in de politieke zeden van de Alliantie aan te klagen die “Om haar doelstellingen te bereiken [...] voor geen enkel middel, geen enkele trouweloosheid terugschrok; leugens, laster, intimidatie, hinderlagen komen hen ook van pas. Tenslotte neemt ze [de Alliantie] in Rusland volledig de plaats van de Internationale in en begaat ze in haar naam misdaden volgens het burgerlijk recht, afpersingen, een moord, waarvoor de regeringspers ons Verbond verantwoordelijk heeft gesteld” (1). Deze actie bestond er ook uit om de klasseninhoud er van te bepalen (“gedeclaseerden die voortkomen uit de hogere lagen van de maatschappij”) en de politieke moraal te verwerpen die hen tot basis diende: de jesuitenmoraal volgens welke “het doel alle middelen heiligt” en die neergeschreven staat in de geheime statuten van de Alliantie die, gefascineerd door de onderwereld, “de avontuurlijke wereld van de misdaad” beschouwt als “de enige werkelijk revolutionaire” en daaraan zijn actiemethodes ontleent.

In tegenstelling daartoe moet het proletariaat niet alleen zijn eigen wapens ontwikkelen maar voor hem zijn het doel dat uit zijn aard voortspruit, het kommunisme, en de middelen om dit te bereiken, onderling afhankelijk. Net zoals Marx, stellen wij samen met Trotzki dat “slechts die middelen toelaatbaar en verplichtend zijn die de samenhang van het proletariaat doen groeien [...] die het doordrenken met het bewustzijn van zijn eigen historische missie [...]. Daaruit vloeit juist voort dat niet alle middelen zijn toegestaan. [...] en dat resulteert voor ons in het feit dat het grote revolutionaire doel alle onwaardige middelen, werkwijzen en methodes verwerpt die een deel van de arbeidersklasse opzetten tegen de anderen; [...] of die het vertrouwen van de massa’s in zichzelf en in de organisatie verminderen en vervangen door een verheerlijking van de ‘leiders’.” (5).

Dit Congres, het belangrijkste van de IWV, was tezelfdertijd “haar zwanenzang als gevolg van de verplettering van de Commune van Parijs en de ontmoediging die deze nederlaag veroorzaakte binnen het proletariaat. Marx en Engels waren zich van deze werkelijkheid bewust. Daarom stelden ze ook voor, buiten de maatregelen om het IWV te onttrekken aan de greep van de Alliantie, dat de Algemene Raad in New York geïnstalleerd zou worden, ver van de conflicten die de Internationale steeds verder verdeelden. Het was ook een middel om de IWV een rustige dood te laten sterven (voltrokken door de Conferentie van Philadelphia in juli 1876) zonder dat haar prestige kon worden overgenomen door de bakoeninistische intriganten” (2).

Het laat ook zien dat de opbouw van de proletarische organisatie een voortdurende strijd is en dat het geen vreedzaam proces is dat vrij zou zijn van de vernietigende invloed van de vijanden van de arbeidersklasse, evenmin als het buiten de kapitalistische sociale verhoudingen zou staan die het proletariaat moet opheffen. Toen het proletariaat de nederlaag van de Commune eenmaal te boven was gekomen dienden de bijdragen van de IWV, haar standvastigheid in het verdedigen van de proletarische beginselen betreffende organisatievraagstukken, als basis voor de oprichting van de revolutionaire partijen van de Tweede Internationale. De politieke lessen die de IWV gesmeed heeft moeten de strijd van de huidige revolutionairen blijven inspireren en ze zullen van fundamenteel belang zijn voor de opbouw van de partij van morgen.

FR

(1) De Alliantie van de Socialistische Democratie en de Internationale Arbeiders Associatie, rapport geschreven door Marx, Engels, Lafargue en andere militanten onder mandaat van het Congres van Den Haag.

(2) Internationale Revue, Engels-, Frans-, en Spaanstalige uitgave, nr. 110.

(3) De Algemene Raad aan alle leden van het IWV, 4-6 augustus 1872.

(4) Rapport voorgesteld aan het Congres van Den Haag door Friedrich Engels.

(5) Trotzki, Hun moraal en de onze.

Ontwikkeling van proletarisch bewustzijn en organisatie: