Parlementaire verkiezingen: Een democratisch rookgordijn voor verpaupering, oorlog en repressie

Printvriendelijke versieSend by email

De korte levensduur van het kabinet Balkenende is de uitdrukking van een veel breder probleem dan alleen dat van de regering. Het zal niet verdwijnen door nieuwe verkiezingen of de electorale afgang van de LPF.

De economische recessie sinds het begin van het nieuwe millennium deed de onvrede groeien en tastte de populariteit van de paarse coalitie en vooral van de PvdA in hoog tempo aan. Het poldermodel, geschapen om onvrede te neutraliseren in uitzichtloze inspraakrondes over allang genomen beslissingen, liep stuk op de omvang van de te nemen maatregelen. Bij gebrek aan een tijdige aanpassing van de koers werd een stabiele regeringscoalitie na de chaotische verkiezingen van 15 mei 2002 onmogelijk. In Nederland, waar de bourgeoisie bij uitstek pocht op een wereldwijde reputatie van democratische stabiliteit, is een dergelijke crisis ongehoord.

De ontbinding van het kapitalisme brengt een verstikkende opeenstapeling van onoplosbare en voortwoekerende sociale problemen met zich mee die de geloofwaardigheid van de staatsinstellingen aantasten. Maar na de jarenlange campagnes over het verdwijnen van de arbeidersklasse is ook het zelfvertrouwen ondermijnd in een eigen strijdperspectief; de arbeidersklasse heeft de grootste moeite om haar woede om te zetten in strijdbaarheid. De onvrede blijft daardoor opgesloten in vaak individuele, ongerichte woede uitbarstingen en tijdens de verkiezingen in richtingloze 'protest' stemmen. Dat vormt de voedingsbodem voor een demagogisch populisme waarin niet alleen de wanhoop van een gefrustreerde kleine burgerij en de perspectiefloosheid van het lompenproletariaat tot uiting komt, maar waarin ook delen van de arbeidersklasse worden meegesleurd.

De bourgeoisie weet telkens weer de symptomen van haar innerlijke ontbinding tegen de arbeidersklasse te keren. De strategie tegenover de chaos binnen het staatsapparaat was een viervoudige. In de eerste plaats werd iedereen opgeroepen om zich achter de 'democratische' staat op te stellen. Vervolgens kreeg het rechtse populisme op de korte termijn alle kans om zichzelf tot in de schoenen af te branden; de PvdA werd in de gelegenheid gesteld om in de oppositie aan te sterken ter voorbereiding van een nieuwe regeringsperiode; en ondertussen konden, “onder druk van de verkiezingsuitslag”, de ongekend harde aanvallen op de arbeids en levensomstandigheden, die al onder Paars waren voorbereid, onmiddellijk worden doorgevoerd.

De val van het kabinet Balkenende: de bourgeoisie ontdoet zich van de LPF

In juni 2002 schreven we: “Een nieuwe regering zonder de Lijst Pim Fortuyn, die met 26 zetels van niets tot tweede fractie werd, is echter haast onmogelijk en zou ook volslagen ongeloofwaardig zijn. De nieuwe regering riskeert echter van de ene crisis naar de andere te gaan”, en: “Als stuurloze groep zonder leiding, zonder samenhangend programma en met kandidaten die op het laatste moment werden bijeengeharkt zijn er mogelijkheden te over om in het parlement de Fortuyn fractie uiteen te laten vallen, het land 'onregeerbaar' te verklaren en nieuwe verkiezingen uit te schrijven mocht dit nodig blijken”. Het CDA VVD LPF kabinet Balkenende hield het inderdaad nog geen drie maanden vol en op 15 oktober, de dag waarop de 'linkse' prins Claus werd bijgezet, liet de bourgeoisie de regering vallen (1).

Geholpen door de rivaliteiten binnen de LPF zelf, waarbij de zij elkaar voor heel televisiekijkend Nederland publiekelijk afmaakten, werd de volstrekte onverantwoordelijkheid van deze groepering breed uitgemeten. Het hele politieke toneel diende zich steeds openlijker aan als een wanstaltige klucht waarbij ook de geloofwaardigheid van CDA en VVD en van minister president Balkenende op het spel kwamen te staan. Het strovuurtje tussen de twistbroeders Heinsbroek en Bomhof hoefde nauwelijks te worden aangewakkerd om de hele LPF in de opiniepeilingen weg te vagen en vervolgens “de stekker uit het stopcontact te trekken”.

Toch is met 'zwevende kiezers' in de orde van 40% van de kiesgerechtigden het leed niet geleden. Een nooit vertoond aantal 'burgers' ziet geen verschil meer tussen de partijen, is het vertrouwen in het politieke bedrijf kwijt, weet niet of het wel gaat stemmen en zo ja, waarop!

Na de schrik over de politieke steekvlam Pim Fortuyn en de verkiezingen van 15 mei doen de burgerlijke politici dan ook hun uiterste best om aan te tonen dat ze de kiezer weer “au serieux” nemen, en van links tot rechts houden ze een wedstrijd in wie het best “de erfenis van Fortuyn” in ere houdt, wie de 'vragen' die hij opwierp het beste verwoordt en daarvoor de betere 'antwoorden' te bieden heeft.

Wanneer dat in het geheel niets verandert voor de globale politiek van de bourgeoisie is het wel de presentatie die een ander tintje kreeg. Een 'rechtse' regering vormde een gelegenheid om ongekend harde maatregelen te nemen zonder dat daarbij het “sociale gezicht” van burgerlijk links direct in het geding kwam. Maar het dilemma dat zich stelde was dat tegelijkertijd het 'sociale gezicht' van links des te harder nodig was om de maatregelen door te drukken en voor te stellen als het “minste kwaad in moeilijke omstandigheden”.

De economische recessie dwingt de bourgeoisie tot ongekende aanvallen

Zelfs in de officiële ramingen komt het moment van economische herstel na de wereldwijde recessie steeds verder weg te liggen. Onafhankelijk van wie er in de regering zit zal de bourgeoisie keiharde maatregelen nemen.

Paars werd vooral gekenmerkt door het 'afschatten' en 'korten' van invaliden, door maatregelingen tegen vluchtelingen, door saneringen en fusies in gezondheidszorg en onderwijs, door gettovorming, verkrotting en criminalisering in de grote steden en het bedelven van de gezinnen onder enorme schuldenlasten (2).

In de herfst van 2002 maakte de nieuwe regering Balkenende onmiddellijk duidelijk dat daar bovenop aanzienlijke inkomensdalingen over een lengte van jaren op de dagorde stonden. Tegelijkertijd gaan de tarieven en eigen bijdragen voor allerlei vaste uitgaven omhoog, niet in de laatste plaats voor ziektekostenverzekeringen en pensioenen. Daarbij komt nog een hele stoet van hogere afdrachten en belastingen aan de lagere overheden.

De ontmanteling van het toch al kaalgeschoren stelsel van sociale uitkeringen wordt voortgezet met verdere loskoppeling van de lonen (3). Het verkrijgen of behouden van een uitkering wordt gebonden aan steeds meer voorwaarden en hatelijke sancties terwijl de uitkeringen richting fysiek bestaansminimum gaan. Voor de WAO ligt het invoeren van een drastische toetredingsstop in het verschiet (de beruchte referte eis van 3 jaar, de beperking van de definitie tot “meetbare beroepsziekten”). Tegelijkertijd dienen WAO ers tot op hogere leeftijd te solliciteren voor baantjes die doorgaans een inkomensdaling betekenen.

Bij overheid en bedrijfsleven blijven massale ontslagen op de agenda staan. In de eerste plaats slaat de recessie toe bij banken en verzekeringen en in de technologische spitssectoren. Van CMG, Cap Gemini, Getronics via IBM tot Pink Roccade en Worldcom voert een hele rij gerenommeerde namen in de ICT sector drastische ontslagen door. In de elektronica ontslaat ASM Lithography massaal; in de telecom sector bijt het in hoge schulden stekende KPN Telecom de spits af. Ook hightech laboratoria in Nederland, zoals van Lucent (Philips en AT&T) en Ericsson voor draadloze communicatie staan op de nominatie om te worden opgedoekt. Philips kondigt in volle verkiezingscampagne een nieuwe ronde van massale ontslagen aan, zowel in de productie als bij de ondersteunende stafdiensten. De gevolgen van de recessie beperken zich geenszins tot bijzonder risicodragende of conjunctuurgevoelige sectoren: ontslagdreiging en voort-durende reorganisaties zijn er ook bij de post, bij personen-vervoersbedrijven (Connexion, NS reizigers) en in de kunstvezels (AKZO Nobel; Accordis). De massale ontslagen zullen worden begeleid door ontslagpremies die voortaan in mindering worden gebracht op de uitkering.

Onder de noemer 'veiligheid' valt een hele reeks van repressiemaatregelen. Daarbij lost een “lik op stuk beleid” de “gedoogcultuur” af en krijgt de criminaliteit een huidskleur. De opheffing van het wettelijke briefgeheim, de permanente legitimatieplicht, de mogelijkheid van het fouilleren en controleren van ook onverdachte personen, ze staan allemaal op de agenda, net als de wettelijke invoering van minimumstraffen. In toenemende mate wordt een hele generatie van een brede laag van de bevolking de criminaliteit ingedreven en vervolgens worden er harde sancties gesteld op wetsovertreding. Kregen de immigranten van enkele tientallen jaren geleden nog de mogelijkheid te 'integreren', dat wil zeggen de kans uitgebuit te worden, en hun kinderen een minimum aan onderwijs, nu is uitzichtloosheid troef en worden de verschillende groepen paria's tegen elkaar opgestookt. Het probleem is niet dat “Nederland vol is”, maar dat op een verzadigde wereldmarkt met moordende concurrentie de uitbuiting, zelfs tegen heel lage lonen, niets meer rendeert en steeds meer mensen maatschappelijk worden uitgesloten.

Andermaal wordt de reactie daartegen weggeleid naar de stembus. Dit keer, krijgen we te horen, zou het stemrecht “meer verantwoordelijk” gebruikt moeten worden, waarbij de boodschap met betrekking tot het huidige beleid is: eigen schuld, dikke bult!

De verkiezingen: de bourgeoisie op zoek naar de beste aanvalslinie

In afwezigheid van arbeidersstrijd keren al die maatregelen zich niet tegen de bourgeoisie maar dragen ze eerder bij tot het succes van de verkiezingen. Andermaal wordt er campagne gevoerd om de bevolking als geheel en vooral de arbeidersklasse wijs te maken dat zij het zijn die als 'burger' uitmaken wat er in Den Haag gebeurt. Meer dan ooit wordt de schijn gewekt dat de belangrijke beslissingen nog niet in achterkamertjes zijn genomen maar in het stemhokje vallen. Waaróp gestemd wordt is van een tweede orde, áls er maar gestemd wordt; als de geloofwaardigheid van de 'democratische' staatsinstellingen als “het minst slechte van alle systemen” maar wordt opgepoetst!

Zolang Paars nog te vers in het geheugen ligt kan de PvdA moeilijk in de regering terugkeren maar is een 'populaire' campagne van die kant al even onmogelijk. Groen Links, dat zich onder Rosenmöller naar het voorbeeld van Duitsland en België opmaakte voor een plaats in de regering kon de taak van oppositionele stemmentrekker, ondanks de wissel aan de top, ook moeilijk op zich nemen. Wat overbleef was noodgedwongen een links populisme dat tijdelijk de 'protestvlag' van Fortuyn overnam.

Vandaar de geweldige mediacampagne rond de SP waarbij de kop van Marijnissen niet meer van het beeldscherm was te branden. Bij tijdelijk gebrek aan beter werd het populisme van extreem rechts overgeheveld naar ultra links wat voor de bourgeoisie twee voordelen had: het linkse populisme liep geen risico in de regering te belanden en het kon op termijn enkel de positie van de meer 'verantwoordelijke' PvdA versterken.

De PvdA, met fundamenteel hetzelfde programma als onder Paars, past, in de woorden van oud minister Pronk, enkel haar “stijl en beeld” aan. Wouter Bos, het nieuwe uithangbord van de partij, wil “de fouten van zijn voorgangers vermijden” en “de mensen er van overtuigen dat de PvdA zijn les geleerd heeft”. Van arrogante regentenpartij gaat het naar een meer 'bescheiden' en 'volkse' partij; maar dat komt er enkel op neer dat de functies van partijleider en regeringsleider niet langer, zoals onder Kok, in één persoon verenigd blijven. Toen diezelfde Bos, een bewonderaar van Joop den Uijl, op 13 februari aan de tand werd gevoeld door Balkenende en VVD boegbeeld Zalm, maakte hij niet alleen duidelijk dat de oude garde niet weerkeert, maar ook dat de PvdA 'zich sterk maakt' voor algemene inkomensverlagingen en de oorlog tegen Irak.

Het vooruitzicht blijft een terugkeer van de PvdA in de regering, aansluitend bij de politiek in de ontwikkelde landen, zoals in Duitsland, België en Groot Brittannië. Maar de bourgeoisie in Nederland moet voor het moment wel opteren voor een centrum rechtse regering met een krappe parlementaire meerderheid zodat de PvdA nog verder haar wonden kan likken. Zij loopt echter het risico dat de PvdA, met een onverwachte sterke opkomst in de peilingen in de laatste weken voor de verkiezingen, voortijdig weer in de regering moet worden opgenomen en zichzelf dan opnieuw voor de voeten loopt. De PvdA moet dan ook haar best doen, zoals Jan Blokker het verwoordde, om een te grote verkiezingsoverwinning te vermijden (4).

Het gat in het politieke landschap van de bourgeoisie ontstond met de desillusie over eerst de PvdA onder Paars, vervolgens over het LPF avontuur. Dat gat werd in zes maanden opgevuld wat duidelijk maakt dat de bourgeoisie de globale controle over de gebeurtenissen niet verloor. Toch is het tijdperk 'Pim Fortuyn', een periode van politieke instabiliteit, niet voorbij. Van de arbeiders wordt, niet echt geloofwaardig, gevraagd vertrouwen te schenken aan een 'realistische' PvdA die nog niet kan regeren, die ook geen oppositie kan voeren, maar die het er alleen van moet hebben dat ze, anders dan CDA en VVD, geen populistische vrijerij achter de rug heeft.

De noodzaak van strijd op klassenterrein

Welke regeringsploeg er na 22 januari ook wordt gevormd, de marsroute van de aanvallen van de bourgeoisie wordt niet door de stembusuitslag bepaald, maar door de recessie en de krachtsverhouding tussen de klassen. In grote lijnen is de koers vastgelegd in “het strategisch akkoord” van het kabinet Balkenende. De rol van de PvdA zal er, in de regering of in de oppositie, vooral uit bestaan om die aanvallen, die harder dan ooit zullen zijn, aan de bevolking te verkopen.

De arbeidersklasse heeft niets te winnen bij het verkiezingscircus. Het moet de strijd aangaan voor de verdediging van haar levensomstandigheden, op haar eigen klassenterrein. Daarvoor is een geweldige inspanning nodig om weer richting te vinden en vooral het vertrouwen in eigen kracht terug te winnen en de verontwaardiging om te zetten in gezamenlijke strijdbaarheid.

T&M / 16.01.2003

(1) Zie Nederland: De democratische campagnes maken nog meer aanvallen op de arbeidersklasse mogelijk, in Internationalisme, nr. 286, 3 juni 2002.

(2) Zie Ongekende aanvallen onder democratische voorwendsels, in Wereldrevolutie, nr. 97, najaar 2002.

(3) Kok gaf bij het aantreden van zijn eerste kabinet in 1994 al te kennen dat de achterstand die de uitkeringen vanaf begin jaren 1980 hadden opgelopen ten opzichte van de loonontwikkeling nooit meer zal worden ingelopen.

(4) De Volkskrant, 13 februari 2002. Na de vorige verkiezingen werd de PvdA door veel mensen helemaal afgeschreven; we noteerden toen: “de bourgeoisie gooit geen werktuigen weg die al een eeuw het nut van hun diensten hebben bewezen”, in Internationalisme, nr. 286, 3 juni 2002.

Geografisch: 

Erfenis van de Kommunistische Linkerzijde: 

Territoriale situatie: