Drie jaren oorlog in Irak: Alleen maar meer chaos en barbarij

Printvriendelijke versieSend by email

De oorlog in Irak is nu drie jaar geleden begonnen. Het reusachtig militair offensief ge­leid door de Verenigde Staten moest er actief toe bijdragen om de wereld veiliger te ma­ken. De Amerikaanse kruistocht tegen het internationaal terrorisme, waarvan het Irak van Saddam Hoessein een bastion zou zijn, werd gelanceerd in naam van de vre­de, de vooruitgang van de beschaving en de strijd tegen tirannie en obscurantisme. Hoe staat het daar nu mee, na drie jaar van bloedbaden en moordpartijen? In welke toe­stand bevinden Irak en de hele regio van het Midden-Oosten zich? Welke toekomst heeft deze wereld vol ontbinding voor ons in petto?

Irak zakt onherroepelijk weg in een algemene oorlog

We hoeven alleen te kijken in wat voor tragische situatie de Irakese bevolking zich van­daag bevindt om het begin van een antwoord op deze vraag geven. In de maand fe­bruari is er een toename geweest van het aantal zelfmoordaanslagen. Meer dan 75 men­sen werden gedood tijdens een nieuwe opflakkering van geweld, op dinsdag 28 febru­ari, in vijf explosies in Bagdad. Binnen één week tijd, tussen 22 en 28 februari, heeft de Irakese pseudo-regering verklaard dat 458 mensen gewond zijn geraakt en 379 gedood, zonder de slachtoffers mee te rekenen van de aanslag op het sjiitische heiligdom van Samarra. Het geweld en de barbaarsheid die zich van­daag in dit land ontwikkelen worden steeds bloediger en onmenselijker. Op dinsdag 28 februari vonden 32 mensen de dood en raakten meer dan 100 anderen gewond bij de haast gelijktijdige ontploffing van twee bommen van fanatieke kamikazes. De dagelijk­se onderdompeling in de verschrikkingen moet helaas steeds duidelijker worden geconstateerd. De twee aanslagen vonden plaats in een rij van mensen die stonden te wachten om huisbrandolie te kopen in de wijk Al Amine in het zuidoosten van Bagdad, en bij een postkantoor in dezelfde agglomeratie. In Irak zijn aanslagen dagelijkse kost geworden, ze storten de bevolking in een permanente angst.

De ontwikkeling van de chaos in Irak wordt in het bijzonder geïllustreerd vanaf 22 fe­bruari jl. Irak werd al onophoudelijk getroffen door anti-Amerikaanse aanslagen, maar ook op basis van botsingen tussen de gemeenschappen, zoals op die dag met een ge­beurtenis die zware gevolgen heeft : de aanslag die de heilige sjiitische moskee van Imam Ali in Basra in Zuid Irak beschadigde heeft. De ontploffing heeft paniek veroor­zaakt in de stad, midden in een overwegend sjiitische regio. Deze aanslag heeft een geweldige toename veroorzaakt in de gewapende botsingen tussen sjiieten en soennie­ten. Sinds dat ogenblik hebben de confrontaties van religieuze aard met zekerheid meer dan 300 doden gemaakt. Er zijn steeds meer gewapende aanvallen. Foltering en standrechtelijke terechtstellingen worden algemeen: "De lichamen van 15 jonge Irake­zen, de handen gebonden en met sporen van ophanging, werden ontdekt in een bestel­wagen in het westen van Bagdad. Elders werden 29 met kogels doorzeefde lichamen met gebonden handen gevonden in een kuil in het oosten van de stad. Die lichamen werden recent begraven en er zouden er nog andere kunnen zijn, voegde de bron van het ministerie eraan toe." geciteerd in Courrier International, 14-03-2006) De arbeiders­klasse in Irak blijft niet gespaard : rond 25 februari werden 45 arbeiders van een briket­tenfabriek, van sjiitische en soennitische geloofsrichting, doorzeefd met kogels teruggevon­den, zonder dat iemand wist wie de moordenaars zijn. Elke dag ondergaat de Irakese bevolking de verschrikking van het kapitalisme. De opflakkering van geweld, de onweerstaanbare opgang en het geweld van de oorlog tussen de gemeen­schappen heeft de 'regering' van het land ertoe gebracht vanaf 22 februari de avondklok in te stellen van 20 uur tot 6 uur in de gebieden ten noorden van de hoofdstad, met name in de streek van Samarra. Die maatregel zou het land wat kalmte moeten bren­gen. Het voortduren en verergeren van de moordpartijen en aanslagen, tegen de maatre­gelen van de Irakese overheid in, toont hoe onmachtig ze is om de situatie onder con­trole te houden. De massale aanwezigheid van het Amerikaanse leger, diens potentieel in grond- en luchtbewapening, zijn geenszins een factor van stabilisatie om het land beter te kunnen controleren, zoals de Amerikaanse bourgeoisie hoopt, maar juist een bepalend element van de toenemende instabiliteit en chaos. Irak is definitief onregeerbaar geworden. Ook als op dit moment de leiders van de parlemen­taire groepen onder toezicht van de Amerikaanse ambassadeur Zalmay Khalizad be­gonnen zijn aan 'onderhandelingen' over de vorming van een nieuwe regering. Presi­dent Jalal Talabani heeft inderdaad de instelling aangekondigd van een parlementaire commissie. In deze krabbenmand waarin elke burgerlijke kliek met wapens in de hand naar de onderhandelingstafel komt, doet de kwestie van de keuze van de eerste minis­ter en van zijn bevoegdheden de democratische schijn aan flarden vliegen : "De Koer­den en de soennieten weigeren de heraanstelling van aftredend eerste minister Ibrahim Jaa Fari, die gewenst wordt door de conservatieve sjiieten die in de meerderheid zijn." (Courrier International, 13-03-2006) In een situatie die wegzinkt in oorlog en chaos wil elke leider van de verschillende communautaire bourgeoisieën zich altijd zo hevig mo­gelijk verzetten om macht en militaire en financiële voordelen in de wacht te slepen.

Een Amerikaanse poging tot reactie is tot mislukking gedoemd

Drie jaar na hun offensief en geconfronteerd met de overduidelijkheid van de complete mislukking van hun militaristisch beleid in Irak moeten de Verenigde Staten wel pro­beren een grote slag te slaan. Hun verzwakking als eerste wereldmacht, het steeds ver­der wegzakken in het Irakese moeras, kan de Amerikaanse bourgeoisie niet zonder reageren aanvaarden. Dit des te meer omdat de oorlogspolitiek van de regering Bush steeds meer in vraag gesteld wordt door de Amerikaanse bevolking, waarbij betogin­gen opduiken die terugtrekking zonder meer eisen van de Amerikaanse troepen uit Irak. De 2991 dode Amerikaanse soldaten die officieel geteld zijn sinds maart 2003 wegen zeer zwaar in zo'n context van mislukking van de Amerikaanse imperialistische politiek. Terwijl de Verenigde Staten bij de Verenigde Naties tussenkwamen om op te roepen tot kalmte, uit angst dat het land, dat op de rand staat van een open oorlog tussen de soen­nitische minderheid die gisteren nog aan de macht was, en de machtshongerige sjiitische meerderheid, compleet oncontroleerbaar wordt, bereiden ze toch een nieuw mili­tair offensief voor in de gevoeligste zones van Irak. Dat moest de meest massale opera­tie worden sinds het begin van de oorlog drie jaar geleden. Met veel publiciteit verlie­ten wolken bommenwerpers en helikopters de Amerikaanse bases in het Midden-Oos­ten om een harde klap toe te brengen aan “terroristen en andere activisten die terug­verlangen naar de macht van Saddam Hoessein". Dat offensief is vandaag ook uitge­blust, wat opnieuw de groeiende breekbaarheid en verzwakking van de Verenig­de Staten in Irak en in de wereld laat zien.

Chaos en oorlog verspreiden zich over het hele Nabije en Midden-Oosten

Tijdens zijn recent bezoek aan Frankrijk liet Abdallah II, de koning van Jordanië, openlijk zijn ongerustheid horen over het zeer reële gevaar van een openlijke oorlog tussen sjiie­ten en soennieten in heel het Nabije en Midden-Oosten : "Met betrekking tot de sjiitische halve maan sprak ik mijn vrees uit, het politieke spel, onder de dekmantel van het geloof, te zien uitmonden op een conflict tussen soennieten en sjiieten, waarvan we nu reeds de eerste stappen zien in Irak. Het potentieel gevaar van een interreligieus conflict bestaat. En dat zou rampzalig zijn voor ons allen." (Le Monde Diplomatique, maart 2006) De massale aanwezigheid van sjiieten in Koerdistan, in Saoedi-Arabië en vooral in Iran, maakt dat gevaar des te waarschijnlijker. De Iraanse politiek van verdediging van zijn imperialistische belangen in Irak via de sjiitische meerderheid is een belangrijke factor die meewerkt aan de ontwikkeling van de oorlog in heel de regio. Het Israëlisch-Pales­tijnse conflict past helemaal in deze uitbreiding van de chaos. Het aan de macht komen van Hamas in Palestina, dat gisteren nog een (archaïsche en irrationele) fractie van de bourgeoisie was die het terrorisme aanhing, kan op termijn alleen maar leiden tot een versnel­de vlucht vooruit in de oorlog door het Israëlische imperialisme. De toenemende destabi­lisering van deze regio, maar ook van Jordanië, dreigt zich aan te sluiten bij het kruitvat Irak.

Het voortduren van het conflict in Irak brengt een blijvende verzwakking mee van het Amerikaanse leger.

De Democratische afgevaardigde John Murtha die in no­vember 2005 een felle polemiek uitlokte door om de onmiddellijke terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Irak te vragen, rechtvaardigde zijn stelling door zich erop te beroepen dat "officieren hem uitgelegd hadden dat het leger op het punt stond te breken" (zie Le Monde.fr, 20-03-2006). De Verenigde Staten verkeren in steeds grotere materiële en politieke moeilijkheden om de aanwezigheid van 138.000 soldaten in Irak te handhaven. Daarom ziet de Amerikaanse staat zich genoodzaakt om de terugtrekking van 38.000 soldaten, vóór het einde van dit jaar, in ogenschouw te nemen ondanks het verlies van controle over de situatie in Irak. Het toenemende onvermogen om de oorlog in Irak te ondersteunen drukt zich ook uit in de mislukking van de rekruteringscampagne door het Amerikaanse leger in 2005: “Het resultaat ervan was het slechtste in een kwart eeuw.” (Le Monde.fr, 20-03-2006). Vandaag is de Amerikaanse bourgeoisie verplicht vooral soldaten te ronselen uit steeds jongere leeftijdscategorieën, die van 17 tot 24 jaar, en daar­bij minder strenge eisen te stellen aan de fysieke selectie. De ontwikkeling van de ellen­de in de Verenigde Staten drijft de mensen uit de jongere generaties er niet meer toe om bij het leger te gaan. Zo komt de onvrede van de bevolking tegen de oorlog in Irak openlijk tot uitdrukking. Het Pentagon biedt de rekruten vandaag een premie van 20.000 dollar. Verder zou de bovengrens voor rekrutering, met akkoord van het Congres, moeten worden opgetrokken van 35 naar 42 jaar. Dat alles toont open en bloot de ver­snelde verzwakking van de eerste militaire mogendheid van de wereld.

Deze verzwakking van het Amerikaans imperialisme kan dit alleen maar steeds verder vooruit drijven in zijn oorlogszuchtige politiek. Dat blijkt duidelijk uit de verklaring van de Amerikaanse president G. Bush, geciteerd in Courrier International van 17 maart jl.: "Iran is misschien de grootste uitdaging die een land ons stelt." Het verlies van controle van de Verenigde Staten in Irak en de groeiende invloed van Iran in dit land via de sjiitische gemeenschap leiden tot diplomatieke onderhandelingen tussen beide landen. Maar het onstuitbare oplaaien van de imperialistische tegenstellingen, samen met de versnelde verzwakking van de Verenigde Staten laat geen adempauze toe. De ophanden zijnde Amerikaans-Iraanse confrontatie zou zich wel eens kunnen beginnen concretiseren in het Nabije Oosten, op Libanees terrein. Terwijl de Libanese bourgeoisie, na het vertrek van het Syrische leger, intern verscheurd wordt, is het gewicht van Hezbollah, de sjiitische beweging die openlijk de oorlog tegen Israël verdedigt, een belangrijk wapen van Iran tegen de Verenigde Staten. De onverzoenlijkheid van Teheran inzake haar nucleaire politiek wordt door oorlogszuchtige verklaringen van de Vere­nigde Staten aan hun adres beantwoord. De steeds duidelijker steun van Rusland aan Iran, samen met de irrationele opgang van de oorlogspolitiek van de Verenigde Staten, kondigen niets goeds aan.

De verzwakking van de capaciteit tot militaire bezetting van de Verenigde Staten, hun on­vermogen om hun troepen op het terrein te ontplooien, doen vermoeden dat de kapita­listische barbarij voortgezet zal worden met behulp van massale bombardementen, die alleen ruïnes en ontreddering achterlaten. De bourgeoisie van de voornaamste im­perialistische landen, verbeten concurrenten van de Verenigde Staten zoals Frankrijk, Duitsland, Rusland en zelfs China, kunnen niet anders dan zich cynisch verheugen over deze verzwakking van Amerika. Ze zullen niet de minste scrupules hebben om zo actief mogelijk deel te nemen aan het militair laten vastlopen van de Verenigde Staten, zoals dat al gebeurt in Afghanistan en Irak.

Tegenover de opgang van de kapitalistische barbarij moet de klassenstrijd gesteld wor­den.

Op het ogenblik waarop de kapitalistische barbarij opnieuw in een stroomversnelling terechtkomt, drukt de hoop van heel de mensheid zich concreet uit in de ontwikkeling van de klassenstrijd: in de Verenigde staten, in Duitsland, in Engeland en nu ook vooral in Frankrijk. Alleen de strijd van de arbeidersklasse, door zich op steeds meer eensgezinde en solidaire manier te ontwikkelen, zal door de kommunistische revolutie de gewapen­de arm van het verrottende kapitalisme kunnen tegenhouden. De jonge generaties ar­beiders, die vandaag volop de strijd aangaan tegen het kapitalisme, moeten weten dat hun klassenbroeders in 1917 met de zegevierende proletarische revolutie in Rusland de wereldbourgeoisie gedwongen hebben een einde te maken aan de eerste imperialisti­sche slachting. Deze revolutie, en de revolutionaire golf die zich toen vooral in Cen­traal-Europa en Duitsland ontwikkelde, was geen uitzondering, geen ongelukje van de ge­schiedenis. Zij is in ons historisch tijdperk mogelijk en noodzakelijk n

Tino, 24 maart 2006

Recent en lopend: