Imperialistische conflicten: De wedijver tussen de grootmachten kan niet meer worden weggemoffeld

Printvriendelijke versieSend by email

Bij alle grotere conflicten die de planeet sinds het verdwijnen van de blokken in vuur en vlam gezet hebben waren de voornaamste mogendheden van het voormalige Westers Blok betrokken. Er werd ons een beeld voorgeschoteld van een hechte eenheid tussen die landen, op politiek vlak zowel in militaire operaties ten dienste van de verdediging van het internationaal recht, van de mensenrechten, van de strijd tegen het ‘internationaal terrorisme’. Toen de huidige Iraakse crisis bijna een jaar geleden opdook, ontdekt de wereld met verbijstering hoe sterk de onenigheid is die nu zo brutaal aan het licht komt tussen die landen. Allianties die als een historisch gegeven beschouwd werden, zoals die tussen Frankrijk en de Verenigde Staten, worden verbroken. We zien ook de ontwikkeling van anti-Amerikaanse of anti-Franse xenofobe campagnes, die door de media in dienst van de staat georganiseerd worden, en die herinneringen oproepen aan de vreselijkste momenten uit de geschiedenis van de twintigste eeuw.

In feite waren de tegenstellingen tussen de grootmachten al aanwezig voor de huidige crisis, maar ze zijn aanzienlijk verscherpt tot op het punt waarop de huichelachtige schijn wegvalt die de oorlogen respectabel leek te maken. Het wordt voor de bourgeoisie moeilijk nog langer te verzwijgen “wie de ware vijand van wie is”, maar haar oorlogszuchtige propaganda kan niet langer verbergen wat de werkelijke inzet van de oorlog is: de controle over essentiële strategische posities in de krachtsverhouding tussen de mogendheden.

De voornaamste imperialistische gangsters zijn het niet eens over de manier waarop ze de wereld gaan verdelen, en voor de peetvader, de sterkste onder hen, de Verenigde Staten, kan er natuurlijk geen sprake van zijn hun wereldheerschappij met anderen te delen.

Eigenlijk heeft gedurende heel de twintigste eeuw de kwestie van de verdeling van de wereld tussen de verschillende imperialisten, de machtigste bijgestaan door de minder sterke, aan de oorsprong gelegen van alle bondgenootschappen, van de blokken, van beide wereldoorlogen en van de lokale oorlogen die uitgevochten zijn gedurende de drie decennia van de Koude Oorlog.

De Golfoorlog van 1991 legt de nieuwe tegenstellingen bloot

Gedurende heel de periode van de Koude Oorlog waren de imperialistische spanningen gepolariseerd rond de confrontatie tussen beide imperialistische blokken, dat van het oosten en dat van het westen. Maar ze verdwijnen niet met het wegvallen van de blokken, integendeel. De complete en steeds duidelijker economische impasse van de kapitalistische productiewijze kan de oorlogstegenstellingen tussen de naties alleen maar steeds meer aanwakkeren.

Zeer snel na de ontbinding van het Westerse Blok organiseerden de Verenigde Straten de Golfoorlog. Ze lieten Saddam Hussein geloven dat hij Koeweit kon binnenvallen zonder gevaar op vergelding en schiepen zo de gelegenheid, onder het voorwendsel Koeweit te bevrijden in naam van de verdediging van het internationaal recht, tot militair machtsvertoon op een schaal die ongezien was sinds de Tweede Wereldoorlog. De voormalige bondgenoten van de Verenigde Staten binnen het Westers Blok hadden geen andere keuze, als ze hun rang in de imperialistische wereldarena wilden behouden, dan zich te onderwerpen door aan die eerste Golfoorlog deel te nemen of hem te helpen financieren. Zich er van bewust dat ze in die oorlog werden meegesleept tegen hun eigen belangen in, toonden de meeste van die landen, op Groot-Brittannië na, weinig interesse om zich achter het standpunt van de Verenigde Staten te scharen en zich aan te sluiten bij hun oorlogsinspanning. In dat verband zagen we verscheidene pogingen, vooral van Frankrijk en Duitsland, om door aparte onderhandelingen in naam van de bevrijding van gijzelaars de Amerikaanse politiek in de Golf te torpederen.

Deze oorlog legde een realiteit bloot die sindsdien alleen maar bevestigd is: het totale onvermogen van de Europese staten om een onafhankelijke gemeenschappelijke buitenlandse politiek te voeren die op termijn de politieke voorwaarden zou kunnen scheppen voor de oprichting van een Europees blok geleid door Duitsland. Hij illustreerde ook een feit dat sindsdien allen maar bevestigd is, namelijk dat de eerste wereldmogendheid voortdurend in het offensief moet zijn, zijn verpletterende militaire overwicht moet inzetten om zijn wereldleiderschap te behouden tegenover het verzet daartegen, vooral van de voormalige geallieerden van het Westers Blok.

De huidige Iraakse crisis laat zien dat die mogendheden belangrijke stappen hebben gezet om hun eigen imperialistische belangen te waarborgen.

Tien jaar escalatie van de imperialistische spanningen

Maar enkele maanden na de Golfoorlog van 1991 toonde het begin van de confrontaties in Joegoslavië het feit dat diezelfde mogendheden, met name Duitsland, vastbesloten waren hun imperialistische belangen te doen gelden ten koste van die van de Verenigde Staten.

Om toegang tot de Middellandse Zee te verkrijgen moedigde Duitsland de afscheiding aan van Slovenië en Kroatië, de noordelijke republieken uit Joegoslavië. Zo opende het een doos van Pandora van de Balkan die opnieuw een haard van conflicten werd tussen de imperialistische mogendheden in Europa. De andere Europese staten en de Verenigde Staten, die tegen dit Duitse offensief gekant waren, hebben inderdaad direct, of indirect door hun passiviteit, Servië en zijn milities aangemoedigd de ‘etnische zuivering’ te ontketenen in naam van de verdediging van de minderheden.

Door de verdere verslechtering van de toestand in de wereld konden de Verenigde Staten duidelijk maken dat de Europese Unie machteloos stond tegenover een situatie waarbij ze toch als eerste betrokken was, en dat er verdeeldheid heerste in de rangen van de Unie, ook tussen de “beste bondgenoten” van dat moment, Frankrijk en Duitsland. Ze slaagden er echter niet in het voortschrijden van sommige imperialismes te bedwingen, vooral van de Duitse bourgeoisie, die er over het algemeen in slaagde haar doelen in voormalig Joegoslavië te bereiken. De spectaculairste uiting van die autoriteitscrisis van de politieagent van de wereld werd vanaf 1994 gevormd door de breuk in het historisch verbond met Groot-Brittannië, op initiatief van dit laatste land. Na 1989 toonde de Britse bourgeoisie zich aanvankelijk de trouwste bondgenoot van de Amerikaanse, met name op het moment van de Golfoorlog. Maar die trouw had haar weinig opgeleverd. Verder vroeg de verdediging van haar eigen belangen in de Middellandse zee en de Balkan om een pro-Servische politiek. Dat leidde tot aanzienlijke meningsverschillen met hun bondgenoot en tot het systematisch saboteren van de Amerikaanse politiek van steun aan Bosnië. In die situatie slaagde de Britse bourgeoisie erin een stevige tactische alliantie op te bouwen met de Franse bourgeoisie.

Dat was natuurlijk een zware tegenslag voor de eerste wereldmacht omdat dit enkel de tendens van talrijke landen in alle continenten kon aanmoedigen om voordeel te slaan uit de herverdeling van de wereld om zich te ontworstelen aan de ijzeren greep waarin Uncle Sam hen tientallen jaren lang gehouden had. Om die verzwakking van hun positie tegen te gaan ontwikkelden de Verenigde Staten toen hun activiteiten rond Bosnië, nadat ze in de loop van 1992 tweemaal hun militaire macht vertoond hadden :

  • tijdens de massale en spectaculaire ‘humanitaire’ actie in Somalië die enkel een voorwendsel was voor en een instrument in de botsing tussen de twee voornaamste mogendheden die in Afrika tegenover elkaar staan, de Verenigde Staten en Frankrijk;
  • tijdens de sluiting van het zuidelijk Iraakse luchtruim, onder voorwendsel van de bescherming van de sjiitische bevolking die door het regime van Bagdad werd vervolgd, en die vooral een boodschap was gericht aan Iran dat zijn militaire macht opdreef en tegelijkertijd zijn banden aanhaalde met bepaalde Europese landen, met name met Frankrijk.

Met betrekking tot de oorlog van 1991 hebben de Verenigde Staten slechts met veel moeite een akkoord tot stand weten te brengen (de derde partij van de coalitie, Frankrijk, beperkte er zich toe verkenningsvliegtuigen te sturen).

Het vervolg van de oorlog in Joegoslavië werd tot de zomer van 1995 geïllustreerd door het voortdurende onvermogen van de Verenigde Staten op dit belangrijke terrein van imperialistische confrontaties. Toch komt Washington vanaf de zomer van 1995 weer krachtig opzetten in dit gebied, onder de vlag van de IFOR die de Unprofor moest opvolgen, die gedurende meerdere jaren het instrument was van de overwegende aanwezigheid van de Frans-Britse tandem. De zege die finaal door de Verenigde Staten met de akkoorden van Dayton in 1996 behaald werd betekende geen definitieve overwinning in dit deel van de wereld, noch het stopzetten van de algemene tendens tot verlies van leiderschap als eerste wereldmacht. Inderdaad, die tendens manifesteerde zich al snel bij twee gelegenheden:

  • in september 1996 met de haast unaniem vijandige reacties van landen die de Verenigde Staten in 1990-1991 steunden op de bombardementen op Irak met 44 kruisraketten;
  • met het rampzalig uitstel in februari 1998 van de operatie Desert Storm die tot doel had Irak opnieuw te straffen, en in een klap ook de landen die het steunden, met name Frankrijk en Rusland. Saddam Hussein had zijn les geleerd uit de zware nederlaag in 1991 en kreeg goede raad van die twee landen; hij stemde al snel formeel in met de eisen van de Verenigde Naties (wat betreft de inspectie van “presidentiële paleizen”) om het Amerikaanse plan te laten mislukken.

De Verenigde Staten kregen het initiatief in 1999 weer in handen in ex-Joegoslavië door hun bondgenoten geen andere keus te laten dan die van een oorlog tegen het nieuwe uitverkoren doelwit, Milosevic. De oorlog was uitgebroken in Kosovo, bij deze gelegenheid in het kader van de NAVO gevoerd, vormt de belangrijkste gebeurtenis op het imperialistisch wereldtoneel sinds de ineenstorting van het Oostblok eind jaren 1980. Hij speelt zich niet af in een land van de periferie, zoals het geval was met de Golfoorlog van 1991, maar in een Europees land, met NAVO-bombardementen op Servië, Kosovo en Montenegro. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog wordt een Europees land, en met name zijn hoofdstad, massaal gebombardeerd. Het was ook voor het eerst sinds die tijd dat de voornaamste verliezer van die oorlog, Duitsland, rechtstreeks met de wapens tussenkwam in een militair conflict.

Voor de andere mogendheden die in de oorlog betrokken raakten, met name Groot-Brittannië en Frankrijk, bestond er een tegenstelling tussen hun traditionele bondgenootschap met Servië, die nog duidelijk gebleken was in de periode van de voormalige Unprofor die geleidwerd door deze mogendheden, en deze operatie in het kader van de NAVO. Toch zou niet deelnemen aan de operatie Determined Force betekenen dat ze uitgesloten werden uit het spel in een zo belangrijke regio als de Balkan. De rol die ze zouden kunnen spelen in de diplomatieke oplossing van de Joegoslavische crisis werd bepaald door het belang van hun deelname aan de militaire operaties.

Het keerpunt van 11 september en de ‘oorlog tegen het terrorisme’

In april 2002 schreven we: “de ‘oorlog tegen het terrorisme’ betekent veel meer dan een eenvoudige herhaling van de voorafgaande tussenkomsten van de Verenigde Staten in de Golf en de Balkan. Hij vertegenwoordigt een kwalitatieve versnelling in de ontbinding en de barbarij:

  • hij wordt niet meer voorgesteld als een campagne van korte duur met precieze doelwitten in een bepaalde regio, maar als een onbeperkte campagne, als een haast permanent conflict dat de hele wereld als operatiezone heeft.
  • hij heeft veel globalere en veel bredere strategische doelen, die een doorslaggevende aanwezigheid omvatten van de Verenigde Staten in Centraal Azië, die tot doel hebben hun controle te verzekeren, niet alleen over deze regio, maar ook over het Midden-Oosten en het Indisch subcontinent, om zo elke Europese (vooral Duitse) uitbreiding in dit gebied te blokkeren. Het komt inderdaad neer op de omsingeling van Europa. Dat verklaart waarom, anders dan in 1991, de Verenigde Staten vandaag de omverwerping van Saddam aankunnen omdat ze hem niet langer nodig hebben als plaatselijke gendarme gezien hun bedoeling hun aanwezigheid rechtsreeks op te dringen. In dat kader moeten we de Amerikaanse ambities plaatsen om de olie en andere energiebronnen in het Midden-Oosten en Centraal Azië te controleren.” (Resolutie over de Internationale situatie aanvaard op de bijzondere conferentie van de IKS).

Een dergelijke stap vooruit van de Verenigde Staten zou niet mogelijk geweest zijn zonder de aanslagen van 11 september 2001, die de Amerikaanse geheime diensten klaarblijkelijk niet hebben proberen te verijdelen terwijl ze op de hoogte waren van de voorbereiding ervan. De slachtoffers van de Twin Towers waren inderdaad tegenover de wereld de ideologische rechtvaardiging die nodig was om de ontplooiing van de Amerikaanse militaire aanwezigheid op de planeet te rechtvaardigen. Op binnenlands vlak waren zij ook een middel dat het Vietnamsyndroom moest elimineren, dat wil zeggen het verzet onder de Amerikaanse arbeidersklasse om zich regelrecht op te offeren voor imperialistische avonturen van de Verenigde Staten.

“Heel deze situatie bevat de mogelijkheid van een ontwikkelingsspiraal die aan elke controle ontsnapt en die de Verenigde Staten dwingt steeds meer tussen te komen om hun gezag op te leggen, maar waarbij telkens meer krachten paraat staan om te vechten voor hun eigen belangen en daarbij dat gezag te ondermijnen. Dat geldt zeker ook in het geval van de voornaamste rivalen van de Verenigde Staten.” (ibid.). En inderdaad, de ongekende escalatie door de Verenigde Staten om hun leiderschap te behouden gaat vergezeld van een al even ongezien verzet daartegen door dezelfde imperialistische rivalen.

De spanningen hebben een dergelijk niveau bereikt dat ze niet meer verborgen kunnen blijven. Er zijn geen grenzen aan de chaos die deze dynamiek kan veroorzaken. De planeet kan daardoor onherstelbare schade oplopen die het uiteindelijk onmogelijk maakt dat het kapitalisme overstegen wordt door een kommunistische maatschappij. Een dergelijk vooruitzicht omvat echter niet de mogelijkheid van een rechtstreekse militaire confrontatie tussen sommige van die mogendheden aan de ene kant en de Verenigde Staten aan de andere. “Gefrustreerd door hun militaire inferioriteit en door sociale en politieke factoren die een rechtstreekse confrontatie met de Verenigde Staten onmogelijk maken, zullen de andere grote mogendheden hun pogingen tot verzet tegen het gezag van de Verenigde Staten verdubbelen met de middelen die zij ter beschikking hebben: oorlogen via andere landen, diplomatieke intriges, enz.” (ibid.).

De sociale factor die al die mogendheden, de Verenigde Staten daarbij inbegrepen, gemeen hebben is het feit dat in elk van die landen een proletariaat bestaat dat niet klaar staat, op het niveau van zijn uitbuiting of wat betreft het offeren van zijn leven, om de gevolgen van een totale oorlog te dragen. In die zin vormt het proletariaat, ook in de zeer moeilijke situatie die het kent sinds het begin van de jaren 1990, een rem op de oorlog. Alleen het proletariaat vormt de enige hoop voor de mensheid, omdat het als enige in staat is om zich door zijn strijd in deze maatschappij in ontbinding te doen gelden als de kracht die draagster is van een alternatief voor de kapitalistische barbarij.

Luc / 22.03.2003

Recent en lopend: