Cajo Brendel negentig jaar: “Ik ben het volstrekt met jullie oneens” (met verbetering en aanvulling)

Printvriendelijke versieSend by email

Op 2 oktober is Cajo Brendel negentig jaar geworden. Sinds het begin van de jaren 1930 maakt hij deel uit van de Kom­mu­nis­tische Linkerzijde; na de Tweede Wereldoorlog eerst van de Communistenbond Spartacus en vervolgens van de groep Daad en Gedachte. We willen hem graag eren als een kameraad in de meest eigenlijke betekenis van het woord, als een onvermoeibaar krijgsmakker tegenover burgerlijk links, en, natuurlijk in overdrachtelijke zin, als een partijgenoot, als ein Genosse van de Kommunistische Linkerzijde, voor de standpunten waarvan hij op haast alle continenten interesse heeft gewekt.

Cajo Brendel beschouwt de IKS als een stroming die zich beroept op ‘achterhaalde standpunten’, zoals die van de Kommunistische Arbeiterpartei Deutschlands die volgens hem door de Groep van Internationale Communisten overwonnen zouden zijn. Vanaf het eind van de jaren 1960 hebben we bij tal van gelegenheden vinnig met hem gedebatteerd en gepolemiseerd, en het moet gezegd dat de gemoederen daarbij soms hoog opliepen. Kameraadschappelijke betrekkingen op het persoonlijke vlak werden daardoor echter niet in het minst in de weg gestaan.

In 1987 werden de IKS en een aantal van haar leden en sympathisanten uitgenodigd om deel te nemen aan een conferentie van de groep Daad en Gedachte. Enkelen van ons waren daar inderdaad aanwezig, en op onze aandrang werd het proletarisch internationalisme ter tafel gebracht. Tot onze stomme verbazing stonden we daar plotseling samen met Cajo (en Jaap Meulenkamp, een andere veteraan) tegenover zo ongeveer alle ‘jongeren’ die veeleer anti-fascistisch gezind waren. Het werd duidelijk dat wanneer dit allerbelangrijkste politieke punt binnen die groep een tweederangs plaats was toebedeeld deze wegdreef in een journalistiek academisme en niet lang meer kon blijven bestaan. Cajo en Jaap daarentegen waren internationalisten die heel hun leven de fascistische, stalinistische en democratische kampen in gelijke mate hebben veroordeeld, maar ze zijn, zelfs binnen de eigen groep, niet in staat gebleken dat over te dragen op een volgende generatie.

In 1991, toen we Cajo na de ineenstorting van het Oostblok bezochten om het Manifest van het Negende IKS-Congres daarover te bespreken en te proberen hem te bewegen een inleiding over dat onderwerp te houden tijdens een openbare bijeenkomst van de IKS, was hij bijzonder geëmotioneerd: “Ik ben het volstrekt met jullie oneens, maar ik vind het vreselijk belangrijk dat zo’n document verspreid wordt.” De verschijning van het tijdschrift Daad en Gedachte, “gewijd aan de problemen van de zelfstandige arbeidersstrijd”, was toen al gestaakt.

In het afgelopen jaar hebben we hem nog tweemaal bezocht en moeten vaststellen dat zijn geheugen hem in de steek begon te laten. Inmiddels verblijft hij in een rusthuis. We willen de kameraadschappelijke warmte van Cajo graag beantwoorden met een even hartelijke groet ter gelegenheid van zijn verjaardag, op de leeftijd van de heel sterken.


Op het bovenstaande artikel ontvingen de volgende reactie:

Ik las zojuist jullie artikel over Cajo, naar aanleiding van zijn 90ste verjaardag. Hierin schreven jullie:
“In 1991, toen we Cajo na de ineenstorting van het Oostblok bezochten om het Manifest van het Negende IKS-Congres daarover te bespreken en te proberen hem te bewegen een inleiding over dat onderwerp te houden tijdens een openbare bijeenkomst van de IKS, was hij bijzonder geëmotioneerd: Ik ben het volstrekt met jullie oneens, maar ik vind het vreselijk belangrijk dat zo’n document verspreid wordt. De verschijning van het tijdschrift Daad en Gedachte, gewijd aan de problemen van de zelfstandige arbeidersstrijd?, was toen al gestaakt.”
Een kleine correctie: Daad en Gedachte verscheen tot in 1997! Dat zouden jullie eigenlijk wel moeten weten, want jullie hebben toen nog een open brief over de stopzetting van dit blad gepubliceerd.
S.


Beste S.,
Je hebt volkomen gelijk, het is een vervelende fout. De laatste aflevering van Daad en Gedachte verscheen in juli 1997, en we reageerden daarop in Wereldrevolutie, nr. 85, december 1998.
Ter compensatie nemen we hieronder dat artikel uit 1998 geheel over:


‘Daad en Gedachte’stopt zijn publicatie
Een verzwakking voor de arbeidersklasse

In juli 1997 publiceerde de Nederlandse radenistische groep Daad & Gedachte de volgende verklaring in haar blad:
“Dit is het laatste nummer van Daad & Gedachte. Diverse omstandigheden noodzaken ons met de uitgave van ons maandblad, dat wij meer dan 30 jaar lang hebben gepubliceerd, te stoppen. Maar dit betekent allerminst, dat de groep die dit blad tot dusver heeft verzorgt, niet langer actief zou zijn.
In ruim een halve eeuw, die sinds de tweede wereldoorlog is verstreken, heeft het kapitalisme én heeft de strijd van de arbeidersklasse ingrijpende veranderingen ondergaan. De betekenis van de traditionele arbeidersbeweging is voortdurend kleiner geworden en steeds duidelijker is gebleken dat zich langzamerhand in plaats daarvan een beweging der arbeiders aftekent. Wat de groep Daad & Gedachte zich voorstelt te doen is zich grondig verdiepen in deze ontwikkeling. Bedrijfsbezettingen, die zich voor de tweede wereldoorlog al, met name in de Verenigde Staten en in Frankrijk, voordeden, zijn van uitzondering min of meer regel geworden. Bovendien zijn ook de bedrijfsbezettingen aan veranderingen onderhevig geweest.
De groep Daad & Gedachte stelt zich voor het desbetreffende onderzoek in verschillende ‘hoofdstukken’ uit te werken en deze dan na discussie aan onze lezers toe te zenden. Zij ontvangen derhalve dan een studie in afleveringen. Dat wil dan tevens zeggen, dat de financiële steun die zij voor het lopende jaar hebben gegeven, beslist niet voor niets is geweest en dat deze het mogelijk maakt ons werk op de genoemde wijze voort te zetten. Men begrijpt, dat de afleveringen waarvan wij spreken op onregelmatige tijdstippen zullen verschijnen.
Wat ons bij deze arbeid tot grote hulp zou kunnen wezen dat zijn de reacties van kritische lezers op elk van de toegezonden afleveringen. Wij stellen ons niet voor dat we deze arbeid op korte termijn zullen voltooien. Onze studie zal zeker enkele jaren vergen.”

Geconfronteerd met deze verklaring, beschouwde de IKS de beslissing van de groep Daad & Gedachte om met de regelmatige publicatie van het maandelijkse blad Daad & Gedachte te stoppen als een zeer gevaarlijke stap, omdat het zeer wel zou kunnen leiden tot de algehele verdwijning van de publicatie. De verdwijning van de stem en de militante activiteit van een groep als Daad & Gedachte, die integraal onderdeel is van de proletarische traditie, en die ook de laatste georganiseerde vertegenwoordiger is van een belangrijke historische stroming, het radenkommunisme, is een punt gescoord door de bourgeoisie. Het is een overwinning voor de heersende klasse omdat zij in staat is om een stem tot zwijgen te brengen die, alhoewel op een verwarde wijze, het revolutionaire perspectief van het proletariaat heeft verdedigt. Om dezelfde reden zou de eventuele verdwijning van Daad & Gedachte een verzwakking voor de arbeidersklasse betekenen.
De IKS is overtuigd van het feit dat de proletarische organisaties zichzelf moeten verdedigen tegen de burgerlijke en kleinburgerlijke ideologieën in hun rijen. Toegeven aan de zwanenzangen van de ideologen van de heersende klasse, met naam op het vlak van de organisatorische principes, vormt een rechtstreekse bedreiging voor het bestaan van iedere proletarische groep. Daarom heeft de IKS een brief geschreven aan Daad & Gedachte om haar op te roepen terug te komen op de beslissing om haar regelmatig verschijnende publicatie te laten vallen, iets wat, zo vreest de IKS, de eerste stap is in de richting van harakiri.
“[...] Daad & Gedachte is de laatste vertegenwoordiger van een historische politieke stroming in de schoot van de arbeidersbeweging, het radenisme: wij denken dus dat jullie beslissing het kader van jullie organisatie alleen overstijgt. Wat ook de standpunten en analyses mogen zijn die ons van elkaar scheiden, wij beschouwen deze politieke stroming als een fundamenteel onderdeel van het historisch erfgoed van de arbeidersbeweging en ze heeft ook aanzienlijk bijgedragen aan haar theoretische en praktische vooruitgang (zie onze brochure over de Hollands-Duitse Kommunistische Linkerzijde). Om als de laatst overgebleven groep, die van deze politieke stroming afstamt, te besluiten om met de regelmatige verschijning van de publikatie te stoppen - dus met de analyses en de standpunten over de internationale situatie, de klassenstrijd en de theoretische vraagstukken – is zoiets als besluiten tot de verdwijning van de feitelijke aanwezigheid van de stem van de radenistische stroming in de schoot van de arbeidersklasse en in de revolutionaire beweging [...]” (1).
In de brief aan Daad & Gedachte benadrukt de IKS dat er een reusachtige behoefte bestaat aan proletarische stemmen om de propaganda van de bourgeoisie te ontmaskeren. De IKS herinnert aan het feit dat de bourgeoisie, na de val van het Oostblok, een alomvattende campagne gestart is tegen het revolutionair perspectief van de arbeidersklasse, waarbij ze de proletarische revolutie gelijk stelt met haar beul, het stalinisme. De IKS stelt dat het proletariaat zijn revolutionaire minderheden nodig heeft om zijn historische potentieel te kunnen verwezenlijken, maar ook dat thematische nummers niet beantwoorden aan de noden van de klasse.
“[...] Ten opzichte van al deze leugens heeft de arbeidersklasse meer dan ooit een tegengif nodig, ze heeft er behoefte aan dat haar revolutionaire organisaties deze hele media campagne verklaren en ontmaskeren, de propaganda en de doeleinden van de bourgeoisie verwerpen en het perspectief van het kommunisme krachtig verdedigen. Zonder perspectief, zonder het heldere bewustzijn van de mogelijkheid en de noodzaak van het socialisme, is geen enkele revolutie mogelijk en zelfs geen enkele politieke uitbreiding van een meer algemene strijdbeweging van de arbeidersklasse. Deze taak vereist een publicatie die de klasse en de avant-garde minderheden van regelmatige antwoorden voorziet tegenover de dagelijkse leugens van de bourgeoisie.”
“[...] En dat vereist van de kant van de revolutionaire organisaties een duidelijke beantwoording aan de verwachtingen in de klasse, onder de strijdbare minderheden en bij de meest bewuste elementen. Het is onontbeerlijk om de klasse de lessen van haar voorbije gevechten in herinnering te roepen. Wie anders dan de revolutionaire groepen en welke andere middelen dan een regelmatige pers zouden kunnen beantwoorden aan deze behoefte aan een historisch geheugen in de schoot van het proletariaat? Dit maakt het noodzakelijk dat de revolutionairen op regelmatige basis analyses en antwoorden voor de klasse ontwikkelen, en op de hoogte zijn van de verwachtingen die bestaan in de schoot van de heropleving van de strijdwil van de arbeidersklasse.”
“De behoeften en verwachtingen van de arbeidersklasse zijn reusachtig en alle noden, die hierboven in herinnering zijn geroepen, vereisen regelmatige analyses en standpuntbepalingen, iets waar themanummers [...] die verschijnen al naar gelang de evolutie van de situatie, niet aan kunnen beantwoorden! Een publicatie, die van tijd tot tijd verschijnt, kan een regelmatig verschijnende publicatie niet vervangen, niet wat betreft zijn inhoud en zeker niet wat betreft zijn functie. Een van de fundamentele taken van de revolutionairen is deel te nemen aan de bewustwording en organisatie van de klasse. Een regelmatig verschijnende pers is in de arbeidersbeweging altijd het middel bij uitstek geweest, het wapen van de revolutionairen om tussen te komen in de arbeidersklasse en er het perspectief van het kommunisme te verdedigen. Deze taak kan echter niet worden vervuld door een revue die van tijd tot tijd over een thema publiceert. We zouden jullie in dat verband in herinnering willen roepen wat er gebeurde met de organisatie Spartacus, die aan het eind van de jaren 1970 een soortgelijke beslissing had genomen en die slechts de verdwijning van de groep inluidde. Wij denken dat jullie beslissing onvermijdelijk ook het gevaar inhoudt dat Daad & Gedachte uiteen zal vallen en op den duur zal verdwijnen [...]” (1).
Tot nu toe is er geen enkel teken dat Daad & Gedachte (na haar laatste nummer in juli 1997) iets heeft gepubliceerd: noch haar regelmatig verschijnend blad, noch een of andere thematische uitgave (zoals het eerste deel van haar studie). De groep heeft geen enkele reactie gegeven op de brief die de IKS haar heeft gestuurd. Dit bevestigt dat de groep (op zijn minst gezegd) in een zeer ernstige situatie verkeert. Het toont aan dat de groep, ofschoon ze nog wel enige interne activiteiten mag herhergen, op dit moment geen externe activiteiten meer kent. Het laat zien dat het gevaar, waar de IKS Daad & Gedachte voor gewaarschuwd heeft, een teruggang in haar activiteiten tot op het punt van de complete verdwijning van de groep, reëel is. Op het moment bestaat de stem van Daad & Gedachte in het proletariaat niet meer, en we moeten vrezen dat uiteindelijk de hele groep zal verdwijnen, zoals met de Communistenbond Spartacus gebeurde nadat het de regelmatige verschijning van haar blad beëindigde.
Daad & Gedachte kan zich niet verdedigen tegen de druk van de ideologie van de heersende klasse. Daarom is het ook niet in staat om te zien dat ze op weg is om te verdwijnen, noch dat har verdwijning een score voor de bourgeoisie en een verlies voor het proletariaat zou zijn. Maar als Daad & Gedachte zelf niet in staat is om dat te zien, kan het proletarisch politiek milieu niet passief blijven toekijken hoe een van haar delen bezig is om politieke zelfmoord te plegen. Daarom roept de IKS het hele proletarisch politiek milieu, haar contacten inbegrepen, op om te reageren op de beslissing van Daad & Gedachte. Het proletarisch politiek milieu heeft de plicht om te proberen om Daad & Gedachte er toe te bewegen terug te komen van haar gevaarlijke traject. Ze moet ertoe worden aangezet om niet toe te geven aan de propaganda van de bourgeoisie, wat leidt tot het laten vallen van de revolutionaire activiteit. Het proletarisch politiek milieu moet er op aandringen dat Daad & Gedachte haar verantwoordelijkheid ten opzichte van de arbeidersklasse opneemt, en dus dat ze haar militante activiteit opnieuw aanvat met als doel terug regelmatig haar blad te publiceren.
IKS, 01.10.1998.

(1) Uit de brief van de IKS aan Daad & Gedachte (1 november 1997).

Politieke stromingen en verwijzingen: