Het terrorisme is een oorlogswapen van de bourgeoisie

Printvriendelijke versieSend by email

In juli beefde de wereld drie weken lang van een golf moorddadige aanvallen van on­geziene frequentie, van Londen tot Charm el Cheikh en Turkije. Hierbij voegen zich de dagelijkse bomaanslagen in Irak en Afghanistan, in Libanon en Bangladesh. Alle staten en hun regeringen proberen ons wijs te maken dat zij het terrorisme bestrij­den en dat zij in staat zijn om de bevolkingen te beschermen. Alle­maal leugens!

Het terrorisme is een uitdrukking van de oorlogsbarbarij van het kapitalisme

De staten bestrijden het terrorisme niet. Zij zijn het zelf die het uitzaaien en het laten woekeren. Het wordt steeds duidelijker dat alle staten, groot en klein, deelnemen aan terroris­tische fracties en groepen overal ter wereld, erin infiltreren en manipuleren, en ze gebruiken om hun smerige belangen te verdedigen of door te drukken. Het terrorisme is een wapen geworden dat steeds vaker wordt gebruikt in de openlijke of verborgen oorlog tussen de bourgeoisieën over de hele wereld. Herinneren we ons dat Bin Laden en de groep Al Qaïda in de jaren 1980 de Amerikaanse school van de CIA hebben doorlopen om het verzet tegen de Russische bezetting van Afghani­stan te organiseren. Talrijke burgerlijke leiders die vandaag voor respectabel doorgaan, van Begin tot Arafat via Gerry Adams, zijn voormalige terroristenleiders.

Dit verschijnsel is een product van een rottend kapitalisme, het is één van de meest schreeuwende uitrdukkingen van de barbaarsheid van de kapitalistische maatschappij. De burgerlijke staat profiteert van de permanente gevoelens van onveiligheid, van de angst en de onmacht die dergelijke misdaden in de bevolkingen teweegbrengen, om zich als het enig mogelijke bolwerk tegen de opkomst van het terrorisme voor te stellen. Niets is minder waar! De arbeidersklasse kan niet anders dan zich door de aanslagen direct getroffen voe­len, verontwaardigd en in oproer te raken. Vaak zijn het proletariërs, op weg naar hun werk, die de voornaamste slachtoffers van deze barbaarse misdaden zijn, zoals in New York in 2001, in Madrid in 2004 en dit jaar in Londen (1). Maar de solidariteit met de slachtoffers van hun klassen­broeders kan op geen enkele wijze langs de weg van na­tionale eenheid met de bourgeoisie tot stand komen. In tegendeel, zij is alleen mogelijk door deze valse eenheid categorisch af te wijzen. De staat vraagt ons om de rangen te sluiten rond zijn verdediging en die van de democratie in een geest van nationale saamhorig­heid. Maar men kan geen enkel vertrouwen in hem stellen voor de bescherming van de be­volkingen tegen het terrorisme. Het zijn de regeringen die als oorlogsdrijvers zelf verantwoordelijk zijn voor de ontketening van verschrikkingen die ze niet in staat zijn een halt toe te roepen. Hoe openlijker de bourgeoisie het terrorisme de oorlog verklaart, des te meer aanslagen er plaatsvinden, des te meer de grootmachten zich in bloed en modder wentelen, en de bevolkingen een keurslijf opdringen van geweld, oorlog en weerwraak zonder einde. De enige concrete maatregelen die de bourgeoisie in naam van het anti-terrorisme kan treffen, zijn het invoeren van soortgelijke plannen als ‘Vigi­pirate’ in Frankrijk, bedoeld om een brutale versterking van het repressieapparaat te doen aanvaarden, en vooral om de controle over de bevolking te ver­sterken.

Waartoe dienen de anti-terroristische campagnes van de bourgeoisie?

De anti-terroristische campagnes hebben het in de eerste plaats mogelijk ge­maakt om een versterking van het repressieapparaat door te voeren die zijn weerga niet kent. De situatie in Groot-Brittannië geeft daar een stichtelijk voorbeeld van. Het meest flagrante is de moord op een jonge Braziliaan in de metro van Londen, waarbij de politie toe­stemming had om iedere verdachte zonder meer dood te schieten. De En­gelse bourgeoisie heeft snel begrepen dat de arbeidersklasse niet klaar staat om zich achter de belangen van de burgerlijke staat te scharen in naam van het ‘anti-terroris­me’. Zij heeft er wel voor gewaakt om op te roepen tot monsterdemonstraties tegen het terrorisme, zoals die na de aan­slagen op het station van Atocha in april 2004 in de straten van Madrid en in heel Spanje hebben plaatsgevonden. Zij is het waarschijnlijk zelf geweest die een tweede reeks van ‘mislukte’ aanslagen op touw heeft gezet, die alles van een schijnbare na­bootsing hadden, juist met het doel om de boodschap van nationale mobilisatie op­nieuw te versterken, en om de proletariërs de fijnmazige controles en politiesurveil­lance gemakkelijker te doen slikken.

Desondanks heeft de arbeidersklasse laten zien dat ze zich niet laat intimideren. De sta­king van duizend arbeiders op de luchthaven van Heathrow bij Londen uit solidariteit met 670 klassenbroeders, die aan hun zijde brutaal werden aangevallen en bedreigd met ontslag, is er een onweerlegbaar bewijs van. Ondanks de aanwezige druk van de politie heeft dit gevecht duidelijk laten zien dat voor de proletariërs niet de handhaving van de burgerlijke orde en haar terreur op het spel staat, maar de verdedi­ging van hun klassenbelangen tegenover de aanvallen die ze ondergaan. En het is juist de ontwikkeling van hun gevechten die op de dagorde staat. Deze hervatting van arbeidersgevechten tegenover de gelijktijdige doorvoering van politiemaatrege­len laat goed zien wat het werkelijke doel is van heel dat machtsvertoon van de politie. De werkelijke zorg van de bourgeoisie is niet de jacht op terroristen. Ze is zich ervan bewust dat ze, met de verscherping van de economische wereldcrisis, steeds wredere aanvallen aan het proletariaat moet opleggen, en dat ze het hoofd moet bieden aan een ontwikkeling van afweergevechten van de arbeiders­klasse hiertegen op internationale schaal.

De klassenstrijd is het enige middel om de kapitalistische terreur te bestrijden!

Er bestaat geen tovermiddel waarmee terroristische aanslagen onmiddellijk, van de ene op de andere dag, kunnen worden verhinderd, net zomin als de uitbreiding van de im­perialistische oorlog over heel de planeet door een mirakel een halt kan worden toegeroepen. Er bestaat één enkele klasse die de mogelijkheid heeft om zich op termijn te weer te stellen tegen het de macht van het ter­rorisme, de oorlog en de barbarij, en dat is het proletariaat. Het kan dit doen door zijn afweergevechten tegen de aanvallen van de bourgeoisie op zijn eigen klassenterrein te ontwikkelen. De werkelijke inzet die de burgerlijke orde bedreigt, is dat doorheen de ontwikkeling van de klassenstrijd de arbeidersklasse zich bewust wordt van het verband dat bestaat tussen de aanvallen die zij ondergaat enerzijds, en de oorlog en het terrorisme anderzijds, en dat dit uitloopt op het in vraag stellen van het kapitalistische systeem in zijn geheel en op de noodzaak om het te vernietigen.

En het is alleen door de omverwerping van het kapitalistische systeem en zijn uitbui­tingsverhoudingen dat de arbeidersklasse daarin kan slagen. De methoden en de actie­middelen van het proletariaat zijn gebaseerd op het klassenbewustzijn en de klas­sensolidariteit, op het collectieve, verenigende en internationalistische karakter van zijn strijd. Ze staan daarmee radicaal en onverzoenlijk tegenover die van het terrorisme.

In Groot-Brittannië hebben de proletariërs het laten zien dat ze in staat zijn om met solidariteit op klassenterrein te reageren op de chantage van de bourge­oisie, tegen de ontslagen en aanvallen van het kapitalisme. De arbeiders van alle landen moeten zich door dit voorbeeld laten inspireren. Het is door hun klassengevecht te voeren op een terrein van verzet en solidariteit tegenover de economische aanvallen die zij ondergaan, dat zij een alternatief en een perspectief kunnen opwerpen tegen­over de impasse en de oorlogsbarbarij van de kapitalistische wereld, die het overleven van heel de mensheid bedreigt.

Nee tegen de nationale eenheid, ja tegen de klassensolidariteit!

Wim / 24.08.2005

(1) Zie over de aanslagen op 7 juli in Londen en de executie te Stockwell op 22 juli de artikelen op deze web site (IKS-Webspecials 2005).

Theoretische vraagstukken: