Koude drukte over het Europees referendum: ‘Liberaal’ of links, de staat is altijd in dienst van het kapitaal

Printvriendelijke versieSend by email

Met hart en ziel zetten in Frankrijk de voorstanders van Ja en Neen zich in om met de meest leugenachtige argumenten de arbeiders er van te overtuigen dat de aanvaarding van de Europese grondwet een inzet is voor hun toekomst en om hen er van te overtuigen hun verantwoordelijkheid als burgers op te nemen op dit ‘historisch moment’.

Voor de enen moet men voorstemmen want “de tekst consolideert een werk van vrede, van vrijheid en democratie van 50 jaar Europese opbouw. Het bevestigt een model van economische en sociale ontwikkeling gegrondvest op solidariteit en het aanmoedigen van het initiatief en de groei”. Wat de tegenstanders van het voorstel van Grondwet betreft, stelt de bourgeoisie een Neen-front voor, gaande van een deel van de Socialistische Partij tot het trotskistische Lutte Ouvrière, en via de stalinistische Parti Communiste Français en de trotskistische Ligue des Communistes Révolutionnaires, de vakbonden, de stalinistische CGT voorop, en de altermondialisten (ATTAC) proberen de arbeidersklasse er van te overtuigen zich te mobiliseren voor de Neen “opdat het voor eens en voor altijd duidelijk zou zijn dat er een overduidelijke afwijzing is van de ultra-liberale politieke oriëntatie die verantwoordelijk is voor de sociale verloedering, het stukslaan van de sociale zekerheid”.

Allen richten ze zich op hetzelfde doel: bijeentrommelen, een maximum aan arbeiders naar het verkiezingsterrein lokken terwijl ze de reformistische illusies oprakelen waarin de strijd ter verdediging van de levensvoorwaarden zou verlopen via de strijd tegen het liberalisme. Het gaat tezelfdertijd om een operatie waarin iedere proletariër wordt opgeroepen om zich achter één van de kampen te scharen: dat van het Ja of dat van het Neen.

De misleiding van het anti-liberalisme

Als we de pseudo-verdedigers van leefomstandigheden de arbeiders aanhoren, zouden de ‘liberale’ oriëntatie van de Europese Grondwet en de Europese regeringen verantwoordelijk zijn voor de ‘anti-sociale’ politiek en zouden die er naar streven om de sociale wetgevingen te ontmantelen en de zogenaamde ‘verworvenheden van de arbeiders’ laten vallen. Hun gemeenschappelijk standpunt is om één soort politiek, het ultraliberalisme, verantwoordelijk te stellen voor de verloedering van de levensvoorwaarden van het proletariaat, en dat die dringend zou moeten worden bestreden.

Partijen van links en vakbonden in heel Europa mobiliseren voortdurend tegen de richtlijnen van Bolkenstein, die een liberalisering voorstaat van de diensten volgens “het principe dat de Europese aanbieders van diensten die hun diensten aanbieden in een ander land van de Unie uitsluitend zouden vallen onder de wetten van hun eigen land” (1). Het voorbeeld van een Lets bedrijf, dat Letse arbeiders laat werken tegen Letse lonen (de laagste in Europa) om een school te bouwen in Zweden, wordt gebruikt als boeman om de arbeiders in het Westen af te schrikken met de toevloed van arbeiders uit Oost-Europa die hun arbeidskracht komen verkopen tegen prijzen die elke concurrentie aan diggelen slaan. De bourgeoisie onderwerpt het proletariaat aan de chantage van de concurrentie die uit het Oosten komt om hen lagere lonen te laten aanvaarden. Dat is een dezelfde chantage als die ze overal ter wereld uitoefent met de bedreiging met de delocalisaties, zonder op de richtlijnen van Bolkenstein te hebben gewacht.

In Frankrijk wordt door allen dezelfde heisa opgevoerd (de voorstanders van het JA maar vooral die van het Neen) tegen de richtlijnen van Bolkenstein die het spook doet ronddwalen van de ‘geprogrammeerde vernietiging van de arbeidswetgeving’ en het risico van de privatisering van de Openbare Werken. Het is toch niet pas met deze richtlijnen dat er een ontwikkeling aan de gang is van het op de helling zetten van de ‘welvaartsstaat’ en van de aanvallen op de arbeidscontracten in de privé zowel als in de overheidssector?  Dat is al meer dan dertig jaar aan de gang en de toename van tijdelijke en deeltijdse baantjes bij het aannemen van nieuw personeel nemen toe, de overheidsbanen daarbij inbegrepen.

De economische crisis zat niet zitten wachten op het Verdrag van Maastricht van 1992, noch op het voorstel van Europese grondwet om de gevolgen ervan te laten voelen in alle landen van de wereld. Welk doel hebben de voorstanders van het anti-liberalisme dan voor ogen?

De PS, PCF, LCR net als de vakbonden en de alter-mondialisten van ATTAC staan op de eerste rij van de tamtam ter verdediging van een “beweging van collectief verzet tegen de ontmanteling van de Openbare Werken die indruist tegen het algemeen belang”.

Links, de PS en de PCF op kop, proberen aldus onze herinnering uit te wissen aan het feit dat juist zij het waren die aan de oorsprong lagen van een aantal van deze aanvallen toen zij in de regering zaten!

Het gaat er blijkbaar om de genomen en komende maatregelen van de verloedering van de levens- en werkvoorwaarden te laten doorgaan voor een omzeiling van de democratische staat en het gebrek aan de lokale democratie. Het gaat er ook om op te roepen tot een strijd tegen “op de helling zetten van de rechten van elke burger(es) om toegang te hebben tot de post, tot energie, en misschien morgen tot gezondheidszorg en onderwijs” (2). Dat alles dient alleen om de arbeidersklasse er toe aan te zetten bescherming en waarborgen voor haar levensvoor­waar­den te zoeken bij de staat terwijl deze juist borg staat voor de belangen van de heersende klasse en de promotor is van alle aanvallen tegen de arbeiders!

Een anti-arbeiderscampagne ten dienste van het nationaal kapitaal

Dat is dan de grote dam tegen de anti-sociale maatregelen en tegen de zogenaamde uitglijders van het ultra-liberalisme die de arbeiders wordt voorgehouden: verdediging van de staat en de Openbare Werken! Wanneer Besancenot en de LCR en zijn vrienden van ATTAC voorstellen om “de strijd te laten samenvloeien en burgerlijke ongehoorzaamheid te plegen tegenover de aanvallen op de Openbare Werken” (3), stellen ze voorop dat “verdediging van de Openbare Werken een beweging is van het geheel van de bevolking die de loontrekkenden van de verschillende Openbare Werken associeert met de gebruikers en de gekozenen” (4). Het is moeilijker om een recept te vinden dat nog demagogischer is, in een poging de noodzaak van klassenstrijd uit de weg te gaan en strijd af te leiden naar het terrein van klassensamenwerking waar de illusie wordt verspreid dat de hele bevolking, uitgebuiten en uitbuiters door elkaar, zich samen zouden kunnen vinden in de verdediging van een meer democratische staat ‘in dienst van de burgers’.

Al deze praatjesmakers spannen zich in om ons wijs te maken dat de aanvallen van de regering voortkomen uit het feit dat de privé-bazen en de multinationals greep zouden hebben op de staat (het tegendeel is waar). Ze mikken er slechts op om de ontevredenheid van de arbeiders die veroorzaakt wordt door de systematische sluitingen van postkantoren, sociale instellingen, treinstations, enzovoort weg te lokken in het doodlopende straatje van het nationalisme, “de afwijzing door Frankrijk van een maatschappij in de stijl van Tony Blair”.

De werkelijkheid zet het kapitalisme echter voor gek net als de propagandaleugens die sinds de Tweede Wereldoorlog al tientallen jaren wordt opgeklopt. Volgens die leugen maakten de gewaarborgde Sociale Minima, de Sociale Zekerheid, de Openbare Werken, als peilers van de welvaartsstaat, het mogelijk om de achtereenvolgende belangen van de twee tegenover elkaar staande klassen met elkaar te verzoenen in dienst van de verdediging van het nationale kapitaal.

Daar laat de PS heel efficiëntie tegen de arbeiders zien. Zelfs haar eigen verdeeldheid wordt uitgespeeld ter meerdere eer en glorie van de bourgeoisie en om de globale belangen van het Franse kapitaal te verdedigen (als een ‘verantwoordelijke’ partij waarvan de meerderheid zich inzet voor het Europese JA) en het proletariaat te misleiden (door de oproep van de fractie van Emmanuelli en consorten om Europees Neen te stemmen).

De opstelling van de bourgeoisie zou niet compleet zijn als Lutte Ouvrière er niet was om zijn meningsverschillen openbaar te maken, zogenaamd uitgaand van de arbeiders en van de ‘klassenstrijd’: “Wij zullen Neen stemmen”, en ondertussen klagen ze aan dat “het niet het ‘ja’ of het ‘neen’ is van dit referendum, dat het lot van de arbeiders zal verbeteren” (5). Lutte Ouvrière heeft het lef om te proberen ons achter haar ronkende frasen te laten vergeten dat door haar deelname aan het referendum, ook zij haar steentje bijdraagt aan het in stand houden van de illusie dat de arbeidersklasse haar toestand kan veranderen dank zij het stembiljet! Door te herhalen dat “de werkelijke vijanden hier binnen handbereik zijn [...] Het is niet Brussel, het zijn onze eigen kapitalisten, onze eigen regering die ons aanvallen!” (6), verdoezelt de goochelaar Lutte Ouvrière de werkelijke aard van de aanvallen om ze toe te schrijven aan de regering Raffarin en het patronaat als enig verantwoordelijke.

Dat komt doordat de huidige aanvallen de werkelijkheid van de klassentegenstellingen blootleggen; de voortdurende verslechtering van de toestand van het proletariaat in de maatschappij stemt de klasse tot nadenken. Dit zet de zogenaamde ‘vrienden van de arbeidersklasse’, links en ultra-links, er toe aan om dit embryo van bewustwording onmiddellijk in de kiem te smoren en de actiebereidheid van de arbeiders te gebruiken om ze in een impasse op te sluiten.

Dat de heersende klasse haar toevlucht neemt tot de boeman van het ‘ultra-liberalisme’ is een machtig middel om de toestand ondoorzichtig te maken en het bewustzijn van het proletariaat te benevelen. Want de werkelijke toestand van de kapitalistische economie moet voor het proletariaat verborgen blijven net als de ware oorzaak van het onvermijdelijke bankroet van het kapitalistisch systeem als geheel.

De doodlopende weg waarin het kapitalisme zich bevindt, maakt dat in alle landen de ‘welvaartstaat’ versneld wordt ontmanteld. Dat leidt tot de drastische verlaging van de kosten van de arbeidskracht, zowel door de verlaging van de lonen van diegenen die nog aan het werk zijn als door te besparen op de lasten van het onderhoud van de arbeidskracht die overtollig is geworden (de werklozen) of die niet meer productief genoeg zijn (de oudere arbeiders). Het is dezelfde logica die wordt opgelegd door de economische crisis waaraan sectoren als gezondheidszorg en onderwijs worden onderworpen. Gegrepen door de maalstroom van tegenstellingen die voortkomen uit de dodelijke crisis van haar systeem heeft de bourgeoisie slechts één politiek te bieden: die van de overuitbuiting, de grenzeloze toename van de armoede en de uitbreiding van de oorlogsbarbarij. In de hele wereld passen de regeringen van links en rechts hetzelfde type van maatregelen toe. Maatregelen die de regeringen van rechts en links, naargelang hun opeenvolgende regeringswissels, alleen vereeuwigen en verhevigen.

Voor de bourgeoisie dient het verbergen van de werkelijkheid om te verdoezelen dat zij niet eeuwig is, dat er een werkelijk alternatief bestaat, namelijk de revolutionaire opstand van het proletariaat. Tegenover de verheviging van de crisis is het voor haar absoluut noodzakelijk om te doen geloven, via de afschuw die het ‘ultra-liberalisme’ opwekt, dat er andere keuzen zouden bestaan voor een beter beheer van het kapitalistisch systeem, andere mogelijke oplossingen of wat verder nog bedacht kan worden om het te hervormen, om het mogelijk te maken dat het zijn innerlijke tegenstellingen te boven zou komen.

De arbeidersklasse mag zich niet laten vangen in de illusie dat er een alternatief bestaat binnen het kapitalisme, dat ze eraan zou kunnen sleutelen via een stembiljet of door vertrouwen te schenken aan diegenen die haar een betere toekomst beloven binnen het systeem. De arbeidersklasse mag zich niet laten afleiden van de noodzaak om zo verenigd en solidair mogelijk de strijd aan te gaan tegen alle aanvallen die ze te verduren krijgt.

De opbouw van Europa is geen inzet voor het proletariaat, het is er een voor zijn uitbuiters, voor de bourgeoisie. Wat er voor de bourgeoisie op het spel staat is de rol die Frankrijk en het Franse nationale kapitaal spelen in het Europese theater, zowel op economisch vlak als op dat van zijn imperialistische rangorde tegenover de andere machten van het werelddeel. Hun belangen zijn zeker niet die van het proletariaat. Het gaat om een zaak onder bourgeois. Al die poeha dient enkel om te verdelen, en tenslotte om de arbeidersklasse te vast te binden aan het nationaal belang en aan de staat, dat wil zeggen op het terrein van de burgerlijke orde waar haar eigen belangen altijd worden en zullen worden opgeofferd.

(1) Libération van 15 maart.

(2) Verklaring van Marie-George Buffet, algemeen secretaris van de PCF.

(3) Allen naar Guéret!, oproep van lcr-rouge.org van 3 maart.

(4)  Olivier Besanemot, woordvoerder van de LCR, geciteerd door het AFP, 5 maart.

(5) Toespraak te Lille door A. Laguiller, geciteerd op het Forum van de vrienden van LO op Internet.

(6) Idem.

Geografisch: 

Erfenis van de Kommunistische Linkerzijde: