Polemiek met ‘Democratisch Initiatief’: Welk perspectief voor de samenleving?

Printvriendelijke versieSend by email

De onderstaande uittreksels die wij hier in het kort bespreken komen uit de tekst Communalisme als alternatief, geschreven door Eric Eijglad, voorzitter van de ‘internationale raad voor het Communalisme’. De eerste twee delen ervan werden in vertaling gepubliceerd in nr. 2 en 3 van het Nederlandse tijdschrift Links Libertair Perspectief van de groep Democratisch Initiatief (DI). Deze tekst heeft de ambitie om de betekenis te bepalen van huidige bewegingen als het altermondialisme en die van de groenen en een balans op te maken van de grote ‘-ismes’ van de twintigste eeuw, zoals socialisme, kommunisme en anarchisme, en om voorstellen te doen voor strijdalternatieven. Voorbijgaand aan de schrijver en de organisatie die hij vertegenwoordigt is deze tekst tekenend voor de vraagstellingen en debatten die een heel milieu in Nederland maar ook elders bezighouden bij hun zoektocht naar een alternatief voor de barbarij van het kapitalistische systeem. Daarom begroeten we de geest van openheid, van het zoeken naar verheldering en samenhang van DI zoals die blijkt uit haar tijdschrift. Door deze tekst te publiceren met ons commentaar hebben we niets anders voor ogen dan deel te nemen aan deze inspanning van verheldering met al degenen die willen strijden voor een revolutionaire omwenteling van de samenleving. In deze krant bespreken wij eerst en vooral de opgemaakte balans: die van het huidige kapitalistische systeem en die van protestbewegingen als altermondialisme en ecologie. In een volgende aflevering zullen wij terugkomen op het voorgesteld alternatief, het communalisme, waarmee de IKS niet overeenstemt. Toch denken we dat de uittreksels van deze tekst interessante elementen bevat om een debat aan te gaan op zoek naar een werkelijke politieke samenhang.

Wat heeft het kapitalisme de mensheid nog te bieden?

Heeft het kapitalisme nog een toekomst voor de mensheid? Dat is de hamvraag die doorslaggevend is voor revolutionaire strijd. Dit vraagstuk vormt de kern van het eerste uittreksel:

“Het vooruitzicht dat kapitalisme "het einde van de geschiedenis", het hoogtepunt van de menselijke cultuur markeert, is uitermate somber. Het marktsysteem, voortgedreven door haar onophoudelijke behoefte om meer winst te genereren ten koste van zowel mensen en het miliue, veroorzaakt problemen die onze samenleving rusteloos achtervolgen. Ondanks dat de wereld tegenwoordig een ongekende capaciteit heeft om, voortgestuwd door een reeks verrijkende wetenschappelijke en technologische revoluties, een samenleving zonder materiële schaarste te vormen en draaiende te houden, moeten we nog steeds de belangrijke sociale problemen uitbuiten en onderdrukking oplossen. Want nu is slechts een klein percentage van de wereldbevolking in positie om van de voordelen van deze vooruitgang te genieten. Op hetzelfde moment breidt de markt zich uit naar nieuwe gebieden, in wanhopige pogingen om de onstilbare honger naar winsten te stillen - door haar economie te globaliseren en door ‘privaterings’-programma’s een flinke hap te nemen uit de publieke sector, terwijl commodificering het punt heeft bereikt waarop zelfs genen gepatenteerd, gekocht en verkocht kunnen worden voor geld. De rijken worden steeds rijker en de heersende minderheden vinden nog steeds nieuwe manieren om hun ondergeschikten te manipuleren om er mee in te stemmen dat ze overheerst worden, terwijl de vernietiging van onze natuurlijke omgeving afgrijselijke vormen begint aan te nemen. De samenleving wordt opgezet tegen zichzelf door een veelvoud aan hiërarchische stratificaties en tegen de natuur. De levensomstandigheden van een groot gedeelte van de mensheid zijn miserabel, oorlogvoering gaat maar door, sociale onzekerheid groeit, (een gevoel van) onmacht is wijdverspreid en onze steden zijn cultureel gezien aan het instorten; op hetzelfde moment zouden verstoringen van het klimaat en cyclische processen die het leven op aarde ondersteunen het voortbestaan van de mensen en andere complexe levensvormen in vraag kunnen stellen. Voor radicalen is de huidige verwerping van theorie en ideologie daarom hoogst verontrustend: in een samenleving die de meerderheid van de mensheid veroordeelt tot onzekerheid, wanhoop en onmacht terwijl ze enorme ecologische instabiliteit creëert voor de gehele wereld, zijn serieuze alternatieven hard nodig. Op dit moment zijn er, jammer genoeg, geen alternatieven zichtbaar.”

Het belang van deze passage voor een verdieping van de discussie over het perspectief van het kapitalisme springt in het oog. Het laat ons onverbloemd de werkelijkheid zien van een systeemdat ter plekke wegrot en van de barbarij die het kapitalisme in groeiende mate teweegbrengt in alle uithoeken van de planeet. “Het perspectief dat het kapitalisme ‘het einde van de geschiedenis’ zou kunnen zijn [...] is inderdaad bijzonder somber”. Hij laat ook terecht zien dat er een fundamentele tegenstrijdigheid schuilt in de huidige toestand: “Terwijl de wereld, voortgestuwd door een reeks van verrijkende wetenschappelijke en technologische revoluties, vandaag over een ongeziene capaciteit beschikt om een maatschappij op de been te brengen en te onderhouden zonder materiële schaarste, [...] zijn de levensvoorwaarden van een groot deel van de mensheid ronduit ellendig, duren de oorlogsconfrontaties voort, neemt de sociale onzekerheid toe, [...]”. Hier wordt de tegenstelling tussen de materiële mogelijkheden van de mensheid en de limieten die worden opgelegd door de productiewijze, het kapitalisme, goed aan het licht gebracht. Tenslotte drukt de tekst de gewettigde zorg uit over de noodzaak om een alternatief naar voren te brengen voor de maatschappij en voor het zoeken naar een samenhangende benadering ervan om deze te definiëren tegenover de gevolgen van een systeem dat “de overleving van de mens in gevaar zou kunnen brengen”.

Naar onze mening verbergt de tekst toch een fundamentele historische dimensie van het vraagstuk; op geen enkel moment wordt aangetoond dat de beschreven toestand niet het gevolg is van toevallige afwijkingen of spelingen in de geschiedenis maar dat hij het product is van een productiewijze die een ontwikkeling van de maatschappij niet langer mogelijk maakt. Het kapitalisme is immers geen dynamisch systeem meer in volle uitbreiding - in tegenstelling tot wat de media die in haar dienst staan beweren - maar een zieltogend lichaam dat zijn bestaan slechts kan rekken via de opeenstapeling van crises, oorlogen en ellende. En wij zijn niet de eersten die dit vaststellen: met de internationalistische marxisten van het begin van de twintigste eeuw zeggen we dat het kapitalisme momenteel een systeem in verval is dat de mensheid niets meer te bieden heeft dan groeiende barbarij en daarmee wordt de noodzaak gesteld om het kapitalisme te vernietigen voordat  het ons vernietigt.

Volgens dit begrip van verval (uiteengezet in talrijke teksten) hebben tot op heden alle klassenmaatschappijen fasen van bloei en verval doorgemaakt. Het is een absoluut fundamenteel begrip in de materialistische opvatting van de geschiedenis. Zoals Marx schreef in zijn beroemde voorwoord tot de Kritiek van de politieke economie komt een productiewijze vanaf een bepaald stadium van zijn ontwikkeling terecht in een tijdperk van sociale revolutie: wanneer de maatschappelijke verhoudingen van hefbomen van de ontwikkeling tot hindernissen worden voor verdere vooruitgang. Wij delen de conclusie van de Kommunistische Internationale (in 1919) en de Duitse en Italiaanse Linkskommunistische fracties. Volgens hen was de periode van ‘interne desintegratie’ van het kapitalisme, van de imperialistische oorlogen en sociale revoluties bewezen met het uitbarsten van de Eerste Wereldoorlog in 1914. Dit werd volop bevestigd door de wereldwijde revolutionaire golf die opkwam tegen de imperialistische oorlog (lees in verband hiermee de reeks ‘het kommunisme is noodzakelijk en mogelijk’ in Internationalisme, nr. 299, 301, 303 en Wereldrevolutie, nr. 100).

Het ideologisch offensief dat het kapitalisme de ineenstorting van het Oostblok op het eind van de jaren 1980 tegen het marxisme voert is vooral gericht op dit historisch begrip van het kapitalisme, en dus van de idee van het verval van het kapitalisme. Dit offensief wordt voor een groot deel gevoerd via de campagne rond de ‘mondialisering’. Hierachter schuilt de idee dat het kapitalisme pas een werkelijk wereldsysteem zou zijn geworden met de komst van de politiek van de ‘vrijhandel’ - de ‘reaganomics’ van de jaren 1980, met de snelle groei van de communicatie ingebracht door de triomf van de informatica, en vooral met de ineenstorting van het Oostblok waarbij zogenaamd de laatste ‘niet-kapitalistische’ regio’s van de economische landkaart zouden zijn geveegd. Diegenen die dit idee onderschrijven kunnen zowel de gevolgen van de mondialisering goedkeuren of afkeuren. De grondslag van dit idee bestaat eruit dat het kapitalisme in een nieuw tijdperk zou zijn getreden, een nieuw soort bloei, die de oude marxistische theorie van het kapitalisme als een systeem in verval zou weerleggen. Een dergelijke visie is totaal in tegenspraak met de traditie van het Linkskommunisme dat zijn analyses baseert op de theorieën van Rosa Luxemburg en van Boecharin, die tijdens de Eerste Wereldoorlog verdedigden dat het kapitalisme was binnengetreden in zijn vervalfase juist omdat het een globaal systeem geworden was, een werkelijke wereldeconomie. Dit idee is ook totaal in tegenspraak met de analyse van de IKS die stelt dat de periode, die aanving met de ineenstorting van het Oostblok, niet kon worden gekenmerkt als een nieuwe periode van bloei van het kapitalisme maar als de meest gevaarlijke eindfase van zijn neergang - de fase van zijnontbinding - waarin het alternatief tussen socialisme of barbarij een steeds afschrikwekkender dagelijkse werkelijkheid wordt.

Het alternatief van het altermondialisme

In het volgende uittreksel wordt een kritiek van de altermondialistische beweging ontwikkeld. En in dit kader leidt dat ook tot het behandelen van een van de grote ‘-ismes’ van de twintigste eeuw, het anarchisme.

“Een wereldwijde serie protesten tegen de G8, het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Asia Pacific Economic Cooperation, de EU en de Wereldhandelsorganisatie (WTO) heeft een nieuw radicaal ontwaken voortgebracht, dat een zekere mate van ontevredenheid van de bevolking met dit economische systeem aan het licht bracht, en dat, gegeven een groeiend niveau van bewustzijn en ervaring, de mogelijkheid heeft om een politieke uitdaging voor dit systeem te vormen [...]. Maar om op een alternatief te wijzen, moet een beweging praktische inhoud hebben: het moet organisatorische continuïteit en een bewuste ideologie hebben die het alternatief duidelijk kan maken, kan uitleggen hoe het mogelijk is om het te bereiken en waarom het waard is ervoor te vechten. Het bezit deze kenmerken niet, verre van. Het huidige verzet tegen ‘globalisering’ blijft uitermate gefragmenteerd en ideologisch verward, jammer genoeg wordt het in vele verschillende en zelfs tegenstrijdige richtingen getrokken [...]. Volgens een van haar leidende figuren, de auteur van No Logo: Taking Aim at the Brand Bullies, Naomi Klein, verdient de beweging tegen door bedrijven gestuurde, economische globalisering ‘de kans om te zien of uit haar chaotische netwerken van naven en spaken iets nieuws, iets helemaal eigens kan opkomen’. [...] Gegeven de eeuwenoude geschiedenis van radicale bewegingen, zal het zonder meer nodig zijn om het wiel opnieuw uit te vinden. De hedendaagse radicale bewegingen zouden moeten leren van en bouwen op vroegere ideeën en ervaringen, en ze niet allemaal terzijde schuiven in de hoop dat ‘iets geheel eigens’ op zal komen. [...] In juli 1936 bevonden de Spaanse anarchisten zich ten tijde van het uitbreken van díe sociale revolutie waar ze zeventig pijnvolle jaren lang naar gesmacht hadden en hadden een veel betere positie om de heersende klassen van hun tijd uit te dagen dan de huidige ‘anti-globaleringsbeweging’. Maar hun gebrek aan een coherente theorie en programma liet hen achter zonder politieke richting op dat cruciale moment. Bij gebrek aan richting en verscheurd door interne conflicten gaven zij zich over aan liberale politiek. Deze overgave werd bekritiseerd door meest bewuste elementen in de libertaire beweging. Maar de anarchistische en syndicalistische beweging als geheel was onwelwillend en niet in staat om te reageren op de oproepen voor een revolutionaire theorie en een revolutionair programma. Tijdens het gebeuren gingen ze, gedurende mei 1937, uiteindelijk de strijd aan met de liberale regering en de stalinisten in Barcelona en leden een definitieve nederlaag. Ondanks de grote verschillen tussen de revolutionaire arbeidersbeweging in Barcelona van 1936/37 en de veelkoppige protestbeweging van Seattle en Genua, staan ze tegenover enkele alarmerend gelijkende problemen. Onopgelost zijn deze problemen dodelijk voor elke beweging die op zoek is naar het uitdagen van de gevestigde sociale orde. Helaas hebben slechts weinigen in de ‘anti-globaliseringsbeweging’ dit probleem onderkend, gefocust op protesteren als de beweging is. Politiek gezien reageert deze ‘beweging van bewegingen’ alleen maar en is niet creatief. Deelnemers aan de demonstraties stellen een wijd scala aan eisen en geen poging wordt ondernomen om ze te verenigen, noch ideologisch, noch organisatorisch. Daarnaast zijn de meeste door de beweging gestelde eisen opvallend reformistisch, zoals de wijd bediscussieerde eis voor de zogenaamde ‘Tobin-tax’. Maar weinig deelnemers schijnen verontrust te zijn over dit vacuüm: in tegendeel, zij prijzen haar diversiteit en openeindigheid. Het zal des te zwaarder zijn om de mensheid uit de diepgewortelde sociale en ecologische problemen van onze tijd te leiden als de de facto leiders van radicale bewegingen een laissez-faire-houding toestaan en zelfs aanmoedigen ten opzichte van kwesties als ideologie, organisatie en de noodzaak voor systematische verandering.”

De tekst geeft een volkomen terechte kritiek op het totale gebrek aan perspectieven bij de anti-globalistische en ecologische bewegingen die er zich toe beperken om het systeem te willen ‘hervormen’.  Er wordt heel terecht in benadrukt dat een radicaal alternatief voor het systeem inhoudt dat ‘er lessen worden getrokken uit de geschiedenis’, om een ‘theoretische samenhang’ teontwikkelen van een engagement op basis van een helder programma (’het programmatisch engagement’). Dat keert het anti-mondialisme juist de rug toe, net zoals trouwens het anarchisme in Spanje in 1936. Over het bankroet van het anarchisme in Spanje in 1936, een vraagstuk van de eerste orde, verwijzen wij naar ons antwoord op de correspondentie van een lezer in Internationalisme, nr. 302 en 303.

Wij onderstrepen verder nog de juistheid van het idee dat, om een alternatief te ontwikkelen tegenover het kapitalisme, men moet weten waarom en hoe men kan strijden; daarvoor moet men vóór alles vaststellen wie de revolutionaire kracht is in de maatschappij en wie haar vijanden zijn. Daarom is het van wezenlijk belang te bepalen of de anti-mondialistische beweging werkelijke een uitdrukking is - zelfs een ‘reformistische’, ‘die dezelfde fouten maakt als de sociaal-democratie’ - van “een zekere graad van ongenoegen van de bevolking tegenover het economisch systeem”? Voor ons is het antwoord onmiskenbaar negatief: de altermondialistische beweging is een ideologisch voortbrengsel van de bourgeoisie wiens taak er juist uit bestaat om de zoekende elementen af te houden van een politieke samenhang. Deze elementen die momenteel binnen het proletariaat opduiken worden zo afgehouden van elke poging om de wereld te begrijpen en er de gevolgtrekkingen uit te trekken voor wat betreft de perspectieven, om ze terug te brengen op het burgerlijke terrein van de verdediging van de democratie, de staat, enzovoort.

Zo leiden de conclusies in deze tekst tot een andere diepgang. “Het zal des te moeilijker zijn om de mensheid uit de diepe sociale en ecologische problemen van onze tijd te halen omdat de feitelijke leiders van deze radicale bewegingen dezelfde houding van laissez-faire aannemen en aanmoedigen met betrekking tot vraagstukken van ecologie, de organisatie en de noodzaak van een systematische verandering”. Men moet goed begrijpen dat dit geen vrucht is van verblinding noch van een ‘reformistisch’ onbegrip over wat er op het spel staat, maar van hun aard zelf, die burgerlijk is, die van een ‘tweeslachtige’ beweging die er op gericht is om de geloofwaardigheid van de burgerlijke democratie op te vijzelen en die de rol vervult elke vraagstelling over alternatieven en van de revolutionaire krachten uit de weg te gaan. Deze “laissez-faire-houding toestaan en zelfs aanmoedigen ten opzichte van kwesties als [...] organisatie en de noodzaak voor systematische verandering” is slechts de keerzijde van de medaille van een consequente tamtam ten voordele van de burgerlijke democratie, tegen de dictatuur van de multinationale ondernemingen, de ‘weldaden’ van de ‘sociale’ staat tegen de dictaten van de markten, van een pro-Europees en anti-Amerikaans nationalisme. Kortom, net zoals de ‘radicale’ ecologisten die dezelfde ‘fouten’ herhaalden als de sociaal-democratie, heeft de kritiek van de uitspattingen van het kapitalisme door de altermondialistische beweging geen andere doel dan te vermijden dat de elementen, die op zoek zijn naar een politieke samenhang ten opzichte van het wegkwijnen van de planeet, er toe komen om het kapitalisme zelf te bekritiseren.

Vanuit deze invalshoek is de veelvormige en ‘chaotische’ structuur van de altermondialistische beweging juist een middel om breed te werven en zoveel mogelijk elementen in burgerlijk vaarwater te brengen. Door ze mee te slepen kunnen hun gerechtvaardigde vragen in de klassieke doodlopende straatjes van burgerlijk links en ultralinks worden gewerkt. Zo wordt het enige perspectief verdoezeld dat het kapitalisme te bieden heeft, dat wil zeggen de onvermijdelijke barbarij die leidt tot de vernietiging van de mensheid. Zo worden vooral de fundamentele redenen verborgen van dit falen en van wat er op het spel staat voor het proletariaat, de drager van het kommunisme. Het verbergt ook dat de arbeidersklasse, in haar strijd tegen het kapitalisme, er toe zal gebracht worden om niet de staat, links en de democratie te verdedigen, maar ze in tegendeel te bestrijden zonder de minste illusie in hun burgerlijke aard en in hun rol van volbloed acteurs bij de aanvallen op de arbeidersklasse.

Wereldrevolutie/ 08.01.2004