Het kommunistisch perspectief (3): Waarom het kommunisme noodzakelijk en mogelijk is (tweede deel)

See also :

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

Binnen de strijd van de arbeidersklasse bestaat de bijzondere rol van de revolutionairen niet alleen in het benadrukken van de noodzaak van de strijd, van het belang om die tegenover de aanvallen van het kapitalisme te veralgemenen en te radicaliseren, maar ook in het aantonen hoe het een voorbereiding vormt op de algemene confrontatie met dit systeem met als doel de omverwerping ervan en de oprichting, op zijn ruïnes, van een nieuwe maatschappij: het kommunisme. "Het kommunisme is dood" zeggen ons de al dan niet bewuste en officiële woordvoeders van de kapitalistische ideologie wanneer de revolutionairen dat perspectief voor de mensheid ter sprake brengen. "Het kommunisme is dood" herhalen triest vele arbeiders die gevangen blijven in de grootse campagne die volgde op de val van de Berlijnse muur en de ineenstorting van het stalinisme. Wij hebben in onze pers de leugen gehekeld die door alle krachten van het kapitaal, van extreem-rechts tot ultra-links, overeind werd gehouden. In die leugen wordt het kommunisme op één hoop gegooid met het stalinisme, zijn ergste doodgraver. Wij hebben zelfs een volledige brochure aan het onderwerp gewijd (De ineenstorting van het stalinisme). Met het opnieuw publiceren van het eerste deel van een serie artikelen die werd geschreven in de jaren 1970 willen wij aantonen waarom het kommunisme geen droom is van enkele oude dinosaurussen die zich vastklampen aan het idee van de klassenstrijd (die ook dood en begraven zou zijn) en waarom het niet alleen een noodzaak is maar ook reële mogelijkheid. We zullen met andere woorden zien wie er gelijk hebben, de revolutionairen of degenen die beweren dat ze zich hebben aangepast aan de nieuwe omstandigheden die sinds de ineenstorting van het stalinistische blok bestaan en die zogenaamd de definitieve overwinning van het kapitalisme zou hebben gebracht.

Het idee van een samenleving waarin geen armoede heerst of onderdrukking, sociale ongelijkheid noch privé-eigendom, van een samenleving die gegrondvest is op solidariteit, waarin "de ene mens" niet langer "een wolf voor de ander zou zijn" en waarin "de vrije ontplooiing van de enkeling de voorwaarde zou vormen voor de vrije ontplooiing van allen", is niet nieuw. We kunnen het in de oudheid al in allerlei vormen aantreffen vanaf de geschriften van de Griekse wijsgeer Plato (die overigens de slavernij verdedigde!) tot aan het denken van de eerste christenen. We vinden het terug in de Middeleeuwen, vooral in de chiliastische bewegingen en bij de Duitse monnik Thomas Münzer, een van de leiders van de boerenoorlog.

Het kapitalisme: een historisch beperkte productiewijze

Toch komt het kommunisme pas tot ware bloei met het verschijnen in de maatschappij van een nieuwe klasse, die voor het eerst de mogelijkheid biedt om deze oude droom van de mensheid in werkelijkheid om te zetten: het proletariaat. En het is juist binnen de burgerlijke revoluties van de zeventiende eeuw in Engeland en aan het einde van de achttiende eeuw in Frankrijk dat we politieke stromingen zien opkomen die zich min of meer uitdrukkelijk op een dergelijk plan beroepen. Terwijl het proletariaat in die landen nog in de wieg ligt, krijgt het al een georganiseerde uitdrukking voor de verdediging van zijn historische belangen (met bijvoorbeeld de Egaux (gelijken) in Frankrijk). Maar het is in het midden van de negentiende eeuw, met de ontwikkeling en de concentratie van de arbeidersklasse die het verschijnen van de grote industrie begeleidt, dat de doelen en middelen van het kommunisme worden verduidelijkt. Het breekt met de utopieën uit het verleden (waarvan de vruchtbaarste ongetwijfeld die van Fourier, Saint-Simon en Owen waren) en begint zich te ontdoen van de sectaire en samenzweerderspraktijken waaraan Blanqui en zijn aanhangers zo verknocht waren net als van de religieuze inslag waaraan een overigens zo scherpzinnige kommunist als Weitling nog vasthield. Met het Manifest van de Kommunistische Partij van 1848 verkrijgt het zijn eerste wetenschappelijke en nauwgezette verwoording. Het is een document dat de grondslag legt voor heel de verdere ontwikkeling van de proletarische beweging. In deze tekst wordt het kommunisme niet voorgesteld als de uitvinding van de één of andere helderziende die vervolgens enkel in praktijk behoeft te worden gebracht, maar als de enige maatschappij die de kapitalistische maatschappij kan opvolgen en de dodelijke tegenstellingen ervan kan overstijgen. Het meest wezenlijke idee van deze tekst bestaat er uit dat het kapitalisme, net als alle maatschappijvormen die eraan voorafgingen, niet onsterfelijk is. Wanneer het een vooruitstrevende stap betekende in de ontwikkeling van de mensheid, vooral door de wereld te verenigen met de vorming van de wereldmarkt, draagt het onoverwinnelijke tegenspraken in zich die het in steeds gewelddadiger uitbarstingen doen afglijden en het uiteindelijk te gronde zullen richten. Door de ontwikkeling van reusachtige materiële productiekrachten mogelijk te maken waaronder op de eerste plaats de arbeidersklasse schept het de voorwaarden om te worden voorbijgestreefd door een maatschappij die deze overvloed als uitgangspunt kan nemen en waarvan de hoofdrolspeler dezelfde arbeidersklasse is die onderaan de sociale ladder staat en die zichzelf alleen kan bevrijden door heel de mensheid te bevrijden.

Verval van het kapitalisme en perspectief van het kommunisme

Als het Kommunistische manifest, zoals Marx en Engels, de schrijvers ervan, het later toegaven, zich vergiste door de indruk te wekken dat het kapitalisme al over het hoogtepunt van zijn ontwikkeling heen was en de kommunistische revolutie elk ogenblik kon uitbreken, dan werd heel de richting die ermee werd ingeslagen vervolgens ruimschoots bevestigd en met name het idee dat het kapitalisme niet kan ontsnappen aan steeds gewelddadiger economische crises.

Momenteel krijgt de maatschappij andermaal de waanzin opgelegd van een economische crisis die kenmerkend is voor het kapitalisme: massa's van tientallen en honderden miljoenen mensen worden in de ergste ellende gestort niet omdat er onvoldoende geproduceerd wordt, maar omdat er... teveel wordt geproduceerd. Maar deze crisis is van een ander soort dan die waarnaar in het Manifest wordt verwezen. De crises uit de vorige eeuw vonden plaats in een periode van volle uitbreiding van het kapitalisme en ze vonden snel een ‘oplossing’ door opruiming van de minst winstgevende sectoren van de economie en door de verovering van nieuwe markten. In zekere zin vormden zij de hartslag van een organisme in volle gezondheid. Sinds de Eerste Wereldoorlog is het kapitalisme daarentegen in zijn fase van historisch verval terechtgekomen, van permanente crisis. Sindsdien bestaat er geen werkelijke oplossing meer voor de crisis. Het systeem kan alleen overleven door een helse spiraal waarin de fasen van acute crisis, oorlog, wederopbouw en nieuwe crisis elkaar opvolgen, fasen die we niet meer kunnen vergelijken met een polsslag maar alleen met het gereutel van zijn doodsstrijd. Zoals de Kommunistische Internationale het in 1919 aankondigde, was het tijdperk van imperialistische oorlogen en van revoluties geopend, het kommunisme stond op de dagorde. Sindsdien hebben de opeenvolgende stuiptrekkingen die de mensheid moest ondergaan enkel steeds meer de dringendheid bevestigd van het overstijgen van de kapitalistische productiewijze. Het is een geweldige rem op de ontwikkeling geworden. Na de Eerste Wereldoorlog vormde de grote crisis van 1929 een volgend spectaculair voorbeeld van het bankroet van het kapitalisme en in de holocaust van de Tweede Wereldoorlog erna werden de grenzen van de afgrijselijkheid, waarvan men dacht dat die al tijdens de eerste imperialistische wereldslachting waren bereikt, nog verder opgeschoven. Sinds het kapitalisme de periode van zijn verval binnentrad heeft de mensheid het overleven van dit systeem betaald met al meer dan honderd miljoen uitgemoorden. Daarbij zijn nog niet eens de gruwelijke verliezen geteld van de hongersnoden, de ondervoeding en het geheel van de ellende waarin het meerdere miljarden mensen heeft gestort, terwijl het zich tegelijkertijd overgeeft aan een onvoorstelbare verspilling van rijkdom en productiekrachten.

De huidige crisis is dus niet de eerste uiting van het bankroet van het kapitalisme of van de noodzaak om het door het kommunisme te vervangen. Op velerlei gebied verschijnen steeds opnieuw de innerlijke tegenspraken aan de oppervlakte die in het verleden al tot uitbarsting kwamen. Naarmate de kloof tussen enerzijds de enorme mogelijkheden die de maatschappij biedt om de menselijke behoeften volledig te bevredigen en anderzijds het catastrofale gebruik dat daarvan wordt gemaakt nog veel verder groeit, wordt ook de dwingende noodzaak van de oprichting van een andere maatschappij nu nog veel meer dan in het verleden voelbaar.

Deze nieuwe maatschappij moet in staat zijn de innerlijke tegenspraken waaronder de huidige maatschappij gebukt gaat te boven te komen: alleen op die manier zal zij geen utopisch bouwwerk van de geest zijn maar een duidelijk omschreven objectieve noodzaak. De kenmerken ervan kunnen dan ook worden verwoord als de positieve opgaven ten opzichte van de negatieve, wurgende uitwerking van de wetten van de kapitalistische maatschappij.

De diepere oorzaken van het kwaad dat het kapitalistische systeem aantast bestaat uit het feit dat het doel van de productie niet bestaat uit de bevrediging van de menselijke behoeften maar uit de accumulatie van kapitaal, dat het geen gebruikswaarden maar ruilwaarden produceert, dat de private toe-eigening van de productiemiddelen botst op het steeds meer sociaal karakter ervan. Met andere woorden, het kapitalisme valt uiteen omdat hij is gebaseerd op uitbuiting van de loonarbeid en omdat de meerwaarde die door deze uitbuiting wordt voortgebracht niet meer gerealiseerd kan worden, dat wil zeggen geruild kan worden tegen goederen die kunnen worden opgenomen in een uitgebreide reproductiecyclus van het kapitaal.

De grondbeginselen van de kommunistische samenleving

De economische karaktertrekken van het kommunisme zijn daarmee de volgende:

  • de enige drijfveer van de productie bestaat uit de bevrediging van de menselijke behoeften;
  • de goederen die worden voortgebracht zijn geen waren, geen ruilwaarden meer, maar uitsluitend gebruikswaarden;
  • als te nauw geworden kader voor een productieproces dat steeds meer sociaal van aard is, maakt de privé-eigendom van productiemiddelen, of die nu individueel is zoals in het aanvankelijke kapitalisme, of van de staat zoals in het kapitalisme in verval, plaats voor hun socialisatie, dat wil zeggen voor het einde van iedere eigendom, waarbij er een einde wordt gemaakt aan het bestaan van sociale klassen en bijgevolg aan iedere uitbuiting.

Tegenover deze beschrijving wordt vaak ingeworpen: “Waarom is een dergelijke maatschappij, die alle kenmerken heeft van een ideale maatschappij die het meest geëigend is voor de menselijke ontwikkeling, niet al veel eerder verschenen?” Met andere woorden: waarom zou een dergelijke maatschappij momenteel mogelijk zijn, terwijl die in het verleden nooit verwezenlijkt kon worden? Op zulke vragen antwoorden de anarchisten, waarvan de benaderingswijze, afgezien van het genie, op dat van de utopisten lijkt, gewoonlijk: “In feite was het kommunisme altijd mogelijk, het is geen probleem van objectieve, materiële omstandigheden, maar van de menselijke wil”. Wat ze verder nergens uitleggen is waarom die wil zich niet eerder heeft gemanifesteerd, of waardoor hij niet algemeen werd of werd verwezenlijkt toen hij zich bij minderheidsstromingen manifesteerde. Het marxisme geeft daarentegen een serieus antwoord op deze vraag. Het legt uit dat een van de wezenlijke kenmerken van de ontwikkeling van de mensheid bestaat uit de ontwikkeling van de productiekrachten, met andere worden van de productiviteit van de menselijke arbeid. Aan iedere ontwikkelingstrap van deze productiekrachten beantwoordde een gegeven productieverhouding, dat wil zeggen de betrekkingen tussen de mensen in de productie-activiteit van goederen die bestemd zijn voor hun behoeftebevrediging. In de primitieve maatschappijen is de arbeidsproductiviteit dermate zwak dat hij nauwelijks kan voorzien in de bevrediging van de meest elementaire fysiologische behoeften van de leden van de gemeenschap. Daardoor is uitbuiting en economische ongelijkheid onmogelijk in de zin dat wanneer sommige enkelingen zich meer goederen toe-eigenen of meer consumeren dan de anderen, de rest niet in staat is om te overleven. De uitbuiting, meestal in de vorm van slavernij van leden van gemeenschappen die zijn overwonnen in territoriale conflicten, kan pas ontstaan wanneer in grote lijnen de gemiddelde productie van een mens het fysiologisch minimum overschrijdt. Maar tussen de bevrediging van dit minimum en een volledige bevrediging van de materiële en vervolgens ook geestelijke behoeften van de mensen bestaat er een ontwikkelingsruimte van de arbeidsproductiviteit (dat wil zeggen van de beheersing van de natuur) die historisch nu juist de ondergang van het oorspronkelijk kommunisme scheidt van de mogelijkheid van het hogere kommunisme. In dezelfde zin is het niet omdat de mens ‘van nature’ goed is dat hij zijn soortgenoten in het primitieve kommunisme niet uitbuitte, evenzeer is het niet omdat hij ‘slecht’ is geworden dat hij dat sindsdien en tot op de dag van vandaag heeft gedaan. De uitbuiting van de ene mens door de andere, het bestaan van economische privileges, werd mogelijk omdat de gemiddelde menselijke productie boven het fysiologische minimum uitsteeg en noodzakelijk omdat deze de behoeften van alle leden van de maatschappij nog niet volledig kon bevredigen.

Zolang dat nog niet het geval was, was ook het kommunisme onmogelijk, hoe vervelend de anarchisten dat ook vinden. Maar juist die omstandigheid werd door het kapitalisme grondig gewijzigd. Door de geweldige vooruitgang van de arbeidersproductiviteit die mogelijk werd door het systematisch toepassen van wetenschappelijke uitvindingen, door de algemene toepassing van de geassocieerde arbeid en door gebruik te maken van de natuurlijke en menselijke rijkdommen van de hele wereld, maar natuurlijk ook ten koste van het op gang brengen van een tot dan toe ongekende uitbuiting, werden eindelijk de grondslagen gelegd voor het kommunisme. Door meester over de natuur te worden schiep het de omstandigheden waarin de mens zijn eigen meester kan worden.

De inzet voor de toekomst van de mensheid

En juist dat laat de crisis van het kapitalisme andermaal zien. Voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid stort een maatschappij het overgrote deel van zijn leden in de armoede, niet omdat hij niet genoeg produceert, maar omdat hij teveel produceert in verhouding tot de wetten waardoor het wordt beheerst.

Voorafgaand aan het kapitalisme kende de mensheid crises maar nooit overproductie-crises. Momenteel komt deze aangeboren afwijking met ongekende kracht aan de oppervlakte: de onverbiddelijke groei van de werkloosheid, de groeiende onder-benutting van het geheel van de productiekrachten, de omvangrijke vernietigingen van die productiekrachten in de steeds bloediger en omvangrijker oorlogen. Ze laten zien dat de werkelijke utopisten degenen zijn die nog altijd proberen dit systeem te hervormen in de richting van een betere bevrediging van de menselijke behoeften, zonder het geheel en al onderste boven te keren.

Het geheel van de economische, politieke en militaire gebeurtenissen sinds meer dan dertig jaar getuigen van het heit dat de mensheid, als hij blijft overgeleverd aan de wetten van het kapitalisme, recht afstevent op steeds meer barbarij, op een versnelde ontbinding die de gruwel en de chaos van de wereldoorlogen van de twintigste eeuw overstijgen. Wanneer de ongelooflijke vernietigingskracht van de voorbije imperialistische conflicten liet zien dat de mens voldoende meester over de natuur was om de kommunistische maatschappij te vestigen, dan heeft deze heerschappij over de natuur, die sindsdien nog verder versterkt werd, hem momenteel in staat gesteld om de mensheid te vernietigen. Het is dus niet alleen om het ontluiken van de menselijke soort de verzekeren dat het kommunisme momenteel noodzakelijk is, maar ook eenvoudigweg om het overleven van de menselijke soort mogelijk te maken.

In het volgende deel van dit artikel gaan we nader in op de verschillende tegenwerpingen die vaak naar voren worden gebracht tegen het perspectief van het kommunisme en met name de bewering dat de mensheid ‘van nature’ niet in staat zou om een dergelijke maatschappij te verwezenlijken.