Briefwisseling uit Iran: Waarom nieuwe vakbonden geen nieuwe stap vooruit vormen

Printvriendelijke versie
Onlangs ontvingen we een brief uit Iran waarin een aantal vraagstukken wordt opgeworpen. In dit antwoord richten we ons op dat deel van de brief dat over de vakbonden gaat. Wij hebben enkele kleine wijzigingen [in de Engelse tekst] aangebracht maar verder niet aan de taal geraakt.
“Over Iran kan ik zeggen dat de toestand er erg slecht is. Zelfs de reformistische en vakbondsorganisaties zijn ontbonden. Eén vakbond van buschauffeurs zou een paar maanden geleden activiteiten aanvangen maar die op de eerste dag werd aangevallen door regeringsvandalen (die deel uitmaken van het Huis van de Arbeid en de Islamitische Arbeidsraad (1) en die worden gecontroleerd door de inlichtingendienst van Iran) en waarbij verschillende activisten gewond raakten. Een maand later aanvaarde de IAO (Internationale Arbeids Organisatie – ILO) diegenen die de vakbond hadden aangevallen als ‘arbeidersorganisaties’ van Iran. Hoewel de Iraanse regering Conventies 87 en 88 van de IAO heeft onderschreven (die de arbeiders in staat stellen om organisaties of vakbonden van hun eigen keuze te vormen en die een voorwaarde vormen om toe te kunnen treden tot de Wereld Handels Organisatie) blijven nog steeds alle arbeidersorganisaties en zelfs de reformistische vakbonden ontbonden en zitten verschillende activisten in de gevangenis.”
“De website waarnaar ik heb verwezen behoort toe aan het ‘Coördinatiecomité voor de vorming van Arbeidersraden’. Ik geloof niet in al hun standpunten maar ik denk dat iedere activiteiten moeten worden ondersteund om de regering te dwingen arbeidersrechten te erkennen.”
“[...] De trotskisten spelen momenteel een zeer reactionaire rol in Iran. De arbeidersklasse is al begonnen een eind te maken aan de reformistische werkwijzen (zoals het hulp vragen aan het Huis van de Arbeid, de Islamitische Raad en kapitalistische organisaties zoals de IAO) en zal radicale (niet echt revolutionaire) bewegingen beginnen maar deze trotskisten willen de arbeidersbeweging een stap terug laten zetten naar het reformisme. Zij hebben een campagne gestart, onder de titel ‘Iraanse arbeiders staan niet alleen’ en zij vragen kapitalisten zoals de Labour Party van Engeland om de arbeiders in Iran te ondersteunen! Dit soort van activiteiten kan de revolutionaire bewegingen alleen maar ontwapenen.”


De arbeidersklasse in Iran


De Iraanse arbeidersklasse heeft een geschiedenis van strijd. In 1978 en 1979 werden de massale stakingen, vooral in de olie-industrie gekenmerkt door voorbeeldige klassensolidariteit en een bereidheid om de confrontatie aan te gaan met de staat en al zijn repressiekrachten. Daarbij stond het Iraanse proletariaat naast zijn klassenkameraden overal ter wereld:
“Arbeiders weigeren toe te geven aan de toenomende armoede die de kapitalistische crisis van hen vraagt. [...] Ze hebben strijdvaardig en gewelddadig geantwoord op een levensstandaard die bijvoorbeeld 60-70% van hun inkomen alleen al voor huisvesting vereist.”
“Arbeiders hebben zelfstandig gestreden, waarbij ze (zoals in de olie-raffinaderijen) hun eigen onafhankelijke comités organiseerden, waarvan de afgevaardigden – zoals de burgerlijke pers klaagde –  meer begaan zijn met ‘utopische idealen’ dan met het ‘in de strijd onderhandelen over het personeelsbeheer’. Anders gezegd, deze comités brengen ongetwijfeld echte arbeidersbelangen tot uiting [...]”
“De stakingen gaven ook aanleiding tot een voorbeeldige klassensolidariteit – de oliearbeiders weigerden weer aan het werk te gaan voordat voldaan was aan de eisen van de 400.000 leerkrachten. De ernst van de arbeidersstrijd wordt getoond in de moed die werd opgebracht in de confrontatie met de burgerlijke staat – waarbij het instellen van de staat van beleg werd genegeerd (feitelijk neigde de strijd tot verdere escalatie na de vorming van de militaire regering). In plaats van geïntimideerd te raken door de troepen die naar de olievelden werden gestuurd ondernamen de arbeiders – vaak succesvol – pogingen om zich met de soldaten te verbroederen”
(World Revolution, nr. 21, december 1978-januai 1979).
De huidige regering in Iran is de opvolger van die van 1979. Er heeft geen revolutie plaatsgevonden in Iran in 1979. Voor de arbeiders betekende het ruilen van de Sjah voor Ayatollah Khomeini louter de vervanging van de ene onderdrukker door de andere, hoewel het vermogen van de religieuze obscurantisten en dwepers om een heel land over te nemen een vroeg teken was van de irrationaliteit die binnen het kapitalisme tot ontwikkeling kwam en dat op het punt stond om wat we nu de fase van ontbinding noemen binnen te treden. Toen net als nu waren er linkse oproepen tot het oprichten van ‘echte’ vakbonden tegenover de stropopvakbonden van de staat. In 1979 dachten vele linksen dat Khomeini een eind zou maken aan het feodalisme en dat hij de ontwikkeling van de democratie zou bevorderen waarin de vakbonden konden gedijen. Vandaag herhaalt het Coördinatiecomité waarnaar onze briefschrijver verwijst de oproep tot vorming van een vakbond, zelfs al vermijden ze het woord ten gunste van de vager term ‘organisatie’ (2).
De arbeidersklasse heeft zeer zeker organisatie nodig. Veel van de belangrijkste strijd werd geleverd om haar organisaties op te richten en te verdedigen, net als voor loonstijgingen en dergelijke. De vraag gaat over welke soort van organisatie. Kan een vakbond, ongeacht hoe ‘echt’ of ‘radicaal’ die moge zijn, de arbeidersklasse momenteel vooruithelpen? Betekent de wanhopige toestand van de arbeidersklasse in landen als Iran dat wij om het even welke poging tot organisatie zouden moeten ondersteunen zoals onze correspondent suggereert als hij schrijft “ik denk dat iedere activiteiten moeten worden ondersteund om de regering te dwingen arbeidersrechten te erkennen”.

Wat voor soort van organisatie?


Wat onze houding en handelen bepaald is de vraag: wiens belangen verdedigt een organisatie? Met andere woorden, gaat het om een organisatie van het proletariaat of van de bourgeoisie? Dat is geen eenvoudig vraagstuk. Het ‘Huis van de Arbeid’ waarnaar onze briefschrijver verwijst is waarschijnlijk vol van arbeiders, maar daarom is het nog geen arbeidersorganisatie. Momenteel blijkt het dat de arbeiders enkel succes kunnen hebben als ze hun strijd direct in eigen hand nemen. Dat is wat de Iraanse arbeiders in 1979 deden; dat is wat de Poolse arbeiders een jaar laten deden. Dat deden de Russische arbeiders in 1917 toen ze de arbeiders- en soldatenraden oprichten. Dergelijke organisaties zijn wapens in de strijd, ze komen op met de strijd en verdwijnen als de strijd afloopt. Velen zien dit als een zwakheid en kijken uit naar een of andere permanente vorm van organisatie, maar daarbij wordt geen rekening gehouden met de werkelijkheid van de arbeidersstrijd in deze hele periode. De vakbonden kwamen tot ontwikkeling toen het kapitalisme jong was en opgroeide, toen het hervormingen kon toelaten en de arbeidersklasse een beetje ruimte in de maatschappij kon toekennen. Daarvan is nu geen sprake meer. Tijdens het grootste deel van de afgelopen eeuw zagen we hoe het kapitalisme de arbeidersklasse telkens weer aanviel, nieuwe eisen aan de arbeiders stelde om meer, sneller en goedkoper te produceren. De vakbonden die opgroeiden om betere omstandigheden voor de arbeiders te verkrijgen, om de heersende klasse tot een overeenkomst af te sluiten, kunnen niets doen voor de arbeidersklasse als de enige overeenkomsten die nog geboden kunnen worden bestaan uit het opdrijven van het arbeidsritme, het schrappen van banen en meer uitbuiting. Het afsluiten van overeenkomsten komt neer op het verraden van de arbeidersklasse. In de huidige burgerlijke maatschappij is er geen ruimte meer voor de arbeidersklasse. Een permanente massaorganisatie van de arbeidersklasse kan enkel bestaan door overeenkomsten met de bazen af te sluiten en zo de arbeidersklasse te verraden. De enige lange termijn organisaties die de arbeidersklasse nu nog kan hebben zijn organisaties om zonder compromis te vechten tegen het kapitalisme: haar klassen-omvattende raden en haar politieke organisaties (3). Het opduiken van de raden gebeurt natuurlijk pas in een revolutionaire situatie; tot dan kan de arbeidersstrijd alleen georganiseerd worden via algemene vergaderingen en comités die tijdens de beweging bestaan maar die niet proberen om hun eigen bestaan te rekken nadat de strijd is uitgedoofd. Anders worden ze omgevormd tot een nieuwe variant van vakbond en worden ze een beletsel worden voor de volgende strijdronde.

Het trotskisme tegen de arbeidersklasse


We zijn het volledig eens met onze briefschrijver eens over de reactionaire rol die het trotskisme momenteel speelt. Het voorbeeld dat hij geeft van de valse ‘solidariteit’ van de campagne over ‘Iranese arbeiders staan niet alleen’ is een goed voorbeeld van hoe de taal en de hoop van de arbeidersklasse door deze ervaren huichelaars worden verdraaid tot hun tegendeel. Maar dat is niets nieuws. In 1979 wauwelden vele trotskisten de Iraanse stalinisten na in hun steun aan de ‘revolutie’ onder leiding van Khomeini: “Door aan te dringen op voortzetting van de stakingen en massale demonstraties tegen de Sjah, en door te weigeren enige regering steun te verlenen die was gevormd onder de de paleis-slagers, heeft Khomeini een positieve rol gespeeld.” (The Militant, Socialist Workers Party van de Verenigde Staten, aangehaald in World Revolution, nr. 22). In werkelijkheid werden de arbeiders geleidelijk verdronken in de reactionaire beweging die door de mollahs werd opgebouwd. Maar, in tegendeel tot wat onze briefschrijver zegt, proberen de trotskisten niet slechts de werkende klasse “een stap terug laten zetten naar het reformisme” maar proberen zij deze op burgerlijk te slepen en haar te verslaan. Dit is nu net zo waar als toen: “Over de hele wereld roept de linkervleugel van de bourgeoisie – de stalinisten van de kommunistische partijen, de maoïsten en de trotskisten – op tot de nederlaag van de Sjah en zijn vervanging door een ander deel van de bourgeoisie dat zij als ‘progressiever’ beschouwen dan de Sjah, en altijd vergezeld van de oproep tot democratie in de vorm van ‘vrije verkiezingen’” (World Revolution, nr. 21).
In Iran net als elders in de wereld moet de arbeidersklasse weer leren in strijd te gaan. Na jaren van onzekerheid, van verwarring en gebrek aan zelfvertrouwen beginnen de arbeiders weer aan te voelen wie ze zijn en wat ze zijn. Ze beginnen te begrijpen dat zij belangen hebben die tegengesteld zijn aan die van de heersende klasse en dat ze alleen op zichzelf kunnen rekenen. Nieuws over de echte toestand van de arbeidersklasse in Iran is moeilijk te verkrijgen, gefilterd als het is door de propaganda van de heersende klasse. Wij begroeten de suggestie dat de arbeidersklasse nog steeds probeert te strijden en moedigen onze correspondent aan ons opnieuw te schrijven met om het even welk nieuws ontrent de klassenstrijd.Ondanks alles wat ze ondergaan heeft, spijts al het gewicht van het Islamitische regime, hebben wij vertrouwen in de arbeidersklasse in Iran net zoals wij vertrouwen hebben in de arbeidersklasse al geheel.

North / 1.12.2005

(1) ‘Arbeidershuis’ of ‘Huis van de Arbeid’ zijn mogelijke vertalingen van ‘Khane Kargar’, de officiële naam van vakbonden van het Iraanse regime.
(2) Wij hebben hier niet de bedoeling om het ‘Coördinatiecomité’ onder de loep te nemen aangezien de informatie waarover wij beschikken onvolledig is. Desondanks streeft het naar een soort van vakbondsorganisatie, zoals dit uittreksel van een van de belangrijkste documenten waarover we beschikken aanstipt: “Wij hebben zeker het recht om georganiseerd te zijn. Wij moeten onze organisatie oprichten en dan de regering vragen om die officieel te erkennen. Voor het oprichten van arbeidersorganisaties is geen enkele regeringstoestemming nodig, en dit is zo vanzelfsprekend en overduidelijk dat het gestipuleerd wordt in Conventie 87 van de IAO over de vrijheid van organisatie en ironisch genoeg wordt dit zelfs erkend door de Iranese regering. Daarom moet de IAO, die zelf de conventies heeft opgesteld en de regeringen heeft laten ondertekenen, de Iranese regering er toe dwingen om een eind te maken aan het onderdrukken van arbeidersactiviteiten en de activisten, in plaats van toe te geven aan de regering. En de regering van de Islamitische Republiek van Iran moet de veiligheid garanderen van de activisten van de arbeidersklasse” (Laat ons op eigen kracht arbeidersorganisaties oprichten, www.komiteyehamahangi.com).
(3) Zie onze brochure De vakbeweging tegen de arbeidersklasse voor een uitgebreider versie van deze analyse.

Geografisch: 

Erfenis van de Kommunistische Linkerzijde: 

Aktiviteiten van de IKS: