Studentenstakingen in Quebec: de strijdbare en vastberaden houding van de jonge generatie.

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

Sinds half februari vochten de studenten in Quebec tegen de verhoging van het collegegeld, maar drie maanden lang werden ze door de buitenlandse pers doodgezwegen. Daardoor heeft niemand buiten Canada ooit een goed beeld kunnen krijgen van de werkelijke dynamiek van de beweging. De meeste media in Quebec zelf richtten zich vanaf het begin op het hoogst ideologische thema van de “populariteit of onpopulariteit” van de beweging, maar de beweging zelf neigde ertoe om zich te veralgemenen en zich tot buiten de onderwijssector uit te breiden. De studenten hebben laten zien dat ze maatregelen zoals de verhoging van het collegegeld met 82% - die bovenop de vorige verhogingen kwam – en de repressieve en provocatieve houding van de regering Charest, niet passief wensen te aanvaarden. Hun leuze in de beweging was: “ Overal demonstraties totdat we winnen!”

Om een beter inzicht te krijgen in de achtergrond van de beweging, kijken we naar enkele gelijksoortige maatregelen die de regering de laatste jaren nam, en naar de omstandigheden, waarmee de studenten in het bijzonder worden geconfronteerd.

Een soberheid die niet gisteren begon…

Met de spanningen bij Air Canada, de staking en daarna de uitsluiting bij de posterijen, hebben er in Canada vanaf de zomer van 2011 al een reeks van acties in de werkplaatsen plaatsgevonden die een groot aantal centrale industrieën op nationaal, regionaal en lokaal niveau troffen. Ook al was de beweging van de Occupy in Canada veel minder spectaculair dan elders, toch hebben de studenten van Quebec zich op een vastberaden wijze in een langdurige strijd geworpen tegen de plannen van de provinciale regering. Die plannen waren bedoeld om de overheidsschulden te dekken door de kosten voor de inschrijving aan de universiteit te verhogen. Het repressieve apparaat van de staat in Quebec liet keer op keer haar tanden zien en zette de rondgang in Montreal herhaalde malen stop.

De bezuinigingen die momenteel overal ter wereld plaatsvinden zijn het gevolg van de historische crisis van het kapitalisme. De verhoging van de collegegelden die er net als alle andere maatregelen op gericht zijn de tekorten te beperken, is helemaal niet nieuw of specifiek voor Quebec. Tijdens Bourassa’s tweede termijn als premier, in 1990, heeft de regering al besloten om voor de collegegelden, die sinds 1968 C$ 540 per jaar bedroegen, geen plafond meer vast te leggen. Deze collegegelden zijn nu verdrievoudigd tot C$ 1668 per jaar. Daarna was het de rechtse regering van Charest die in 2007 in dezelfde stijl doorging met een verhoging van C$ 500 (in een periode van 5 jaar), een verhoging die in het leerjaar 2011-2012 uitkwam op C$2168. Met dat soort kosten (zelfs al zijn ze slechts half zo hoog als die in de VS) kan een groot aantal studenten het zich niet meer veroorloven nog naar de universiteit te gaan. In Canada heeft 80% van de studenten met een full-time studie er nog een baantje bij, maar toch leeft de helft van hen van C$12.000 per jaar (de armoedegrens voor een eenpersoonshuishouden in 2010 was C$ 16.320).

… maar nu ondraaglijk wordt.

Met de begroting, die op 18 maart 2011 werd bekendgemaakt, bevestigde de regering Charest haar intentie om de collegegelden in de 5 komende jaren met nog eens C$ 1.625 te verhogen en ze daarmee te laten oplopen tot bijna C$ 4.500 in 2016, als je de extra kosten meerekent die door de universiteiten gevraagd worden. De reactie op deze aankondiging liet niet lang op zich wachten. Op 31 maart dit jaar demonstreerden er in Montreal verschillende duizenden studenten en, op initiatief van de studentenvakbond FEUQ, werd er elke week een kamp opgezet voor het kantoor van de Minister van Onderwijs.

Was dit een strijdmethode die de beweging in staat stelde zich uit te breiden door op zoek te gaan naar solidariteit?

Dat is helemaal niet zeker. In ieder geval waren er in de loop van 2011 geen grootse ontwikkelingen te bespeuren. Pas op 22 maart dit jaar vonden er studentendemonstraties plaats die verrassend groot waren. Tussen de 200.000 en 300.000 namen deel aan de demonstraties, waarbij zowel studenten als arbeiders in het centrum van Montreal samenkwamen. De eisen die ze stelden, maakten deel uit van een bredere historische beweging. Sommige mensen spraken over de ‘Maple Spring’ waarbij ze refereerden naar de revoltes in de Arabische landen. De onderliggende woede was veel breder dan de kwestie van de collegegelden alleen en er was een duidelijke bevestiging van solidariteit met de Occupy-beweging. Deze beweging liet zien dat de toenemende moeilijkheden van het dagelijkse leven een steeds groter deel van de bevolking ertoe aanzet om te reageren.

Op 7 april, tijdens de reeks van conferenties in Montreal, moest de woordvoerder van de ‘Coalition Large de l’Association pour la Solidarité Syndicale Etudiante’ (CLASSE - Brede Coalitie van de Vereniging voor de Syndicale Solidariteit tussen Studenten), Gabriel Nadeau-Dubois, de omvang van de beweging erkennen: “Onze staking is niet een zaak van een generatie, het is niet een zaak van één enkele lente, het is een zaak van een volk, van de wereld. Onze staking is niet een geïsoleerde gebeurtenis, onze staking is een brug, het is slechts een fase op een veel langere weg.” Voor de regering Charest was het duidelijk dat men de studenten niet kon toestaan om de straten te bezetten, vanwege het risico dat ze de solidariteit zouden verwerven van andere sectoren en de beweging een nog breder karakter zou krijgen. Daarom nam de regering op 18 mei een wet aan, de zogenaamde ‘Wet 78’, die iedere niet-aangekondigde demonstratie onwettig maakte. Dit zijn de grote lijnen van deze ‘speciale’ wet:

“Het verbiedt het recht om te demonstreren zonder voorafgaande toestemming van de politie: acht uur van tevoren moeten het tijdstip, de duur, de route en de vervoermiddelen aan de politie doorgegeven worden (deze beperking geldt voor iedere verzameling van meer dan 50 mensen). Het niet-naleven van ‘Wet 78’ kan heel hoge boetes tot gevolg hebben voor de organisatoren van de stakingspiketten: van C$ 1000 tot C$ 5000 voor een individu en van C$ 25.000 tot C$ 125.000 voor een groep van studenten – het dubbele bij een tweede veroordeling.”

Het idee van de huidige regering was om hard terug te slaan teneinde de mobilisaties te breken en de demonstranten eraan te herinneren wie de wet stelt. De repressieve middelen doen herinneren aan het geweld dat in het afgelopen jaar gebruikt is tegen de Spaanse of Griekse demonstranten. Een gelijkaardige vorm van geweld vond plaats in 2010 in Lyon in Frankijk om de studenten en scholieren te intimideren, waarbij de politie hen urenlang insloot op het Bellecourtplein, voordat ze één voor één werden doorgelaten nadat hun identiteitskaart was gecontroleerd. Dat leek een experiment om de demonstranten te intimideren en hun militante wil te breken. Dit leek ook het doel te zijn van de ‘Wet 78’ van de regering Charest. Maar de gebeurtenissen zijn niet zo gelopen als de heersende klasse van Quebec had gepland. In plaats van de beweging te breken en de studenten op de knieën te krijgen, werd deze speciale maatregel door de demonstranten beschouwd als een provocatie en leidde ze tot een radicalisering en uitbreiding van de beweging. In tegenstelling tot de meeste voorgaande studentenbewegingen in Quebec zijn dit keer ook de Engelstalige universiteiten, McGill en Concordia, in staking gegaan.

Pogingen van de politie om te intimideren werden gevolgd door nog bredere protesten en regelmatige ‘casserolades’. Dit zijn nachtelijke demonstraties, die sinds 21 mei worden gehouden, waar werkers, werklozen, studenten en gepensioneerden uit protest tegen het verbod van de regering, met potten en pannen lawaai maakten. En de staat antwoordde: “in de nacht van woensdag 30 op donderdag 31 mei werden er in Montreal en Quebec meer dan 700 mensen werden gearresteerd door de politie die charges uitvoerde omdat ze de demonstratie als onwettig beschouwde. Van de 518 die gearresteerd werden er na de 13e achtereenvolgende nacht van demonstraties 506 als groep en 12 als individu gearresteerd; 14 van hen op basis van de de Criminal Code en één op basis van de gemeentelijke verordening die het verbied om maskers te dragen zonder redelijk motief.” (De Devoir, 25 mei 2012)

Wat is het vooruitzicht voor de beweging?

Het is duideljk dat de kracht van deze beweging wordt bepaald door de strijdbare en vastberaden houding van de jonge generatie. We kunnen dit slechts ondersteunen, net als de pogingen tot uitbreiding en de aanwezigheid van werkers van andere sectoren in de strijd. Enerzijds, kan het gebrek aan subtitiliteit en de brutaliteit van de regering Charest leiden tot een veralgemening van de strijd. Anderzijds bevat de beweging nog veel zwakheden en zal ze vele valkuilen moeten omzeilen om niet vast te lopen in steriele eisen.

Allereerst bestaat het idee dat Quebec verschillend is van de rest van Noord-Amerika en het op één of andere manier een meer sociaal verantwoordelijke “niet-Engelse” regering kan krijgen. De schulden van de studenten zijn een centrale kwestie, bekend voor studenten in de hele wereld, maar er is de illusie dat Quebec deze algemene tendens kan vermijden. De beweging heeft zich niet werkelijk buiten Quebec uitgebreid, al zijn er studentendemonstraties geweest in Ottawa en Toronto. Uitdrukkingen van solidariteit deden zich voor in British Colombia, samen met demonstraties in Parijs, Cannes, Londen, New York en Chili. Solidariteit van ver weg, maar de strijd heeft zich niet uitgebreid.

Misschien is de belangrijkste illusie wel dat het mogelijk is om een beter leven te leiden binnen het kapitalisme; de illusie dat dit systeem van uitbuiting veranderd kan worden door hervormingen en via ‘democratische’ kanalen. Deze illusie is rondgevent door de vakbonden en in het bijzonder door CLASSE, met haar praatjes over ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’. ‘Wet 78’ voorziet in een schorsing tot augustus bij instellingen waar men in staking is, zonder aan de termijn toe te geven. Daarom is het moeilijk te zeggen hoe de beweging verder zal verlopen. Wat echter wel gezegd kan worden is dat alle arbeidersbewegingen in de geschiedenis van het kapitalisme bewijzen dat de enige weg die een werkelijk perspectief biedt, bestaat in het zoeken naar de grootst mogelijke uitbreiding en solidariteit. Tegen het einde van de maand juni vonden er nog steeds demonstraties plaats, hoewel er niet hetzelfde aantal aan meededen als op het hoogtepunt van de beweging, toen er 170.000 studenten in staking waren. In de tussentijd zijn de studentenvakbonden op het legale terrein gewikkeld in een strijd om ‘Wet 78’.

Op het vlak van de klassenstrijd is Canada geen achterlijk land. Tijdens de revolutionaire golf van 1917-1923 vormde de Winnipeg Algemene Staking van 1919 een belangrijke episode in de aanval van de arbeidersklasse op de maatschappelijke orde. In de internationale strijdgolf die aan het einde van de jaren 1960 begon, waren er 300.000 arbeiders betrokken in de algemene staking van 1972. Tijdens deze staking werden bedrijven en radiostations bezet en steden overgenomen. In de huidige studentenstrijd zijn de lessen dezelfde voor Quebec als elders: het is nodig aan de greep van de vakbonden te ontsnappen en algemene vergaderingen te organiseren, die open staan voor iedereen, waar politieke kwesties openlijk worden bediscussieerd, zonder deze vergaderingen over te dragen aan ‘specialisten van de strijd’. Samen met de noodzaak de strijd uit te breiden naar andere sectoren zijn dit vitale stappen voor de effectiviteit van iedere strijd.

Enkidu/Car 29/6/12

Naar een artikel dat eerder verschenen is pp de engelstalige site van de Internationale Kommunistische Stroming.