Verklaring voor een revolutionaire organisatie, Birov Belgrado (2011)

Printvriendelijke versieSend by email

Inleiding van de IKS

In de jaren 1990 was het territorium van de voormalige Joegoslavische staat het toneel van een verschrikkelijke slachting, dat werd gerechtvaardigd door de ideologie van het etnische chauvinisme. De oorlog op de Balkan bracht de imperialistische slachtpartijen dichterbij de centrale landen van het kapitalisme dan het ooit gedaan had sinds 1945. De lokale bourgeoisieën deden alles wat ze konden om hun bevolking te geselen met de waanzin van ethische en nationalistische haat, de voorwaarde voor de steun of de deelname aan de bloedige slachtpartij in de Joegoslavische oorlog.

De haat is niet verdwenen door de ongemakkelijke vrede die nu heerst in de regio, dus het is des te bemoedigender om te zien dat er enkelen zijn in de regio die op zoek zijn naar een weg vooruit in de sociale beweging tegen het kapitalisme en niet in bepaalde dromen van nationale zelfverheerlijking. We hebben bijvoorbeeld een aantal strijdbewegingen gezien door de studenten van Servië en Kroatië, die beschouwd moeten worden als een zoveelste uitdrukking van dezelfde internationale tendens zoals we gezien hebben in West-Europa en in de VS met de beweging van de Indignados en de Occupy. En nu zijn we getuige van de ontwikkeling van een echte internationalistische gepolitiseerde minderheid in beide landen, die de nationale verdelingen openlijk verwerpen en samenwerking zoeken tussen alle internationalistische revolutionairen.

Een van de uitdrukkingen van de nieuwe beweging is de ‘Verklaring van het Birov-Collectief’ in Servie, een collectief dat onlangs is voortgekomen uit een zich uitbreidende kern daar (zie hun website, http://www.birov.net/). We publiceren het hier. Het belangrijkste aan de Verklaring, zo lijkt het ons, is de helderheid en de directheid waarmee ze een reeks van fundamentele klassestandpunten naar voren brengt

- de bevestiging van de revolutionaire aard van de arbeidersklasse tegenover alle ‘postmarxistische misleidingen’;

- de noodzaak van zelforganisatie van de arbeidersklasse tegenover de vakbonden, gedefinieerd als organen van de burgerlijke staat;

- de onderstreping dat de algemene arbeidersvergaderingen en arbeidersraden als de instrumenten voor de massale strijd tegen het kapitalisme

de verwerping van de nationale bevrijdingsstrijd en kapitalistische oorlogen, gezien als een fundamentele “scheidslijn tussen revolutionairen en de patriottische, sociaal-democratisch links”;

- de karakterisering van de zogenaamde ‘socialistische staten’ als kapitalistische regimes

De laatste twee punten zijn duidelijk bijzonder belangrijk, gegeven de recente conflicten in de regio en het toenemende gebruik van nationalistische retoriek door de heersende klasse. Aan deze revolutionaire standpunten ligt de erkenning ten grond slag dat het kapitalisme niet langer in haar progressieve periode verkeert en niet langer duurzame hervormingen kan realiseren: met andere woorden, dat het systeem in verval is. (1)

De Verklaring doet ook een interessante observatie met betrekking tot de overgangsperiode, daarmee het probleem erkennende van de conservatieve ‘rem’, die uitgeoefend wordt door bepaalde organen van de semi-staat. Duidelijk is dat er nog punten van discussie en verheldering blijven tussen internationalisten, bijvoorbeeld over de kwestie van de organisatie, de vooruitzichten voor de klassenstrijd en de betekenis van het anarchosyndicalisme vandaag de dag. Maar het allerminste dat we kunnen doen is het verwelkomen van het gezonde realisme in de vaststelling van de Verklaring dat “geen enkele revolutionaire organisatie groter of sterker kan zijn dan de bestaande algemene posities van de werkers voorschrijft”. Dit en andere kwestie kunnen ongetwijfeld alleen opgehelderd worden in een open en kameraadschappelijk debat.


IKS, februari 2012

Verklaring voor een revolutionaire organisatie, Belgrado (2011)

“Als er hoop was, dan moet dat liggen in het prolest” – George Orwell


Ons bewust zijnde van de klasseverdelingen binnen het kapitalisme, de wrede uitbuiting waar we allemaal het slachtoffer van zijn, de onderdrukking door de staat, die de uitbuiting mogelijk maakt, en ook de ondraaglijke aard van huidige militaire orde, die onvermijdelijk tot een catastrofe leidt, organiseren we ons in ‘Birov’, een organisatie die tot doel heeft om deze sociale verschijnselen te bestrijden en hun uiteindelijke verdwijning te bereiken door de klassestrijd.

Door ons te realiseren dat de arbeiders, als klasse die het meeste getroffen wordt door de huidige sociale structuur, het grootste revolutionaire potentieel bevat, organiseert ‘Birov’ het klassebewustzijn, militante arbeiders met de intentie het klassebewustzijn te verbreiden in de arbeidersklasse en het te richten op de georganiseerde arbeidersstrijd, verwezenlijkt door middel van de arbeidersraden..We verwerpen alle ‘post-marxistische’ misleidingen, die het hebben over de dood of het niet-bestaan van de arbeidersklasse, daarom de klassenstrijd negeren en daarmee de cruciale rol van de arbeiders als agent van de revolutionaire verandering. Een lid van de arbeidersklasse is iemand die zijn arbeidskracht moet verkopen aan het kapitaal: of het nu een slachter is, een werkster in de sex-industrie of een vrouw die werkt in een printshop.

Emancipatorische acties moeten gebaseerd zijn op de zelfactiviteit van de onderdrukten en op zelfstandige arbeidersraden, die streven naar de schepping van een zelfbestuurde maatschappij, zonder een staat, zonder klassen en zonder de dwingende instituten van de burgerlijke maatschappij. Iedere nieuwe poging de oude maatschappij te overwinnen moet gericht zijn op de organisatie van een radensysteem op internationale vlak, want alleen een radicale verandering in de verhouding tussen de klassekrachten kan een progressieve verandering inzetten. De radenvorm, die opgezet wordt na de opheffing van de traditionele, hiërarchische kapitalistische staatsmachine is niet iets waar de revolutie naar moet streven – hier bestaat het slechts als een conservatief orgaan dat bestaat tijdens de revolutie en de uiteindelijke zelforganisatie en emancipatie van de arbeidersklasse zal onmiddellijk zowel haar macht, als het bestaan van die orde zelf bedreigen. In dit nakende conflict moeten de revolutionairen de autonoom georganiseerde arbeiders erkennen als de revolutionaire voorhoede in de laatste en beslissende strijd tegen de oude orde en voor de maatschappij van vrije producenten.

Alleen de open en onbeperkte oppositie tegen verdelingen, geschapen door deze maatschappij, zal een subversief potentieel losmaken, dat in de tegenwoordige arbeiderstrijd zit besloten. De arbeiderstrijd moet gegrond worden in de werkplaatsen, waar arbeiders zichzelf herkennen als producenten en waar de klasseverschillen zijn geprojecteerd en hun wezen wordt opgeheven. We verwerpen de partij als volkomen inadequaat voor de organisatie van de arbeidersklasse. Oude hervormingspartijen, die we ons herinneren van het realiseren van politieke vrijheid en een kortere arbeidsdag, waren dat in de eerste plaats niet: hun eerste doel was een strijd voor economische en politieke hervormingen, waarbij nog een anti-politiek bewustzijn bestond en waarbij ze nog streefde naar traditionele hiërarchische vormen van vertegenwoordiging.

We kunnen concluderen dat ‘Birov’ gekarakteriseerd kan worden als een anarcho-syndicalistische propaganda-organisatie. Ze richt zich tot te arbeiders in strijd en verzamelt anarcho-syndicalisten, die handelen door militante klassegroepen te formeren in de werkplaats. Deze groepen moeten niet worden verward met vakbonden omdat hun bedoeling niet is om te groeien in aantal maar om deel te nemen aan de vergaderingen van de beweging. Ze hebben geen formele structuur en politiek programma. Deze groepen worden gevormd in de werkplaatsen, waar al een traditie van zelfstandige arbeidersorganisatie bestaat en waar een netwerk van arbeiders er toe neigt om haar activiteiten voort te zetten en nieuwe manieren van strijd te ontwikkelen.

Onze opvatting is dat de huidige vakbonden geen politiek programma kunnen hebben, dat niet reactionair is en dus vormen de (algemene) vergaderingen de enige mogelijkheid voor de massa van de arbeiders om zichzelf te organiseren. Massaal organiseren in ‘permanente’ vormen van organisatie is niet mogelijk tot dat de revolutie een onmiddellijk doel wordt. Vakbonden hebben, als instrumenten van de hervormingsstrijd en een gescheiden economische organisatie, hun reden van bestaan verloren in omstandigheden waarin zij niet langer de aspiraties van de arbeidersklasse kunnen weerspiegelen. Momenteel zijn zij niet veel meer dan een instrument dat door de staat is opgeslokt, dat de arbeidersstrijd gedepolitiseerd houdt en in strikt beperkt kader. Ze vertegenwoordigen een soort van gevangenis voor de arbeidersklasse, zonder welke deze vrij zouden zijn in hun ontwikkeling naar zelforganisatie. Betaalde en vaak corrupte vakbondsbureaucraten zijn niet meer dan bewakers en hoeders van deze gevangenissen. Daarom zijn vakbonden gewoon de arm van een staat, die een andere vorm van onderdrukking van de arbeidersklasse oplegt.

Het kapitalisme kan permanente hervormingen niet langer toestaan: iedere strijd voor onmiddellijke en dagelijkse belangen van het proletariaat, waarbij ze niet wordt onderdrukt door de vakbonden en de partijen, evolueert noodzakelijkerwijs naar een revolutionaire begeestering van de massa’s en naar actie tegen de onderdrukkende en uitbuitende fundamenten van de kapitalistische maatschappij. Daarom is ieder verschijnsel, dat ertoe neigt de arbeidersstrijd te depolitiseren en haar vast te houden in het opgelegde kader, noodzakelijkerwijs reactionair. Claims over anarcho-syndicalistische organisaties die‘niet-ideologisch’ zouden zijn, vormen geen alternatief voor de valse verdeling opgelegd door het kapitalisme, maar alleen maar een heropleving van de oude (niet van buiten op te leggen) idee van de scheiding van de economische organisatie en in de praktijk meestal eindigt als een links activistisch netwerk dat de ideologie van de hoofdstroom, van nationalistisch ‘links’, reproduceert. In tegenstelling tot deze claims zijn anarcho-syndicalisten klassemilitanten en politieke organisaties: de enige beginselen van het anarcho-syndicalisme, die worden aanvaardt door alle leden, zijn kwa inhoud noodzakelijkerwijs politiek.

We beschouwen ons niet als een organisatie, die zo nodig in aantal zal groeien en zich dat tot doel stelt, een idee dat vaak leidt tot radicaal activisme. We beschouwen ons ook niet als een soort voorhoede van de arbeidersklasse die haar belangen oplegt. Ons doel is om een organisatie te ontwikkelen die in staat is in de arbeidersklasse tussen te komen. We delen onze opgedane ervaring met de arbeiders en daardoor kunnen we de bekwaamheid van de arbeidersstrijd doen toenemen, dus bij te dragen tot haar uitbreiding en haar verdere organisatie. Een dergelijke verhouding schept een wederzijdse afhankelijkheid en daarom kan geen revolutionaire organisatie groter of sterker zijn dan de bestaande algemene posities van de werkers voorschrijven. We zijn daarom niet bang van de zelforganisatie van de arbeiders en het ‘verlies van controle’, het is daarentegen ons doel. Bijgevolg zal de basis voor de éénwording van de onderdrukte groepen in het kapitalisme noch gelegd worden door een of andere partij of ‘front’, noch door een massale vakbond of een anarchistische groep die handelt in de fase van voorbereiding, die van de hergroepering van revolutionaire krachten, maar door een massale antikapitalistische strijd georganiseerd in arbeidersraden onder wier vleugels alleen de werkelijke emancipatorisch visie wordt uitgedrukt. Daarom is de ontwikkeling van onze strijd in de werkplaats en in voortdurende opvoeding over de vraagstukken van onderdrukking de beste manier om onze solidariteit tot uitdrukking te brengen met de onderdrukte groepen

We veroordelen als totaal reactionair iedere benadrukking van het revolutionaire karakter van de ‘nationale bevrijdingsstrijd’. Een vergelijking maken met de nationale burgerlijk-revolutionaire bewegingen is verkeerd en in deze periode is het antinationalisme een scheidslijn tussen revolutionairen en patriottische, sociaal-democratisch links. In de huidige kapitalistische maatschappij is iedere staat imperialistisch en de toename van het nationalistische bewustzijn kan alleen maar beschouwd worden als een middel om de kapitalistische orde te bewaren in omstandigheden van een permanente crisis en dreigende ondergang. Iedere aanvaarding van nationalistisch, populistische taalgebruik kan de arbeiders alleen meevoeren in een bloedige imperialistische oorlog; het is een voorbode van een historisch ogenblik, dat we al meegemaakt hebben aan het begin en het midden van de 20e eeuw.

Geheel in tegenstelling tot de ideeën van antioorlogsbeweging tijdens de Eerste Wereldoorlog, onderwerpt de contrarevolutionaire ideologie de arbeiders aan de noden van de bourgeoisie en dat allemaal in naam van het ‘anti-imperialisme’ en de ‘bevrijding van de volkeren’. De resultaten zijn historisch bekend en kunnen worden gezien in de ‘socialistische revoluties’ aan het einde van de revolutionaire Octoberperiode, welke de slachtoffers waren van de partij-instrumenten en onderdrukking van allerlei vormen van zelforganisatie en hebben geleid tot de totalitaire regimes van staatskapitalisme, het zogeheten ‘reëel bestaande socialisme’.

De bevrijding van de arbeidersklasse zal het werk van de arbeiders zelf zijn, of het zal er helemaal niet zijn.


Belgrado, Servie, October 2011


(1) Zie hun FAQ, die ook meer uitleg geeft van dit en andere aspecten van de politiek van de groep

Geografisch: