Uitnodiging discussiecyclus: 3 avonden over de crisis

Printvriendelijke versieSend by email

Op dit moment vormt de economische crisis de kern van de bezorgdheid in de maatschappij. Iedereen maakt zich bezorgd over zijn toekomst, die van zijn kinderen, die van zijn gepensioneerde ouders, goede buren, vrienden, collega’s,... Bestaat er nog een menswaardige toekomst voor ons of komen we allemaal in de grootste armoede en precariteit terecht?

Is deze situatie te wijten aan inhalige, hebzuchtige bankiers en ratingbureaus? Of aan de onverantwoordelijke regeringen en centrale banken? Indien het antwoord positief is zou het uitbuitingssysteem hervormd kunnen worden. In het andere geval begrijp je dat het kapitalisme geen toekomst heeft en totaal vernietigd moet worden en vervangen door een andere maatschappij. Daarom is deze discussie zo belangrijk om de perspectieven en doelen van de strijd tegen de effecten van de crisis te bepalen.

 

1e avond : Vrijdag 27 april :
Is de crisis tijdelijk en dus te wijten aan een ontsporing, een onevenwicht in het economisch bestel?

Wat voor soort crisis is het eigenlijk waarmee we geconfronteerd worden?
(schuldencrisis, bankencrisis, huizencrisis, eurocrisis, historische crisis van het kapitalistische productiesysteem?)


De vastgoedcrisis is uitgelopen op een open crisis van wereldomvang, een terugval van de economische activiteit die men niet meer meegemaakt had sinds 1929. In Griekenland, Spanje, Italië en Portugal worden ongeziene bezuinigingen opgelegd. Ook in tal van andere Europese landen worden nieuwe aanvallen gepland. Is deze situatie te wijten aan inhalige, hebzuchtige bankiers en ratingbureaus? Of aan de onverantwoordelijke regeringen en centrale banken?  Of een zwak Europa?

Marx stelde: “laten we in de armoede niet slechts de ellende zien”. De economische crisis is geen fataliteit. Het is geen natuurlijke wetmatigheid. Het is geen lot wat ons overkomt. Het is het gevolg van een systeem dat verstrikt is geraakt in haar eigen tegenspraken: zoals die tussen de productiekrachten en de productieverhoudingen, of anders gezegd: tussen het maatschappelijk karakter van het productieproces en de private toe-eigening van de producten ervan door de kapitalistische eigenaars.


2e avond : Vrijdag 11 mei
Is de crisis plaatselijk en zijn er dus landen of beleidsvormen die er aan ontsnappen?

Zijn er landen of systemen die ontsnappen aan de crisis?
(het "socialistische" China, Korea, Cuba? of de fameuze BRICS landen?)


Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika (de BRICS) hebben in de laatste jaren een opmerkelijk economisch succes laten zien. China in het bijzonder wordt nu beschouwd als de tweede economische macht in de wereld en velen denken dat het de VS spoedig zal onttronen. Deze flamboyante prestatie bracht de economen ertoe hun hoop te stellen op deze groep landen als de nieuwe locomotief voor de wereldeconomie. De opkomst van de BRICS zou leiden tot een meer evenwichtige eerlijkere wereld. Er is een vleugje déjà-vu wat betreft dit ‘economische wonder’ gedoe. Argentinië en de Aziatische tijgers in de jaren 1980 en 1990, of meer recent Ierland, Spanje, IJsland werden allen op verschillende momenten voorgesteld als ‘economische wonderen’. Al deze landen dankten deze snelle groei aan de ongebreidelde toename van de schulden. Ze kwamen daarom allemaal aan hetzelfde hachelijke einde: recessie en faillissement.


3e avond : Vrijdag 25 mei
Is de crisis structureel en dus op te vangen door een aantal hervormingen en regularisaties?

Bieden hervormingen zoals meer staatsinmenging, nationalisaties, financiële regularisatie of coöperatieven en zelfbeheer een soelaas of oplossing?
Zijn dit eisen waar de arbeidersklasse moet achterstaan?


Zij die strijden tegen het neo-liberalisme zijn het er ook mee eens dat de werkelijke economie in diepe moeilijkheden verkeert. Maar tegen de graaicultuur van de financiële sector moet een sterke staat staan.. Zij zetten zich in voor meer staat, meer legale kaders, meer sociale politiek. “Met meer staatscontrole over de financiën, kunnen we een nieuwe economie opbouwen, socialer en meer welvarend”. Maakt meer staatsinmenging het mogelijk om de economische problemen van het kapitalisme op te lossen? Huishoudens, ondernemingen, banken en staten gaan gebukt onder een grote berg schulden. Wat hebben de staten, sinds de ineenstorting van Lehman Brothers nu gedaan via hun centrale banken? Ze hebben miljarden dollars in de economie gepompt om verdere faillissementen te voorkomen. En waar komen al die miljarden vandaan? Van nieuwe schulden! Hoe kan een hervorming van het financieel systeem hier dan een antwoord bieden?

Maar nationaliseringen dan? Sinds de ervaring van de Commune van Parijs in 1871 hebben de kommunisten altijd de nadruk gelegd op de onredelijke rol van de staat tegen de arbeiders. “De moderne staat is, hoe zijn vorm ook moge zijn, in wezen een kapitalistische machine, de staat van de kapitalisten, de ideële universele kapitalist. Hoe meer productiekrachten hij als eigendom overneemt, des te meer wordt hij werkelijk universeel kapitalist en des te meer staatsburgers buit hij uit. De arbeiders blijven loonarbeiders, proletariërs. De kapitaalsverhouding wordt niet opgeheven, zij wordt veeleer op de spits gedreven.” Engels schreef deze regels in 1878, die laten zien dat de staat toen al bezig was de hele economie over te nemen. Sinds die tijd is het staatskapitalisme alleen maar sterker geworden: elke nationale bourgeoisie is gerangschikt achter haar staat om de ongenadige internationale handelsoorlog te voeren.

BijlageGrootte
PDF-pictogram uitnodiging_discussiecyclus_crisis.pdf742.59 KB

Aktiviteiten van de IKS: 

Theoretische vraagstukken: