Nederland en de Eurocrisis - De Buitenparlementaire oppositie Een andere arm van de bourgeoisie

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

Deetman van het CDA: “Verhagen is de voorman, maar voor mij is hij niet de ideale voorman.”; PvdA-kopstuk Bram Peper ziet het niet meer zitten met Cohen; Minister-President Rutte volgt een te ‘linkse’ koers volgt. Jelle Hiemstra van de PVV is opgestapt en Rita Verdonk gooit het bijltje erbij neer; Deetman: “Het CDA moet de gedoogconstructie met de PVV opzeggen”; Minister voor Immigratie en Asiel, Gerd Leers (CDA), moet door het stof voor Geert Wilders bijleggen; Van Tijn van de PvdA: “Cohen er nu een ‘enorme schep bovenop moet doen of de pijp aan Maarten moet geven”; enzovoort.

Niemand is tevreden met de politieke constellatie zoals die nu bestaat, maar de bourgeoisie heeft geen andere keus. De escapades en het minachtende optreden van Wilder moet wel geslikt worden ondanks het feit dat zelfs de CDA zich in het kamerdebat van 22 september jongstleden opnieuw ,"groen en geel geërgerd’’ heeft aan het optreden van Wilders. (22-09-2011) De PVV wordt wel getolereerd worden, vooral nu ze in opiniepeilingen alleen maar groter wordt en de CDA en de PvdA steeds maar kleiner worden.(1)

De Eurocrisis en het slappe koord van Rutte

Centraal in de situatie in Nederland staat de eurocrisis. Alles wat daarvoor en over besloten wordt is de inzet van een hevige strijd binnen het parlement. Dat komt niet alleen omdat de crisis ernstig is, maar ook omdat een groot deel van het parlement tegen Europa is. En daarbij hoort ook de gedoogpartij, de PVV van Wilders. De politieke constellatie van de bourgeoisie in Nederland is daardoor wankel. De regering onder leiding van Rutte danst voortdurend op het slappe koord. Er worden veel maatregelen genomen, maar vaak moet dat gebeuren met toestemming van partijen in de oppositie.

VVD en CDA hebben samen maar 52 zetels, de PVV heeft 24 zetels. Omdat een partij als de PvdA nog minder zetels heeft, hebben ze de PVV dus nodig. Die heeft zich gelieerd aan het regeerakkoord. Het is en soort van gedoogakkoord, waarbij de PVV wel op alle punten kan tegenstemmen, maar beloofd heeft nooit een motie van wantrouwen tegen de regering te steunen.

Geert Wilders heeft premier Rutte in mei gedreigd met een breuk in de politieke samenwerking als steunoperaties zoals momenteel aan Griekenland, voor rekening komen van de belastingbetaler. Rutte zei dat alleen nog maar te willen doen als ze in het belang van Nederland zijn, maar Wilders ziet ook daar geen heil in. “De premier speelt met vuur”, zei hij. (1)

In juni bracht de gedoogpartij PVV, niet voor de eerste keer, naar buiten dat ze zich “serieus zal herbezinnen” op steun aan het kabinet-Rutte als dat besluit tot nieuwe bezuinigingen vanwege geld dat aan Griekenland is verloren. “Als blijkt dat we ons geld niet terugkrijgen en we mogelijk opnieuw moeten gaan bezuinigen, dan passen wij daar voor.”

Daarop verklaarden een aantal CDA prominenten, waardonder Veerman, dat het beter is om maar helemaal met de PVV te stoppen. Vervolgens lanceerden enkele leden in Friesland, die zich niet kunnen vinden in de huidige koers van de landelijke partij, de website CDAlert.nl. ,"Wij willen vooral snel reageren op de actualiteit.”(2) (24-10-2011)

Ondanks alle kritiek op haar houding weigert de PVV, die qua populisme en anti-Europahouding het broertje van de SP kon zijn, systematisch om voor te stemmen als het gaat om grotere financiële steun aan Europa. Als gevolg daarvan is het de PvdA die, zij het onder bepaalde voorwaarden, meestal met de beide regeringspartijen mee moet stemmen. Zo stemde de PvdA voor de uitbreiding van het Europese noodfonds en andere belangrijke beslissingen aangaande de eurocrisis. GroenLinks volgde in de meeste gevallen dezelfde lijn. Het gevolg is dat een echte oppositie in het parlement nauwelijks bestaat.

De werkelijke oppositie bevindt zich buiten het parlement

Het gevolg van de zwakke oppositie in het parlement is dat deze voor een groot deel moet komen van buiten het parlement. Buiten het parlement bestaan er op het moment globaal twee vormen van oppositie.

De eerste en belangrijkste vorm van buitenparlementaire oppositie bestaat in solidariteitscomités, platforms, steuncomités e.a., die vooral ontstaan op initiatief van linkse parlementaire partijen (GroenLinks, SP), buitenparlementaire partijen (de GIS), instellingen en instanties uit de diverse sectoren, de vakbonden, cliëntenorganisaties, enzovoort. Er bestaan ontelbaar veel van dit soort zelfbenoemde comités, die de indruk wekken dat ze de arbeiders en de niet-uitbuitende bevolking vertegenwoordigen en verenigen. Ze schieten als paddenstoelen uit de grond en zijn terug te vinden op alle vlakken en in alle sectoren in de maatschappij: bij de schoonmakers, de ambtenaren, de sociale werkplaatsen, de gesubsidieerde banen, de gezondheidszorg, de huursector, enzovoort.

Er doen allerlei namen de ronde zoals ‘Steuncomité sociale strijd’, ‘Rekening Retour’; ‘Platform Red het OV’, ‘Change the world’;‘Maak je sterk voor het publieke werk’, ‘Platform Groningen Sociaal en Leefbaar’ (PGSL), ‘WijzijndeThuizorg’, ‘De Alliantie voor Solidariteit’ in Rotterdam, ‘Eigen regie Nu’, ‘Mijn werk is een baan waard’, Onafhankelijk leven’; ‘Walk of Shame’; ‘Platform Verontruste Ouders’, ‘Terug naar de bossen’, en nog diverse anderen.

Maar alles wat ze ook doen, ze komen op geen enkele wijze werkelijk op voor de belangen van de arbeiders en de niet-uitbuitende bevolking Al die mooie namen zijn niet meer dan een misleiding voor een politiek, die probeert ieder klasseverzet tegen de gevolgen van de economische crisis voor onze levensomstandigheden in te kaderen. Ze raken op geen enkele wijze de wortels van het kapitalistische systeem. Dat is ook niet meer dan logisch, want hun belangrijkste taak bestaat er in om de toenemende vormen van strijdwil, onder de diverse lagen van de maatschappij te leiden in het reformistische politieke vaarwater of te laten verworden in machteloze woede, die dan weer door de tweede vorm van oppositie kan worden gebruikt .

De tweede vorm van oppositie tegen de maatregelen van de regering, die een aanvulling vormt op de eerste, is die van de schijnradicaliteit. Daartoe behoren ultralinkse groepen zoals de GIS en Doorbraak (niet openlijk), persdiensten als Klasse, de ANG, de Autonomengroep, DNet, maar ook via enkelen door hen gestuurde initiatieven als ‘Plein der Beschaving’ en ‘Amsterdam#Occupy’. Karakteristiek voor de activiteiten van deze voornoemde groepen is dat ze de ongerichte verontwaardiging en machteloze woede, schaamteloos gebruik makend van het in zwang zijnde a-politisme, proberen te bundelen in wilde, klasseloze protesten. Uit naam voor een ‘eerlijkere’ kapitalistische samenleving, waarin het geld niet langer haar verrottende werking kan doen, leiden ze de ontevredenheid, via een ‘echte democratische strijd’ van onderaf waarin geen leiders bestaan, naar een gebeuren dat slechts trappelt op zijn plaats en waarin geen enkele beweging zich kan ontwikkelen.

“De Occupybeweging (…) is een nieuwe vorm in een lange lijn van verzet en zoeken naar een wereld die op ander wijze georganiseerd is als de huidige. Ook het zoeken naar basisdemocratie en niet-hiërarchische structuren heeft zijn historie. Veel van de wijzen van organiseren en vergaderen zagen we al in de globaliseringsbeweging en de beweging voor open grenzen opkomen. Wij maken deel uit van die lijn  ….” (Dnet4 in Occupy College 31-10-2011)

“Laat deze beweging niet kapen door politieke partijen, vakbonden of commercie. (...). Op die manier wordt sociale onvrede beteugeld en worden demonstranten gereduceerd tot klapvee voor de een of andere politicus en haar of zijn carrière(…) Waar  zij de voortzetting van dit systeem voorstaan,zouden jij en deze nieuwe beweging een werkelijke verandering kunnen zijn." ( Occupy Everything! – ‘Beste Bezetter’; AGN; 20-10- 2011)

- “Misschien begint het probleem al bij wie zich deel voelt uitmaken van dat ‘onderop’ …. alle niet-westerse migranten, iedereen die niet productief is volgens het absurde neoliberale wereldbeeld, iedereen die links is, iedereen die meer dan de gemiddelde zorg nodig heeft, alle krakers en alternatievelingen, iedereen die een samenleving wil opbouwen buiten de commerciële wereld om, iedereen die oud is, kunstenaars en ‘a-socialen’, iedereen die huur betaalt, alle arbeiders die van hun loon niet alle levenskosten kunnen betalen en degenen die binnenkort ontslagen zullen worden. Nu al deze mensen naar de maatschappelijke onderkant gedreven worden, zullen ze zich ook van onderop moeten organiseren.” (Polderzapatistas, Klasse, zomer 2011) 

De groepen en organisaties houden hun vorm van schijnradicaliteit voor aan de meest wanhopige en meest getroffen delen van de arbeidersklasse en de niet-uitbuitende bevolkingslagen, die de grootste moeite hebben om met elkaar op te trekken, om samen te komen, elkaar te ontmoeten, gemeenschappelijke punten van strijd te vinden waarop ze zich kunnen verenigen. Door hun voornamelijk, machteloze, woede zijn dat gemakkelijk te manipuleren lagen van de bevolking, die ze voor hun – net zo politieke - hun karretje weten te spannen.

Daarmee zetten ze iedere verdere overdenking in de klasse over het kapitalistische verhoudingen, als oorzaak van de aanvallen, op het verkeerde been. In wezen zeggen ze: als er maar een ‘echte basisdemocratie’ heerst, waar beslist wordt van onderop, dan zouden dit soort maatregelen van de regering Rutte niet nodig zijn. Je zou gewoon het geld kunnen halen waar het zit. Je zou sowieso alle bonussen kunnen verbieden en daarmee al genoeg geld vrij kunnen maken om het tekort op de betalingsbalans van de Nederlandse ‘overheid’ weg te werken.

Laten we ons ook niet misleiden door deze vorm van protest die ons voorgehouden wordt door deze ideologische handlangers van de heersende klasse. Uiteindelijk kunnen we alleen op onszelf vertrouwen, op ons eigen vermogen tot organisatie, op de ontwikkeling van ons denken Alleen een grondig inzicht inzicht in de uitbuitingsverhoudingen, stelt ons in staat stelt om het werkelijke onderscheid te bespeuren tussen onze klassebroeders en de, niet openlijke,  politieke tegenspelers van de bourgeoisie.

Dixoff / 28.10.2011

(1) De bourgeoisie deinst er niet voor terug om chantagemiddelen te gebruiken om de PVV in het gareel te houden

(2) In de peiling van Maurice de Hond staat het CDA nu op dertien zetels en de PVV op dertig.