19e Congres van de IKS: Resolutie over de internationale situatie

Printvriendelijke versieSend by email
Resolutie aangenomen op het 19e congres van de IKS dat plaatsvond in mei 2011. Zij snijdt de thema's aan van de economische crisis, de imperialistische spanningen en de klassestrijd.

De economische crisis

1.  De resolutie die werd aangenomen op het vorige Congres van de IKS legde vanaf het begin de lasterlijke ontkenning bloot, die door de werkelijkheid was toegebracht aan de optimistische voorspellingen van de leiders van de burgerlijke klasse aan het begin van het laatste decennium van de 20e eeuw, en in het bijzonder na de ineenstorting van dat 'Rijk van het Kwaad', die van de zogenaamde 'socialistische' imperialistische blok. Ze haalde de langzamerhand fameuze verklaring van George Bush senior van maart 1991aan, waarbij hij het ontstaan aankondigde van een 'Nieuwe Wereldorde', gebaseerd op het 'respect voor het internationaal recht'. Geconfronteerd met de groeiende chaos, waarin de maatschappij vandaag wegzinkt, onderstreepte ze ook het surrealistische karakter ervan. Twintig jaar na die 'profetische' toesprak, en in het bijzonder sinds het begin van dit nieuwe decennium, heeft de wereld, sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog, nog nooit een dergelijke aanblik van chaos gegeven. Met een onderbreking van enkele weken zijn we getuige van een nieuwe oorlog in Libië, welke werd toegevoegd aan de lijst van alle bloedige conflicten die de planeet in de loop van de laatste periode geteisterd hebben, van nieuwe slachtpartijen in de Ivoorkust en ook van de tragedie die een van de meest moderne en machtigste landen van de wereld heeft getroffen, Japan. De aardbeving, die een deel van het land heeft verwoest, heeft eens te meer onderstreept dat er geen 'natuurrampen' bestaan maar enkel rampzalige gevolgen van natuurverschijnselen. Hij heeft aangetoond dat de maatschappij vandaag beschikt over de middelen om gebouwen te construeren die aan aardbevingen het hoofd kunnen bieden en die het mogelijk maken om tragedies, zoals die van Haïti van vorig jaar, te voorkomen. Maar het heeft ook aangetoond hoe weinig voorzieningen er getroffen zijn, waar zelfs een zo ontwikkelde staat als Japan blijk van geeft: de aardbeving zelf heeft weinig slachtoffers veroorzaakt, maar de tsunami die er op volgde heeft, in een paar minuten tijd, bijna 30.000 doden veroorzaakt. Erger nog, door een nieuw Tjernobyl te veroorzaken, werd niet alleen het gebrek aan voorzieningen aan het licht gebracht dat door de heersende klasse getroffen was, maar ook haar houding van tovenaarsleerling, die niet in staat is om de krachten, die zij op gang heeft gebracht, te beheersen. Het is niet de onderneming Tepco, de uitbater van de atoomcentrale van Fukuyama die in eerste instantie, en zelfs nog minder, de enige verantwoordelijke is van de ramp. Het is het kapitalistische systeem als geheel, gebaseerd op de verwoede jacht naar winst evenals op de concurrentie tussen de nationale sectoren, en niet op het bevredigen van de behoeften van de mensheid, die de fundamentele verantwoordelijkheid draagt voor de huidige en toekomstige rampen, die de mensheid ondergaat. Tenslotte is het Japanse Tjernobyl een nieuwe illustratie van het uiteindelijke bankroet van de kapitalistische productiewijze, een systeem dat een  groeiende bedreiging vormt voor het overleven van de mensheid zelf.   

2.  De crisis, die het wereldkapitalisme op dit ogenblik ondergaat is, de meest directe uitdrukking van het historisch bankroet van deze productiewijze. Twee jaar geleden werd de bourgeoisie van alle landen gegrepen door een echte paniek als gevolg van de ernst van de economische toestand. De OESO aarzelde niet om te schrijven: “De wereldeconomie is ten prooi gevallen aan de meest diepgaande en gelijktijdige crisis sinds decennia” (Tussentijds rapport van maart 2009). Wanneer men weet hoe bescheiden deze eerbiedwaardige instelling zich gewoonlijk uitdrukt, kan men zich een idee vormen welk een afgrijzen dit mogelijke bankroet van het internationaal financieel systeem veroorzaakte bij de heersende klasse. Hij ging vergezeld van de abrupte daling van de wereldhandel (meer dan 13% in 2009), de wreedheid van de recessie van de voornaamste economieën, de golf van faillissementen die bepaalde monumenten van de industrie, zoals General Motors of Chrysler troffen of bedreigden. Dit afgrijzen van de bourgeoisie bracht haar er toe om topontmoeting van de G20 bijeen te roepen, zoals die van maart 2009 in Londen die besloot tot een verdubbeling van de reserves van het Internationaal Muntfonds en een massale injectie van liquide middelen in de economie door de staten met de bedoeling om een kwijnend banksysteem te redden en de productie opnieuw aan de gang te brengen. Het spook van de 'Grote Depressie van de jaren 1930' obsedeerde de geesten en leidde dezelfde OESO ertoe dergelijke kwelgeest te bezweren door te schrijven: “Ook al heeft men deze ernstige recessie beschouwd als een 'grote recessie', is men nog veraf van de 'grote depressie' van de jaren 1930, dankzij de kwaliteit van de maatregelen die de regeringen op dit ogenblik nemen” (Ibid.). Maar zoals de Resolutie van het 18e Congres zei, “Het eigene aan het taalgebruik van de heersende klasse van vandaag is om die van gisteren te vergeten” en uit hetzelfde tussentijdse rapport van de OESO van de lente 2011 spreekt een echte opluchting over het herstel van het bankwezen en de economische heropleving. De heersende klasse kan niet anders. Zij is niet in staat tot een heldere, allesomvattende historische visie van de moeilijkheden die haar systeem doormaakt, want een dergelijke visie zou haar leiden tot de ontdekking van de definitieve impasse waarin deze laatste zich bevindt. Haar politiek blijft beperkt tot het van dag tot dag becommentariëren van de schommelingen van de onmiddellijke toestand en daarin probeert ze dan element te vinden, die haar troosten. Alhoewel de media af en toe een alarmerende toon aanslaan, leidt deze manier ertoe de betekenis van het belangrijke verschijnsel, dat twee jaar geleden opdook te onderschatten: de crisis van de schulden van een bepaald aantal Europese staten. In feite betekent het mogelijke bankroet van een  toenemend aantal staten een nieuwe etappe in de wegzinken van het kapitalisme in zijn onoverkomelijke crisis. Het laat de limieten zien van de politiek, die het de bourgeoisie mogelijk maakte om de evolutie van de kapitalistische crisis gedurende tientallen jaren af te remmen.

3.  Het kapitalistische systeem wordt nu al meer dan 40 jaar geconfronteerd wordt met de crisis. Mei 1968 in Frankrijk en het geheel van de proletarische strijdbewegingen die er overal ter wered op gevolgd zijn, hebben alleen maar een dergelijke omvang gekend doordat ze voortgedreven werden door een wereldwijde verergering van de levensomstandigheden van de arbeidersklasse, een verslechtering, die het resultaat was van de eerste symptomen van de kapitalistische crisis, voornamelijk de opkomst van de werkloosheid. Deze crisis heeft een abrupte versnelling gekend in 1973-‘75, met de eerste grote internationale naoorlogse recessie. Sindsdien hebben telkens nieuwe recessies, alsmaar dieper en uitgebreider, de wereldeconomie geteisterd tot ze culmineerden in die van 2008-2009, die het spook van de jaren 1930 opnieuw in de geesten heeft doen oproepen. De maatregelen die in maart 2009 werden aangenomen door de G20 om een nieuwe 'Grote Depressie' te vermijden, zijn veelbetekenend voor de politiek, die al een tiental jaren wordt gevoerd door de heersende klasse: deze kan samengevat worden als de injectie van reusachtige massa's krediet in de economieën. Dit soort maatregelen is niet nieuw. In feite vormen ze al 35 jaar de kern van de politiek die door de heersende klasse gevoerd wordt in een poging te ontsnappen aan de grote tegenstrijdigheid van de kapitalistische productiewijze: haar onvermogen om koopkrachtige afzetmarkten te vinden, die in staat haar productie op te nemen. De recessie van 1973-‘75 werd overwonnen door massaal kredieten te verstrekken aan de Derde Wereld, maar door de schuldencrisis van deze landen aan het begin van de jaren 1980, heeft de bourgeoisie van de meest ontwikkelde landen moeten afzien van deze long voor haar economie. Het waren toen de staten van de meest ontwikkelde landen, en in de eerste plaats de Verenigde Staten, die de rol van 'locomotief' van de wereldeconomie hebben overgenomen. De 'Reaganomics' (neo-liberale politiek van de Reagan-administratie) van het begin van de jaren 1980, was gericht op een aanzienlijke en nog nooit vertoonde uitholling van de begrotingstekorten, terwijl Ronald Reagan tegelijkertijd verklaarde: “de staat is niet de oplossing, maar het probleem”. Tegelijkertijd maakten de aanzienlijke handelstekorten van deze grootmacht het eveneens mogelijk dat de geproduceerde waren van andere landen er afgezet konden worden. In de loop van de jaren 1990 vergezelden de Aziatische 'tijgers' en 'draken' (Singapore, Taïwan, Zuid-Korea, enz.) de Verenigde Staten in deze rol van 'locomotief': hun spectaculaire groeivoeten maakten dat ze een belangrijke bestemming werden voor de waren die werden geproduceerd door de meest geïndustrialiseerde landen. Maar deze 'succes story' werd opgezet ten koste van een aanzienlijke schuldenlast, die in deze landen aanleiding gaf tot hevige beroeringen in1997. Hetzelfde gold voor het 'nieuwe' en 'democratische' Rusland, dat terechtkwam in een situatie waarin betalingen werden gestaakt. Al diegene die voor een duurzame heropleving van de wereldeconomie gemikt hadden op 'het einde van het communisme', brak dit zuur op. Begin 2000 kende de toename van de schulden een nieuwe versnelling, voornamelijk dank zij fenomenale ontwikkeling van de hypotheekleningen voor de bouw in verschillende landen, voornamelijk in de Verenigde Staten. Dit laatste land heeft dan zijn rol als 'locomotief van de wereldeconomie' nog maar eens benadrukt, maar dit ten koste van een onoverkomelijke toename van de schulden, - voornamelijk onder de Amerikaanse bevolking – gebaseerd op allerlei soorten 'financiële constructies', die geacht werden de risico's van eventuele  staking van betaling te voorkomen. In werkelijkheid heeft de verspreiding van deze twijfelachtige schuldvorderingen er helemaal niet toe bijgedragen zwaard van Damocles, dat boven de Amerikaanse en de wereld economie hing, weg te nemen. Integendeel, in het kapitaal van de banken heeft dit alleen maar een toename te zien gegeven van de hoop aan 'rommelhyotheken', die aan de oorsprong lagen van hun ineenstorting begin 2007 en van de hard aankomende wereldrecessie van 2008-2009.

4.  Zoals de resolutie van het voorgaande Congres stelde, “het is niet de financiële crisis die aan de oorsprong ligt van de huidige recessie. Wel integendeel, de financiële crisis illustreert slechts dat de vlucht naar voren in de schuldenlast, die het mogelijk had gemaakt om de overproductie te overstijgen, niet onbeperkt kan doorgaan. Vroeg of laat, gaat de 'werkelijke economie' zich wreken, met andere woorden: wat ten grondslag ligt van de tegenspraken van het kapitalisme, de overproductie, het onvermogen van de markten om de totaliteit van de geproduceerde waren op te nemen, komt weer aan de deur kloppen”. En deze resolutie preciseerde, na de top van de G20 van maart 2009, dat “de vlucht naar voren in de schuldenlast een van de bestanddelen is van de huidige recessie. De 'enige' oplossing waartoe de bourgeoisie in staat is ... is een nieuwe vlucht naar voren in de schuldenlast. De G20 heeft geen oplossing weten te bedenken voor een crisis, om de doodeenvoudige reden dat er daarvoor geen oplossing bestaat”.
De crisis van de eigen heersende schulden die vandaag rondspookt, het feit dat de staten niet in staat zijn hun schulden te af te lossen, vormt een spectaculaire illustratie van deze werkelijkheid. Het potentieel bankroet van het bankwezen en de recessie hebben alle staten er toe verplicht om aanzienlijke sommen in hun economieën te injecteren, terwijl de inkomsten door de terugval van de productie in vrije val verkeerden. Daardoor zijn de openbare schulden, in het merendeel van de landen aanzienlijk gestegen. Voor hen die het meest in opspraak gekomen zijn, zoals Griekenland, Ierland en Portugal, betekent dat een toestand van mogelijk bankroet, een onvermogen om hun ambtenaren te betalen en hun schulden terug te betalen. De banken weigeren voortaan om hen nieuwe leningen toe te staan, behalve tegen een overdreven hoge rente, omdat zij geen enkele waarborg hebben om ze terugbetaald te krijgen. De 'reddingsplannen' waarvan zij konden genieten door de Europese Bank en van het Internationaal Muntfonds komen neer op nieuwe schulden, waarvan de terugbetaling nog bovenop de voorgaande schulden komen. Het is meer dan een vicieuze cirkel, het is een helse spiraal. De enige 'doeltreffendheid' van deze plannen ligt in de ongeziene aanval op de werkende klasse die ze korten op hun loon; op de ambtenaren waarvan het loon en de premies drastisch worden ingekort, maar ook op het geheel van de arbeidersklasse door een sterke aanslagen op het onderwijs, de gezondheidszorg en de ouderdomspensioenen, net als door middels van aanzienlijke verhogingen van de vermogensbelasting en de gebruikersbelastingen. Maar al deze aanvallen tegen de arbeiders, die op een massale wijze de koopkracht van de werkers aantasten, kunnen enkel een extra bijdrage leveren aan de nieuwe recessie.

5. De crisis van de staatsschulden van de PIIGS (Portugal, IJsland, Ierland, Griekenland, Spanje) vormt slechts een minuscuul deel van de aardbeving die de wereldeconomie bedreigt. De grote industriële machten genieten tot nu toe nog van een AAA-rating in de vertrouwensindex van de beoordelingsagentschappen (diezelfde agentschappen die hen, tot aan de vooravond van uiteenspatten van het banksysteem in 2008, nog de maximale beoordeling gegeven hadden), omdat ze zich er beter doorheen weten te slaan. Eind april 2011 bracht het agentschap Standard and Poor’s eenn negatieve beoordeling uit over het perspectief van een Quantitative Easing n°3, oftewel een 3e stimuleringsplan van de Amerikaanse Federale staat, bestemd ter ondersteuning van de economie. Met andere woorden: de grootste wereldmacht loopt het risico dat ze 'officieel' het vertrouwen kwijtraakt met betrekking tot haar vermogen om haar schulden terug te betalen, behalve dan door een fors gedevalueerde dollar. In feite begint dit vertrouwen af te nemen toen China en Japan in de afgelopen herfst besloten om massaal goud en grondstoffen aan te kopen in plaats van Amerikaanse schatbewijzen, wat de Amerikaanse Centrale Bank ertoe aangezet heeft om nu 70 tot 80% van de uitgifte zelf aan te kopen. Dit gebrek aan vertrouwen is volkomen begrijpelijk wanneer men constateert hoe ongelooflijk hoog het niveau van de schuld van de Amerikaanse economie was geworden: in januari 2010 vertegenwoordigde de openbare schuld (Federale staat, Staten, Gemeenten) bijna 100% van het BIP, wat nog maar een deel was van de totale schuld van het land (die ook nog bestaat uit de schulden van de huishoudens en de niet-financiële bedrijven), welke 300% van het BIP bereikt. En de toestand voor de andere grootmachten is niet rooskleuriger, waar de totale schuld op hetzelfde tijdstip bedragen aangaf van 280% voor Duitsland, 320% voor Frankrijk, 470% voor Groot-Brittannië en voor Japan. In dit laatste land bereikt de openbare schuld alleen al 200% van het BIP. En sindsdien is de toestand voor alle landen, door de verschillende stimuleringsplannen, alleen nog maar erger geworden.
Zo vormt het bankroet van de PIIGS slechts het topje van de ijsberg van het bankroet van de wereldeconomie, die haar overleving de laatste tientallen jaren te danken heeft aan de vlucht naar voren in de schuldenlast. De staten die over een eigen munt beschikken zoals het Verenigd Koninkrijk, Japan en natuurlijk de Verenigde Staten, hebben hun bankroet kunnen verdoezelen door het bijdrukken van geld (in tegenstelling tot die van de Eurozone, waar landen zoals Griekenland, Ierland of Portugal, over deze mogelijkheid niet beschikken). Maar deze voortdurende knoeierij van staten, die echte valsmunters zijn geworden, met de Amerikaanse staat als bendeleider, zal niet ongestraft kunnen doorgaan, net zoals het geknoei met het financiële systeem niet kon doorgaan, wat werd aangetoond door de zijn crisis in 2008, die het bijna heeft doen exploderen. Een van de zichtbare tekens van deze werkelijkheid is de inflatie op wereldvlak. Door de overstap van de sfeer van de banken naar die van de staten, markeert de crisis van de schuldenlast slechts het begin van een nieuwe fase van de scherp toegespitste crisis van de kapitalistische productiewijze, waarbij het geweld en de omvang van haar stuiptrekkingen zich alleen nog aanzienlijk zullen verergeren. Voor het kapitalisme is er geen 'uitweg uit de tunnel'. Dit systeem kan de mensheid alleen maar meesleuren in een alsmaar toenemend barbarendom.

De imperialistische spanningen

6. De imperialistische oorlog vormt de belangrijkste manifestatie van het barbarendom waarin het kapitalisme in verval de menselijke maatschappij onderdompelt. De tragische geschiedenis van de 20e eeuw vormt er de meest duidelijke uitdrukking van: ten opzichte van de historische impasse waarin haar produktiewijze verkeert, ten opzichte van de verergering van de handelsconcurrentie tussen de staten, wordt de heersende klasse aangezet tot een vlucht vooruit in de politiek van oorlog, in militaire confrontaties. Voor het merendeel van de historici, zij die zich niet beroepen op het marxisme inbegrepen, is het duidelijk dat de Tweede Wereldoorlog het “kind” is van de Grote Depressie van de jaren 1930. Zo vloeide de verergering van de imperialistische spanningen aan het einde van de jaren 1970 en aan het begin van de jaren 1980 tussen de twee toentertijd bestaande blokken, het Amerikaanse en het Russische (de invasie in Afghanistan door Rusland en de kruistocht tegen het “Rijk van het Kwaad” door de regering Reagan) ook voor een groot gedeelte voort uit de terugkeer van de open crisis van de kapitalistische economie aan het einde van de jaren 1960. Maar de geschiedenis heeft laten zien dat er geen direct of onmiddellijk verband bestaat tussen de verergering van de imperialistische botsingen en de economische crisis van het kapitalisme.De verergering van de “Koude Oorlog” is uiteindelijk uitgelopen op een overwinning van het Westblok en op een implosie van het tegenovergestelde blok, wat op zijn beurt leidde tot een uiteenvallen van de eerste. Maar als we ontsnapt zijn aan de dreiging van een nieuwe wereldoorlog, die had kunnen leiden tot de verdwijning van de menselijke soort, de mensheid heeft geen uitbarsting van militaire spanningen en botsingen kunnen voorkomen: het einde van de rivaliserende blokken betekende het einde van de discipline, die ze in hun respectievelijke territoria hadden kunnen opleggen. Sindsdien wordt de wereldwijde imperialistische arena gedomineerd door de poging van de eerste wereldmacht om zijn leiderschap over de wereld, en op de eerste plaats over haar oude bondgenoten, te bevestigen. De 1e Golfoorlog, in 1991, had  dit reeds als doel, maar de geschiedenis van de jaren 1990, in het bijzonder de oorlog in Joegoslavië, heeft het bankroet van deze ambitie aangetoond. De “oorlog tegen het wereldterrorisme”, uitgeroepen door Verenigde Staten na de aanslag van 11 september 2001, moest een nieuwe poging vormen om hun leiderschap te bevestigen, maar hun wegzakken in het moeras van Afghanistan en in Irak heeft opnieuw onderstreept dat ze niet in staat zijn hun leiderschap te herstellen.

7. Deze mislukkingen van de Verenigde Staten hebben deze mogendheid niet ontmoedigd om haar politiek offensief, dat ze sinds het begin van de jaren 1990 voert en die haar tot de belangrijkste factor van instabiliteit op wereldvlak maakt, voort te zetten. Zoals de resolutie van het voorgaande congres zei: “Ten opzichte van deze situatie, konden Obama en zijn regering niets anders doen dan de oorlogspolitiek van hun voorgangers voort te zetten”(…) “als Obama van plan was om de Amerikaanse krachten terug te trekken uit Irak, dan was dat om hun betrokkenheid in de Afghanistan et au Pakistan te versterken”. Dat werd onlangs geïllustreerd door de executie van Ben Laden door een Amerikaans commando op Pakistaans grondgebied. Deze “heldhaftige” operatie had, met het oog op de Amerikaanse verkiezingen over anderhalf jaar, duidelijk een electoraal doel. Ze had namelijk tot doel om de kritiek van de republikeinen te pareren, die Obama verweten dat hij te weekhartig was in de bevestiging van de superioriteit van de Verenigde Staten op militair vlak. Deze kritiek werd steeds radicaler tijdens de interventie in Libië, waar de leiding van de operatie overgelaten werd aan het Frans-Britse tandem. Deze operatie betekende ook, na 10 jaar Ben Laden de rol van slechterik te hebben laten opvoeren, dat het tijd werd om er zich van te ontdoen zoniet het risico te lopen als machteloos te worden aanzien. Door de uitvoering van deze operatie, bewees de Amerikaanse macht dat zij de enige is die over de militaire, technologische en logistieke middelen beschikt om dit soort operaties tot een goed einde te brengen, juist op een moment dat Frankrijk en Groot-Brittannië zich afbeulen om hun anti-Khadaffi-operatie tot een goed einde te brengen. Ze beduidde aan de wereld dat ze niet aarzelt de “nationale soevereiniteit” van “een bondgenoot” te schenden, en dat ze van plan is de regels van het spel te bepalen overal waar zij dat nodig acht. Tenslotte slaagde ze er in om het merendeel van de regeringen in de wereld te verplichten, vaak om hun eigen hachje te redden, om de betekenis van dit wapenfeit begroeten.

8. De geslaagde roemrijke operatie door Obama in Pakistan zal hem op geen enkele manier in staat stellen de situatie in de regio te stabiliseren. Met name in Pakistan zelf, omdat daar de vernedering van  de “nationale trots” een opleving van oude conflicten tussen de verschillenden sectoren van de bourgeoisie en van het staatsapparaat wordt geriskeerd. Eveneens zal de moord op Ben Laden de Verenigde Staten en andere landen, die betrokken zijn in Afghanistan, niet in staat stellen om de controle over het land terug te winnen en de autoriteit van de regering Karzaï te verstevigen, dat compleet ondermijnd wordt door corruptie en stammentegenstellingen. Meer algemeen zal het de Verenigde Staten niet in staat stellen een einde te maken aan de tendensen van het “ieder voor zich” en aan de contestatie van hun autoriteit als eerste wereldmacht, zoals die voortgaat zich te manifesteren. Dat hebben we onlangs gezien met de vorming van een reeks van verrassende punctuele bondgenootschappen: de toenadering tussen Turkije en Iran, het bondgenootschap tussen Iran, Brazilië en Venezuela (strategisch en anti-Amerika), tussen Israël en India (militair en doorbreken van het isolement), tussen China en Saoedi-Arabië (militair-strategisch), enzovoort.
In het bijzonder zal het China niet weten te ontmoedigen om haar imperialistische ambities, die haar recente statuut van industriële grootmacht haar verleent, te laten prevaleren. Het is duidelijk dat dit land, ondanks haar demografische en economische betekenis, absoluut niet over de militaire of technologische middelen beschikt, en niet klaar is om ze te hebben, om een nieuw hoofd van een blok te worden. Ze heeft echter de middelen om de Amerikaanse ambities te verstoren – in Afrika, in Iran, in Noord-Korea, of in Birma en haar steentje bij te dragen aan de groeiende instabiliteit, die de imperialistische verhoudingen karakteriseren. De “nieuwe wereldorde”, die 20 jaar geleden door George Bush senior gepredikt werd, en waarbij hij droomde dat ze onder bescherming van de Verenigde Staten stond, kan zich alleen maar steeds meer openbaren als een algemene “wereldchaos”, een chaos die door de stuiptrekkingen van de kapitalistische economie alleen nog maar kan verergeren.

De klassestrijd

9. Geconfronteerd met de chaos die de burgerlijke maatschappij op alle gebieden raakt– op het gebied van de economie, de oorlog en ook het milieu, zoals we onlangs in Japan hebben kunnen zien –, kan alleen het proletariaat een oplossing aandragen: HAAR oplossing, de kommunistische revolutie. De onoplosbare crisis van de kapitalistische economie, de toenemende stuiptrekkingen die ze gaat doormaken, vormen daar de objectieve voorwaarden voor. Aan de ene kant door de arbeidersklasse geen andere keuze te laten dan steeds meer haar strijd te ontwikkelen als antwoord op de dramatische aanvallen van de uitbuitende klasse. Aan de andere kant door haar in staat te stellen te begrijpen dat deze gevechten al hun betekenis krijgen als momenten van voorbereiding van haar beslissende confrontatie met een productiewijze – het kapitalisme - dat door de geschiedenis is veroordeeld, met als doel die  omver te werpen.
Maar, zoals de resolutie van het voorgaande internationale congres het zei: “De weg, die leidt tot de revolutionaire gevechten en de omverwerping van het kapitalisme, is nog lang en moeilijk. ( …) Opdat het bewustzijn van de mogelijkheid van de kommunistische revolutie aanzienlijk terrein kan winnen in de arbeidersklasse, is het noodzakelijk dat ze vertrouwen krijgt in eigen krachten, wat gebeurt door de ontwikkelingen van massale gevechten.”
Voor wat de onmiddellijke situatie betreft, preciseerde de resolutie dat “de belangrijkste vorm die deze aanval op dit moment aanneemt, die van de massale ontslagen, is in eerste instantie niet gunstig voor de ontwikkeling van dit soort van bewegingen. (…). Slechts in tweede instantie, wanneer ze in staat is de chantage van de bourgeoisie te pareren, wanneer het idee zich zal opdringen dat alleen de ééngemaakte en solidaire strijd de brutaliteit  van de aanvallen van de regerende klasse kan afremmen -namelijk wanneer deze zal proberen om de arbeiders de rekening te laten betalen van de enorme begrotingstekorten, die zich op dit moment ophopen met de reddingdplannen van de banken en deze ter  “stimulering” van de economie-, zal de arbeidersstrijd zich veel meer op grote schaal kunnen ontwikkelen.”

10. De twee jaar, die ons scheiden van het voorgaande congres, hebben dit vooruitzicht duidelijk bevestigd. Deze periode heeft geen gevechten van grote omvang gekend tegen de massale ontslagen en een ongekende toename van de werkloosheid, die de klasse van de meest ontwikkelden landen heeft moeten ondergaan. Wel zijn belangrijke strijdbewegingen zich beginnen ontwikkelen als gevolg van de aanvallen die direct door de regeringen zijn doorgevoerd in de toepassing van de plannen “van de gezondmaking van de publieke uitgaven”. Deze reactie is nog bescheiden, met name daar waar de bezuinigingsplannen de meest drastische vorm hebben aangenomen, zoals in Griekenland en Spanje bijvoorbeeld, waar de arbeidersklasse, in een recent verleden, toch bewijs heeft geleverd van een relatief belangrijke strijdbaarheid. Op een bepaalde manier lijkt de wreedheid van de aanvallen een gevoel van onmacht in de arbeidersklasse teweeg te brengen, temeer daar ze ondernomen worden door “linkse” regeringen. Paradoxaal genoeg, daar waar de aanvallen minder hard lijken te zijn, in Frankrijk bijvoorbeeld, kwam de strijdbaarheid het meest massaal tot uitdrukking in de beweging tegen de hervormingen van de pensioenen in de herfst van 2010.

11. Tegelijkertijd zijn de meest massale bewegingen, die we de laatste tijd gezien hebben, niet ontstaan in de meest geïndustrialiseerde landen, maar in de landen van de periferie van het kapitalisme, namelijk in een reeks Arabische landen. In het bijzonder in Tunesië en Egypte werd de bourgeoisie uiteindelijk ertoe genoodzaakt om de plaatselijke dictators te ontslaan, nadat zij had geprobeerd om deze bewegingen door een harde repressie te muilkorven. Deze bewegingen waren geen klassieke arbeidersgevechten, zoals die landen in het recente verleden al hebben gekend (bijvoorbeeld de strijd in Gafsa in Tunesië in 2008 of de massale stakingen in de textielindustrie in Egypte, in de zomer van 2007, die de actieve solidariteit van talrijke ander sectoren ontmoette). Ze hebben vaak de vorm aangenomen van sociale revoltes, waar allerlei lagen van de maatschappij in betrokken waren: arbeiders van de openbare en privé-sector, werklozen, maar ook kleine kooplui, handwerkslieden, vrije beroepen, schoolgaande jeugd, enzovoort. Daarom is het proletariaat, in de meeste gevallen, niet direct als en aparte kracht op het toneel verschenen (zoals dat bijvoorbeeld gebeurd is in de stakingen in de Egypte aan het einde van de revoltes), en nog minder als leidende kracht. Maar, aan de wortel van deze bewegingen (dat kwam tot uitdrukking in veel van de eisen die naar voren werden gebracht) ziet men fundamenteel dezelfde oorzaken als bij de arbeidersstrijd in de andere landen: de aanzienlijke verergering van de crisis, de toenemende ellende die het veroorzaakt onder de hele niet-uitbuitende bevolking. En als het proletariaat in het algemeen niet direct als klasse naar voren is gekomen in deze bewegingen, toch drukte het er in deze landen, waar ze een veelbetekenende invloed heeft, zijn stempel op. Vooral via de diepgaande solidariteit die zich in de revoltes manifesteerde, en in hun capaciteit blinde gewelddadige acties van hun kant te voorkomen, ondanks de verschrikkelijke onderdrukking die ze hebben moeten ondergaan. In ieder geval, toen de bourgeoisie in Tunesië en Egypte uiteindelijk besloot om, op voorschrift van de Amerikaanse bourgeoisie, zich te ontdoen van de oude dictators, dan is dat voor een groot deel het gevolg geweest van de aanwezigheid van de arbeidersklasse in deze bewegingen. Een van de bewijzen, in het negatief, van deze werkelijkheid, is de afloop van de bewegingen die in Libië plaatsvindt: niet de omverwerping van de oude dictator Kadhafi, maar gewapende confrontaties tussen burgerlijke klieken, waar de uitgebuiten als kanonnenvoer in zijn gemobiliseerd . In dit land wordt een groot deel van de arbeidersklasse gevormd door immigranten (Egyptenaren, Tunesiërs, Chinezen, Bengalen, mensen ten zuiden van de Sahara) wier belangrijkste reactie erin bestond te vluchten voor de onderdrukking, die vanaf de eerste dagen met geweld werd ontketend.

12. De oorlog, waar de beweging in Libië op uitdraaide met het betreden van het slagveld door de NAVO-landen, heeft de bourgeoisie in staat gesteld misleidingscampagnes te ontwikkelen in de richting van de arbeiders van de ontwikkelde landen, wier spontane reactie was om zich solidair te voelen met de manifestanten in Tunesië en Caïro en om hun moed en vastberadenheid te begroeten. In het bijzonder de massale aanwezigheid van de jonge generatie in de beweging, vooral de jongere scholieren, voor wie de toekomst zich voordoet onder het sinistere vooruitzicht van de werkloosheid en de ellende, was een afspiegeling van de recente bewegingen die de schoolgaande jeugd in de verschillende Europese landen de laatste tijd in beweging had gebracht: de beweging tegen de CPE en Frankrijk in de lente van 2006, de revoltes en stakingen in Griekenland aan het eind van 2008, de stakingen en manifestaties van de scholieren en studenten in Groot-Brittannië aan het eind van 2010, de studentenbewegingen in Italië in 2008 en in de Verenigde Staten in 2010, enzovoort). Deze campagnes van de bourgeoisie om, in de ogen van de arbeiders in de andere landen, de revoltes van Tunesië en Egypte van hun betekenis te ontdoen, is natuurlijk gemakkelijker gemaakt door de illusies die nog zwaar wegen op de arbeidersklasse van deze landen: vooral de nationalistische, democratische en syndicalistische illusies, zoals dat ook het geval was met de strijd van het proletariaat in Polen in 1980-1981.

13. Deze beweging, van 30 jaar geleden, heeft de IKS in staat gesteld zijn kritiek op de theorie van de “zwakke schakel”, met name ontwikkeld door Lenin op het moment van de Russische revolutie, te formuleren. Zich baserend op de standpunten die door Marx en Engels waren ontwikkeld, had de IKS op dat moment naar voren gebracht, dat het de centrale landen van het kapitalisme en in het bijzonder de oude industriële landen van West-Europa zouden zijn, die het signaal tot de proletarische wereldrevolutie gaan geven. Want de concentratie van het proletariaat in deze landen en nog meer zijn historische ervaring, geven hem de beste wapens in handen om de meest geavanceerde ideologische valstrikken, die reeds lange tijd door de bourgeoisie in werking zijn gezet, te ontwijken. Zo zal een van de fundamentele stappen van de wereldarbeidersklasse in de toekomst bestaan, niet alleen in de ontwikkeling van de massale strijd in centrale landen van West-Europa, maar ook in haar capaciteit de valstrikken van de democratie en de vakbonden te ontwijken, vooral door het in handen nemen van de strijd door de arbeiders zelf. Deze bewegingen vormen een baken voor wereldarbeidersklasse, en ook voor die van de belangrijkste kapitalistische natie, de Verenigde Staten, waar de onderdompeling in een groeiende ellende, een ellende die inmiddels al tientallen miljoenen arbeiders treft, de “Amerikaanse droom” zal veranderen in een waarlijke nachtmerrie

IKS / 2011.05.15

Aktiviteiten van de IKS: 

Theoretische vraagstukken: