Tegenover een steeds duidelijker bankroet van het kapitalisme...,Slechts één toekomst, de klassenstrijd!

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

Nog nooit is het bankroet van het kapitalistisch systeem zo duidelijk geweest. Nog nooit zijn er zoveel massale aanvallen gepland tegen de arbeidersklasse. Aan welke ontwikkelingen van de arbeidersstrijd kan men zich verwachten in deze omstandigheden ?

De ernst van de crisis staat de bourgeoisie niet meer toe om de waarheid te verbergen

De vastgoed crisis van 2008 is uitgemond in een open crisis van wereldomvang, die een terugval van de economische activiteit met zich meebracht die men niet meer meegemaakt had sinds 1929 :

- op een paar maanden tijd stortten talrijke financiële instellingen in elkaar als kaartenhuisjes ;

- de sluitingen van bedrijven vermenigvuldigden zich met honderdduizenden ontslagen tot gevolg overal in de wereld.

De middelen die door de bourgeoisie werden ingezet om te vermijden dat de ineenstorting nog brutaler en dieper zou worden, waren niet verschillend van de opeenvolgende politieke beleidsdaden die toegepast werden sinds 1970, namelijk een toevlucht tot het krediet. Zo werd een nieuwe drempel in de schuldenlast overschreden op wereldvlak, hetgeen gepaard ging met een ongeëvenaarde aangroei van de schulden over de ganse wereld. Vandaag ligt dat bedrag van die planetaire schuldenlast zo hoog dat het gemeen goed geworden is om te spreken over een 'crisis van de schuldenlast' om die huidige fase van de economische crisis te kenschetsen.

Voorlopig heeft de bourgeoisie het ergste vermeden,  Dit gezegd zijnde is er niet alleen geen opleving, maar een aantal landen lopen zelfs het risico om insolvabel te worden, met een schuldenlast van meer dan 100% van het BIP. Onder hen bevinden zich niet alleen Griekenland, dat in de vuurlijn ligt, maar ook Portugal, Spanje (5e economie van de EU), Ierland en Italië. En al heeft Groot-Brittannië niet hetzelfde niveau bereikt van schuldenlast, het vertoont tekenen die door de specialisten als zeer verontrustend beoordeeld worden.

Tegenover de ernst van overproductie-crisis, beschikt de bourgeoisie slechts over één enkele toevlucht: de staat. Maar deze onthult op zijn beurt zijn broosheid. De bourgeoisie stelt alleen maar de vervaldag uit en de economische actoren hebben geen andere optie dan een vlucht naar voren die alsmaar moeilijker en riskanter wordt : zich nog meer in de schulden steken. De historische grondslagen van de crisis worden dan ook steeds duidelijker. In tegenstelling tot het verleden, kan de bourgeoisie de werkelijkheid van de crisis niet meer verdoezelen en toont zij openlijk dat er binnen haar systeem geen oplossing voorhanden is.

In een dergelijke context kan de insolvabiliteit van één land (1), dat voortaan niet meer in staat is om zijn schulden af te betalen op de vervaldag, een kettingreactie veroorzaken die kan leiden tot de insolvabiliteit van verschillende economische spelers (banken, ondernemingen, andere landen). Natuurlijk probeert de bourgeoisie verwarring te stichten door de aandacht toe te spitsen op de speculatie en de speculanten. Het verschijnsel van de speculatie is reëel, maar dit mechanisme doordrenkt het hele systeem en niet enkel een paar 'speculanten' of 'criminele bazen'. De dolgedraaide financiële wereld, ’t is te zeggen het zich grenzeloos in de schulden steken en het ongebreideld speculeren, werd  begunstigd door het kapitalisme als geheel, als een middel om de vervaldag van de recessie uit te stellen. Hij weerspiegelt de leefwereld van het kapitalisme van vandaag. Dit betekent dat de kern van het probleem in het kapitalisme zelf ligt, dat niet meer in staat is om te overleven, zonder nieuwe en steeds massaler wordende kredietinspuitingen.

Welke redmiddelen bekokstooft de bourgeoisie tegen de crisis van de schuldenlast ? De bourgeoisie is bezig met het doorvoeren van een verschrikkelijk besparingsplan in Griekenland. Een ander plan staat al op stapel in Spanje. In Frankrijk worden er nieuwe aanvallen gepland op de pensioenen.

Kunnen besparingsplannen bijdragen tot het verslappen van de wurggreep van de crisis ?

Kunnen de besparingsmaatregelen een nieuwe opleving bevorderen? Zullen ze het mogelijk maken om het levenspeil van de arbeidersklasse weer te verhogen, een peil dat zo hevig onder vuur gelegen heeft in de laatste twee jaren van crisis ?

Vast en zeker niet! De internationale bourgeoisie kan het zich niet veroorloven om een land zoals Griekenland te laten 'zinken' (ondanks de ronkende en demagogische verklaringen van Angela Merkel), zonder het risico te lopen van gelijkaardige gevolgen voor sommige van zijn kredietverleners. Maar de enige hulp die zij kan verlenen is nieuwe kredieten aan een 'aanvaardbaar' tarief (nochtans zijn de leningen aan 6%, die de EU onlangs aan Griekenland verstrekt heeft, reeds bijzonder hoog). Als tegenprestatie worden waarborgen geëist van budgettaire striktheid. De ontvanger van de bijstand moet het bewijs leveren dat hij geen bodemloze put gaat maken waarin de 'internationale hulp' wordt opgeslokt. Aan Griekenland wordt dus gevraagd om 'de levenstandaard te verlagen' om het groeiritme van zijn tekorten en van zijn schuldenlast te verminderen. Op voorwaarde dus dat het levenspeil van de arbeidersklasse hard wordt aangevallen, zal de internationale kapitaalmarkt opnieuw vertrouwen schenken aan Griekenland, dat dan weer leningen en buitenlandse investeringen zal kunnen aantrekken.

Het is geen kleine paradox om vast te stellen dat het toekennen van vertrouwen aan Griekenland afhangt van zijn capaciteit om het ritme van de toename van zijn schuldenlast te verminderen, en niet van de bekwaamheid om deze toename te stoppen, wat trouwens onmogelijk zou zijn. Dat wil zeggen dat de solvabiliteit van dit land ten opzichte van de wereldmarkt van kapitalen afhankelijk is van een verhoging van zijn schuld die 'niet al te belangrijk' is. Met andere woorden, een land dat insolvabel wordt verklaard omwille van zijn schuldenlast, kan solvabel worden zelfs als deze schuldenlast verder stijgt. Griekenland heeft er trouwens zelf alle belang bij om de dreiging van zijn 'insolvabiliteit' uit te spelen om de intrestvoeten van zijn kredietverleners te drukken. Immers, als deze helemaal niet worden terugbetaald, zouden ze een absoluut verlies optekenen van het bedrag van hun kredietverleningen en zij zouden dan op hun beurt snel 'in het rood' komen te staan. In de huidige wereld, die tot over de nek in de schulden zit, wordt de solvabiliteit wezenlijk niet beoordeeld op een objectieve werkelijkheid maar op een vertrouwen … dat niet werkelijk gegrond is.

De kapitalisten kunnen niet anders dan dit geloof onderschrijven, want anders zouden ze moeten ophouden te geloven in de bestendigheid van hun uitbuitingssysteem. Maar als de kapitalisten er toe gedwongen worden om er in te geloven, dan is dat niet het geval voor de arbeiders! De inleverings-plannen laten de bourgeoisie toe om zichzelf gerust te stellen, maar lossen op geen enkele manier de tegenstrijdigheden van het kapitalisme op en kunnen zelfs de aangroei van de schuldenlast niet afremmen.

De besparingsplannen vereisen een drastische verlaging van de kostprijs van de arbeidskracht, die in alle landen gaat toegepast worden aangezien zij allemaal, in verschillende mate, geconfronteerd worden met enorme problemen van schuldenlast en deficit. Een dergelijke politiek, waarvoor in het kader van het kapitalisme, geen werkelijk alternatief bestaat, kan paniekzaaierij vermijden, ja zelfs aanleiding geven tot een mini-opleving die op los zand gebouwd is, maar kan het financieel systeem niet gezond maken. Zij kan in nog mindere mate de tegenstrijdigheden van het kapitalisme oplossen, die het er toe drijven om zich steeds meer in de schuld te steken, wil het ontkomen aan de vloedgolven van steeds brutalere depressies. Voorwaarde is wel dat deze inleveringplannen  geslikt worden door de arbeidersklasse. Voor de bourgeoisie staat er heel wat op het spel en zij heeft de ogen gericht op het antwoord van de arbeidersklasse op deze aanvallen.

Met welke geestesgesteldheid benadert de arbeidersklasse deze nieuwe golf van aanvallen ?

Reeds sedert het begin van de jaren 2000 slaagt het vertoog van de bourgeoisie “aanvaardt het aanhalen van de broeksriem opdat het morgen beter zou gaan” er over het algemeen niet meer in om de arbeidersklasse te misleiden, zelfs al kunnen er op dat vlak verschillen zijn van het ene land tot het andere. De recente verergering van de crisis heeft zich tot op heden niet vertaald in een toename van de mobiliseringen van de arbeidersklasse in de loop van de laatste twee tot drie jaren. De tendens lijkt eerder omgekeerd voor wat betreft het jaar 2009. De kenmerken van bepaalde uitgevoerde aanvallen, namelijk de massale ontslagen, hebben inderdaad het verzet van de arbeidersklasse hiertegen moeilijker gemaakt :

- de patroons en de regeringen verschuilen zich achter het argument : “Wij zitten er voor niets tussen als de werkloosheid stijgt of als jullie worden ontslagen : het is de schuld van de crisis”.

- in het geval van de sluiting van een onderneming of een fabriek, wordt het wapen van de staking waardeloos, wat het gevoel van machteloosheid en stuurloosheid van de arbeiders nog beklemtoont.

Deze moeilijkheden wegen ontegensprekelijk zwaar op de arbeidersklasse. Toch zit de situatie niet vast. Dit wordt bevestigd door een verandering in de geestesgesteldheid van de uitgebuite klasse en het uit zich in een eerste opflakkering van de klassenstrijd.

De verbittering en de woede van de arbeiders wordt gevoed door een diepgaande verontwaardiging ten opzichte van een steeds schandaligere en onverdraaglijke toestand : het overleven van het kapitalisme heeft, onder andere, tot gevolg dat twee 'verschillende werelden' zich scherper dan ooit aftekenen in de schoot van één zelfde maatschappij. In de eerste vindt men de immense meerderheid van de bevolking die altijd de onrechtvaardigheden en de ellende ondergaat en die moet opdraaien voor de tweede, de wereld van de heersende klasse, waar een schaamteloze en arrogante uitstalling plaatsvindt van macht en rijkdom.

Meer rechtstreeks in verband met de huidige crisis, trapt men steeds minder in de wijdverspreide idee volgens dewelke 'het de banken zijn die ons in de penarie hebben geholpen waaruit geen uitweg is' (terwijl wij zien dat de staten zelf een staking van betaling naderen) en dit katalyseert de woede tegen het systeem. Hier merkt men de grenzen van het vertoog van de bourgeoisie, dat de banken aanwees als verantwoordelijken voor de huidige crisis om te proberen haar systeem als geheel te sparen. Het 'schandaal van de banken' brengt uiteindelijk heel het kapitalisme in opspraak.

Tegenover de lawine van slagen die haar worden toegebracht door alle regeringen zowel van links als van rechts, blijft de arbeidersklasse op internationale schaal nog altijd beduusd en ontredderd. Toch betekent dit niet dat zij in haar lot berust. De voorbije maanden heeft ze niet nagelaten om te reageren en de fundamentele kenmerken van de klassenstrijd, die bepaalde mobiliseringen van arbeiders hebben getoond sinds 2003, duiken inderdaad weer op onder een meer expliciete vorm. Dat geldt in het bijzonder voor de arbeiderssolidariteit die weer neigt om zich op te werpen als een fundamentele noodzaak van de strijd, nadat ze ontaardde en verguisd werd in de jaren 1990. Op dit ogenblik vertoont zij zich onder de vorm van initiatieven, die voorlopig slechts minderheden betreffen, maar die veelbelovend zijn voor de toekomst.

In Turkije was de staking van de arbeiders van Tekel tijdens de maanden december en januari laatstleden een lichtbaken voor de klassenstrijd. Zij heeft Turkse en Koerdische arbeiders in één en dezelfde strijd bijeengebracht (terwijl een nationalistisch conflict sedert jaren deze bevolkingsgroepen verdeelt), ze vertoonde een verwoede wil om de strijd uit te breiden naar andere sectoren en ze heeft zich op een vastberaden wijze gekeerd tegen de sabotage door de vakbonden.

In het hart zelf van het kapitalisme, waar de vakbondsinkapseling krachtiger en vernuftiger is dan in de landen van de periferie en vooralsnog een uitbarsting van even omvangrijke strijd kan beletten, maken wij eveneens een opleving mee van de strijdbaarheid van de arbeidersklasse. Zo heeft men dezelfde kenmerken kunnen waarnemen begin februari in Spanje, in Vigo. Daar zijn de werklozen de actieve arbeiders van de scheepswerven gaan opzoeken en hebben zij samen betoogd. Zij hebben andere arbeiders bijeengebracht totdat zij er in slaagden het werk stil te leggen van de gehele sector van de scheepswerven. Wat het merkwaardigste was in deze actie was het feit dat het initiatief uitging van ontslagen arbeiders van de scheepswerven, die waren vervangen door gastarbeiders die 'sliepen in parkings en die amper een broodje per dag te eten hadden'. Verre van Xenofobe reacties op te roepen bij de arbeiders die als concurrenten waren opgezet door de bourgeoisie, hebben deze laatste zich solidair verklaard tegen de onmenselijke uitbuitingsomstandigheden die opgedrongen werden aan de gastarbeiders. Uitingen van arbeiderssolidariteit waren ook al voorgekomen in Groot-Brittannië bij de raffinaderij van Lindsey door bouwvakkers in januari en in juni 2009, evenals in Spanje bij de scheepswerven van Sestao in april 2009. (2)

In deze gevechten heeft de arbeidersklasse, al is het op beperkte en embryonale wijze, niet alleen haar strijdbaarheid getoond maar ook haar bekwaamheid om weerwerk te bieden aan de ideologische campagnes van de heersende klasse, die er op gericht zijn om haar te verdelen. Dat heeft zij gedaan door haar proletarische solidariteit uit te drukken, door arbeiders van verschillende corporaties, sectoren, volksgroepen of nationaliteiten in eenzelfde strijd te verenigen. Ook de opstand van de jonge proletariërs, georganiseerd in algemene vergaderingen en die de steun kreeg van de bevolking, in december 2008 in Griekenland, heeft de heersende klasse doen vrezen voor de 'besmetting' van andere Europese landen door het Griekse voorbeeld, in het bijzonder van de jonge afstuderende generaties. Vandaag is het geen toeval dat de ogen van de bourgeoisie andermaal gericht zijn op de reacties van de proletariërs in Griekenland tegenover de besparingsplannen die opgelegd worden door de regering en de andere staten van de Europese Unie. Deze reacties dienen als een test voor de andere staten die bedreigd worden door het bankroet van hun nationale economie. De bijna gelijktijdige aankondiging van gelijkaardige plannen heeft trouwens tienduizenden proletariërs op straat gebracht in betogingen in Spanje en Portugal. Ondanks de moeilijkheden die nog altijd doorwegen op de klassenstrijd, vindt er dus een geleidelijke verandering plaats in de geestesgesteldheid van de arbeidersklasse. Overal in de wereld, verdiepen en verspreiden verbittering en woede zich in de arbeidersrangen.

De reacties tegen de besparingsplannen en de aanvallen

In Griekenland...

In Griekenland heeft de regering op 3 maart een nieuw inleveringsplan aangekondigd, het derde in drie maanden tijd, dat een belastingsverhoging inhoudt op de consumptie, de vermindering met 30% van de 13e maand en met 60% van de 14e maand van het loon, premies die de ambtenaren trokken (hetzij een vermindering van gemiddeld 12% tot 30% van hun loon), plus de bevriezing van de pensioenen van de ambtenaren en van de loontrekkers in de privésector. Maar het plan wordt heel slecht onthaald door de bevolking, voornamelijk door de arbeiders en de gepensioneerden.

In november-december 2008, stond Griekenland meer dan een maand in rep en roer door een sociale opstand die voornamelijk gedragen werd door de proletarische jeugd, nadat de politie een anarchistische jongen had doodgeschoten. Dit jaar dreigden de besparingsmaatregelen die aangekondigd werden door de socialistische regering, een sociale explosie te ontketenen niet alleen bij de studenten en de werklozen, maar ook onder de voornaamste bataljons van de arbeidersklasse.

Een algemene stakingsbeweging op 24 februari tegen de besparingsmaatregelen werd ruim opgevolgd en een staking van de ambtenaren bracht rond de 40.000 betogers op de been. Een groot aantal gepensioneerden en ambtenaren heeft eveneens betoogd in het centrum van Athene.

De volgende gebeurtenissen toonden nog duidelijker aan dat het proletariaat gemobiliseerd was: “Slechts enkele uren na de aankondiging van de nieuwe maatregelen, vielen de ontslagen arbeiders van Olympic Airways de brigades aan van de anti-rellen politie, die de zetel bewaakte van de luchtvaartmaatschappij en zij bezetten het gebouw voor wat ze zelf beschouwen als een bezetting van onbepaalde duur. De actie leidde tot de afsluiting van de belangrijkste handelsstraat van Athene voor een lange tijd” (blog op www.libcom.org).

In de dagen voorafgaand aan de algemene staking van 11 maart vonden er een reeks stakingen en bezettingen plaats: de ontslagen arbeiders van Olympic Airwayshebben gedurende 8 dagen de zetel van het Rekenhof bezet. Ondertussen bezetten de arbeiders van de elektriciteitsmaatschappij de agentschappen voor tewerkstelling, in naam van 'het recht van de toekomstige werklozen, die wij allemaal zijn', naar de woorden van één onder hen. De arbeiders van de nationale drukkerij hebben hun werkplaats bezet en geweigerd om de wetteksten van de besparingsmaatregelen af te drukken met de motivering dat als een wet niet afgedrukt is, ze van geen tel is... De belastingscontroleurs hebben het werk gedurende 48 uur neergelegd, de loontrekkers van de rijscholen van Noord-Griekenland zijn 3 dagen in staking gegaan, zelfs de rechters en de officieren van justitie stopten elke activiteit gedurende 4 uur per dag. Gedurende verschillende dagen werd geen vuilnis opgehaald in Athene, Patras en in Thessaloniki omdat de vuilnismannen van de drie grote steden de grote depots hadden geblokkeerd. In stad Komitini hebben de arbeiders van het textielbedrijf ENKLO strijd geleverd, met protestmarsen en stakingen: twee banken werden bezet door de arbeiders.

Al is de mobilisatie van de Griekse arbeidersklasse ruimer dan in de loop van de strijd van november-december 2008, dan zijn anderzijds de inkapselingsapparaten van de bourgeoisie nu ook beter voorbereid en doeltreffender in het saboteren van het arbeidersverzet.

De bourgeoisie heeft inderdaad het voortouw genomen om de woede en de strijdbaarheid van de arbeiders af te leiden naar politiek en ideologisch doodlopende straatjes. Deze zijn er in geslaagd om alle potentiële mogelijkheden voor het in handen nemen van de strijd en het ontwikkelen van proletarische solidariteit, die zich begonnen te ontwikkelen vanuit de strijd van de jonge arbeidersgeneraties eind 2008, uit te schakelen.

Het opkloppen van het patriottisme en van het nationalisme werd ruim gebruikt om de arbeiders te verdelen en om hen te isoleren van hun klassebroeders in andere landen : in Griekenland was het element dat het meest naar voren werd gebracht, het feit dat de Duitse bourgeoisie weigerde om de Griekse economie te helpen en de regering van de PASOK liet het niet na om de anti-Duitse gevoelens, die nog voortleven van tijdens de nazi-bezetting, uit te buiten.

De controle van de partijen en de vakbonden heeft het mogelijk gemaakt om de arbeidersacties van elkaar af te zonderen. Zo lieten de loontrekkers van Olympic Airwaysniemand anders binnen in het openbaar gebouw dat zij bezetten en de vakbondsleiders deden het hen ontruimen zonder de minste beslissing van een AV (algemene vergadering). Toen andere arbeiders wilden binnengaan in de lokalen van de openbare Schatkist, die bezet waren door die van de Nationale Drukkerij, werden zij droogweg weggestuurd onder het voorwendsel dat 'zij niet tot het ministerie behoorden'!

De diepgaande woede van de arbeiders in Griekenland heeft zich gekeerd tegen de PASOK en de vakbondsleiders die met haar verbonden zijn. Op 5 maart, werd de leider van de GSEE, de vakbondscentrale van de private sector, afgerammeld, toen hij probeerde het woord te nemen voor een menigte. Hij moest door de anti-rellen politie ontzet worden en wegvluchten in het parlementsgebouw, onder het gejoel van de menigte die hem ironisch uitnodigden om te gaan naar waar zijn plaats was : in het nest van de dieven, de moordenaars en de leugenaars.

Maar de Griekse KP (KKE) en zijn vakbondstak, de PAME, worden voorgesteld als een 'radicaal' alternatief voor de PASOK, terwijl ze een campagne voeren waarbij de verantwoordelijkheid van de crisis wordt afgeschoven  op de bankiers of op de wandaden van de 'neo-liberale' economie.

In november-december 2008 was de beweging ruim spontaan en dikwijls zelfstandig georganiseerd via algemene vergaderingen in bezette scholen en universiteiten. Zowel de zetel van de communistische partij (KKE), als die van haar vakbondsconfederatie (PAME), werden zelf bezet. Dit was de uitdrukking van een duidelijk wantrouwen tegenover de vakbondsapparaten en de stalinisten die de jongere betogers hadden aangeklaagd als lompen-proletariërs en verwende kinderen van de bourgeoisie.

Maar vandaag heeft de Griekse KP openlijk het voortouw genomen van de stakingen, de betogingen en de meest radicale bezettingen. “Op maandag 5 maart hebben de arbeiders van de vakbond PAME, die aangesloten is bij de communistische partij, het ministerie van financiën op het Syntagma-plein (...) evenals het gemeentehuis van het district Trikala bezet. Later heeft de PAME ook 4 tv-zenders laten bezetten in de stad Patras, en de staats tv-zender in Thesaloniki. Ze verplichtten de nieuwslezers om een verklaring voor te lezen tegen de regeringsmaatregelen ” (volgens libcom.org: http://libcom.org/news/mass-strikes-greece-response-new-mesures-04032010).

Vele stakingen werden ook ingezet op initiatief van de KP die vanaf 3 maart had opgeroepen tot een 'algemene staking' en een betoging voor de 5de en vanaf de 4de in verschillende steden. De PAME dreef zijn spectaculaire acties op, door nu eens het ministerie van Financiën en dan weer de gebouwen van de Beurs te bezetten.

Op 11 maart werd heel Griekenland voor 90% gedurende 24 uur verlamd door de woedegolf van de bevolking als gevolg van een tweede oproep tot algemene staking van de twee belangrijkste vakbonden in minder dan één maand tijd. In het totaal hebben 3 miljoen mensen (op een totale bevolking van 11 miljoen) deelgenomen aan de algemene staking. De betoging van 11 maart in Athene was de meest massaal opgevolgde sinds de laatste 15 jaar en toonde de vastbeslotenheid van de arbeidersklasse om verzet te bieden tegen het kapitalistische offensief.

... en elders

In alle delen van de wereld, in Algerije, in Rusland, onder de zwaar uitgebuite en van alle sociale bescherming beroofde ingeweken arbeidskracht in de Verenigde Emiraten, bij de Engelse proletariërs of bij de studenten die tot precaire levensomstandigheden herleid worden in de ooit rijkste staat van Amerika, Californië, overal getuigt de situatie van een tendens naar de opleving van de klassenstrijd op internationale schaal.

De bourgeoisie wordt geconfronteerd met een situatie waarbij, bovenop de ontslagen bij de bedrijven in moeilijkheden, de staten de frontale aanvallen op de arbeidersklasse op zich moeten nemen om hen te doen opdraaien voor de kosten van de schuldenlast. De directe verantwoordelijke voor de aanvallen, de staat, is hier makkelijker te identificeren dan in het geval van ontslagen waarbij hij zich kan voordoen als een soort, vrij machteloze 'beschermer' van de loontrekkers. Het feit dat de staat werkelijk naar voren treedt zoals hij is, als de voornaamste verdediger van de belangen van heel de kapitalistische klasse tegen het geheel van de arbeidersklasse, is een factor die de ontwikkeling van de arbeidersstrijd begunstigt, van zijn eenheid en van zijn politisering. 

Alle elementen die zich in de huidige situatie ontwikkelen vormen ingrediënten voor de uitbarsting van massale strijd. Maar de lont in het kruitvat is heel zeker de opeenstapeling van de verbittering, van het balen en de verontwaardiging. Het doorvoeren door de bourgeoisie van de verschillende besparingsplannen in de verschillende landen, gaat evenveel gelegenheden aanbieden aan de arbeidersklasse om strijdervaring op te doen en om lessen te trekken.

Massale strijd, een belangrijke etappe in de toekomst voor de ontwikkeling van de klassenstrijd ... maar niet de laatste

De ineenstorting van het stalinisme en vooral, de ideologische uitbuiting ervan door de bourgeoisie, die gebaseerd was op de grootste leugen van de eeuw, namelijk de gelijkstelling van de stalinistische regimes met het socialisme, hebben ook nu nog sporen nagelaten in de arbeidersklasse. Tegenover de 'evidenties' die door de bourgeoisie werden verkondigd : 'het communisme werkt niet; het bewijs is dat het door de betreffende volkeren werd verlaten ten voordele van het kapitalisme’, kon het niet anders dan dat de arbeiders zich gingen afkeren van het project van een alternatieve maatschappij voor het kapitalisme.

Vanuit dit oogpunt, is de huidige situatie dan ook heel verschillend van diegene die men gekend heeft op het einde van de jaren 1960. Toen toonde het massale karakter van de arbeidersstrijd, met name de staking van Mei 1968 in Frankrijk en de Italiaanse 'hete herfst' van 1969, overduidelijk aan dat de arbeidersklasse een vooraanstaande rol kon spelen in het leven van de maatschappij. Het idee dat zij op een dag het kapitalisme zou kunnen omvergooien behoorde toen niet tot het rijk van de onverwezenlijkbare dromen, in tegenstelling tot vandaag. De moeilijkheid die het proletariaat sinds de jaren 1990 ervaart om massaal de strijd aan te gaan, is het gevolg van een gebrek aan zelfvertrouwen, dat niet is weggeëbd door de opleving van de klassenstrijd sedert het jaar 2003.

Enkel de ontwikkeling van massale strijd zal het proletariaat in staat stellen om dat zelfvertrouwen in eigen krachten terug te winnen en opnieuw zijn eigen perspectief naar voren te schuiven. Het betreft hier dus een fundamentele stap waarin de revolutionairen de bekwaamheid van de arbeidersklasse moeten aanmoedigen om te begrijpen wat de inzet is van haar strijd in zijn historische dimensie, om haar vijanden te herkennen en om haar strijd in eigen handen te nemen.

Hoe belangrijk deze toekomstige etappe van de klassenstrijd ook moge zijn, toch zal deze voor het proletariaat niet het einde betekenen van de aarzelingen om resoluut de weg op te gaan die leidt tot de revolutie.

Reeds in 1852 kenschetste Marx de moeilijke en kronkelige weg van de proletarische revolutie, in tegenstelling tot die van de burgerlijke revoluties die “zoals die van de 18e eeuw vooruit snelden van het ene succes naar het andere”.(4)

Dit onderscheid tussen het proletariaat en de bourgeoisie, wanneer ze handelen als revolutionaire klassen, spruit voort uit de verschillen die er bestaan tussen de voorwaarden van de burgerlijke revolutie en van de proletarische revolutie. De politieke machtsovername door de kapitalistische klasse was een eindpunt in een heel proces van economische ontwikkeling in de schoot van de feodale maatschappij. In de loop van dit proces werden de oude feodale productieverhoudingen geleidelijk vervangen door de kapitalistische productieverhoudingen. Het was op deze nieuwe economische verhoudingen dat de bourgeoisie steunde om de politieke macht te grijpen.

Heel anders is het proces van de proletarische revolutie. De communistische productieverhoudingen, die geen warenverhoudingen zijn, kunnen zich niet ontwikkelen binnen de kapitalistische maatschappij. Door het feit dat zijzelf de uitgebuite klasse is in het kapitalisme, per definitie beroofd van het eigendom van de productiemiddelen, beschikt de arbeidersklasse niet, en zij kan dat ook niet, over  economische steunpunten voor de verovering van de politieke macht. Haar steunpunten zijn haar bewustzijn en haar organisatie in de strijd. In tegenstelling tot de revolutionaire bourgeoisie, moet het eerste bedrijf van de communistische omwenteling van de sociale verhoudingen bestaan uit een bewuste en  weloverwogen daad : de politieke machtsovername op wereldvlak door het geheel van het proletariaat, georganiseerd in arbeidersraden.

Deze immense taak is natuurlijk van aard om de arbeidersklasse te doen aarzelen, om haar eigen kracht te betwijfelen. Maar het is de enige weg voor het overleven van de mensheid : de afschaffing van het kapitalisme, van de uitbuiting en de schepping van een nieuwe maatschappij.

FW / 31.3.2010

(1) Natuurlijk heeft een bankroet van een staat niet dezelfde kenmerken als die van een bedrijf : als hij niet in staat is om zijn schulden af te lossen, is er geen sprake van dat de staat 'de deur dichttrekt', alle ambtenaren zou ontslaan en zijn eigen staatsstructuren zou opheffen (politie, leger, onderwijskorps of de administratie...), al werden in sommige landen (namelijk in Rusland of in bepaalde landen van Afrika), de ambtenaren, als gevolg van de crisis, gedurende maanden niet betaald...

(2) Lees hiervoor de volgende artikelen die verschenen zijn op onze website: http://www.internationalism.org : over  'Stakingen in Groot-Brittannië : Bouwvakarbeiders in het centrum van de strijd' ; over Turkije ; 'Solidariteit met de arbeiders van Tekel tegen de regering en de vakbonden !' ; over Spanje : 'In Vigo, gezamenlijke actie van de werklozen en de arbeiders van de scheepswerven'.

(3) Volgens libcom.org : http://libcom.org/news/mass-strikes-greece-response-new-measures-04032010

(4) In de achtiende Brumaire van Louis Bonaparte, Progres Moskou,1987.