Er bestaat geen enkele uitweg uit de kapitalistische crisis

Printvriendelijke versieSend by email

We worden geconfronteerd met een impasse op het vlak van de economie en de bourgeoisie bevindt zich in een situatie van totale onbekwaamheid om ook maar een schijntje van een samenhangende economische politiek voor te stellen.

In het geval van Griekenland geven de autoriteiten van de IMF toe dat dit land het plan, dat zijzelf en de Europese Unie in april 2010 hebben afgesproken, niet zal kunnen nakomen. Aan Griekenland zal toestemming moeten worden verleend om haar schuld, dat voorkomt uit het reddingsplan, niet in 2015, maar in 2024 af te betalen. Natuurlijk moet dit “cadeau” vergezeld gaan van aanvullende bezuinigingsoperaties. In Griekenland staan nieuwe maatregelen op stapel om banen in de publieke sector op te heffen.

Wat betreft Ierland: daar ondergaan de arbeiders al de vierde bezuinigingsronde. Het nieuwste plan, in ruil voor het “reddingsplan” van de ECB en het IMF, houdt een verlaging in van het minimumloon met 11%, de vermindering van de uitkeringen, de opheffing van 25.000 banen in de publieke sector en de verhoging van de BTW van 21 naar 23 %.

Voor beide landen geldt dat de arbeidersklasse en de gehele verdere bevolking ondergedompeld zal worden in een toestand van ellende, die onhoudbaar zal zijn.

Portugal en Spanje, de nieuwe landen die ook niet in staat zijn geweest hun schulden in de hand te houden, proberen de gevolgen te voorkomen door drastische bezuinigingsmaatregelen door te voeren en nog meer voor te bereiden.

 

Wat proberen de verschillende plannen eigenlijk te redden?

 

Natuurlijk hebben deze poitieke maatregelen niet de bedoeling de armoede van de miljoenen te verzachten. De politieke en economische autoriteiten zijn vooral bevreesd voor het risico dat nieuwe landen op hun beurt niet in staat zullen zijn om hun schulden terug te betalen. De achtergrond van het failliet van de Griekse staat was een begrotingstekort, veroorzaakt door een enorme hoeveelheid publieke uitgaven (met name in de militaire sector). Wat betreft Ierland, daar had het bankensysteem een hoeveelheid schuld opgehoopt van 1432 miljard euro, bij een BIP van 164 miljard euro. Ierland had in 2010 een begrotingstekort van 32%.

De ernst van de economische crisis gaan de grenzen van Griekenland en Ierland echter te buiten. Want heel wat grote banken van grote landen hebben schulden uitstaan in die landen en met name in Ierland. Als Griekenland en Ierland veel van hun schulden niet terugbetalen, dan zal dat veel van deze banken in grote moeilijkheden brengen. Dit aspect verklaart voor een groot deel de paniek die zich meester maakt van de hoge instanties van de wereldbourgeoisie.

Want het is de staat die de betrouwbaarheid van het nationale kapitaal moet waarborgen door te laten zien dat hij in staat is de schulden terug te betalen en de rente daarover te voldoen. Een niet-terugbetalen van de schulden brengt de andere en ook de grote landen in moeilijkheden. Maar voor landen als Portugal of Spanje, wier banken ook geld hebben uitstaan in Ierland en Griekenland, voor die twee landen zou zoiets fataal zijn.

Alle landen ter wereld hebben een aanzienlijke schuld, die natuurlijk niet meer terugbetaald zal kunnen worden. De landen binnen de Eurozone hebben niet de monetaire middelen om hun tekorten te “financieren”, gebonden als ze zijn aan de ECB. Landen als Groot-Brittannië en de VS hebben alle mogelijkheden om hun eigen geld te scheppen. Het niveau van de schulden van alle staten is zo absurd hoog dat de nationale productie van welk land dan ook hen niet in staat zal stellen om deze ooit nog terug te betalen.

 

 

Het kapitalisme kan alleen overleven dankzij permanente ondersteuningsplannen

 

Het “reddings”plan van Griekenland heeft 110 miljard euro gekost en dat van Ierland 85 miljard. Deze hoeveelheid geld, dat door het IMF, de ECB en Groot-Brittannié uitgegeven werd voor de redding van landen als Griekenland en Ierland, is niet gebaseerd op een nieuwe rijkdom, maar op het draaien van de geldpers, met andere woorden: op virtueel geld. Terwijl er aan de ene kant drastische bezuinigingsmaatregelen worden genomen, die nog meer drastische bezuinigingen aankondigen, zien we aan de andere kant dat de staten gedwongen zijn om, onder de dreiging van een financiële ineenstorting en een blokkade van de wereldeconomie om iets aan de nemen dat men heel goed een onderesteuningsplan zou kunnen noemen - dat inhoudelijk erg veel lijkt op wat men een “stimuleringsplan” noemt.

In feite zijn de VS het verste gegaan in die richting: De Kwantitatieve Versoepeling nr.2 van 900 miljard dollar heeft geen andere bedoeling dan een Amerikaans financieel systeem te redden en de groei van de economische groei van de VS te ondersteunen. De VS, die nog steeds profiteren van het voordeel van het statuut, dat aan de dollar als wereldhandelsgeld wordt toegekend, gaat niet gebukt onder dezelfde dwingende maatregelen als Griekenland, Ierland of andere Europese landen. En vanwege dit gegeven is het niet uitgesloten dat, zoals velen verwachten, er een Kwantitatieve Versoepeling nr.3 zal worden aangenomen. De stimulering van de economische activiteit door begrotingsmaatregelen is veel sterker in de VS dan in de Europese landden. Maar dat weerhoudt de VS er niet van om de lonen van de arbeiders in de publieke sector te bevriezen of zelfs te verlagen.

 

De bourgeoisie is de omvang van de schulden, die het kapitalisme nog kan verdragen, gepasseerd 

 

Wij hebben dus te maken met bezuinigingsplannen én stimuleringsplannen. Waar komt deze tegenspraak vandaan?

Zoals Marx heeft laten zien, leidt het kapitalisme vanaf haar ontstaan aan een tekort aan afzetmarkten, omdat de uitbuiting van de arbeidskracht leidt tot een grotere waarde dan de uitgaven in lonen, omdat de arbeidersklasse veel minder consumeert dan ze produceert. Tot het einde van de 19e eeuw, kon de bourgeoisie dit probleem de baas door de kolonisatie van niet-kapitalistische gebieden, waar het de bevolking dwong, op verschillende manieren, de koopwaar af te nemen die door het kapitaal werd geproduceerd.

De crises en de oorlogen van de 20e eeuw illustreren dat dit antwoord op de overproduktie, dat inherent is aan de kapitalistische produktie, haar grenzen begon te bereiken. Met andere woorden: niet-kapitalistische gebieden op onze planeet waren niet langer voldoende voor de bourgoisie om het meerprodukt te realiseren dat nodig was voor een meer uitgebreide produktie.

De deregulering  van de economie aan het einde van de jaren 1960, die zich manifesteerde in monetaire crises en recessies, betekende de quasi-afwezigheid van de extra-kapitalistische markten als een middel om de surplus van de kapitalistische productie op te nemen. De enige oplossing die er van toen af aan nog overbleef, was de schepping van een kunstmatige markt, gevoed door schulden.

Het stelde de bourgeoisie in staat waren te verkopen aan staten, ondernemingen, huishoudens zonder dat ze over reële middelen beschikten om ze te kopen.

De afgelopen veertig jaar hebben aangetoond dat de staten met te hoog oplopende schulden op een bepaald moment hun schulden moesten verminderen, en dus moeten bezuinigingen, maar tegelijkertijd is de toename van de schulden een absolute noodzaak, om ervoor te zorgen dat de economie niet in een recessie terechtkomt. De financiële schokken, die zich op dit moment in Europa voordoen, zijn dus een gevolg van de fundamentele tegenspraken van het kapitalisme en illustreren de absolute impasse van deze productiemethode.

 

De inflatie neemt toe

 

De bezuinigingen hebben tot resultaat dat de interne vraag vermindert, die van de eerste levensbehoeften inbegrepen, maar toch blijven de prijzen ervan een sterke stijging vertonen. Die stijging is zodanig algemeen dat ze niet verklaard kan worden uit bijvoorbeeld klimatologische omstandigheden. De enige verklaring is dat ze een uitdrukking is van een regelrechte inflatie, een verschijnsel dat ieder economie steeds meer aantast. Een inflatie, die overigens voortdurend toeneemt, en zo maakt dat de waarde van het geld steeds meer afneemt en dat er een steeds hogere rente gevraagd wordt voor dit geld dat uitgeleend wordt.

Inflatie heeft niet altijd als oorzaak een buitensporige vraag in verhouding tot het aanbod, waardoor de prijs verhoogd kan worden. Door het gebruik van de bankbiljettenpers, door de uitgave van nieuw geld zonder dat deze correspondeert met een even grote toename van rijkdom, verliest het geld onherroepelijk aan waarde.

De toename van de hoeveelheid geld leidt er ook toe dat de speculatie wordt aangemoedigd, met desastreuze gevolgen voor het leven van de arbeidersklasse. Want door de aankoop van eerste levensbehoeften, in de hoop die met flinke winst te kunnen verkopen, krijgen deze consumptiemiddelen het karakter van activa. Zo wordt een groot deel van de wereldbevolking, naast de vermindering van hun inkomen, ook geconfronteerd met verhoging van prijzen van graan, rijst, brood, enzovoort. De voortdurende schepping van nieuw geld, noodzakelijk gemaakt door de crisis, . leidt tot een dubbele aanval: verlaging van de inkomens en verhoging van de eerste levensbehoeften.

Een gelijkaardig proces vond plaats in 2007-2008 (net voor de financiele crisis) en lokte in vele landen hongerrellen uit. De gevolgen van de huidige prijsexplosie hebben direct geleid tot revoltes in Tunesie, Algerije en Egypte.

Het actuele niveau van de inflatie stijgt steeds meer. De cijfers maken duidelijk dat de kapitalisten anticiperen op een verlies van de waarde van het geld dat zij investeren en dat zij er dus een hogere rente voor terugvragen.

 

De spanningen tussen de nationale kapitalen

 

Tijdens de crisis van de jaren 1930 was het protectionisme, in de vorm van handelsoorlogen, massaal ontwikkeld. Er bestond zelfs een regionalisering: iedere grootmacht reserveerde een deel van de wereldmarkt voor zichzelf, dat hij beheerste en waar hij een minimum aan afzetgebied vond. Dezelfde tendens tot protectionisme is zich nu ook aan het ontwikkelen. Zo nam de VS in september bijvoorbeeld 245 anti-dumping maatregelen.

De handelsoorlog doet zich nu echter vooral voor in de vorm een geldoorlog: de massale schepping van geld vertaalt zich in een daling van waarde van dat geld en dus ook in een daling van de prijzen van de goederen die dit land op de wereldmarkt brengt. Dit is een zeer agressieve manier van protectionisme, waarbij de VS vooroploopt. Dit geldt eveneens voor de onderwaardering van de Chinese yuan.

En ondanks de handelsoorlog zijn de verschillende staten genoodzaakt overeen te komen om de schulden van landen als Griekenland en Ierland binnen de perken te houden. De bourgeoisie kan niets anders doen dan zeer tegengestelde maatregelen nemen, gedicteerd door de totale impasse waarin haar systeem verkeert.

 

Heeft de bourgeoisie oplossingen voor te stellen?

 

Waarom verschijnen er, tegen de achtergrond van de huidige catastrofale sitatie van de wereldeconomie artikels zoals die in La Tribune of in Le Monde met als respectievelijke titels: “Waarom zal de groei weer ontstaan” en “De Verenigde Staten willen geloven in een economische opleving”? Zulke titels proberen de illusie in stand te houden dat de burgerlijke economische en politieke autoriteiten nog een bepaalde controle hebben over de situatie.

De bourgeoisie wil ons in slaap sussen door ons te laten geloven dat ze de situatie nog redelijk beheerst. Maar de bourgeoisie heeft slechts de keuze tussen de pest en de cholera.

a. ofwel ze doet zoals ze gedaan heeft met Griekenland en Ierland door geld bij te drukken, wat leidt tot ontwaarding van de munteenheid.

b. ofwel ze voert een drastische bezuinigingspolitiek om de schulden niet te laten oplopen, wat leidt tot een duizelingwekkende neergang in de depressie.

Een aantal deskundigen komen, middels een reeks van publicaties, met allerlei oplossing aandragen voor de impasse. Maar of ze gebruiken het middel van de hypnose of een vorm van propaganda om ons ondanks alles te doen laten geloven dat deze maatschappij nog een toekomst heeft.

Ze schrikken er niet voor terug een nieuwe ‘regulering’ voor te stellen op basis van een ‘groene economie’ als dé oplossing. Ze vergeten echter dat zo’n ‘regulering’ aanzienlijke uitgaven vraagt, en dat er dan nog veel meer bankbiljetten bijgedrukt moeten worden dan nu.

De enige werkelijke oplossing voor de economische impasse zal komen van de steeds meer en steeds massalere bewuste strijd van de arbeidersklasse als reactie op de economische aanvallen van de bourgeoisie. Dit zal op een natuurlijke wijze leiden tot de omverwerping van dit systeem, waarvan de belangrijkste tegenspraak is die tussen de productie voor de winst en de accumulatie en niet de bevrediging van de behoeften van de mensen n

 

Naar Vitaz /02.01.2011

Theoretische vraagstukken: 

Recent en lopend: