Wat gebeurt er in het Midden-Oosten? Punten voor een debat over de gebeurtenissen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten

Printvriendelijke versieSend by email

De huidige gebeurtenissen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika zijn van historisch belang, en de gevolgen ervan zijn nog niet helemaal duidelijk. Toch is het belangrijk om er een discussie aan te gaan, die de revolutionairen in staat zal stellen om een samenhangend analysekader uit te werken. De punten die volgen zijn noch dat kader op zich, en noch minder een gedetailleerde beschrijving van wat er is gebeurd, maar gewoon een aantal fundamentele aanknopingspunten bedoeld om het debat te stimuleren.

Een golf van gevechten ... en hun verschillen

1. Sinds 1848 of 1917-1919 hebben we een dergelijke wijdverbreide, gelijktijdige golf van opstanden niet meer meegemaakt. Hoewel het epicentrum van de beweging in Noord-Afrika ligt (Tunesië, Egypte en Libië, maar ook Algerije en Marokko), zijn protesten tegen de bestaande regimes uitgebroken in de Gazastrook, Jordanië, Irak, Iran, Jemen, Bahrein en Saudi-Arabië, terwijl in een aantal andere repressieve Arabische staten, met name Syrië, de toestand gespannen is. Hetzelfde geldt voor het stalinistische regime in China. De weerklank er van is ook duidelijk waar te nemen in de protesten in de rest van Afrika: Soedan, Tanzania, Zimbabwe, Swaziland .... We zien ook de directe invloed van de opstanden in de demonstraties tegen de corruptie bij de overheid en tegen de effecten van de economische crisis in Kroatië, op de spandoeken en in de leuzen van de studentendemonstraties in het Verenigd Koninkrijk en de arbeidersstrijd in Wisconsin (VS), en ongetwijfeld in vele andere landen. Dit wil niet zeggen dat al deze bewegingen in de Arabische wereld identiek zijn, noch wat betreft hun klasse-inhoud, hun eisen, noch in de manier van reageren van de heersende klasse, maar er zijn blijkbaar een aantal gemeenschappelijke kenmerken, die het mogelijk maken om te spreken van een ondeelbaar fenomeen.

De historische context

2. De historische context waarin deze gebeurtenissen plaatsvinden zijn de volgende:

  • een diepgaande economische crisis, inderdaad de ergste in de geschiedenis van het kapitalisme, die de zwakkere economieën van de Arabische wereld bijzonder hard treft, en die al miljoenen in bittere armoede heeft gestort, met het vooruitzicht op nog slechtere voorwaarden. De jeugd, die, in tegenstelling tot veel van de ‘verouderde’ centrale landen, een zeer groot percentage uitmaakt van de totale bevolking, is bijzonder hard getroffen door werkloosheid en het ontbreken van enig perspectief. Dit betreft evengoed de opgeleide als de niet-opgeleide jonge mensen. Overal zijn het de jongeren die de voorhoede uitmaken van deze bewegingen;
  • de ondragelijk corrupte en repressieve aard van al deze regimes in de regio. Lange tijd heeft de wreedheid van de geheime politie of het leger de bevolking in een staat van atomisering en angst gehouden. Deze repressieapparaten van de staat deden nu dienst als een rode lap op een stier, die de wil van het volk aanscherpte om samen te komen en samen weerstand te bieden. Dit was zeer duidelijk in Egypte, toen Moebarak bijvoorbeeld zijn leger van misdadigers en politieagenten in burgerkleding stak om de massa, die het Tahrir-plein bezet hielden, te terroriseren: deze provocaties versterkten slechts de vastberadenheid van deze laatsten om zichzelf te verdedigen en trok duizenden anderen aan in de protestbeweging. Ook de schandalige corruptie en hebzucht van de heersende klieken, die grote privé-fortuinen hebben vergaard terwijl de overgrote meerderheid van de bevolking worstelt voor haar dagelijkse overleving, hebben de vlammen van rebellie verder aangewakkerd zodra de mensen hun angst begonnen te overwinnen;
  • dit plotselinge verlies van de angst, becommentarieerd door veel van de deelnemers, is niet alleen een product van de veranderingen op lokaal en regionaal niveau, maar ook van een klimaat van groeiende ontevredenheid en openlijke klassenstrijd op internationaal vlak. In alle landen zijn de uitgebuitenen en onderdrukten, geconfronteerd met de economische crisis, steeds minder bereid om de offers te brengen, die van hen geëist worden. Hier is de rol van de nieuwe generatie van essentieel belang, en in dit opzicht hebben de opstand van de jeugd in Griekenland twee jaar geleden, de studentenstrijd in het Verenigd Koninkrijk en Italië en de strijd tegen de pensioenhervormingen in Frankrijk ook hun weerslag gehad op de 'Arabische' wereld, vooral in het tijdperk van Facebook en Twitter, waar het veel moeilijker is voor de burgerij om een consistente black-out te handhaven over de strijd tegen de status quo.

Over het klassekarakter van deze bewegingen ...

3. Het klassekarakter van deze bewegingen is niet uniform en varieert van land tot land en is afhankelijk van et stadium waarin de bewegingen zich bevinden. Over het algemeen kunnen we ze karakteriseren als bewegingen van de niet-uitbuitende klassen, als sociale opstanden tegen de staat. De arbeidersklasse stond in het algemeen niet aan het hoofd van deze opstanden, maar ze speelde zeker een belangrijke rol en oefende een belangrijke invloed uit zoals kan worden opgemaakt zowel in de methoden en organisatievormen van de bewegingen alsook, in bepaalde gevallen, door de specifieke ontwikkeling van de arbeidersstrijd, zoals de stakingen in Algerije en vooral de grote golf van stakingen in Egypte, die een belangrijke factor waren in de beslissing om Moebarak te dumpen. In de meeste van deze landen, is het proletariaat niet de enige onderdrukte klasse. De boeren, en andere lagen, die voortvloeien uit nog oudere vormen van productie, hoewel grotendeels gefragmenteerd en geruïneerd door decennia van het kapitalistisch verval, hebben nog steeds een belangrijk gewicht in de plattelandsgebieden. In de steden echter, waar het centrum van de opstanden lag, bestaat er naast de werkende klasse een grote middenklasse die langzaam aan het verproletariseren is, maar nog steeds zijn specifieke kenmerken heeft, een massa mensen in sloppenwijken, die deels bestaan uit proletariërs en deels uit kleine handelaren, en tenslotte nog een deel uit verpauperde lompenproletariërs. Zelfs in Egypte, waar sprake is van de meest geconcentreerde en ervaren arbeidersklasse, benadrukten ooggetuigen op het Tahrir-plein dat de protesten alle klassen hadden gemobiliseerd, met uitzondering van de bovenste lagen van het regime. In andere landen is het gewicht van de niet-proletarische lagen veel sterker dan in het merendeel van de strijdbewegingen in de centrale landen.

De noodzaak een beter beeld te krijgen van het klassekarakter van de beweging

4. Als men probeert om het klassekarakter van deze opstanden te begrijpen, moeten we daarom twee symmetrische fouten vermijden: aan de ene kant om die massa's in beweging op één hoop te gooien met het proletariaat (een typerende opvatting van de Groupe Communiste Internationaliste), en aan de andere kant de weigering te erkennen dat er ook maar iets positiefs zou zijn in opstanden, die niet zuiver 100% proletarisch zijn. De vraag die hier gesteld wordt is: neemt ons mee terug naar de vroegere gebeurtenissen, zoals die in Iran aan het einde van de jaren 1970, waar we ook een volksopstand zagen waarin, voor een bepaalde tijd, de arbeidersklasse in staat was om een rol te spelen. Dit was uiteindelijk echter niet voldoende om de recuperatie van de beweging te voorkomen door de islamieten. Op een meer historisch vlak houdt de kwestie van de relatie tussen de arbeidersklasse en de meer algemene sociale opstanden ook verband met het probleem van de staat in de overgangsperiode van kapitalisme naar communisme, die ontstaat uit de bewegingen van alle niet-uitbuitende lagen, maar waar tegenover de werkende klasse zijn klasse-zelfstandigheid moet behouden.

De strijdmethoden van de arbeidersklasse - een referentie?

5. In de Russische revolutie van 1917, werden de Sovjets (arbeidersraden) in het leven geroepen door de arbeidersklasse, maar ze heeft ook voor alle onderdrukte lagen een organisatiemodel voor ontwikkeld. Alle proporties in acht genomen - want we zijn nog ver verwijderd van een revolutionaire situatie waarin de arbeidersklasse in staat is om duidelijk politiek leiderschap te geven aan de andere lagen - kunnen we zien dat de strijdmethoden van de arbeidersklasse een impact hadden op de sociale opstanden in de Arabische wereld:

  • in de tendens naar zelf-organisatie, die het duidelijkst te zien is in de verweercomités in de buurten, die ontstonden als een reactie op de tactiek het Egyptische regime om criminele bendes af te sturen op de bevolking. Ook in de structuur van het ‘afgevaardigden’ van enkelen vanuit de massale bijeenkomsten op het Tahrir-plein, en in het hele proces van collectieve discussie- en besluitvorming;
  • in de bezetting van de ruimtes en plaatsen die normaal gesproken worden gecontroleerd door de staat, om er een centrale ruimte te scheppen voor de vergaderingen en voor de organisatie op grote schaal;
  • in een bewuste aanpak van de noodzaak tot massale zelfverdediging tegen de gangsters en de politie, op hen afgestuurd door het regime, maar tegelijkertijd een verwerping van louter geweld, vernietiging en plundering;
  • in een bewuste poging om sektarische en andere verdelingen te overwinnen, die op een cynische manier worden gemanipuleerd door de regimes: zoals de verdeeldheid tussen christenen en moslims, tussen sjiitische en soennitische, religieuze en seculiere mannen en vrouwen;
  • in de talrijke pogingen om te verbroederen met de soldaten, die verplicht onder de wapenen geroepen zijn.

Het is geen toeval dat deze tendensen zich het sterkst ontwikkelden in Egypte, waar de arbeidersklasse een lange strijdtraditie heeft en zij, in een cruciale fase in de beweging, als een afzonderlijke kracht optreedt, die een golf van arbeidersstrijd inzet die, zoals die in 2006-2007, kan gezien worden als 'de kiem' van de toekomst massastaking, met veel van haar belangrijkste kenmerken: de spontane uitbreiding van de stakingen en de eisen van de ene sector naar de andere, de onverzoenlijke afwijzing van de staat, de vakbonden en ook bepaalde tendensen tot zelfstandige -organisatie, de verhoging van zowel de economische en politieke eisen. Hier zien we, in grote lijnen, de capaciteit van de arbeidersklasse om naar voren komen en een tribune te bieden voor alle onderdrukten en uitgebuitenen en het perspectief van een nieuwe samenleving.

Het gewicht van illusies en andere gevaren ...

6. Al deze ervaringen zijn een belangrijke springplank naar de ontwikkeling van een werkelijk revolutionair bewustzijn. Maar de weg in die richting is nog lang, en is duidelijk geplaveid met vele illusies en ideologische zwakheden:

  • illusies, in het bijzonder in de democratie, die zeer sterk aanwezig zijn in de landen die geregeerd worden door een combinatie van militaire tirannen en corrupte monarchieën, en waar de geheime politie alomtegenwoordig is en de arrestatie, marteling en executie van dissidenten gemeengoed is. Deze illusies bieden een opening voor de democratische "oppositie" om zich op te dringen als een alternatief team voor het beheer van de staat: El Baradei en de Moslim Broederschap in Egypte, de Overgangsregering in Tunesië, de Nationale Raad in Libië ... In Egypte zijn de illusies in het leger alsof dit 'met het volk' zou zijn, bijzonder sterk, hoewel recente repressieve acties van het leger tegen demonstranten op het Tahrir-plein zeker een minderheid tot nadenken zal stemmen. Een belangrijk aspect van de democratische mythe in Egypte is de vraag naar onafhankelijke vakbonden, die zonder twijfel veel van de meest militante arbeiders omvat die terecht aandrongen op de ontbinding van de in diskrediet geraakte officiële vakbonden;
  • illusies in nationalisme en patriottisme, die overduidelijk zijn aangetoond door de zeer brede invoering van de nationale vlag als symbool van de 'revoluties' in Egypte en Tunesië, of, zoals in Libië, van de oude monarchistische vlag als een symbool van alle tegenstanders tegen Kadhafi's overheersing . Eens te meer, toont het brandmerken van Moebarak als een agent van het Zionisme op een aantal spandoeken in Egypte aan dat de Israëlisch-Palestijnse kwestie een hefboom blijft voor het afgeleiden van klasse-tegenstellingen en -strijd naar imperialistische conflicten en mobilisaties. Toch voelde men weinig belangstelling om de Palestijnse kwestie verder naar voren te schuiven, gezien het feit dat de heersende klasse zo lang het lijden van de Palestijnen heeft gebruikt als een manier om de aandacht af te leiden van het lijden dat zij oplegde aan haar eigen bevolking, en er stak zeker een vonk van internationalisme in het feit dat er gewuifd werd met vlaggen van andere landen als een uiting van solidariteit met hun opstanden. De enorme omvang van de opstanden in de 'Arabische' wereld en daarbuiten is een demonstratie van de materiële werkelijkheid van het internationalisme, maar patriottische ideologie is zeer soepel en in deze gebeurtenissen zien we hoe het een meer populaire en democratische vorm kan aannemen;
  • illusies in de religie, met het veelvuldige gebruik van het openbare gebed en het gebruik van de moskee als een centrum voor het organiseren van rebellie. In Libië, zijn er aanwijzingen dat meer in het bijzonder islamitische groeperingen (meer van eigen bodem dan gekoppeld aan Al Qaida zoals Kadhafi beweert) een belangrijke rol speelden in de opstand vanaf het begin. Dit, samen met de rol van tribale loyaliteiten, is een weerspiegeling van de relatieve zwakte van de Libische arbeidersklasse en de achterstand van het land en zijn staatsstructuren. Echter, gezien het etiket dat het radicale islamisme à la Bin Laden zich heeft opgeplakt als hét antwoord op de ellende van de massa's in de 'moslimlanden', hebben de opstanden in Tunesië en Egypte, en zelfs in Libië en de Golfstaten, zoals Jemen en Bahrein aangetoond dat de jihad- groeperingen, met hun praktijk van kleine terroristische cellen en hun schadelijke sektarische ideologieën, bijna volledig gemarginaliseerd zijn door het massale karakter van de bewegingen en hun oprechte inspanningen om sektarische verdeeldheid te overwinnen.

De tragedie in Libië ...

7. De huidige situatie in Noord-Afrika en het Nabije en Midden-Oosten is nog steeds in voortdurende beweging. Terwijl we dit schrijven verwacht men protesten in Riyad, hoewel het Saoedische regime al heeft verordend dat alle demonstraties in strijd zijn met de sharia (religieuze voorschriften). In Egypte en Tunesië, waar de 'revolutie' zogenaamd al heeft gezegevierd, zijn er voortdurend botsingen tussen demonstranten en de nu 'democratische' staat, die gedomineerd wordt door min of meer dezelfde krachten die de show stalen voordat de 'dictators' vertrokken. De stakingsgolf in Egypte, die al snel veel van haar eisen zag ingewilligd, lijkt te zijn geweken. Maar noch de strijd van de arbeiders noch de bredere sociale beweging hebben in die landen een terugslag ondervonden, en er zijn tekenen dat er een brede discussie en overdenking plaatsvindt, zeker in Egypte. De gebeurtenissen in Libië echter hebben een heel andere wending gekregen. Wat blijkbaar begon als een echte sociale revolte van onderaf met ongewapende burgers, die dapper militaire kazernes bestormden en het hoofdkwartier van de zogenaamde ‘populaire commissies’ in brand staken, vooral in het oosten van het land, is heel snel ontaard in een zeer bloedige ‘burgeroorlog’ tussen allerlei burgerlijke fracties. De imperialistische machten zweven als aasgieren boven de slachtpartijen. Vanuit een marxistisch oogpunt is dit een voorbeeld van de omvorming van een beginnende burgeroorlog - in de ware betekenis van een rechtstreekse en gewelddadige confrontatie tussen de klassen - in een imperialistische oorlog. Het historische voorbeeld van Spanje - ondanks aanzienlijke verschillen in de globale machtsverhoudingen tussen de klassen en het feit dat het begin van de opstand tegen de staatsgreep van Franco een onmiskenbaar proletarisch karakter had - laat zien hoe de nationale en internationale bourgeoisie inderdaad kunnen ingrijpen in dergelijke situaties, door tegelijkertijd hun nationale en imperialistische rivaliteiten na te streven en door elke mogelijkheid tot sociale opstand te verpletteren.

8. De achtergrond van deze gang van zaken in Libië is de extreme achterstand van het Libische kapitalisme, dat al meer dan 40 jaar geregeerd wordt door de Kadhaffi kliek voornamelijk door middel van een terreurapparaat dat rechtstreeks onder zijn bevel staat. Deze structuur heeft gemaakt dat het leger geen ontwikkeling heeft doorgemaakt als een kracht die in staat is om het nationale belang boven het belang van een bepaalde leider of factie te stellen, zoals we zagen in Tunesië en Egypte. Tegelijkertijd wordt het land verscheurd door de regionale en tribale verdeeldheid en deze hebben een belangrijke rol gespeeld bij het bepalen van steun of verzet tegen Kadhafi. Een 'nationale' vorm van islamisme lijkt ook een factor geweest in de opstand vanaf het begin, hoewel de opstand oorspronkelijk een meer algemeen en sociaal had eerder dan louter tribaal of islamitisch. De belangrijkste industrie in Libië is olie en de onrust heeft zeer ernstige gevolgen voor de olieprijzen op de wereldmarkt. Maar een groot deel van de beroepsbevolking werkzaam in de olie-industrie zijn immigranten uit Europa, de rest van het Midden-Oosten, Azië en Afrika, en hoewel er vroege meldingen waren van stakingen in deze sector, is de massale uittocht van 'buitenlandse' werknemers een duidelijk teken dat ze zich weinig kunnen terugvinden in een 'revolutie' die enkel zwaait met de nationale vlag. Er zijn meldingen geweest van vervolging van zwarte arbeiders door de 'rebelse' strijdkrachten, want er werden op grote schaal geruchten verspreid dat sommige van de huurlingen die door het regime waren ingehuurd om de protesten te verpletteren, gerekruteerd waren in staten van het zwarte deel van Afrika, waardoor het wantrouwen werd uitgebreid naar verdenking van alle zwarte immigranten. De zwakte van de arbeidersklasse in Libië is daarom een cruciaal element in de negatieve ontwikkeling van de situatie daar.

Imperialistische aasgieren in Noord-Afrika ...

9. Duidelijke aanwijzingen dat de 'rebellie' is uitgegroeid tot een oorlog tussen burgerlijke kampen is het haastige vertrek van talrijke hoge ambtenaren van het Kadhaffi-regime (met inbegrip van buitenlandse ambassadeurs, leger- en politie-officieren en ambtenaren). De militaire commandanten treden in de 'regularisatie' van de anti-Kadhafi strijdkrachten in het bijzonder op voorgrond. Maar misschien wel het meest opvallende teken van deze verandering is de beslissing van het merendeel van de 'internationale gemeenschap' om de kant te kiezen van de 'rebellen'. De overgangsregering ‘De Nationale Raad’, gevestigd in Benghazi, is reeds erkend door Frankrijk als de stem van het nieuwe Libië. En een militaire interventie, zij het kleinschalig, heeft al plaatsgevonden in de vorm van het sturen van 'adviseurs' als steun aan de anti-Kadhafi krachten. Nadat ze al diplomatiek tussenbeide waren gekomen om het vertrek van Ben Ali en Moebarak te versnellen, werden de VS, Groot-Brittannië en anderen, door het wankelen van het regime van Kadhafi, al heel snel aangemoedigd: William Hague, bijvoorbeeld, maakte voortijdig bekend dat Kadhafi op weg was naar Venezuela. Toen Kadhaffi's troepen opnieuw de overhand begonnen te krijgen, klonk de roep luider tot het opleggen van een no-fly zone of een directe militaire interventie met behulp van andere middelen. Op ditzelfde moment echter, lijkt er diepe verdeeldheid te bestaan binnen de EU en de NAVO, met Groot-Brittannië en Frankrijk als degene die het sterkst voor militaire actie zijn en de VS en Duitsland als de meeste terughoudende op dat vlak. De Obamaregering is in principe natuurlijk niet gekant tegen een militaire interventie, maar ze wil niet het risico lopen weer betrokken te worden in een andere militaire puinhoop in de Arabische wereld.

Mogelijk dat sommige delen van de wereldbourgeoisie zich afvragen of Kadhafi’s 'gezondmakingsaanpak' met massaterreur een manier is om verdere onrust in de hele regio te ontmoedigen. Eén ding is echter zeker: de Libische gebeurtenissen, en zelfs de hele ontwikkeling van de situatie in de regio, hebben de groteske hypocrisie van de wereldbourgeoisie ontmaskerd. Na jaren Kadhaffi's Libië verguisd te hebben, als een broeinest van internationaal terrorisme (wat het ook was, natuurlijk), waren de leiders van landen als de VS en Groot-Brittannië, die de grootste moeite hadden om hun standpunt over de vermeende massavernietigingswapens van Saddam Hoessein te rechtvaardigen, ontzettend blij met de schijnbare recente ommekeer van Kadhaffi en zijn besluit om in 2006 zijn eigen massavernietigingswapens overboord te gooien. In het bijzonder Tony Blair had erg veel haast om de 'gekke terroristische leider' van gisteren te verwelkomen. Slechts een paar jaar later, is Kadhafi weer een idiote terroristische leider en degenen, die hem steunden, moeten nu niet minder haastig manoeuvreren om opnieuw afstand van hem te nemen. En dit is slechts één versie van hetzelfde verhaal: bijna alle recente of huidige 'Arabische dictators' hebben genoten van de loyale steun van de VS en andere machten, die tot nu toe zeer weinig interesse hebben getoond voor de 'democratische aspiraties' van de mensen in Tunesië, Egypte, Bahrein of Saoedi-Arabië. Het uitbreken van de straatprotesten, uitgelokt door prijsstijgingen en tekorten aan de eerste levensbehoeften, en in sommige gevallen gewelddadig onderdrukt, tegen de VS opgelegde regering van Irak inbegrepen, en eveneens tegen de de huidige heersers van Iraaks Koerdistan, leggen de loze, hypocriete beloftes, gedaan door het 'democratische Westen', verder bloot.

Gaat de democratie een nieuwe opleving doormaken? Over de perspectieven ...

10. Bepaalde internationalistische anarchisten in Kroatië (ten minste vóór ze begonnen deel te nemen aan de protesten die aan de gang zijn in Zagreb en elders) kwamen tussenbeide op libcom.org met het argument dat de gebeurtenissen in de Arabische wereld een soort van herhaling waren van de gebeurtenissen in Oost-Europa in 1989, waarin alle aspiraties voor verandering op een zijspoor gemanoeuvreerd richting 'democratie', en dat leverde helemaal niets op voor de arbeidersklasse. Een zeer legitieme bezorgdheid, gezien de duidelijke kracht van de democratische misleidingen binnen deze nieuwe beweging. Maar ze missen het essentiële verschil tussen de twee historische momenten, vooral op vlak van de verhouding in klassekrachten op wereldschaal. Op het moment van de ineenstorting van het Oostblok in 1989 had de arbeidersklasse in het westen de grenzen bereikt van een reeks van strijdmomenten, die hen niet in staat had gesteld het politieke niveau voldoende te ontwikkelen. De ineenstorting van het Oostblok, met de bijbehorende campagnes over de dood van het communisme en het einde van de klassenstrijd, en het onvermogen van de arbeidersklasse van het Oosten om te reageren op haar eigen klasseterrein, dompelde de arbeidersklasse internationaal onder in een lange periode van terugval. Alhoewel de stalinistische regimes in werkelijkheid tegelijkertijd slachtoffers waren van de wereldwijde economische crisis, was dit toentertijd verre van duidelijk en de westerse economieën beschikten nog over voldoende speelruimte om de indruk te wekken dat een nieuwe heldere dageraad voor het wereldkapitalisme aanbrak.

De huidige situatie ziet er geheel anders uit. Het werkelijk wereldwijde karakter van de kapitalistische crisis is nog nooit zo duidelijk geweest, waardoor het veel gemakkelijker is voor proletariërs overal ter wereld te begrijpen dat ze, in essentie, allemaal geconfronteerd worden met dezelfde problemen: werkloosheid, stijgende prijzen, het gebrek aan een toekomst binnen dit systeem. En de afgelopen zeven of acht jaren hebben wij een langzame maar echte opleving gezien van arbeidersstrijd in de hele wereld, strijdbewegingen die meestal geleid werden door een nieuwe generatie van proletariërs, die minder getekend is door de tegenslagen van de jaren 1980 en 1990, en die opnieuw op wereldschaal een groeiende minderheid van gepolitiseerde elementen voortbrengt. Gelet op deze grote verschillen, is er een reële mogelijkheid dat de gebeurtenissen in de Arabische wereld, verre van een negatief effect te sorteren op de klassenstrijd in de centrale landen, de toekomstige ontwikkeling in het algemeen zal bevorderen:

  • door de kracht van de massale en illegale actie op straat nogmaals te onderstrepen, en haar vermogen om de kalmte van de aardse heersers uit evenwicht te brengen;
  • door de ontkrachting van de burgerlijke propaganda over 'de Arabieren' als een uniforme massa van onnadenkende fanatici en laten zien dat de massa's in deze regio’s de capaciteit hebben om te discussiëren, na te denken en zichzelf te organiseren;
  • door een verdere ondermijning van de geloofwaardigheid van de leiders van de centrale landen, waarvan de corruptie en het gebrek aan scrupules werd benadrukt door hun onverwachte wendingen tegenover de Arabische wereld.

Deze en andere elementen zullen in eerste instantie veel duidelijker worden bij de gepolitiseerde minderheid dan bij de meerderheid van de werknemers in de centrale landen, maar op lange termijn zullen zij bijdragen tot de echte éénwording van de klassenstrijd over de nationale en continentale grenzen heen. Niets van dit alles, echter, vermindert de verantwoordelijkheid van de arbeidersklasse in de ontwikkelde landen, die jarenlang ervaring hebben opgedaan met de 'geneugten' van de 'democratie' en de 'onafhankelijke vakbeweging', waarvan de historische politieke tradities diep, zo niet op grote schaal, verankerd zijn, en die geconcentreerd zijn in het hart van het imperialistische wereldsysteem. Het vermogen van de arbeidersklasse in Noord-Afrika en het Nabije- en Midden-Oosten, om te breken met de democratische illusies en een eigen weg te bieden aan de onterfde massa van de bevolking, wordt nog steeds fundamenteel bepaald door het vermogen van de arbeidersklasse in de centrale landen om hen te voorzien van een duidelijk voorbeeld van zelf-georganiseerde en gepolitiseerde proletarische strijd.

IKS, 11 maart 2011