Kommunistische linkerzijde en internationalistisch anarchisme (deel II) Over hoe de moeilijkheden in de discussie te overwinnen

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

In het eerste deel van deze nieuwe artikelenreeks hebben we geprobeerd aan te tonen op welke fundamentele punten de internationalistische anarchisten en de Kommunistische Linkerzijde elkaar naderen. Zonder te ontkennen dat er belangrijke meningsverschillen bestaan, vormt voor de IKS een essentieel aspect in ieder geval de vastberaden verdediging van de autonomie van de arbeidersklasse door te weigeren:

“steun te verlenen, op welke wijze dan ook (zelfs 'kritisch', 'tactisch’ of in naam van 'het minste kwaad'...) aan enige fractie van de bourgeoisie. In het eerste deel van deze nieuwe artikelenreeks hebben we geprobeerd aan te tonen op welke fundamentele punten de internationalistische anarchisten en de Kommunistische Linkerzijde elkaar naderen. Zonder te ontkennen dat er belangrijke meningsverschillen bestaan, vormt voor de IKS een essentieel aspect in ieder geval de vastberaden verdediging van de autonomie van de arbeidersklasse door te weigeren: “steun te verlenen, op welke wijze dan ook (zelfs 'kritisch', 'tactisch’ of in naam van 'het minste kwaad'...) aan enige fractie van de bourgeoisie. Geen steun verlenen aan de 'democratische' machthebbers tegen de 'fascistische'; noch aan links tegen rechts, noch aan de Palestijnse bourgeoisie tegen de Israëlische bourgeoisie; enzovoort.” (1)

Meer concreet gaat het erom:

1) iedere electorale steun, iedere samenwerking te weigeren met de partijen die het kapitalistisch systeem beheren of die een of andere vorm ervan verdedigen (Sociaal-Democratie, Stalinisme, 'Chavisme', enzovoort);

2) In iedere oorlog vast te houden aan een onverzoenlijk internationalisme, door te weigeren tussen het ene of het andere imperialistische kamp te kiezen.

Allen die in theorie en praktijk deze twee essentiële standpunten verdedigen, moeten zich bewust zijn van het feit dat ze tot hetzelfde kamp behoren, dat van de arbeidersklasse, dat van de revolutie.
Binnen dat kamp bestaan er noodzakelijkerwijs meningsverschillen, verschillen in opvattingen tussen individuen, groepen en tendensen.

Door op internationaal vlak, openlijk en broederlijk, maar ook vastberaden en zonder misplaatste toegevingen te debatteren, zullen de revolutionairen erin slagen beter deel te nemen aan de algemene ontwikkeling van het proletarisch bewustzijn. Maar om dat te kunnen, moeten ze begrijpen wat de oorsprong is van de moeilijkheden die een dergelijk debat, momenteel ook nog, verhinderen.

Die moeilijkheden zijn het resultaat van de geschiedenis. De revolutionaire golf, die in 1917 in Rusland en in 1918 in Duitsland een einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog, werd overwonnen door de bourgeoisie. Wat hierop volgde was een verschrikkelijke contrarevolutie die losgelaten werd op de arbeidersklasse in alle landen. De meest verschrikkelijke manifestaties daarvan waren het Stalinisme en het Nazisme, juist in die twee landen waar het proletariaat in de voorhoede van de revolutie had gestaan.

Door de anarchisten werd de invoering van een schrikwekkende politiedictatuur over het land van de Oktoberrevolutie van 1917, door een partij die zich beriep op het 'Marxisme', beschouwd als een bevestiging van de kritiek die zij al lange tijd geuit had op de marxistische opvattingen. Deze opvattingen werd 'autoritarisme' en 'centralisme' verweten, dat ze meteen na het begin van de revolutie, niet had opgeroepen tot de onmiddellijke afschaffing van de staat, en het feit dat ze het beginsel van Vrijheid niet als hoogste goed had aangemerkt.

Aan het einde van de 19e eeuw werd de overwinning van het reformisme en de 'parlementaire stompzinnigheid' binnen de socialistische partijen door de anarchisten al beschouwd als een bewijs voor de juistheid van hun afwijzing van elke deelname aan verkiezingen.  Ongeveer hetzelfde gebeurde na bij de overwinning van het Stalinisme. Voor de anarchisten was het regime niets anders dan de logische consequentie van het 'aangeboren autoritarisme' van het Marxisme. In het bijzonder wat betreft de 'continuïteit' tussen de politiek van Lenin en die van Stalin want, al met al, de politieke politie en de terreur kwamen tot ontwikkeling toen de eerste nog leefde en zelfs kort na het begin van de revolutie

Natuurlijk is één van de argumenten, die aangehaald wordt om deze 'continuïteit' te illustreren, het feit dat vanaf het voorjaar van 1918 bepaalde groepen anarchisten in Rusland door het regime onderdrukt werden, dat hun pers gemuilkorfd werd. Maar het ‘beslissende’ argument is de bloedige onderdrukking van de opstand van Kronstadt in maart 1921 door de bolsjewistische macht, met Lenin en Trotski aan het hoofd. De episode van Kronstadt is uiteraard van grote betekenis, omdat de matrozen en arbeiders van deze marinebasis in Oktober 1917 een van de voorhoedes waren van de opstand, die de burgerlijke regering omverwierp en het mogelijk maakte dat de Sovjets (de raden van arbeiders en soldaten) de macht grepen. En juist deze, de meest bewuste arbeiders en matrozen van de revolutie, kwamen in 1921 in opstand met als ordewoord 'Macht aan de Sovjets, zonder de partijen'.

De Kommunistische Linkerzijde ten opzichte van de Russische ervaring

Binnen de Kommunistische Linkerzijde bestaat er tussen de verschillende tendensen een consensus over, uiteraard, wezenlijke punten:

  • De erkenning van de contrarevolutionaire en burgerlijke aard van het Stalinisme;
  • De afwijzing van elke ‘verdediging van het arbeidersbolwerk', dat de USSR geweest zou zijn en in het bijzonder de afwijzing van elke deelname aan Tweede Wereldoorlog in naam van haar verdediging (of welk ander voorwendsel dan ook);
  • De karakterisering van het economisch en sociaal systeem van de USSR als een bijzondere vorm van kapitalisme, een staatskapitalisme in een van zijn meest extreme vormen.

Op deze drie doorslaggevende punten is er overeenstemming tussen de Kommunistische Linkerzijde enerzijds en de internationalistische anarchisten anderzijds maar een totale tegenstelling tussen hen en de Trotskisten, die de Stalinistische staat als een 'ontaarde arbeidersstaat' beschouwen, en de 'kommunistische' partijen als 'arbeiderspartijen' en die voor het overgrote deel deelgenomen hebben in de Tweede Wereldoorlog (met name in de rijen van het Verzet).

Daarentegen bestaan er binnen de Kommunistische Linkerzijde zelf aanzienlijke verschillen van inzicht in het proces dat de Oktoberrevolutie van 1917 heeft doen uitmonden in het Stalinisme.

Zo beschouwt de stroming van de Hollandse Linkerzijde (de 'radenkommunisten' of 'radenisten') de Oktoberrevolutie als een burgerlijke revolutie, die ten doel het feodale tsaristische regime te vervangen door een burgerlijke staat die beter was aangepast aan de ontwikkeling van een moderne kapitalistische economie. De Bolsjewistische Partij, die aan het hoofd stond van deze revolutie, wordt zelf beschouwd als een burgerlijke partij van een bijzonder soort, belast met het invoeren van het staatskapitalisme, ook al waren de militanten en de leiders ervan zich daar zelf niet werkelijk van bewust. Voor de 'radenisten' bestaat er dus zeker een continuïteit tussen Lenin en Stalin. De laatste was dan in bepaald opzicht de 'executeur-testamentair' van de eerste. In die zin bestaat er een punt van overeenstemming tussen anarchisten en ‘radenisten’, maar hebben deze laatsten hun referentie aan het marxisme tot zover niet overboord gezet.

De andere grote tendens binnen de Kommunistische Linkerzijde, die zich verbindt aan de Kommunistische Linkerzijde van Italië, stelt dat de Oktoberrevolutie en de Bolsjewistische Partij proletarisch van aard waren. (2) Het kader waarin deze tendens hun begrip van de overwinning van het Stalinisme plaatsen is dat van het isolement van de revolutie in Rusland, als gevolg van de nederlaag van de revolutionaire strijd in de andere landen, in de eerste plaats in Duitsland. Zelfs al voor de Oktoberrevolutie stelde de gehele arbeidersbeweging, en de anarchisten vormden hierop geen uitzondering, dat als de revolutie zich niet op wereldschaal zou uitbreiden, zij overwonnen zou worden. Het fundamentele historische feit dat geïllustreerd werd door het tragische lot van de Russische Revolutie is dat de nederlaag ‘niet van buitenaf kwam’ (de door de wereldbourgeoisie gesteunde witte legers werden zelfs verslagen), maar 'van binnen uit'. De arbeidersklasse verloor de macht en met name elke controle over de staat, die meteen na de revolutie ontstaan was, evenals door de ontaarding en het verraad van de Partij, die de revolutie geleid had, als gevolg van haar inlijving in deze staat.

In dat kader delen de verschillende groepen, die zich beroepen op de Italiaanse Linkerzijde, niet allen dezelfde analyses met betrekking de politiek van de Bolsjewiki zoals is gevoerd in de loop van de eerste jaren van de revolutie. Van de 'bordigisten' mag er geen kritiek geuit worden op het machtsmonopolie van de Bolsjewistische Partij, ook niet op de invoering van een vorm van monolithische in die partij, op het gebruik van terreur en zelfs niet op de bloedige onderdrukking van de opstand van Kronstadt. Integendeel, ook vandaag nog zijn zij deze mening toegedaan. Omdat de stroming van de Italiaanse Linkerzijde op wereldvlak vooral gekend werd door het 'Bordigisme', heeft dit bij de anarchisten gediend als een schrikbeeld voor de ideeën de Kommunistische Linkerzijde

Maar de Italiaanse Linkerzijde beperkt zich niet tot het ‘Bordigisme’. De LinkserFractie van de Kommunistische Partij van Italië (die later de Italiaanse Fractie van de Kommunistische Linkerzijde werd) heeft in de jaren 1930 een heel werk gemaakt van het opmaken van de balans van de Russische ervaring. (‘Bilan’ was trouwens de naam van haar revue in het Frans). Tussen 1945 en 1952 werd dit werk voortgezet door de Kommunistische Linkerzijde van Frankrijk (die ‘Internationalisme’ publiceerde). Deze stroming, die in 1975 de IKS zou oprichten, heeft die fakkel in 1964 al in Venezuela opgenomen en 1968 in Frankrijk.

Deze stroming (en gedeeltelijk ook die stroming die verbonden is aan de Partito Comunista Internazionalista in Italië) beschouwt het als een noodzaak bepaalde aspecten van de politiek van de Bolsjewiki meteen na de revolutie te bekritiseren. Met name veel aspecten, die door de anarchisten aangeklaagd worden, de machtsgreep door de partij, de terreur, en met name de onderdrukking van Kronstadt, worden door onze organisatie (in navolging Bilan et van de GCF) beschouwd als fouten die door de Bolsjewiki begaan werden. Deze kunnen zonder twijfel bekritiseerd worden binnen het kader van het marxisme en zelfs aan de hand van de opvattingen van Lenin, met name die neergelegd zijn in zijn werk ”Staat en Revolutie”, geschreven in 1917. Deze fouten kunnen verklaard worden door talrijke omstandigheden, die we hier niet kunnen ontwikkelen, maar die deel uitmaken van het algemene debat tussen de Kommunistische Linkerzijde en de internationalistische anarchisten. Late we eenvoudigweg stellen dat de voornaamste reden is dat de Russische revolutie de eerste (en tot op vandaag de enige) historische ervaring vormde van een tijdelijk zegevierende proletarische revolutie. Maar het is taak van de revolutionairen de lessen te trekken uit deze ervaring, zoals dat vanaf de jaren 1930 gedaan werd door Bilan voor wie “de diepgaande kennis van de oorzaak van de nederlaag” een noodzakelijkheid was van de eerste orde.

“Deze kennis kan noch een geen enkel verbod en geen enkele censuur verdragen. De balans opmaken van de gebeurtenissen van na de oorlog, betekent de voorwaarden creëren voor de zege van het proletariaat in alle landen.” (Bilan nr.1, november 1933)

De anarchisten en de Kommunistische Linkerzijde

Periodes van contrarevolutie zijn allesbehalve gunstig voor de eenheid, of zelfs maar voor de samenwerking tussen revolutionaire krachten. De verwarring en de versnippering, die het geheel van de arbeidersklasse treffen, hebben tenslotte ook hun uitwerking op de gelederen van haar meest bewuste elementen. Net zoals het onderlinge debat tussen de groepen, die met het Stalinisme gebroken hadden maar zich toch beriepen op de Oktoberrevolutie, vanaf de jaren 1920 en heel de jaren 1930 niet gemakkelijk was, zo was ook het ook het debat tussen anarchisten en de Kommunistische Linkerzijde was de hele periode van contrarevolutie bijzonder moeilijk.

Zoals we hierboven al hebben kunnen lezen maakte het gegeven, dat iedere kritiek op de marxisten over het lot van de Russische Revolutie de indruk wekte alsof je water naar de zee droeg, dat de overheersende houding binnen de anarchistische beweging erin bestond elke discussie uit de weg te gaan met de ‘per definitie autoritaire’ marxisten van de Kommunistische Linkerzijde. En dat des temeer omdat deze beweging in de jaren 1930 een veel grotere faam genoot dan de enkele kleine groepjes van de Kommunistische Linkerzijde, vooral door hun plaats die de anarchisten innamen op het voorste plan in een land als Spanje, waar zich in die periode een historische gebeurtenis van doorslaggevend belang afspeelde.

Aan de andere kant, het feit dat de anarchistische beweging de gebeurtenissen in Spanje bijna unaniem beschouwde als een soort bevestiging van de geldigheid van haar opvattingen, terwijl de Kommunistische Linkerzijde er vooral een bewijs van het failliet van die opvattingen in zag heeft lange tijd een hindernis gevormd voor samenwerking met de anarchisten. We moeten er nochtans aan herinneren dat Bilan weigerde alle anarchisten over één kam te scheren. Toen de Italiaanse anarchist Camillo Berneri in mei 1937 door het Stalinisme vermoord werd, heeft deze revue een ‘in memoriam’ gepubliceerd voor iemand die een kritiek zonder enige concessies had geleverd op de politiek, zoals die door de leiding van de CNT gevoerd werd.

Van nog meer betekenis is het feit dat in 1947 een Conferentie gehouden werd, die de Italiaanse Kommunistische Linkerzijde (de groep van Turijn), de Kommunistische Linkerzijde van Frankrijk, de Hollandse Linkerzijde en... een aantal Internationalistische Anarchisten samenbracht! Eén van de anarchisten zat de Conferentie zelfs voor. Dat laat zien dat, zelfs tijdens de contrarevolutie, sommige militanten van de Kommunistische Linkerzijde en van het internationalistisch anarchisme, gedreven door de ware geest van openheid, de wil tot discussie en een vermogen om de fundamentele criteria te herkennen die de revolutionairen over hun meningsverschillen heen verenigen! (3)
Die kameraden van 1947 geven ons daarmee een les en hoop voor de toekomst.

Het spreekt voor zich dat de wreedheden, die het Stalinisme uit naam van het zich toegeëigende Marxisme en kommunisme begaan heeft, ook vandaag nog een last vormen. Ze vormen een emotionele muur die het serieuze debat en de loyale samenwerking nog steeds zwaar belemmert.“De traditie van alle dode [vermoorde - nvdr] geslachten weegt als een zware last op de hersenen van de levenden.” (K. Marx:

De 18e Brumaire van Louis Bonaparte) Deze muur die ons hindert, kan niet van de ene op de andere dag afgebroken worden. Toch begint hij barsten te vertonen. We moeten het debat onderhouden dat, stapje voor stapje, onder onze ogen op gang komt. We moeten ons, gedreven door een broederlijke inzet, inspannen en steeds voor ogen houden dat wij allen proberen, op serieuze wijze, te ijveren voor de komst van het kommunisme, van een maatschappij zonder klassen n

IKS / augustus 2010

 

Voetnoten

(1) Kommunistische Linkerzijde en het internationalistisch anarchisme (deel I): Wij moeten discussiëren en samenwerken.

(2) Voor Lenin: “In West-Europa is het revolutionair syndicalisme in verschillende landen ontstaan als het rechtstreekse en onvermijdelijke resultaat van het opportunisme, het reformisme, de parlementaire stompzinnigheid.” (Voorwoord bij de brochure van Voïnov (Lunatcharski) over de houding van de partij tegenover de vakbonden (1907) (Œuvres T.13, p.175). Het anarchisme dat al ruim voor het revolutionair syndicalisme bestond, maar er dichtbij staat, heeft eveneens geprofiteerd van deze evolutie in de socialistische partijen.
We moeten opmerken dat er in Rusland zelf verschillende groepen bestonden, die uit de Bolsjewistische Partij voortkwamen en die dezelfde analyses verdedigden. Zie hierover onze brochure “The Russian Communist Left”.

(3) In feite was het debat, de samenwerking en het wederzijds respect tussen internationalistische anarchisten en kommunisten toentertijd niet iets nieuws.
Uit verschillende voorbeelden kunnen we bijvoorbeeld de Amerikaanse anarchiste Emma Goldman citeren die in haar autobiografie (gepubliceerd in 1931, tien jaar na Kronstadt) schreef:
“... het bolsjewisme was een maatschappijopvatting die gedragen werd door de briljante geest van mensen gedreven door de ijver en de moed van martelaren. (...) Het was van het grootste belang dat de anarchisten en de andere revolutionairen resoluut de verdediging van deze belasterde mensen en van hun zaak op zich namen tijdens de gebeurtenissen die in Rusland voortsnelden.” (Living My Life)
Een andere zeer bekende anarchist, Victor Serge, laat in een artikel opgesteld in augustus 1920, “De anarchisten en de ervaring van de Russische revolutie”, een overeenkomstig geluid horen, en terwijl hij zich blijft beroepen op het anarchisme en hij bepaalde aspecten van de politiek van de Bolsjewistische Partij blijft bekritiseren, gaat hij toch door zijn steun aan die partij te geven.Anderzijds hebben de Bolsjewiki een afvaardiging van de anarcho-syndicalistische Spaanse CNT uitgenodigd op het IIe congres van de Kommunistische Internationale. Ze hebben echt kameraadschappelijke broederlijke discussies met haar kunnen voeren en hebben de CNT uitgenodigd zich aan te sluiten bij de Internationale