Kommunistische linkerzijde en internationalistisch anarchisme (deel III) Welke geest moet het debat animeren?

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

Deze reeks artikelen heeft tot doel aan te tonen dat de leden van het Linkskommunisme en de internationalistische anarchisten de plicht hebben om het debat aan te gaan en zelfs om samen te werken. De reden hiervan is eenvoudig. Buiten onze meningsverschillen, die soms belangrijk zijn, delen wij wezenlijke revolutionaire standpunten: het internationalisme, de afwijzing van elke samenwerking en van elk compromis met burgerlijke politieke krachten, de verdediging van het beginsel dat ' de arbeiders de strijd zelf in eigen hand moeten nemen’... (1)

Ondanks deze overduidelijke overeenkomsten, bestaan er bijna geen betrekkingen tussen deze twee revolutionaire stromingen. Pas de laatste jaren zien we dat er een schuchter begin gemaakt wordt met een debat en een vorm van samenwerking. Een en ander is het gevolg van pijnlijke gebeurtenissen in de geschiedenis van de arbeidersbeweging. De houding van de meerderheid van de Bolsjewistische Partij in de jaren 1918-1924 (het verbod zonder onderscheid van iedere anarchistische publicatie, de botsing met het leger van Machhno, het bloedig neerslaan van de opstandige matrozen van Kronstadt...) heeft een kloof geslagen tussen de revolutionaire marxisten en de anarchisten. Maar vooral de afslachting van duizenden anarchisten (2) in naam van 'kommunisme', heeft tientallen jaren lang een waar trauma veroorzaakt. (3)

Ook vandaag nog bestaat er van beide zijden een bepaalde vrees tot debat en samenwerking. Om deze moeilijkheden te overstijgen, moeten we ervan overtuigd raken dat we, ondanks de meningsverschillen, wel degelijk behoren tot hetzelfde kamp: dat van de revolutie en van het proletariaat. Maar dat alleen volstaat niet. Wij moeten ook een bewuste inspanning doen om de kwaliteit van onze debatten qua cultuur te verbeteren. 'De overgang van het abstracte naar het concrete' blijkt altijd de meest hachelijke fase te zijn. Daarom wil de IKS, via dit artikel, nauwkeurig aangeven vanuit welke geest ze de mogelijke en noodzakelijke verhouding tussen de Linkskommunisme en het internationalistisch anarchisme wil benaderen.

Constructieve kritiek tussen revolutionairen is een absolute noodzaak

Onze pers heeft herhaaldelijk en op verschillende manieren onderstreept dat het anarchisme van oorsprong gekenmerkt wordt door de kleinburgerlijke ideologie. Deze radicale kritiek wordt door de anarchistische militanten dikwijls als onaanvaardbaar beschouwd, diegenen die gewoonlijk het meest openstaan voor discussie inbegrepen. En vandaag is deze kwalificering van 'kleinburgerlijk', als die aan het begrip 'anarchisme' toegevoegd wordt, voor sommigen genoeg om niets meer van de IKS te willen horen. Onlangs heeft een deelnemer, die zich beroept op het anarchisme, op ons Internet-forum, laten weten deze kritiek een werkelijke 'scheldwoord' te vinden. Dat is echter niet onze visie.

Hoe diepgaand onze wederzijdse meningsverschillen ook mogen zijn, toch mogen ze ons niet uit het oog doen verliezen dat het debat tussen de militanten van het Linkskommunisme en die van het internationalistisch anarchisme er één is onder revolutionairen. Internationalistische anarchisten uiten trouwens zelf ook talrijke kritieken op het marxisme, te beginnen met de zogenaamde natuurlijke neigingen tot autoritarisme en reformisme, die ze aan de marxisten toeschrijven. De site van de CNT-AIT in Frankrijk bijvoorbeeld bevat veelvuldige passages in de stijl van:

“De marxisten werden [vanaf 1871] steeds meer diegenen die de uitgebuiten in slaap wiegden en aan de wieg stonden van het arbeidersreformisme” (4). 

“Het marxisme is verantwoordelijk voor de oriëntering van de arbeidersklasse naar de parlementaire actie [...] . Alleen als men dat begrepen zal hebben, alleen door de duidelijke overstijging van het marxisme, zal men inzien dat de weg van de sociale bevrijding ons leidt naar het gelukzalige terrein van het anarchisme.” (5).

Hier gaat het niet om 'scheldpartijen' maar om radicale kritieken ... waar wij het natuurlijk totaal niet mee eens zijn! In dezelfde zin van een openlijke kritiek moet ook onze analyse van de aard van het anarchisme begrepen worden. Deze analyse is bovendien belangrijk genoeg om even in herinnering gebracht te worden. In een hoofdstuk met als titel,

De kleinburgerlijke kern van het anarchisme, schreven wij in 1994: “De ontwikkeling van het anarchisme in de tweede helft van de 19e eeuw was het product van het verzet van kleinburgerlijke lagen (ambachtslui, handelaars, kleine boeren) tegen de zegetocht van het kapitalisme, een verzet tegen de proces van proletarisering, dat hen beroofde van hun sociale 'onafhankelijkheid' uit het verleden. Sterker in de die landen waar het industriekapitaal laat tot ontwikkeling kwam, aan de oostelijke en zuidelijke rand van Europa, was het zowel de uitdrukking van de rebellie van deze lagen tegen het kapitalisme en als hun onbekwaamheid om verder te kijken dan dat, naar een kommunistische toekomst. Daarentegen verwoordde het hun verlangen naar een terugkeer naar het half-mythische verleden van totaal vrije gemeenschappen en van strikt onafhankelijke producenten, ontdaan van de verdrukking van het industriekapitaal en de gecentraliseerde burgerlijke staat. De 'vader' van het anarchisme, Pierre-Joseph Proudhon, was de klassieke belichaming van deze houding: met zijn woeste haat, niet alleen tegen de staat en de grote kapitalisten, maar ook tegen iedere vorm van collectivisme, vakbonden, stakingen en gelijkaardige uitingen van de collectiviteit van de arbeidersklasse inbegrepen. Tegenover al deze fundamentele tendensen, die zich in de kapitalistische maatschappij ontwikkelden, stelde Proudhon een 'mutualistische'  maatschappij, gegrondvest op de individuele ambachtelijke productie, verbonden door de vrije handel en het vrije krediet.” (6)

En ook nog in 'Anarchisme en Kommunisme', daterend uit 2001, schreven wij: “In de ontstaansgeschiedenis van het anarchisme komt het gezichtspunt naar voren van de pas geproletariseerde arbeider, die zich met al zijn vezels verzet tegen deze proletarisering. Zojuist voortgekomen uit de boerenstand of het ambacht, dikwijls nog half-arbeider en half-ambachtsman (zoals de uurwerkmakers in de Zwitserse Jura bijvoorbeeld), brengen deze arbeiders hun leedwezen over het verleden tot uitdrukking tegenover het drama dat de neergang in de leefomstandigheden van de arbeidersklasse voor hen vormde. Hun sociale streven bestond erin het rad van de geschiedenis terug te draaien. In de kern van hun opvattingen bevindt zich het verlangen naar het kleine eigendom. Daarom analyseren wij het anarchisme, in navolging van Marx, als een uitdrukking van het binnendringen van de kleinburgerlijke ideologie in het proletariaat.” (7)

Anders gezegd erkennen wij dat het anarchisme zich, vanaf zijn ontstaan kenmerkte door een diepgaand gevoel van revolte tegen de barbarij van de kapitalistische uitbuiting, maar tegelijkertijd erft het ook de visie van 'ambachtslui, handelaars, kleine boeren' die het bij zijn ontstaan vorm hebben gegeven. Dat betekent absoluut niet dat vandaag alle anarchistische groepen 'kleinburgers' zijn. Het is overduidelijk dat de CNT-AIT, de KRAS (8) en anderen worden bezield door de revolutionaire adem van arbeidersklasse. Meer algemeen gedurende de 19e en de 20e eeuw hebben talrijke arbeiders, die de anarchistische zaak trouw waren, werkelijk gestreden voor de afschaffing van het kapitalisme en de komst van het kommunisme, van Louise Michel tot Durutti en van Voline tot Malatesta, enzovoort. Tijdens de grote revolutionaire golf van 1917 behoorde een deel van de anarchisten, in de rijen van de arbeiders, tot de meest strijdbare bataljons.

Net als altijd is er in de anarchistische beweging een strijd gaande tegen deze oorspronkelijke tendens om beïnvloed te worden door de ideologie van de geradicaliseerde kleinburgerij. En daaruit vloeien voor een deel de diepgaande meningsverschillen voort tussen individualistische anarchisten, de mutualisten, de reformisten, de nationalistische communisten en de internationalistische communisten (alleen deze laatsten behoren werkelijk tot het revolutionaire kamp). Maar, zelfs de internationalistische anarchisten ondergaan de invloed van de historische wortels van hun beweging. Daar ligt dan ook bijvoorbeeld de oorzaak van hun neiging om de 'arbeidersstrijd' te vervangen door 'autonoom volksverzet'.

Het is dus de verantwoordelijkheid van de IKS om op een eerlijke wijze, in alle openheid, al haar meningsverschillen naar buiten te brengen met als doel om, zo goed als zij dat kan, bij te dragen tot de versterking van het revolutionaire kamp. Net zoals het de verantwoordelijkheid is van de internationalistische anarchisten om door te blijven gaan hun kritiek op het marxisme tot uitdrukking te brengen. Dat moet op geen enkele wijze een belemmering zijn voor het houden van kameraadschappelijke debatten of een rem vormen op eventuele samenwerking, integendeel (9).

Bestaat er voor de IKS tussen de marxisten en de anarchisten een verhouding tussen meester en leerling?

Al deze kritieken van de IKS op het anarchisme richt ze niet op hen in de vorm van een meester die een leerling berispt. Tussenkomsten op ons Internet-forum hebben onze organisatie nochtans dikwijls verweten een 'meesterachtige' toon te hanteren. Buiten ieder verschil in smaak voor deze of gene literaire stijl, schuilt er achter die opmerkingen toch een reële theoretische kwestie. Is het de taak van de IKS om tegenover de CNT-AIT en, meer in het algemeen, het Linkskommunisme tegenover het internationalistisch anarchisme, de rol van 'gids' of van ‘model’ te spelen? Zijn wij van mening dat we een verlichte minderheid te vormen die anderen de waarheid, het bewustzijn moet influisteren?
Een dergelijke opvatting zou totaal in tegenspraak zijn met de eigenlijke traditie van het Linkskommunisme. En nog diepgaander toont zijn die tegenspraak in de band die de kommunistische revolutionairen verbindt met hun klasse.

Marx bevestigt dat in zijn Frans-Duitse Annalen: “Wij stellen ons niet voor aan de wereld als doctrinairen, gewapend met een nieuw beginsel: hier is de waarheid, op de knieën ervoor! Wij vertegenwoordigen voor de wereld nieuwe beginselen die wij halen uit de beginselen van de wereld zelf. Wij zeggen hem niet: “Stop met je strijd, het zijn kinderachtigheden; het is aan ons om de werkelijke raadgevingen voor de strijd te geven”. Al wat wij doen is aan de wereld laten zien waarom hij in werkelijkheid strijdt ”. (10)

De revolutionairen, marxisten en internationalistische anarchisten staan niet boven de arbeidersklasse, zij maken er integraal deel van uit, zij zijn door duizenden banden met haar verweven. Hun organisatie is het collectieve product van het proletariaat.

De IKS heeft zich dus nooit beschouwd als een organisatie die tot taak had om haar standpunt op te leggen aan de arbeidersklasse of aan andere revolutionaire groepen. Wij staan volledig achter de tekst van het Kommunistisch Manifest van 1848: “De kommunisten vormen geen partij die verschillend en tegengesteld is aan andere arbeiderspartijen. Zij hebben geen belangen die hen scheiden van het geheel van het proletariaat. Zij stellen geen bijzonder beginselen op waarnaar zij de arbeidersbeweging willen modelleren”. Het is hetzelfde beginsel dat Bilan, orgaan van de Italiaanse Linkskommunisten, tot leven brengt bij het verschijnen van haar eerste nummer in 1933:

“Zeker, onze fractie beroept zich op een lang politiek verleden, op een diepgaande traditie in de Italiaanse en internationale beweging, op een geheel van fundamentele politieke standpunten. Maar zij is niet van plan om deze politieke voorgeschiedenis te laten gelden als ze om instemming vraagt met de oplossingen die zij voorstaat voor de huidige toestand. Integendeel, zij nodigt de revolutionairen uit om de standpunten, die zij nu verdedigt, net als de politieke standpunten die zijn vervat in haar basisdocumenten, te onderwerpen aan een verificatie van de gebeurtenissen”.

Sedert haar oprichting heeft onze organisatie geprobeerd om diezelfde geest van openheid en diezelfde wil tot debat te in cultuur te brengen. Zo schreven wij al vanaf 1977:

“In onze relaties met [de andere revolutionaire groepen] die buiten de IKS staan, maar wel dichtbij, is ons  doel duidelijk. Wij proberen een kameraadschappelijke en diepgaande discussie te bewerkstelligen over verschillende vraagstukken waarmee de arbeidersklasse wordt geconfronteerd.

“Wij kunnen onze functie tegenover hen pas echt vervullen (…) als wij tegelijkertijd  in staat zijn:

  • ervoor op te passen om onszelf als enige bestaande revolutionaire groep te beschouwen;
  • onze standpunten tegenover hen vastberaden verdedigen;
  • tegenover hen een houding weten te bewaren die openstaat voor discussie, die in alle openheid gevoerd wordt en niet door middel van ‘ vertrouwelijke’ uitwisselingen" (11)

Het gaat ons hier om een gedragsregel. Wij zijn overtuigd van de geldigheid van onze standpunten (en blijven tegelijkertijd openstaan voor een beargumenteerde kritiek), maar wij beschouwen ze niet als 'de oplossing voor de wereldproblemen'. Het gaat hier voor ons om een bijdrage aan de collectieve strijd van de arbeidersklasse. Om die reden hechten wij een heel bijzonder belang aan de debatcultuur. In 2007 heeft de IKS een hele oriënteringstekst gewijd aan dit vraagstuk alleen: 'De debatcultuur: een wapen in de klassenstrijd'. Wij stelden daarin: “Als de revolutionaire organisaties hun fundamentele rol willen spelen in de ontwikkeling en uitbreiding van het klassebewustzijn, is de cultuur van collectieve, internationale, kameraadschappelijke en publieke discussie absoluut essentieel” (12).

Bovendien zal de aandachtige lezer wel gemerkt hebben dat alle citaten, behalve het idee van de noodzaak tot debat, ook stellen dat de IKS vastbesloten is haar eigen politieke standpunten te verdedigen. Daar steekt geen tegenstrijdigheid in. In alle openheid willen discussiëren betekent niet dat men gelooft dat alle ideeën gelijk zijn, dat alle standpunten geldig zijn. Zoals wij het onderstrepen in onze tekst van 1977: “Verre van ze uit te sluiten gaan een ferme verdediging van de principes en een open houding hand in hand: wij hebben geen schrik om te discussiëren, juist omdat wij overtuigd zijn van de waarde van onze standpunten”.

Zowel in het verleden als in de toekomst heeft de arbeidersbeweging behoefte gehad aan vrije, open en kameraadschappelijke debatten tussen verschillende revolutionaire tendensen. Deze veelvuldigheid van standpunten en benaderingen zullen een rijkdom en onmisbare bijdrage vormen voor de strijd van het proletariaat en voor de ontwikkeling van zijn bewustzijn. Wij herhalen het nogmaals, maar binnen het gemeenschappelijk terrein van de revolutionairen kunnen er diepe meningsverschillen zijn. Deze moeten absoluut tot uiting komen en bediscussieerd worden. Wij vragen aan de internationalistische anarchisten niet dat zij afzien van hun eigen criteria, noch van wat zij beschouwen als hun theoretisch gedachtegoed. Integendeel, wij wensen vurig dat zij deze met helderheid uitleggen, als antwoord op de vraagstukken die zich aan allen opdringen. Wij wensen ook dat ze de kritiek de polemiek aanvaarden op dezelfde manier als waarop wij onze standpunten niet beschouwen als 'het laatste woord', maar als een open bijdrage aan elkaar tegensprekende argumenten. Wij zeggen niet tot deze kameraden: ‘geeft jullie wapens op tegenover de verkondigde superioriteit van het marxisme'.

Wij respecteren de diepgaande revolutionaire aard van de internationalistische anarchisten, wij weten dat wij zij aan zij zullen strijden als er bewegingen van massale strijd zich zullen voordoen. Maar wij zullen ook op overtuigde wijze (en hopelijk ook op overtuigende wijze) onze standpunten verdedigen over de Russische Revolutie en de Bolsjewistische Partij, de centralisatie, de overgangsperiode, de anti-arbeidersrol van het syndicalisme... Voor ons gaat het niet om een verhouding van tussen meester en leerling of de hoop enkele anarchisten te bekeren om hen in onze rijen in te lijven, maar om volop deel te nemen aan het noodzakelijke debat tussen de revolutionairen.
Zoals jullie zien kameraden kan dit debat wel eens heel geanimeerd … en begeesterend worden!

Als conclusie van deze serie van drie artikelen van 'Linkskommunisme en internationalistisch anarchisme', eindigen wij met deze enkele woorden van [de bekende anarchist] Malatesta:

“Als wij anarchisten de revolutie alleen zouden kunnen maken of als de socialisten (13) haar alleen konden maken, dan kon men zich de luxe veroorloven om ieder op zichzelf te ageren, en er misschien toe komen de handen ineen slaan. Maar de revolutie moet gemaakt worden door heel het proletariaat, het hele volk, waarvan de socialisten en de anarchisten in aantal slechts een minderheid vormen, zelfs als het volk veel sympathie lijkt te hebben voor de zowel de enen en voor de anderen. Als we onszelf verdelen, zelfs daar waar wij eensgezind kunnen zijn, dan zou dat neerkomen op het verdelen van het proletariaat, of beter gezegd, zijn sympathie doen afkoelen en het minder bereid maken om deze nobele gemeenschappelijke socialistische oriëntering te volgen, die socialisten en anarchisten met zijn allen zouden kunnen doen zegevieren van de revolutie. De revolutionairen en in het bijzonder de socialisten en de anarchisten, moeten ervoor waken, dat zij onderliggende motieven, die leiden tot onenigheid, niet opdrijven en zich vooral bezighouden met de feiten en de doelen die hen kunnen verenigen en hun het grootst mogelijke revolutionaire resultaat kunnen doen bewerkstelligen” (Volontà, 1 Mei 1920).

IKS / september 2010.
 
 
Voetnoten

(1) Zie deel I van deze reeks in Wereldrevolutie nr.122 (september 2010): Wat wij gemeenschappelijke hebben.

(2) Zoals duizenden marxisten en miljoenen arbeiders in het algemeen, trouwens.

(3) Lees deel II van deze reeks in Wereldrevolutie nr.123 (december 2010): Over de moeilijkheden om te debatteren en hoe die te overstijgen.

(4)http://cnt-ait.info/article.php3?id_article=472&var_recherche=réformisme+marxisme

(5) Het gaat hier om een citaat van Rudolf Rocker dat de CNT-AIT overneemt

(6) In de Internationale Revue (Fr, Eng, Sp) nr. 79. Het kommunisme is geen mooi ideaal, maar een materiële noodzaak, deel 10: Anarchisme of Kommunisme?

(7) De Internationale Revue (Fr, Eng, Sp) nr. 102.

(8) Het gaat hier om de afdeling in Rusland van de AIT waar wij heel goede relaties mee onderhouden en waarvan wij reeds meerdere stellingnames in onze pers hebben gepubliceerd.

(9) Dit gezegd zijnde, hebben in de loop van de laatste maanden, kameraden (compagnons) anarchisten op juiste gronden geprotesteerd tegen overdreven formuleringen, die neerkwamen op een definitief en ongerechtvaardigd oordeel ten opzichte van het anarchisme. Als wij terugduiken in sommige van onze oude teksten, hebben wij op onze beurt passages aangetroffen die wij vandaag niet meer zouden schrijven:

– Zie: de Internationale Revue (Fr, Eng, Sp) nr. 102: “Arbeiderselementen, die denken de revolutie aan te hangen vertrekkend van het anarchisme, maar om een revolutionair programma te kunnen verdedigen moet men breken met het anarchisme”

–  Révolution Internationale nr. 321, maart 2002: L'incapacité de l'anarchisme à offrir une perspective de classe contre la guerre impérialiste: “Om die reden moet het proletariaat zich resoluut afkeren van de anarchisten, die handelaars in illusies zijn”.

– In de Internationale Revue (Fr. Eng. Sp.) nr. 102 – 3e trimester 2000. Ons artikel Anarchisme en Kommunisme, dat nauwgezet de strijd van de 'Vrienden van Durutti' in de CNT in het Spanje van de jaren 1930 analyseert, maakt in een zinswending een karikatuur van de visie van de IKS op het anarchisme door te beweren dat er in 1936 'geen revolutionaire elan' meer bestond binnen de CNT. Onze recentere artikelen over het anarcho-syndicalisme, die wel degelijk opnieuw de integratie van de leiding van de CNT in de raderen van de staat  en haar bijdrage tot de politieke ontwapening van de anarchistische arbeiders aanklagen (wat het werk van de stalinistische moordenaars vergemakkelijkte), heeft aangetoond hoe complex de toestand was. Er is binnen de CNT, op internationaal vlak, werkelijk strijd geleverd voor de verdediging van authentieke proletarische standpunten en tegen het verraad, waarop deze integratie in de Spaanse staat neerkwam. Lees daarvoor ook onze reeks over het revolutionair syndicalisme in  de Internationale Revue (Fr, Eng, Sp) nr. 137, 141.

(10) Geciteerd door Franz Mehring in zijn biografie over K. Marx.

(11) In de Internationale Revue (Fr, Eng, Sp) nr. 11, 1977. The proletarian political groups.

(12) De Internationale Revue nr. 20: De Debatcultuur, een wapen in de klassenstrijd.  

(13) Op het ogenblik dat Malatesta dit artikel schreef, groepeerde de Italiaanse Socialistische Partij, naast de reformisten, nog revolutionaire elementen die in januari 1921, op het Congres van Livorno, de PCI oprichtten.