Polen, augustus 1980: 30 jaar geleden, het wereldproletariaat deed opnieuw ervaring op met de massastaking

Printvriendelijke versieSend by email
 

30 jaar geleden, gedurende de zomer van 1980, hield de arbeidersklasse in Polen de wereld in spanning. Een reusachtige stakingsbeweging verbreidde zich over het land: verschillende honderdduizenden arbeiders gingen in verschillende steden in wilde staking, ze deden daarmee de heersende klasse beven, in Polen zowel als in andere landen.

Wat gebeurde er in augustus 1980?

De arbeiders in verschillende fabrieken reageren met spontane stakingen op de aankondiging van een stijging van de vleesprijzen. Op 1 juli gaan de arbeiders van Tczew bij Gdansk en van Ursus in een voorstad van Warschau in staking. Bij Ursus worden algemene vergaderingen gehouden, een stakingscomité wordt gekozen en gemeenschappelijke eisen worden voorop gesteld. Gedurende de volgende dagen blijven de stakingen uitbreiden: Warschau, Lodz, Gdansk enz. De regering probeert verdere uitbreiding tegen te houden door snel toegevingen te doen, zoals loonsverhogingen. Half juli gaan de arbeiders van Lublin, een belangrijk spoorknooppunt, in staking. Lublin ligt op de spoorlijn die Rusland verbindt met Oost-Duitsland. In 1980 was dat een vitale verbinding voor de bevoorrading van de Russische troepen in Oost-Duitsland. De eisen van de arbeiders waren: geen repressie tegen de stakende arbeiders, terugtrekking van de politie uit de fabrieken, loonsverhoging en vrije verkiezingen voor de vakbonden.

Wat de kracht uitmaakte van de arbeiders 

De arbeiders hadden de lessen getrokken uit de strijd in 1970 en 1976 (1). Ze zagen duidelijk dat, telkens zij eisen stelden, het officieel vakbondsapparaat aan de kant stond van de stalinistische staat en de regering. Daarom namen ze in de zomer van 1980 direct zelf het initiatief tot de strijd. Ze wachtten niet op instructies van hogerhand, ze stapten samen op, hielden algemene vergaderingen om zelf te beslissen over plaats en ogenblik van hun strijd.

Gemeenschappelijke eisen werden voorop gesteld op massavergaderingen. Een stakingscomité werd gevormd. In het begin stonden economische eisen centraal.

De arbeiders zijn vastbesloten. Ze willen geen herhaling van de bloedige onderdrukking van de strijd zoals in 1970 en 1976. In het industriecentrum Gdansk-Gdynia-Sopot wordt een interbedrijfs-stakingcomité (MKS) gevormd: het bestaat uit 400 leden (twee afgevaardigden per bedrijf). Gedurende de tweede helft van augustus komen telkens 800 tot 1000 afgevaardigden samen. Elke dag worden algemene vergaderingen gehouden op de Lenin scheepswerven. Luidsprekers zijn geïnstalleerd om iedereen toe te laten de discussies van de stakingscomités te volgen, en ook de onderhandelingen met vertegenwoordigers van de regering. Daarna worden ook microfoons geïnstalleerd buiten de zaal waar het MKS samenkomt, zodat de arbeiders die aanwezig zijn op de algemene vergaderingen rechtstreeks kunnen tussenkomen in de MKS-discussies. 's Avonds keren de afgevaardigden, vaak voorzien van cassettes met opnames van de debatten, terug naar hun werkplaats om de discussies en de situatie daar voor te stellen aan 'hun' algemene vergadering in hun bedrijf, waarmee ze hun mandaat verantwoorden voor die vergadering.

Dat zijn de middelen die ervoor zorgen dat zoveel mogelijk arbeiders kunnen deelnemen aan de strijd. De afgevaardigden leggen verantwoording af over het mandaat dat ze gekregen hebben, zijn op elk moment afzetbaar en de algemene vergaderingen beslissen steeds soeverein. Al deze praktijken staan compleet vierkant tegenover de vakbondspraktijk.

Op dat ogenblik, nadat de arbeiders van Gdansk-Gdynia-Sopot zich verenigd hebben, breidt de beweging uit naar andere steden. Om de communicatie tussen de arbeiders te saboteren, verbreekt de regering op 16 augustus de telefoonverbindingen. Onmiddellijk dreigen de arbeiders ermee hun beweging nog verder uit te breiden als de regering de lijnen niet direct weer openstelt. Die geeft toe.

De algemene vergadering beslist dan een arbeidersmilitie op de been te brengen. Terwijl het alcoholverbruik algemeen verbreid is, wordt collectief besloten alcohol te verbieden. De arbeiders beseffen dat ze een klaar hoofd moeten hebben in hun confrontatie met de regering.

Wanneer de regering met repressie dreigt in Gdansk, verklaren de spoorlui van Lublin: "Als de arbeiders van Gdansk lijfelijk aangevallen worden, en als een enkele arbeider een haar gekrenkt wordt, zullen we de strategisch meest belangrijke spoorlijn tussen Rusland en Oost-Duitsland lamleggen."

In bijna alle belangrijke steden zijn de arbeiders in beweging. Meer dan een half miljoen van hen begrijpen dat ze de enige kracht in het land zijn die in staat is zich tegen de regering te verzetten. Ze voelen wat hen die macht geeft:

- de snelle uitbreiding van de beweging in plaats van het uitputten ervan in gewelddadige botsingen zoals in 1970 en 1976;

- hun zelforganisatie, dat wil zeggen hun vermogen om zelf het initiatief te nemen in plaats van op de vakbonden te rekenen;

- het houden van algemene vergaderingen waarin ze hun krachten kunnen verenigen, controle uitoefenen over de beweging, ervoor zorgen dat de grootst mogelijke massa deelneemt en dat allen getuige zijn van de onderhandelingen met de regering.

En de uitbreiding van de beweging was inderdaad het beste wapen van solidariteit; de arbeiders beperkten er zich niet toe steunverklaringen af te leggen, ze namen zelf het initiatief tot strijd. Die dynamiek maakte het mogelijk een andere krachtsverhouding te ontwikkelen. Zolang de arbeiders op zo massale en eengemaakte wijze strijd voerden, kon de regering niet tot repressie overgaan. Gedurende de zomerstakingen, toen de arbeiders op eensgezinde wijze de regering confronteerden, werd geen enkele onder hen getroffen of gedood. De Poolse bourgeoisie begreep dat ze zich een dergelijke fout niet kon veroorloven, maar dat ze de arbeidersklasse van binnenuit moest verzwakken.

De reactie van de bourgeoisie: isolement

Het gevaar dat de strijd in Polen vertegenwoordigde, kan afgewogen worden aan de reacties van de buurlanden. De grenzen tussen Polen en Oost-Duitsland, Tsjechoslowakije en de Sovjet-Unie werden onmiddellijk gesloten. En de bourgeoisie had goede redenen om tot die maatregel over te gaan! In het steenkoolbekken bij Ostrava in Tsjechoslowakije waren de mijnwerkers, het voorbeeld van Polen volgend, ook in staking gegaan. In de Roemeense mijnregio's, in Togliattigrad in Rusland, gingen de arbeiders dezelfde weg op. Ook al zijn er in West-Europa geen stakingen uit directe solidariteit met de strijd van de arbeiders in Polen, dan nemen de arbeiders in verschillende landen wel de ordewoorden over van hun klassebroeders in Polen. In Turijn kon men in september 1980 de arbeiders horen scanderen: "Gdansk toont ons de weg".

Hoe de beweging gesaboteerd werd

Terwijl er in het begin geen syndicale invloed was, zetten de leden van de 'vrije vakbonden' )(2)   zich in om de strijd tegen te werken. In het begin werden de onderhandelingen op openlijke wijze gevoerd, maar na verloop van tijd werd beweerd dat 'deskundigen' nodig waren om de details uit te werken van de onderhandelingen met de regering. Het werd de arbeiders steeds moeilijker gemaakt de onderhandelingen te volgen, laat staan eraan deel te nemen. De luidsprekers die de discussies weergaven werkten niet meer tengevolge van 'technische' problemen. Lech Walesa, lid van de 'vrije vakbonden', werd tot leider van de beweging gekroond dankzij het feit dat hij door de directie van de scheepswerven van Gdansk ontslagen werd. De nieuwe vijand van de arbeidersklasse, de 'vrije vakbond', had zijn best gedaan om de beweging te infiltreren en begon nu zijn sabotagewerk. Zo zette hij zich in om de arbeiderseisen helemaal te verdraaien. Terwijl economische en politieke eisen eerst bovenaan de lijst stonden, drongen de 'vrije vakbond' en Walesa nu aan op de erkenning van de 'onafhankelijke' vakbonden, waarmee ze de economische en politiek eisen naar het tweede plan verschoven. Ze volgden de oude 'democratische' tactiek: verdediging van de vakbonden in plaats van de arbeidersbelangen.

De ondertekening van de akkoorden van Gdansk op 31 augustus markeerde de uitputting van de beweging (ook al bleven de stakingen op andere plaatsen nog enkele dagen duren). Het eerste punt van die akkoorden keurde de oprichting goed van een 'onafhankelijke en zelfbeheerde' vakbond die de naam Solidarnosc kreeg. De 15 leden van het MKS-presidium (interbedrijfs-stakingscomité) vormen de leiding van de nieuwe vakbond. Omdat het voor de arbeiders duidelijk was dat de officiële vakbonden aan de kant stonden van de staat, dachten de meesten onder hen nu dat de pas opgerichte vakbond Solidarnosc, 10 miljoen arbeiders sterk, niet corrupt was en hun belangen zou verdedigen. Ze hadden de ervaring niet opgedaan die de arbeiders in het Westen hadden , geconfronteerd met tientallen jaren van 'vrije' vakbonden. Terwijl Walesa toen al beloofde: "We willen een tweede Japan bouwen en voorspoed voor allen creëren" en vele arbeiders, door hun gebrek aan ervaring met de werkelijkheid van het kapitalisme in het Westen, grote illusies konden koesteren, vervulden Solidarnosc met Walesa aan het hoofd de rol van pompiers voor het kapitalisme om de strijdwil van de arbeiders te blussen. Die illusies binnen de arbeidersklasse in Polen waren niets anders dan het gewicht en impact van de democratische ideologie op dit deel van het wereldproletariaat. Het vergif van de democratie dat al zo sterk was in de westerse landen, kon enkel nog sterker zijn in Polen, na vijftig jaar stalinisme. Dat hadden de Poolse en de wereldbourgeoisie zeer goed begrepen. Deze democratische illusies waren de voedingsbodem waarop de bourgeoisie en haar vakbond Solidarnosc hun arbeidersvijandige politiek hebben kunnen ontwikkelen en de repressie ontketenen.

In de herfst van 1980, toen de arbeiders opnieuw in staking gingen om te protesteren tegen de akkoorden van Gdansk, nadat ze vaststelden dat zelfs met een 'vrije' vakbond aan hun zijde hun situatie erop verslechterd was, begon Solidarnosc zijn ware gelaat al te tonen. Net na het einde van de massastaking vloog Walesa van her naar der in een legerhelikopter om de arbeiders op te roepen hun stakingen dringend stop te zetten. "Wij hebben geen behoefte meer aan andere stakingen want die kunnen ons land in de afgrond storten, men moet zich bedaren."

Sinds zijn ontstaan is Solidarnosc begonnen de beweging te saboteren. Telkens het mogelijk is, ontneemt hij de arbeiders het initiatief, en verhindert hen nieuwe stakingen te ontketenen.

In december 1981 kan de Poolse bourgeoisie eindelijk de repressie ontketenen tegen de arbeiders. Solidarnosc heeft zijn best gedaan om de arbeiders politiek te ontwapenen. Terwijl gedurende de zomer van 1980 geen enkele arbeider getroffen of gedood werd dankzij de zelforganisatie en de uitbreiding van de strijd, en omdat er toen geen vakbond was om de arbeiders in te kaderen, werden in december 1981 meer dan 1200 arbeiders vermoord, honderdduizenden werden in de gevangenis geworpen of tot ballingschap gedreven.

Als Lech Walesa, de voormalige leider van Solidarnosc, later aan het hoofd gekozen wordt van de Poolse regering, is dat juist omdat hij getoond heeft een voorbeeldig verdediger te zijn van de belangen van de Poolse staat in zijn functie van vakbondsleider.

De historische betekenis van deze strijd

Ook als er ondertussen 30 jaar verlopen zijn, en hoewel veel arbeiders die deelgenomen hebben aan de stakingsbeweging destijds nu werkloos geworden zijn of tot emigratie gedwongen, blijft hun ervaring van onschatbare waarde voor heel de arbeidersklasse. Zoals de IKS al in 1980 schreef, "vertegenwoordigt de strijd in Polen op alle punten een grote stap voorwaarts in de strijd van het proletariaat op wereldvlak, daarom zijn deze gevechten de belangrijkste sinds een halve eeuw"(Resolutie over de klassestrijd, IVe Congres van de IKS, 1980, International Review nr. 26). Ze waren het hoogtepunt van een internationale strijdgolf. Zoals we stelden in ons rapport over de klassestrijd in 1999 op ons XIIIe Congres: "De historische gebeurtenissen op dit niveau hebben gevolgen op lange termijn. De massastaking in Polen leverde het definitieve bewijs dat de klassestrijd de enige kracht is die de bourgeoisie ertoe kan brengen haar imperialistische rivaliteit opzij te zetten. Ze heeft in het bijzonder aangetoond dat het Russisch blok - door zijn positie van zwakheid historisch gedwongen de 'agressor' te zijn in elke oorlog - niet in staat was zijn groeiende economische crisis te beantwoorden met een politiek van militaire expansie. Duidelijk gezegd konden de arbeiders van het Oostblok (en van Rusland zelf) niet compleet als kanonnenvlees dienen in wat voor toekomstige oorlog dan ook voor de glorie van het 'socialisme'. In die zin was de massastaking in Polen een machtige factor in de implosie die het Russisch imperialistisch blok trof"(International Review nr. 99, 1999).

IKS

 

(1) Gedurende de winter 1970-71 gingen de arbeiders van de scheepswerven aan de Baltische zee in staking tegen de verhoging van prijzen van basisproducten. Eerst reageerde het stalinistisch regime met felle repressie tegen de betogingen, waarbij honderden doden vielen, met name in Gdansk. De stakingen hielden echter nog niet op. Tenslotte werd partijleider Gomulka afgezet en vervangen door een 'sympathieker' personage, Gierek. Deze laatste discussieerde 8 uur met de arbeiders van de scheepswerven in Szczecin voor hij hen ervan kon overtuigen het werk te hervatten. Natuurlijk duurde het niet lang voor hij de beloften vergat die hij daarbij gedaan had. In 1976 lokten nieuwe brutale economische aanvallen in verschillende stakingen uit, met name in Radom en Ursus. De repressie maakte opnieuw tientallen doden.

(2) Het ging niet echt om een vakbond, maar om een kleine groep arbeiders die, in samenwerking met het KOR (comité ter verdediging van de arbeiders) dat door intellectuelen van de democratische oppositie gevormd werd na de repressie van 1976, ijverden voor de legalisering van een onafhankelijk syndicalisme.

Geschiedenis van de arbeidersbeweging: