De verkiezingen dienen enkel de belangen van de bourgeoisie

Printvriendelijke versieSend by email

Wij publiceren hieronder een herdruk van een artikel dat ingaat op de rol van de verkiezingen vandaag. Sinds de beslissingsmacht in de kapitalistische maatschappij overgegaan is van de wetgevende macht (het parlement) in de 19e eeuw naar de uitvoerende macht (de regering en ambtenarij) in het begin van de 20e eeuw, hebben de verkiezingen hun betekenis voor de arbeidersklasse verloren. De verkiezingen zijn hiermee niet alleen geworden tot een campagne om de arbeidersklasse te misleiden, maar ook een moment van manipulatie waarmee de heersende klasse dat resultaat probeert te bewerkstelligen, waarmee zij haar strategie het beste kan doorvoeren. In de drie landen waar nu verkiezingen gaan plaatsvinden (Nederland, Groot-Brittannië en België) is het moment van nieuwe verkiezingen niet toevallig gekozen: ze dient om die ploeg in het zadel te hijsen die het geplande drastische bezuinigingsprogramma het beste door kan drukken over de rug van de arbeidersklasse.

Met de intrede van de herfst zien we ook de terugkeer van het verkiezingscarnaval, deze keer op het niveau van de steden en gemeenten; zoals altijd gaat het gepaard met een opstapeling van bluf, politiek gemanoeuvreer, leugens en illusies. Eens te meer zal men ons vragen om onze ‘burgerplicht’ te vervullen, om, door het uitbrengen van onze stem, mee te werken aan een goed beheer van het systeem, deze keer op stedelijk of gemeentelijk vlak, om ons te mobiliseren voor de ‘verdediging van de democratie’. In werkelijkheid zijn de teerlingen al op voorhand geworpen: het is altijd de bourgeoisie die de verkiezingen wint. Op dit verrotte terrein hebben de arbeiders niets te verdedigen. De proletariërs hebben de ervaring al lang opgedaan: of links of rechts het nu haalt, of de een of andere kandidaat verkozen wordt, voor hen komt het neer op dezelfde politiek van onophoudelijke aanvallen op alle levensvoorwaarden van de arbeidersklasse.

Om die reden roepen de revolutionairen de arbeiders dan ook vandaag op om af te zien van elke deelname aan de verkiezingen in naam van de verdediging van hun onmiddellijke en historische belangen. Door hun strijd te ontwikkelen op hun eigen klassenterrein, tegen de ellende, op de werkplaats, in de stakingen en betogingen kunnen zij hun woede werkelijk tot uiting brengen.

Deze houding van de revolutionairen is niet specifiek voor de gemeenteraadsverkiezingen die in oktober in België zullen doorgaan. Het dateert al uit het begin van vorige eeuw dat de arbeiders, in tegenstelling tot de 19e eeuw geen enkele mogelijkheid meer rest om van de verkiezingen gebruik te maken om hun belangen te verdedigen.

In de 19e eeuw, tijdens de ganse bloeiperiode van het kapitalisme, ging de arbeidersstrijd tegen de uitbuiting en de repressie door de bourgeoisie noodzakelijkerwijs via een strijd voor hervormingen, via moeizame eisenstrijd voor het veroveren en ontrukken van mogelijke, werkelijke en duurzame verbeteringen van werk- en bestaansvoorwaarden van de arbeidersklasse op het economisch en politiek terrein. Toentertijd kon het parlement nog gebruikt worden als een tribune waardoor de arbeidersklasse haar stem kon laten horen en zich een plaats kon veroveren in het kapitalisme dat nog volop in bloei was. Wegens dit feit, en door de illusies te bestrijden dat het mogelijk was om via democratische, vreedzame en reformistische wegen tot het socialisme te komen, namen de revolutionairen desalniettemin volop deel aan de strijd voor het verkrijgen van het algemeen kiesrecht. Zij riepen de arbeiders op om in bepaalde gevallen deel te nemen aan de verkiezingen en het burgerlijk parlement, om dergelijke hervormingen er door te krijgen door in te spelen op de tegenstellingen tussen progressieve en reactionaire fracties van de heersende klasse die met elkaar botsten.

Op het einde van de 19e en bij het begin van de 20e eeuw in tegendeel kon het kapitalisme dat zijn heerschappij over het geheel van de planeet had uitgebreid, niet langer een progressief systeem zijn. Het kan de economische tegenstellingen die het belagen niet langer overstijgen, het kan de cyclische overproductiecrises niet meer oplossen want het botst op de grenzen van de wereldmarkt die steeds meer oververzadigd geraakt. Alle sociale productieverhoudingen, privaat eigendom, loonarbeid, natie, die het kader gevormd hadden waarmee het kapitalisme er in geslaagd was om zich over de hele planeet te veralgemenen en die een formidabele ontwikkeling van de productiekrachten hadden mogelijk gemaakt, vormen zich om tot zovele hindernissen voor deze verdere ontwikkeling.

Het kapitalisme treedt definitief zijn permanente historische crisis binnen. Van dan af kan het niet langer meer overleven tenzij via een helse spiraal van crisis, oorlog, heropbouw, nieuwe nog scherpere crisis, die het samen met de rest van de mensheid doen afglijden naar een steeds grotere barbarij en ellende. Deze onoverkomelijke tegenstellingen die het kapitalisme aanvreten sinds het begin van de 20e eeuw, krijgen door hun intensiteit, hun duur, hun veralgemening over alle landen een kwalitatief nieuwe dimensie. Zij plaatsen de arbeidersklasse voor de noodzaak en de mogelijkheid om direct over te gaan tot het omverwerpen van het kapitalisme. Van dan af aan, en rekening houden met de verbitterde concurrentie tussen de verschillende nationale fracties van de bourgeoisie die elkaar de steeds schaarser wordende afzetmarkten betwisten op de wereldmarkt, houdt de overleving van het kapitalisme in, dat de uitbuiting en de aanvallen op alle levensvoorwaarden van de arbeidersklasse geïntensifieerd worden. Voortaan is er voor de bourgeoisie geen sprake meer van het toekennen van werkelijke en duurzame hervormingen aan de arbeidersklasse, om het even op welk vlak, economische of politiek. Zij dringt het tegendeel op: steeds meer opofferingen, ellende, uitbuiting en barbarij.

Onder deze voorwaarden is het voor het proletariaat niet langer mogelijk zich te verdedigen op het terrein van de burgerlijke instellingen. Haar enige taak bestaat er voortaan in om zich voor te bereiden op het bevestigen van haar eigen revolutionair perspectief met de bedoeling dit zieltogende systeem van top tot teen te vernietigen. Om dat te bereiken moet het alle strijdvormen uit het verleden die waardeloos geworden zijn verwerpen: de strijd in de vakbonden en op het verkiezingsterrein. Deze middelen die het in de 19e eeuw mogelijk maakten om zich waar te maken en als klasse te vormen zijn nu wapens van de bourgeoisie geworden, misleidingkrachten die voor niets anders dienen dan om de arbeiders te ontwapenen, hen af te leiden van het werkelijke terrein van hun strijd tegen het kapitaal. Daarom heeft de arbeidersklasse vandaag geen keuze. Ofwel laat ze zich meesleuren op het verkiezingsterrein van de burgerlijke staat, die haar uitbuiting en onderdrukking organiseert, het terrein waarop zij niet anders dan geatomiseerd kan worden, en dus machteloos gemaakt wordt om weerstand te bieden aan de aanvallen van het kapitalisme in crisis. Ofwel ontwikkelt zij haar collectieve strijd, op solidaire en eensgezinde wijze, om haar levensvoorwaarden te verdedigen. Alleen op die manier zal zij haar klassenkracht kunnen ontwikkelen, zich kunnen verenigen en organiseren buiten de burgerlijke instellingen om de strijd te voeren met het oog op het omverwerpen van het kapitalisme. Slechts op dergelijke wijze zal zij, in de toekomst, een nieuwe maatschappij kunnen opbouwen die zal ontdaan zijn van uitbuiting, ellende en oorlogen.

Uit Internationalisme nr.327

Erfenis van de Kommunistische Linkerzijde: