Waarom zoveel aanvallen en zo weinig strijd?

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail Het regent aanvallen. Wij allen zijn bang, voor onszelf of voor onze verwanten, vanwege de aankondiging van een fabriekssluiting of een 'herstructureringsplan' wat gelijkstaat aan een ontslaggolf. Jongeren die tot de arbeidsmarkt toetreden staan voor een muur. De bedrijven werven niemand meer aan. De toelatingsexamens voor de openbare sector worden overspoeld met in het beste geval 100 overgekwalificeerde kandidaten voor... één job. Er worden enkel nog banen aangeboden door de uitzendbureaus of door tewerkstellingspools. Het zijn onzekere jobs, onderbetaald en met helse uitbuitingsomstandigheden. En allemaal aarzelen wij, of we nu een onzekere baan hebben, in de privé-sector of bij de overheid werken, om de strijd aan te gaan. De economische crisis slaat zonder onderscheid toe bij heel de arbeidersklasse, met een brutaliteit en wreedheid die wij tientallen jaren niet meer gekend hebben. Tegenover deze al maandenlange onhoudbare toestand is er bijna geen reactie, zijn er heel weinig stakingen en strijd. Waarom?

Wij publiceren hieronder de brief van Al, een lezer van onze pers. Hierin antwoordt hij voor het grootste deel op deze hamvraag.

Op deze hamvraag wordt door de brief, die we hieronder publiceren, grotendeels geantwoord. Hij is van AL, een lezer van onze pers.

 

Lezersbrief

 

“Zonder in detail te treden, ziet men dat het kapitalisme een zoveelste economische crisis doormaakt […]. In alle landen, zijn de bedrijven en de staat overgegaan tot massale ontslagen. Op wereldvlak is de werkloosheid eenvoudigweg uitgebarsten. Aanslagen en belastingen van allerlei aard zijn sterk toegenomen en de sociale hulp van haar kant is drastisch verminderd. Al deze acties veroorzaken natuurlijk een belangrijke maar vooral snelle verslechtering van de levensomstandigheden van de arbeiders, en dat op wereldschaal […].

Vandaag vraag ik mezelf, en net mij zeker een groot aantal arbeiders, zich af waarom er geen massaal antwoord komt van de arbeidersklasse wereldwijd op de ernst en de diepte van de huidige crisis en de gevolgen ervan op hun sociale levensomstandigheden. Wat belet de arbeiders vandaag om in strijd te gaan? Behalve de opstand van december 2008 en januari 2009 in Griekenland, heeft de arbeidersklasse paradoxaal genoeg geen antwoord gegeven dat van hetzelfde niveau is als de vloedgolf van slagen die haar werden toegebracht.

Het dient gezegd dat de staten, geruggensteund door de journalisten en financiële analisten van allerlei slag, alle middelen inzetten om te doen geloven dat er sedert maart 2009 een heropleving van de economie is. Voornamelijk bij de laatste G20, hebben de vertegenwoordigers van alle landen zichzelf nog in de bloemen gezet voor het slagen van hun respectievelijke plannen voor de wereldeconomie en de financiële markten. Het moet gezegd dat deze opklaring slechts tijdelijk is en enkel de beursnoteringen betreft. En die wordt voornamelijk aangevoerd door de grote Amerikaanse banken, zoals Goldman Sachs, die zo bijdragen tot een nieuwe 'bubbel' op de beurs welke op zeer korte termijn uiteen zal spatten. De 'werkelijke' economie gaat daarentegen verder steil bergafwaarts. Deze zegeroes, gekoppeld aan een media-tamtam houdt zeker de verwarring in stand in de hoofden van de arbeiders en draagt ook bij tot het gebrek aan vooruitzicht. De tweede reden gaat een twintigtal jaren terug tot de val van de Muur van Berlijn, van het stalinisme, van het 'Oostblok' en de beruchte 'dood van het kommunisme'. En inderdaad, als men vandaag discussieert met heel wat mensen, merkt men dat volgens hen het systeem dat heerste in de USSR, in de Oostbloklanden en in de DDR, kommunisme was, terwijl het er niets mee te maken had. Ik er denk zelf over na en ik realiseer mij dat de valse informatie en de leugens over het kommunisme, die door de heersende klasse verkondigd worden, hun sporen hebben nagelaten en ongelukkig genoeg blijven hangen zijn in de geesten van de arbeiders. Vandaag denken heel veel arbeiders objectief dat dit economisch systeem aan zijn einde is gekomen en wegkwijnt, maar ze weten eenvoudigweg niet door wat het vervangen moet worden. Want men heeft hen tientallen jaren lang ingehamerd, via de media, de geschreven pers, hun boeken maar vooral via het onderwijs, dat het kommunisme een economisch systeem was dat niet werkte en dat leidde tot dictatoriale regimes of dat het, in het beste geval, een illusie is. Het is natuurlijk onjuist, want het gaat om een van de grootste leugens uit de geschiedenis van de mensheid. De derde en laatste reden is dat de crisis niet alle loontrekkers tegelijk treft met dezelfde intensiteit en op hetzelfde moment. Dat kan een verklaring zijn waarom een beperkt aantal arbeiders wanhopig de strijd aangaan omdat ze geïsoleerd zijn, en dat de anderen nog in de fase zitten van overdenking en van de rijping van hun bewustwording.

Zo, dat is misschien een begin van antwoord, dat natuurlijk geldt voor mijzelf en dat, naar ik hoop, enkele elementen zal bijdragen aan het collectieve overdenkingsproces”.

AL.

 

Ons antwoord

 

Wij zijn het eens met elk punt van de brief. Inderdaad heeft het geweld waarmee de economische crisis vandaag toeslaat tijdelijk een beangstigend en verlammend effect.

Zoals wordt onderstreept door AL, vond de laatste strijd van enige omvang in 2009 plaats in Griekenland en op de Antillen. Het is geen toeval dat de sociale situatie kalmeerde juist op het moment, dat de crisis harder begon toe te slaan. Over het algemeen, en dat kan men natrekken in de loop van de laatste veertig jaar, waren de momenten van forse stijging van de werkloosheid niet het toneel van de meest belangrijke strijd. De arbeidersklasse wordt inderdaad onderworpen aan een schandelijke maar doeltreffende chantage: “Indien jullie niet tevreden zijn, zijn er veel andere arbeiders bereid om jullie te vervangen”. Bovendien verschuilen patroons en regeringen zich achter een 'doorslaggevend' argument: “Wij hebben er part noch deel aan als de werkloosheid stijgt of als jullie worden ontslagen: het is de schuld van de crisis”. Zo ontwikkelt zich een bepaald soort onmacht. De arbeiders worden niet alleen geconfronteerd met een boosaardige patroon maar met een internationaal kapitalisme in verval. Elke strijd is een in-vraag-stelling van het hele systeem. Iedere strijd stelt fundamenteel de kwestie van een andere wereld. Om vandaag in staking te gaan moet men niet alleen de moed hebben om op te boksen tegen de dreigingen met ontslag en ondernemerschantage, maar men moet er ook en vooral van overtuigd zijn dat de arbeidersklasse een kracht is die in staat is om iets anders aan te bieden. Het volstaat niet om in te zien dat het kapitalisme in het slop zit om de arbeidersklasse in staat te doen zijn om de weg in te slaan van een revolutionair perspectief. Zij moet er ook nog van overtuigd zijn dat een dergelijk perspectief mogelijk is. En het is juist op dit terrein dat de bourgeoisie er in geslaagd is om punten te scoren als gevolg van de ineenstorting van de USSR, het zogenaamde 'vaderland van het socialisme'. De heersende klasse heeft het idee in de hoofden van de arbeiders weten in te prenten dat de proletarische revolutie gebakken lucht is, dat de oude droom van het kommunisme met de USSR ten onder gegaan is. De jaren 1990 waren heel sterk getekend door de inslag van deze propaganda. Een decennium lang kende de strijd een sterke terugval. Maar zelfs al is het effect van de 'dood van het kommunisme' aan het begin van de jaren 2000 lichtelijk beginnen te vervagen omdat onze klasse er in geslaagd is om langzamerhand weer de weg van de strijd op te gaan, toch zijn er vandaag nog resten van te bespeuren. De vereenzelviging van stalinisme en kommunisme, het gebrek aan vertrouwen binnen de arbeidersklasse om met eigen handen een andere wereld op te bouwen, werken als grendels.

Zitten wij dan in het slop? Zeker niet. Zonder enige twijfel is het perspectief steeds talrijkere en belangrijkere strijd. Voor het ogenblik heeft onze klasse een klap op haar hoofd gekregen en is ze als het ware verdoofd. Maar de crisis blijft het vruchtbaarste terrein voor de ontwikkeling van de strijd. In de komende maanden en jaren zal de regerende klasse proberen om alle werkenden te doen opdraaien voor de enorme begrotingstekorten die zich ophopen, voor de reddingsplannen van de banken en voor de 'heropleving' van de economie. Op dit ogenblik worden in het bijzonder de ambtenaren volop getroffen en allen tegelijk. Doordat de dreiging met ontslag minder zwaar op hun schouders weegt, dragen zij de verantwoordelijkheid om als eersten in het offensief te gaan en de arbeiders uit de privé, die met een onzekere baan, de werklozen, de gepensioneerden aan hun zijde te krijgen... Zo zal zich het idee ingang doen vinden dat er enkel eenmaking van de strijd komt als hij massaal en solidair is, vanuit alle sectoren, om de wreedheid van de aanvallen af te remmen. Door deze strijd zal de arbeidersklasse het vertrouwen smeden in haar eigen krachten en haar bekwaamheid om op een dag de kommunistische revolutie, de voorwaarde voor het omverwerpen van de uitbuiting, tot een goed einde te brengen.

Pavel / 21.11.2009