Het kapitalisme: een liefdesverhaal – een filmrecensie

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail Michael Moores nieuwe film, 'Capitalism, A Love Story' ging eind september in première en werd aangeprezen als een 'antikapitalistische' polemiek. De film bevat enkele erg ontroerende beschrijvingen van arbeiders die geconfronteerd worden met hypothecaire terugvorderingen en fabriekssluitingen. Er zijn beelden van de fabrieksbezetting in Chicago vorig jaar december. Wanneer de arbeiders spreken, bevestigen ze wat wij toen in Internationalism schreven, namelijk dat de arbeiders hun jobs niet willen verliezen, dat ze willen vechten voor hun jobs. Het waren de vakbonden en de politiekers die benadrukten dat de arbeiders moesten krijgen waar ze 'legaal' recht op hadden, wat neerkwam op 6.000 dollar per arbeider aan vakantie- en ontslagpremies.

De bisschop van Chicago kwam de arbeiders bezoeken en vertelde hen dat hij zelf de zoon is van een staalarbeider en begreep dat hun strijd juist was. Toen zegende hij hen en gaf hen de communie. Er waren zeer aangrijpende beelden van andere arbeiders die als individu of met hun familie de arbeiders eten kwamen brengen om hun solidariteit te tonen.

Er waren ook pakkende beelden van een groep van 20-30 mensen uit een gemeenschap in Miami die verklaarden dat de uitwijzingsbevelen nietig waren en de uitgewezen familie terug in hun huis hielpen. Een man van de bank komt en zegt dat ze daar onwettig binnen gegaan zijn, en dan komen er negen politieauto's. Er wordt een hoop geroepen en geargumenteerd en dan gaan de agenten en de man van de bank weg en de familie blijft in het huis. (Aan het eind van de film lezen we in de aftiteling dat de familie toelating gekregen heeft om in het huis te blijven wonen.)

De film zit vol met de standaard Michael-Moore-is-de-kern-van-het-verhaal scènes. Bij die capriolen zit Michael Moores poging de voorzitter van GM te ontmoeten, zijn poging om heel de raad van bestuur van AIG of iedereen bij de New York Stock Exchange onder burgerarrest te plaatsen, of om gele 'crime scene' plakband rond de Stock Exchange aan te brengen, of zijn poging om met een gepantserde vrachtwagen de Bank of America binnen te rijden met de melding dat hij $ 10 miljoen uitkoopgelden komt ophalen.

Het grote probleem is Moores politieke standpunt. Zijn aanval op het kapitalisme is provocatief, niet substantieel. Het lijkt alsof hij besloten heeft alle hysterische beschuldigingen van de rechterzijde tegen Obama's 'socialisme' op hun kop te zetten. De wereldwijde kredietcrisis van 2008 wordt toegeschreven aan het dereguleringsbeleid van Reagan dat begon in de jaren 1980 en voortduurde tot in de jaren van Bush I, Clinton en Bush II, en aan de zogezegde feitelijke overname van de VS-regering door Goldman Sachs die een beleid doordrukte dat zijn firma ten goede kwam op kosten van de belastingbetalers en zijn concurrenten. In andere woorden, het grote probleem is niet de algemene kapitalistische economische crisis, maar wel de hebzucht van enkele figuren uit de politieke- en zakenelite. Het is waar, Moore zegt dat kapitalisme slecht is, en interviewt zelfs drie of vier katholieke priesters die verklaren dat Jezus tegen kapitalisme zou geweest zijn, maar in wezen is zijn oppositie tegen het kapitalisme eigenlijk enkel oppositie tegen een ontregeld kapitalisme. Hij laat beelden zien van betogingen van een paar dozijn mensen van gauchistische groepen zoals de Answer Coalition die tegen het uitkopen van bedrijfsschulden en tegen hypothecaire uitzettingen zijn, en stelt dat voor als de opkomst van een massale antikapitalistische beweging in de VS.

Hij weet niet hoe hij Obama moet aanpakken. Enerzijds ziet hij hoe die Wall Street op zijn grondvesten doet daveren wanneer hij roept om verandering en wijst hij erop hoe zij in antwoord daarop financieel bijdroegen aan zijn kiescampagne. Hij stelt alle economische raadgevers van Obama aan de kaak als handlangers van Goldman Sachs, maar hij blijft verliefd op Obama.

In Moores opvatting is het alternatief voor kapitalisme 'democratie'. Hij interviewt de onafhankelijke senator van Vermont, Bernie Sanders, die zegt op te komen voor 'democratisch socialisme', wat hij omschrijft als de regering die de belangen dient van de werkende en de middenklasse, om hun rechten te verdedigen. Moore heeft historische beelden teruggevonden van Franklin Delano Roosevelts State of the Union redevoering in 1944, zowat een maand voor hij stierf, en waarin FDR oproept na de oorlog een tweede Bill of Rights voor de Amerikanen op te stellen, die niet opkomt voor socialisme of de vernietiging van het kapitalisme, maar voor een welvaartsstaat van het type staatskapitalisme:

-het recht op een nuttige en betalende job in de industrie, de winkels, de boerderijen of de mijnen van het land,

-het recht genoeg te verdienen om voor gepaste voeding, kleding en ontspanning te kunnen zorgen,

-het recht voor elke landbouwer producten te kweken en te verkopen waarmee hij zichzelf en zijn familie goed in leven kan houden,

-het recht voor elke zakenman, klein en groot, om handel te drijven in omstandigheden die vrij zijn van oneerlijke concurrentie en overheersing van monopolies in binnen- en buitenland,

-het recht voor elke familie op een behoorlijke thuis,

-het recht op gepaste medische bijstand en de kans een goede gezondheid te bereiken en behouden,

-het recht op gepaste bescherming tegen de economische kwellingen van ouderdom, ziekte, ongevallen of werkloosheid,

-het recht op een goede opvoeding.

Moore beklaagt zich erover dat FDR stierf voor hij deze prachtige samenleving kon creëren in de VS, maar zegt dat in de naoorlogse periode de Verenigde Staten FDR's mensen naar Europa en Japan gestuurd hebben, waar gedurende de heropbouw van Italië, Duitsland en Japan alsook van andere landen in Europa, zijn visie op de maatschappij in praktijk gebracht werd. Net als hij in Sicko deed, idealiseert Moore het Europees staatskapitalistisch maatschappelijk loon tot glorieuze doelstelling voor de Amerikanen. Moores antikapitalisme zou geenszins de kapitalistische staat vernietigen, of de controle door de arbeidersklasse instellen over de productiemiddelen; in plaats daarvan zou het Amerika omvormen tot een soort Frankrijk, Duitsland, Japan of Noorwegen – wat allemaal kapitalistische maatschappijen zijn, waar de arbeidersklasse moet vechten om zichzelf tegen uitbuiting te verdedigen. Moore beëindigt zijn film met een oproep tot iedereen om zich bij hem aan te sluiten in de strijd voor dit soort maatschappij met een gepopulariseerde versie van de Internationale, die eerder klinkt als Bobby Darin die Mack the Knife zingt dan als een revolutionair lied.

Jerry Grevin/20.9.2009