Wat is het marxisme?

Printvriendelijke versieSend by email

De laatste maanden stonden de boekenrekken vol met inslaande titels van boeken waarop grote portretten van Marx stonden. Er waren er van alle smaken. De bijbelse: 'Marx leeft nog steeds'. De klassieke: 'Marx is terug'. De hoogdravende: 'Marx, de reden van zijn wedergeboorte', Het afgezaagde bij gebrek aan verbeelding: 'De grote terugkeer van Marx'. Of het sobere maar in hoofdletters: 'Marx'(1). Op hun eigen manier, soms gekruid met enkele kritieken, bewierookten alle tijdschriften het genie van de 'grote denker'!

Deze plotse liefde kan ons verassen. Nog maar enkele jaren geleden werd Marx vergruisd als een duivel! Françoise Giroud heeft zelfs een biografie geschreven van Jenny Marx, de vrouw van Karl, met als titel: 'Jenny, de vrouw van de duivel'! Aan hem zouden we de verschrikkingen van het stalinisme, de werkkampen in Siberië en in China, de bloeddorstige dictaturen van Ceausescu of Pol Pot te danken hebben.

Vanwaar deze ommezwaai? Door de economische crisis. De huidige toestand verontrust de arbeidersklasse diep. En een gedeelte onder hen, een klein deel, probeert te begrijpen waarom het kapitalisme aan het wegkwijnen is, hoe verzet te bieden aan de verloedering van de levensomstandigheden, hoe terug te vechten en vooral – wat vandaag het moeilijkste is – uit te zoeken of een andere wereld mogelijk is... En natuurlijk wenden enkelen zich tot Marx. De verkoop van 'Het Kapitaal' heeft trouwens de laatste tijd een zekere opleving gekend. Het gaat niet om een massaal verschijnsel dat heel de arbeidersklasse aangaat, maar het begin van overdenking bij de minderheid, dat soms onderhuids werkt, verontrust de bourgeoisie. De heersende klasse huivert bij de gedachte dat de arbeiders zelf beginnen na te denken! Ze haast zich altijd om ze te overstelpen met haar propaganda, met haar leugens en vandaag met haar visie op Marx, haar visie op het marxisme.

 

Marx voorstellen als de duivel volstaat vandaag niet meer om de meest nieuwsgierigen af te stoten van zijn werk en daarom was de bourgeoisie verplicht om van tactiek te veranderen. Zij is zachtaardig, vriendelijk en eerbiedig en zelfs vol lof geworden tegenover de oude baardige man... om hem meer te van zijn aard te ontdoen en hem te herleiden tot een ongevaarlijk icoon zoals de mummie van Lenin!

 

Als wij alle tijdschriften moeten geloven was Marx een genie op het economisch vlak (had hij niet lang voor Benedictus XVI de verderfelijke rol van het geld aangeklaagd als belangrijkste overbrenger van het onrecht?), een groot filosoof, een groot socioloog en zelfs een voorloper van de ecologie! De bourgeoisie is er vandaag toe bereid om alle talenten van Marx te erkennen, behalve één, dat hij een groot revolutionair was, een strijder van de arbeidersklasse! En dat het marxisme een theoretisch wapen is dat voor de arbeidersklasse werd gesmeed om het kapitalisme omver te werpen! Of om een uitdrukking van Lenin te hernemen: “Het marxisme is de theorie van de  bevrijdingsbeweging van het proletariaat”(2).

De arbeidersklasse wint Marx voor het marxisme!

Marx werd niet geboren als kommunist, Hij is het geworden, en het is de arbeidersklasse die hem 'bekeerd' heeft. Als jongeling stond Marx zelfs zeer kritisch tegenover de kommunistische theorieën. Ziehier wat hij toen beweerde:

- Men “zou de kommunistische theorieën, onder hun huidige vorm zelfs niet kunnen opvatten als een theoretische realiteit, en dus nog minder hun praktische verwezenlijking wensen, of ze eenvoudigweg voor mogelijk houden”(3).

- Of nog, het kommunisme is “een dogmatische abstractie”(4).

In het begin beoordeelde Marx de 'kommunistische ideeën' dus als idealistisch en dogmatisch. Waarom? Sinds er onderdrukten waren op aarde, dromen de mensen van een betere wereld, van een soort paradijs op aarde, van een gemeenschap waar alle mensen gelijk zouden zijn en waar sociale rechtvaardigheid zou heersen. Dat was waar voor de slaven. Dat was waar voor de lijfeigenen (de boeren). Bij de grote Spartacusopstand tegen het Romeinse Rijk hebben de slaven geprobeerd om gemeenschappen op te richten. De eerste christelijke gemeenschappen predikten de universele menselijke broederschap en hebben geprobeerd om een communisme van goederen in te voeren. John Ball, één van de leiders van de grote boerenopstand in Engeland in 1381 (en er zijn talloze boerenopstanden geweest tegen het feodalisme) zei: “Niets zal in Engeland goed kunnen gaan zolang als alles niet gemeenschappelijk wordt beheerd ; wanneer er geen lords noch vazallen meer zullen zijn”. Jammer genoeg kon het slechts beperkt blijven tot een mooie droom. In het oude Griekenland of in Rome, in de Middeleeuwen, was de opbouw van een kommunistische wereld onmogelijk. Eerst en vooral produceerde de  maatschappij niet genoeg om te voldoen aan het geheel van de behoeften. Er was slechts een minderheid die 'comfortabel' kon leven, door de meerderheid uit te buiten. Vervolgens bestond er geen sociale kracht die machtig genoeg was om een wereld van gelijken op te bouwen: de slaven of de boeren konden zich enkel laten afslachten bij elke opstand. Kortom, de 'kommunistische ideeën' konden allen maar utopisch zijn.

En de arbeidersklasse, die als klasse zelf wordt uitgebuit, nam deze oude droom voor haar rekening. In de 18e en in het begin van de 19e eeuw heeft zij in Engeland, en vooral in Frankrijk, geprobeerd om hier en daar gemeenschappen op te richten. Denkers hebben geprobeerd om, vertrekkend van verbeelding, een perfecte wereld uit te werken. Het was trouwens om die reden dat Marx aan 'utopisch' ook het bijvoeglijk naamwoord 'dogmatisch' toevoegde. Deze 'kommunistische ideeën' waren dogmatisch, omdat zij lukraak werden uitgedacht, vertrekkend van eeuwige en onveranderlijke idealen zoals Rechtvaardigheid, het Goede, de Gelijkheid... Ze werden niet geleidelijk opgebouwd, met een voortdurende wisselwerking tussen de materiële werkelijkheid en de hersenen van de mensen, maar de werkelijkheid moest zich plooien naar de eisen van de gedachten en hun verlangens naar Rechtvaardigheid, naar Gelijkheid...

Maar waarom zal Marx dan uiteindelijk zijn leven gaan wijden aan de strijd voor het kommunisme? In feite zal het zien van wat de arbeidersklasse is en het beleven van haar stakingen, hem totaal overrompelen. Via de strijd van de Silezische wevers van 1844 of even later die van het proletariaat in Frankrijk in 1848, gaat Marx ontdekken wat de arbeidersklasse is en wat haar strijd is. En hij gaat in de werkelijkheid van deze strijd de onmisbare motor ontdekken van de omvorming van de wereld, een levende belofte voor de toekomst, een mogelijkheid om voor het eerst in de geschiedenis de stap te zetten naar het kommunisme. Hieronder volgen enkele lijnen die aantonen hoezeer Marx werd getroffen door wat hij beleefde: “Wanneer de kommunistische arbeiders bijeenkomen, dan gaat hun intentie allereerst naar de theorie, naar de propaganda, enz. Maar tegelijk maken zij zich op die manier een nieuwe noodzaak eigen, de noodzaak van de maatschappij als geheel. (...) De gemeenschap, de vereniging, de conversatie die gericht is op het geheel van de maatschappij maakt hen gelukkig ; voor hen is de menselijke broederlijkheid geen holle frase, maar een waarheid, en uit hun door het werk geharde figuren, straalt de adel van menselijkheid op ons af”(5).

 

Het is een beetje lyrisch, maar wat Marx hier ziet is dat het proletariaat, in tegenstelling tot de uitgebuite klassen van het verleden een klasse is die werkt op een geassocieerde manier. Om te beginnen wil dit zeggen dat zij haar onmiddellijke belangen slechts kan verdedigen door middel van een geassocieerde strijd die haar krachten bundelt, Maar dat wil ook zeggen dat het uiteindelijke antwoord op haar levensvoorwaarden als uitgebuite klasse enkel kan liggen in het scheppen van een werkelijke menselijke gemeenschap, van een maatschappij die gegrondvest is op de vrije samenwerking, En vooral dat deze 'associatie' voor het eerst 'de middelen voor haar ambities' heeft, omdat ze kan steunen op de enorme vooruitgang die verwezenlijkt werd door de kapitalistische industrie. Technisch gezien is de overvloed mogelijk. Met de vooruitgang die geleverd werd door het kapitalisme, is het mogelijk om te voldoen aan de noden van heel de mensheid. Dat alles heeft Marx ingezien dank zij [de strijd van] de arbeidersklasse.

Het marxisme is een theoretisch wapen dat enkel kon gesmeed worden door de arbeidersklasse

Wij kunnen het als volgt samenvatten: vertrekkend van het standpunt van de arbeidersklasse en door zich aan te sluiten bij haar revolutionaire strijd, voortvloeiend uit de vergelijking van enerzijds het revolutionaire potentieel van het proletariaat en anderzijds van de tegenstrijdigheden die het kapitalisme treffen, zijn Marx, maar natuurlijk ook Engels, er stilaan toe gekomen te begrijpen dat het communisme tegelijk mogelijk en noodzakelijk werd. Mogelijk en noodzakelijk dank zij:

1. de ontwikkeling van de productiekrachten op wereldschaal; zonder die is er geen overvloed noch volledige voldoening mogelijk van de menselijke behoeften;

2. het ontstaan van het proletariaat, de eerste uitgebuite klasse, die door haar botsing met dit wereldkapitaal ertoe gebracht wordt om de grafdelver te worden van de oude wereld;

3. de uiteraard voorbijgaande aard van het kapitalisme.

Marx en Engels zouden dat alles nooit begrepen hebben als zij niet, voor alles, strijders geweest waren van de arbeidersklasse! Inderdaad, enkel een klasse wier ontvoogding noodzakelijkerwijze gepaard gaat met die van de hele mensheid, wier heerschappij geen nieuwe uitbuiting inluidt maar de afschaffing van alle uitbuiting, kon een marxistische benadering hebben van de menselijke geschiedenis en de sociale verhoudingen. Alle andere klasse waren, en zijn daartoe steeds onmogelijk in staat. Zoals eerder gezegd, kon voor de slaven en de lijfeigenen een andere wereld slechts in de verbeelding bestaan. Hun optreden, hun denken, kon dus om deze reden enkel utopisch, idealistisch zijn. Wat de heersende klassen betreft, de meesters, de adel en de bourgeois, voor hen was en is het onmogelijk om de werkelijkheid onder ogen te nemen, om objectief de evolutie van de menselijke geschiedenis en van hun eigen wereld te bestuderen, want dan zouden zij er onvermijdelijk toe gedwongen worden om te onderkennen dat hun klasse, hun wereld, hun voorrechten gedoemd zijn of waren om te verdwijnen.

De adel dacht dat zij bekleed was met een goddelijk en dus eeuwig gezag. Hoe had hij dan ook maar een sikkepit kunnen begrijpen van de evolutie van de menselijke maatschappijen ?

Ziehier nog een ander meer concreet voorbeeld uit de actualiteit. Marx wordt vandaag door alle economisten begroet die in zijn beroemd werk 'Het Kapitaal' de oplossingen gaan zoeken om het hoofd te bieden aan de huidige crisis. Dat lijkt heel erg op het zoeken naar de Graal, ijdel en irrationeel. Deze economisten kunnen massa's bladzijden van 'Het Kapitaal' lezen en herlezen, ze in alle richtingen verdraaien, maar ze zullen er geen drup levenselixir kunnen uitwringen om het bestaan van het kapitalisme eeuwig te rekken. Wel integendeel! Als Marx zich verdiept heeft in de economie, was het juist om te begrijpen via welke mechanismen het kapitalisme van binnenuit aangevreten wordt en dus veroordeeld is om ten onder te gaan. Het ging er niet om redmiddelen te ontdekken voor de ziekten van het kapitalisme maar om het te bestrijden en zijn omverwerping voor te bereiden. Al deze doktoren in de wetenschappen en andere specialisten van het ideologisch rookgordijn zullen nooit iets snappen van de economische werken van Marx, want zijn conclusies zijn voor hen uiteraard onaanvaardbaar en onverdraaglijk!

Een wetenschappelijke en objectieve houding aannemen over het vraagstuk van de menselijke maatschappijen, over het sociale vraagstuk, betekent inzien dat er een primitief kommunisme bestaan heeft, vervolgens de slavenmaatschappij, daarop de feodaliteit, dan het kapitalisme (en misschien daarna het communisme) omdat onze productiecapaciteiten evolueerden, omdat de wijze waarop de maatschappij zich moest organiseren om te produceren – onze productieverhoudingen – gelijke tred moesten houden en dat alles tenslotte belichaamd werd via de geschiedenis van de klassenstrijd. Men begrijpt waarom het marxisme – deze 'wetenschappelijke en objectieve benadering van het vraagstuk van de geschiedenis van de menselijke maatschappijen en van het sociale vraagstuk' – voor de bourgeoisie noodgedwongen ontoegankelijk is... Doodeenvoudig omdat de logische gevolgtrekking uit deze benadering is dat het kapitalisme moet verdwijnen en daarbij alle voorrechten van de bourgeoisie!

Het marxisme: een revolutionaire en levende wetenschappelijke methode

Door ons vandaag lukraak met Marx en het marxisme om de oren te slaan, probeert de bourgeoisie dat alles te verbergen achter haar leugens en vervalsingen, Zoals Lenin zei: “De grote revolutionairen zijn altijd vervolgd geweest tijdens hun leven: hun doctrine is altijd ten prooi gevallen aan de meest wrede haat, aan leugencampagnes en de allerlaagste laster vanwege de heersende klassen. Na hun dood probeert men hen te veranderen in onschadelijke iconen, hen als het ware heilig te verklaren, hun naam te versieren met een aureool van glorie als troost voor de onderdrukte klassen en om ze te bedriegen en tegelijkertijd verminkt men het wezen van hun revolutionaire boodschap, waarvan men de scherpe kant afstompt, die men in diskrediet brengt”(6). Dit einde van de zin is bijzonder van toepassing op de huidige propaganda: “ men verminkt het wezen van hun revolutionaire boodschap, waarvan men de scherpe kant afstompt, die men in diskrediet brengt”. Wij moeten in tegendeel onderstrepen dat Marx een revolutionaire strijder was, Meer zelfs: enkel een revolutionaire militant kan een marxist zijn. Deze eenheid tussen gedachte en daad vormt juist de grondslag van het marxisme. Dat is ook wat Marx zei: “Tot nu toe hebben de filosofen niets anders gedaan dan de wereld op verschillende manieren te interpreteren, het komt er nu op aan hem te veranderen”(7), of nog: “De theoretische opvattingen van de kommunisten berusten geenszins op ideeën, op beginselen uitgevonden door de een of andere wereldhervormer. Zij zijn de algemene uitdrukking  van werkelijke omstandigheden van de bestaande klassenstrijd, van een historische beweging die zich voor onze ogen afspeelt”(8).

Het marxisme is noch een universitaire discipline noch de zoveelste wijze en ongevaarlijke theorie, noch een utopie, noch een ideologie, noch een dogma. Wel in tegendeel! Wij hernemen hier de vlammende stijl van Rosa Luxemburg en sluiten af met dit laatste citaat: “Het marxisme is geen kapel waar men brevetten aflevert van 'expertise' en waarvoor de massa van gelovigen haar blind vertrouwen moet uiten, Het marxisme is een revolutionaire opvatting van de wereld, die onafgebroken vecht voor het verwerven van nieuwe resultaten, een opvatting die vastgeroeste en definitieve formules verwerpt en die haar levenskracht slechts kan bewijzen via het gekletter van de wapens van de zelfkritiek onder de donderslagen van de geschiedenis”(9) n

Pavel / 08.10.2009

 

1) Respectievelijk: Challenges (decembver 2007), Courrier International (juli 2008), Magazine Littéaire (oktober 2008), Le Nouvel Observateur (augustus 2009), Le Point (speciale buiten serie van juni/juli 2009),

 

2) Het bankroet van de Tweede Internationale, 1915

3) Het kommunisme en de Allgemeine Zeitung van Augsburg

4) Brief aan A. Ruge

5) Filosofische en Economische Manuscripten, 1844,

6) Lenin, 'Staat en Revolutie',

 

7) Stellingen over Feuerbach

8) Het Kommunistisch Manifest

9) Rosa Luxemburg, 'De accumulatie van het Kapitaal'