Werkloosheid en soberheid in België - Hoe reageren op de crisis?

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mailDe economische vooruitzichten voor het nieuwe werkjaar willen ons sussen: de heropbloei van de economie en de handel zou aan de horizont staan. De voorbije twee jaar hebben wij geleerd hoe betrouwbaar de voorspellingen van de burgerlijke experts zijn en hoe goed wij er op kunnen voortgaan. Ontrent de werkelijkheid van de economische en sociale toestand na de tsoenami van de recessie van 2008-2009, zijn de cijfers daarentegen ongenadig. Zo wordt België geconfronteerd met een budgetdeficit van 25 miljard Euros, hetzij meer dan 6% van het Bruto Nationaal Product (en het planbureau voorziet nog een verdere aangroei naar 7,1% in 2010 en 7,3% van het BNP in 2011), en een werkloosheid die met 21% is toegenomen en tienduizenden arbeiders die in de tijdelijke economische werkloosheid zitten (in Vlaanderen 25% van de arbeiders). Terwijl een tiental jaren soberheid onder de regering Dehaene de openbare schuld hadden teruggeschroefd van 130% van het BNP in het begin van de jaren 1990 naar ongeveer 80% in 2007, draait deze schuld alweer rond de 100% en zou ze 110% van het BNP kunnen bedragen in 2010. Over de gevolgen van deze toestand bestaat er niet de minste twijfel, volgens de uitspraken van Eerste Minister Van Rompuy zelf:

 

“Voor 20 september moeten wij een stabiliseringplan indienen bij de Europese Commissie, en daarna gaan wij over tot het budget 2010-2011. (…) Om onze sociale verworvenheden te vrijwaren moet er absoluut een solidere en meer dynamische economische infrastructuur komen dan vandaag. Europa moet aan het werk en België ook. (…) Wij zijn weer vertrokken voor een lange periode van aanpassing. Dat is trouwens allemaal doenbaar hé [sic, bedankt voor de aanmoediging] … in 1992 vertegenwoordigde het plan Dehaene een inspanning die gelijkstaat met de helft van die van vandaag … Dus vandaag moet men … het dubbele doen van wat men moest doen in 1992. Men zal zich moeten aanpassen. Vooral de bevolking [sic] zal zich moeten aanpassen. Men zal van discours moeten veranderen”. (Le Soir, 1.8.2009).

 

Dat was een bijzonder direct discours in volle zomerreces. De redding van de banken en de steun aan de kwakkelende economie hebben in de eerste plaats 15 jaar van budgettaire inleveringen en loonmatiging geannuleerd. Bovendien is het gat dat moet gevuld worden twee maal dieper en zal de inkrimping van de uitgaven twee maal forser zijn dan in de laatste 15 jaar. Via de verklaringen van de Eerste Minister belooft de regering ons nog meer bloed en tranen dan tijdens de jaren 1980 en dat voor minstens 10 jaar.

 

 

Aarzelingen 

 

 

Geconfronteerd met de bedreigingen van haar levensomstandigheden, blijft de Belgische arbeidersklasse voor het ogenblik heel schuchter in haar antwoord en dat kan verrassend lijken. De meerderheid van de arbeiders kiest voor een afwachtende houding en is ontredderd, zoals wij merken bij Opel Antwerpen of bij Sonaca in Charleroi. Een kleine minderheid van de arbeiders reageert gewelddadig, omdat zij zich verplicht voelen om ‘iets te doen vooraleer het te laat is’ tegenover de druk van de ontslagen die zij ondergaan in hun bedrijf of hun streek, maar zij staan dan geïsoleerd (zoals bijvoorbeeld met de bezetting bij Bridgestone). Hoe kan men deze relatieve passiviteit uitleggen van een arbeidersklasse die, op andere momenten (zoals nog tijdens de golf van wilde stakingen begin 2008), haar strijdbaarheid wist tot uiting te brengen tegenover de aanvallen die ze onderging?

 

- Vooreerst door de voorzichtigheid waarmee de bourgeoisie zelf tewerk gaat bij het ten uitvoer brengen van haar aanvalsplannen. In tegenstelling tot de jaren 1970 of 1980, beschikt de bourgeoisie niet meer over zogenaamde politieke alternatieven om de crisis te lijf te gaan. Ze zijn allemaal al toegepast en hebben het allemaal al laten afweten: de belofte van tienduizenden nieuwe jobs in de openbare sector, de vermindering van de arbeidstijd (36u), de inperking van het juk van de staat, de beperking van de toevloed van vreemdelingen,…  Vandaar dat zij, bewust van haar verminderde manoeuvreerruimte in een context van algeheel ongenoegen, handelt met omzichtigheid. Ze probeert elke provocatie te vermijden. Daarom vermijdt zij voor het ogenblik frontale maatregelen tegen de lonen en mikt zij eerder op ‘ecologische’ belastingen of op de vermindering van de uitgaven van de sociale zekerheid, op de vermindering van de toegekende fiscale voordelen aan het bijkomend pensioensparen, maatregelen die in wezen evengoed een aanval zijn op de lonen, maar op een indirecte manier. Bovendien probeert zij de evenredigheid en de wettelijkheid van de aangekondigde aanvallen te rechtvaardigen door zelf de trom te roeren over de noodzaak van “diegenen te laten betalen die de crisis veroorzaakt hebben” : de voorstellen voor een crisisbelasting voor de banken, de beperking van de bonussen voor de hogere kaders of zelfs de belasting op de financiële speculatie (Tobin tax) moeten de bevolking, en vooral de loontrekkers, er van overtuigen dat de opofferingen evenredig zullen gespreid worden. 

 

- Vervolgens en vooral natuurlijk door de omvang en de brutaliteit van de crisis die breed uitgemeten wordt in de media in dienst van de bourgeoisie. In het begin is het normaal dat de arbeiders terugschrikken voor de omvang van de aanvallen en voor het niveau van antwoord dat deze vereisen: Hoe kan Opel Antwerpen het hoofd bieden aan een wereldwijd bankroet dat GM bedreigt en aan het schimmengevecht dat geleverd wordt door de directie van GM, de US regering en de Duitse regering? Hoe kan men de ontslagen bij Sonaca bestrijden als de vliegtuigbestellingen in de wereld in elkaar storten? Natuurlijk dringt zich de noodzaak elke dag meer op om zijn bedreigde levensomstandigheden te verdedigen, om een alternatief te bieden aan het kapitalisme dat niet in staat blijkt om de mensheid een deftig perspectief te bieden. Maar opdat de mogelijkheid om dat te doen op haar beurt algemeen gedeeld zou worden door de arbeidersklasse, moeten en nog belangrijke hindernissen opgeruimd worden.

 

 

Misleidingen

 

 

Een van de belangrijke stappen die de arbeiders moeten zetten is zonder twijfel de ontwikkeling van hun bekwaamheid om de valstrikken en de misleidingen te ontrafelen die de bourgeoisie naar voor schuift om hun opmars naar eenheid en ontwikkeling van hun bewustzijn te belemmeren. Al heeft de bourgeoisie het belang van de crisis niet verdoezeld, toch heeft zij haar campagnes opgedreven met het oog op het vertroebelen van het overdenkingsproces onder de arbeiders ontrent het soort antwoord en alternatief dat er moet aan gegeven worden. In het centrum van deze campagnes staat het behoud van de geloofwaardigheid van de burgerlijke democratie. Op internationale schaal mikte de intense campagne rond de verkiezing van Obama reeds op het terug geloofwaardig maken van het democratisch alternatief. In België is bij het verkiezingscircus van juni dezelfde doelstelling met groot meesterschap uitgebuit door de bourgeoisie.

 

Wat betreft de recente verkiezingen van juni 2009, valt het vooral op, en dat wordt in de pers breed uitgesmeerd, dat de winnaars en verliezers in het noorden en in het zuiden niet dezelfden zijn. In het Franstalige deel zijn het vooral de groenen (Ecolo) die gescoord hebben, terwijl in Vlaanderen de ‘gematigde’ en ‘salonfähige’ Vlaams-nationalisten van het NVA, die fors vooruit gingen ten koste van het de uiterst rechtse en vreemdelinghatende Vlaams-nationalisten van het Vlaams Belang. Die verliezen een derde van hun aanhang. Deze uitslag wordt door de burgerlijke politieke wereld voorgesteld als de grote overwinning van de democratie. In feite hebben deze resultaten de bourgeoisie in staat gesteld om de democratische misleiding uit te buiten tegen de ontwikkeling van het verzet van de arbeidersklasse op twee vlakken:

 

- door de nadruk te leggen op de tegengestelde oriënteringen in de twee regio’s (“de resultaten tonen dat wij in twee verschillende landen leven”) en de verschillende samenstelling van de deelregeringen (‘olijf’ en ‘links’ aan Franstalige zijde, centrum rechts aan Vlaamse zijde) versterkt zij de regionalistische verdelingen en bijgevolg ook de hindernissen bij de ontwikkeling van de eenmaking van de strijd;

 

- door het onderstrepen van de consolidering van de ‘democratische consensus’ via een zware nederlaag van uiterst rechts, verstevigt zij de democratische illusies en belet zij het overdenkingsproces ontrent alternatieven voor het zieltogende kapitalisme.

 

 

Een internationaal kader

 

 

De Belgische bourgeoisie heeft een enorme ervaring in het inkapselen van de ontevredenheid van de arbeidersklasse en zij beschikt over een vakbondsapparaat dat bijzonder doeltreffend is om te vermijden dat de woede zou omslaan in een in-vraag-stelling van het systeem. Enerzijds ondersteunen de vakbonden soms harde strijd (zoals de acties van de Waalse staalarbeiders of de lange bezetting van de fabriek van Bridgestone), maar altijd zo ingeperkt mogelijk tot het bedrijf, tot een sector of tot de streek, en die over het algemeen ondoeltreffend blijken te zijn en leiden tot ontmoediging. Anderzijds staan zij voorop voor een evenredige soberheid: het is inderdaad de socialistische vakbond die de noodzaak heeft vooropgesteld om aan de banken een crisisbijdrage op te leggen, niet om de arbeiders te verdedigen maar om het discours te doen slikken van “de collectieve opofferingen” en  ongecontroleerde sociale uitbarstingen te vermijden: “Wij willen de bedrijven zeker helpen maar op een gerichte en liefst doeltreffende manier. (...). Het gevoel van te balen is niet te onderschatten. We maken hier gelukkig nog geen toestanden mee zoals in Frankrijk, waar boze werknemers zelfs dreigden met het opblazen van het eigen bedrijf, maar onderschat de groeiende woede niet. Ik zeg dat niet als dreigement, maar uit oprechte bezorgdheid”. (R. De Leeuw, voorzitter van de socialistische vakbond, De Morgen, 02.09.2009).

 

De arbeidersklasse in België wordt volop geconfronteerd met de vakbondssabotage van haar verzet. Dit maakt deel uit van de strijd van de internationale arbeidersklasse op langere termijn, die haar juist moet in staat stellen om de lessen te trekken uit haar huidige en voorbije ervaringen met de inkapselingsmethodes van de strijd door de vakbond en haar sociale verzoeningspolitiek in de schoot van het burgerlijk democratisch systeem. Het stelt haar ook in staat de organisatie van haar strijd zelf in handen te nemen, de uitbreiding en eenmaking van haar strijd te ontwikkelen en alternatieven voorop te stellen.

 

Het is ook op wereldvlak dat de eerste vooruitgang op deze weg tot uiting komt. Ondanks de media black-out, heeft de burgerlijke pers van de laatste maanden toch nog gewag gemaakt van massale strijd in Zuid-Afrika, in Bangla Desh en vooral in Egypte, waar de officiële vakbonden overspoeld zijn en waar de arbeiders op zoek zijn gegaan naar alternatieve strijdmethodes. In China zijn er bijna dagelijks gewelddadige botsingen tussen de arbeiders en de ordestrijdkrachten als gevolg van ontslagen en loonsdalingen. In Europa zelf hebben belangrijke bewegingen bij delen van de uitgebuite klasse de groeiende bewustwording onderstreept over wat er op het spel staat. Dat kwam begin 2009 tot uiting in de rellen van de studentenjongeren in Griekenland tegen de afwezigheid van perspectief en tegen het geweld van de staat. Ze werden hierbij gesteund door een groot deel van de arbeidersbevolking. In Spanje en in Groot-Brittannië, duiken de eerste uitingen op van het in handen nemen van de strijd en het zoeken naar solidariteit en uitbreiding van de strijd. Zo werd in de raffinaderij in Lindsey een schandelijke campagne, die ‘British jobs for British workers’ eiste, door de arbeiders zelf gecounterd, wat het mogelijk maakte om enkele maanden later de strijd opnieuw op te nemen op een hoger niveau van eenheid, met solidariteitsbetogingen tussen Britse arbeiders en gastarbeiders, Poolse en Italiaanse (zie hiervoor het artikel in dit blad).

 

De aanzienlijke verdieping van de huidige crisis van het kapitalisme vormt een element van eerste orde in de ontwikkeling van de arbeidersstrijd. Nochtans volstaat het voor de arbeidersklasse niet om vast te stellen dat het kapitalisme in een doodlopend straatje zit, dat het zou moeten wijken voor een andere maatschappij, opdat zij de weg zou inslaan naar een revolutionair perspectief. De weg die leidt naar revolutionaire botsingen en naar het in-vraag-stellen van het kapitalisme zal nog lang en moeilijk zijn. Enkel door de situatie van de arbeidersklasse in België in dit wereldkader van  pogingen van de internationale arbeidersklasse om weerwerk te bieden aan de campagnes van de bourgeoisie en om haar strijd en bewustzijn te ontwikkelen in te schatten, zijn we in staat te vermijden in momenten van scepticisme of euforie te vervallen. Het is ook de enige houding die het de elementen, die bewust zijn van wat er op het spel staat, mogelijk maakt om politiek bij te dragen tot het opkrikken van de bekwaamheid van de arbeidersklasse om de democratische valstrikken en misleidingen, die de bourgeoisie hen voor de voeten werpt, te ontmijnen, om het vakbondskeurslijf te verbreken en om de strijd in eigen handen te nemen. Dat zijn fundamentele stappen voor een eensgezinde strijd tegen de verschrikkingen van het kapitalisme in crisis n

 

 

J / 05.09.2009