Links tot rechts, allen roepen de staat ter hulp De staat is steeds de vijand van de arbeidersklasse

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

De jongste weken hebben allerlei berichten omtrent gouden parachutes, stock-options, premies, bonussen of salarissen die aan grote bazen werden uitgekeerd ophef gemaakt. Er is echter niets nieuws onder de zon. Het kapitalisme is een systeem waar een minderheid de meerderheid uitbuit.

In deze tijden van crisis, is het zeker nog meer aanstotelijk dan gewoonlijk om te  zien hoe aan de ene kant, de arbeiders de broeksriem moeten aantrekken, ontslagen worden en als een papieren zakdoek worden weggegooid en aan de andere kant, hoe grote bazen hun zakken vullen. De berichten dat miljoenen euros aan CEO's worden toegekend hebben, met recht, een diep gevoel van afkeer veroorzaakt.

Zo'n schandelijke en provocerende situatie zou de arbeiders wel eens tot strijd kunnen aanzetten. De bourgeoisie moest dan ook wel iets doen.  Zij heeft zich getooid met haar meest hypocriete masker om op tafel te slaan, om deze «schofterige bazen » te hekelen. Met de code-Lippens wil ze de gouden parachutes inperken en de opzegvergoedingen van de topmanagers aan banden leggen. "Verontwaardiging over bonussen is geen populisme maar een beetje elementair maatschappelijk fatsoen en moreel normbesef." heet het dan.

Kortom de staat snelt de arbeiders ter hulp!

 

De staat is de ergste baas

 

"Verscheidene landen hebben al maatregelen genomen om paal en perk te stellen aan de premies en hoge bonussen die toplui van noodlijdende financiële instellingen zichzelf nog steeds toe-eigenen" (edito in De Standaard, 31/3/09). Dit refrein wordt inderdaad  in koor overgenomen door alle wereldleiders. Van Obama tot Merkel, van Zapatero tot Brown, allen beloven ze dat de staten zullen ingrijpen om de economie te 'moraliseren'. Het werd zelfs voorgesteld als één van de hoofddoelen van de G20.

Het is dus noodzakelijk een heel eenvoudige waarheid in herinnering te brengen: voor de proletariërs is de staat altijd de ergste baas geweest ! Wie voert er voortdurend algemene aanvallen uit op de levensvoorwaarden van de arbeidersklasse ? Wie heeft de toegang tot de zorgverstrekking bemoeilijkt, de pensioenleeftijd opgetrokken en de uitkeringen verminderd ? Wie heeft de werklozen het leven zuur gemaakt door ze een schuldgevoel aan te wrijven, door ze massaal uit de officiële statistieken te schrappen en hun rechten in te perken ? Wie heeft er steeds meer precaire nepcontracten ingevoerd? De staat, nog eens de staat, altijd de staat!

Nochtans, bestaan er vandaag in de arbeidersrangen nog vele illusies over de aard van dit burgerlijk orgaan. Dit is te verklaren door het geloof dat werd bijgebracht en onderhouden door links, de vakbonden en alle gauchisten. En de plotse belangstelling van de bourgeoisie voor Marx dient alleen om deze illusie in stand te houden: "Karl Marx zei het al : De staat is helemaal terug. Zelfs geharde neoliberalen pleiten nu voor nationalisering." (De Standaard 1/3/09). Zo zou de staat na Wereldoorlog II,  allerlei maatregelen hebben genomen ter verbetering van het algemeen welzijn van de arbeidersklasse (zoals bv. de oprichting van de Sociale Zekerheid). Zo wordt de illusie in stand gehouden dat massale nationaliseringen de arbeidersvoorwaarden zouden kunnen verbeteren. Deze eis staat trouwens voorop  in het huidige programma van geheel uiterst-links. Ziehier een aantal voorbeelden: "Een staatsbank is een eerste haalbare zet om de crisis op korte termijn te counteren. Je kunt niet meteen de hele financiële sector nationaliseren -hoewel dat op termijn zeker een optie is." (De Standaard, 1/3/09, E. DeBruyn, voorzitter Sp.a Rood);  "Daarom zeggen wij dat er een volledige nationalisering moet komen van de financiële sector." (Alternative Socialiste, april 09 PSL); "de PvdA wil een openbare bank" (Solidair, 26 maart 09 PvdA). In tegenstelling tot die traditionele leugens van links en uiterst-links, zijn nationaliseringen nooit een goede economische maatregel geweest voor het proletariaat. Na Wereldoorlog II stelde de omvangrijke golf van nationaliseringen zich tot doel het vernietigde productieapparaat opnieuw op te bouwen door het arbeidsritme te verhogen. Laten we de woorden van Thorez, secretaris-generaal van de Franse 'communistische' partij en toenmalig vice-president van de door De Gaulle geleidde regering niet vergeten, woorden die hij in het gezicht slingerde van de arbeidersklasse en in het bijzonder van de arbeiders in de openbare diensten: « Indien er mijnwerkers zich dood werken, dan zullen hun vrouwen hen vervangen», of «Stroop uw mouwen op voor de nationale heropbouw! » of nog « Staking is een wapen van de trusts » Welkom in de wondere wereld van de genationaliseerde ondernemingen!

 

Revolutionaire communisten hebben, sedert de ervaring van de Commune van Parijs in 1871, steeds de wezenlijk anti-proletarische rol van de staat onderstreept: « De moderne staat, onder welke vorm ook, is een in wezen kapitalistisch werktuig, de staat van de kapitalisten , de ideale universele kapitalist. Hoe meer productiekrachten hij als eigendom overneemt, des te meer wordt hij werkelijk universeel kapitalist, des te meer staatsburgers buit hij uit. De arbeiders blijven loonarbeiders, proletariërs. De kapitaalverhouding  wordt niet opgeheven , zij wordt veleer op de spits gedreven » (F. Engels in 1878) (1).

 

De staat kan de kapitalistische economie niet redden

 

De nieuwe golf van nationaliseringen die effectief is begonnen in de bank- en automobielsector in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië zal niets goeds met zich meebrengen voor de arbeidersklasse. Hij zal de bourgeoisie ook niet toelaten om aan te knopen met een echte duurzame groei. Wel integendeel! Deze nationaliseringen kondigen toekomstige, nog zwaardere economische wervelwinden aan.

 

Inderdaad, in 1929 zijn de banken die failliet gingen de dieperik ingegaan met de spaargelden van een groot deel van de Amerikaanse bevolking,  waardoor miljoenen arbeiders in de ellende terechtkwamen. Sedertdien, om een gelijkaardige ineenstorting te vermijden, werd het banksysteem  in twee delen opgesplitst. Enerzijds, de zakenbanken die de ondernemingen financieren en die werken aan  allerlei financiële operaties en anderzijds de spaarbanken die geld ontvangen van spaarders en die dit geld gebruiken voor relatief veilige beleggingen. Vandaag bestaan de Amerikaanse zakenbanken echter niet meer als gevolg van de golf van faillissementen in 2008. Het Amerikaans financieel systeem heeft zich heringericht zoals het vóór 24 oktober 1924 bestond ! Bij de volgende windstoot lopen alle, dankzij een gedeeltelijke of volledige nationalisering, 'overlevende' banken,  op hun beurt het risico te verdwijnen maar dan wel met de karige spaarcenten en de lonen van de arbeidersgezinnen. Indien de bourgeoisie vandaag nationaliseert is het niet om een of ander nieuw relanceplan in te voeren maar om een onmiddellijke insolvabiliteit te vermijden van financiële of industriële mastodonten. Het ergste moet vermeden worden, de meubelen moeten worden gered (2).

Al is het dan niet met zijn relanceplannen, kan de staat toch niet DE redder zijn door miljarden dollars in de economie te pompen om deze opnieuw op te starten? Wel,nee! Deze hoop steunt op het idee dat een staat niet failliet kan gaan, dat het eindeloos geld uit zijn zakken kan halen (of beter dat het onbeperkt geld kan drukken). Ben Bernanke, de huidige voorzitter van de Fed (de Amerikaanse centrale bank) heeft ooit op 21 november 2002 een toespraak gehouden die beroemd is gebleven : hij beweerde dat in geval van crisis in de Verenigde Staten het zou volstaan om «eindeloos geld te drukken en het met helikopters rond te strooien».

Wanneer een particulier failliet gaat, verliest hij alles en komt hij op straat te staan. Een onderneming sluit haar deuren. Maar een staat ? Kan een staat failliet gaan ? Al bij al heeft men nog nooit een staat 'de zaak zien sluiten'. Niet echt, inderdaad. Maar een staking van betalingen, dat hebben we wel meegemaakt ! In 1982 zagen veertien met schulden overladen Afrikaanse landen zich genoodzaakt een staking van betalingen aan te kondigen. In de jaren 1990 zijn ook een aantal Zuid-Amerikaanse landen en Rusland in gebreke gebleven. Onlangs nog, in 2001, stortte Argentinië op zijn beurt in. Concreet gezien hielden die landen niet op te bestaan, de nationale economie is ook niet stil gevallen. Er was daarentegen wel telkens een soort economische aardbeving : de waarde van de nationale munt viel sterk terug, de geldschieters (meestal andere staten) verloren alles of een deel van hun investering en vooral, de staat verminderde zijn uitgaven drastisch door een groot aantal ambtenaren te ontslaan en diegenen die nog aan het werk bleven voor een tijdje niet uit  te betalen.

Vandaag staan vele landen op de rand van deze afgrond: Ecuador, IJsland, Oekraïne, Serbië, Estland, enz... Dichterbij bij huis, heeft de Europese Gemeenschap onlangs een hulpplan ontwikkeld voor de zware financiële crisis die vier van zijn lidstaten teistert : Ierland, Griekenland, Oostenrijk en... België. J.L. Dehaene bevestigd  dat "Indien wij het (de Europese munteenheid) niet zouden hebben, wij vandaag, net als IJsland, een failliet land zouden zijn." (Le Vif/l'Express 27/3/09). Maar hoe staat het met de grote mogendheden? A. Schwartzenegger, gouverneur van Californië, verklaarde eind december dat zijn staat zich in een «fiscale noodtoestand » bevond. De rijkste Amerikaanse staat, de « Golden State », staat op het punt om een omvangrijk deel van zijn 235 000 ambtenaren te ontslaan! Bij de voorstelling van het nieuwe budget, waarschuwde de ex-Hollywoodster dat « iedereen offers zal moeten brengen ». Dit is een duidelijk symbool van de zware economische moeilijkheden waarmee de eerste wereldmacht kampt. Het betreft hier natuurlijk geen staking van betalingen vanwege de Amerikaanse staat maar dit voorbeeld geeft duidelijk aan dat de financiële maneuvreerruimte vandaag heel beperkt is. De schuldenlast op wereldvlak lijkt het niveau van verzadiging te hebben bereikt (60 000 miljard dollars in 2007 en hij is sedertdien met nog meerdere duizenden miljarden dollars toegenomen). Aangezien de bourgeoisie gedwongen wordt om in dezelfde richting door te gaan zal dit vernietigende economische schokken veroorzaken. Alle economen op deze planeet vragen om een nieuwe New Deal en dromen dat Obama zich ontpopt tot een nieuwe Roosevelt, die de economie kan aanzwengelen, zoals in 1933, door middel van een grootschalig plan dat grote openbare werken financiert... op krediet. Maar het plan Obama, dat begin 2009 wereldkundig werd gemaakt, zou volgens de economisten zelf « ontgoochelend zijn »: 775 miljard dollars zullen worden vrijgemaakt om enerzijds een « fiscaal cadeau » van 1000 dollars per Amerikaans gezin (95% van de gezinnen zijn erbij betrokken) mogelijk te maken, dit om ze aan te sporen « opnieuw geld uit te geven ». Anderzijds wordt er een programma opgestart van grote openbare werken mbt energie, infrastructuur en onderwijs. Dit plan, belooft Obama, zou « in de komende jaren » drie miljoen jobs voortbrengen. De Amerikaanse economie vernietigt op dit ogenblik meer dan 500 000 jobs per maand. Deze nieuwe New Deal (ook al overtreft hij de beste verwachtingen, wat weinig waarschijnlijk is) heeft dus nog heel wat weg af te leggen.

Plannen om de schuldenlast van de staat, zoals bij de New Deal, doen toenemen heeft de bourgeoisie sedert 1967 al  regelmatig uitgevoerd zonder werkelijk succes. De verschulding van de gezinnen, de ondernemingen of de staten is een lapmiddel, het geneest het kapitalisme niet van de overproductieziekte (3); het laat hoogstens toe de economie tijdelijk uit het moeras te halen maar enkel door nog zwaardere crisissen in de toekomst voor te bereiden. En toch zal de bourgeoisie deze wanhoopspolitiek verder zetten omdat zij geen andere keus heeft, zoals de  verklaring van Angela Merkel van 8 november 2008 op de Internationale Conferentie in Parijs, voor de zoveelste keer aantoont: "Er bestaat geen andere mogelijkheid om de crisis te bestrijden dan bergen schulden op te stapelen »; de laatste tussenkomst van de hoofdeconomist van het IMF, Olivier Blanchard stelt hetzelfde : « wij staan voor een crisis van buitengewone omvang, waarvan het belangrijkste onderdeel een ineenstorting van de vraag is [...] Het is absoluut noodzakelijk om [...] de privé-vraag opnieuw aan te zwengelen, wil men voorkomen dat de recessie zich omvormt tot een Grote Depressie » Hoe? « door de openbare uitgaven te verhogen".

De schuldenberg die vier decennia lang werd geaccumuleerd heeft zich omgevormd tot een ware Everest, en vandaag kan niets nog voorkomen dat het kapitaal van deze helling aftuimelt. De toestand van de economie is werkelijk rampzalig. Maar dit betekent niet dat het kapitalisme in één klap vanzelf zal ineenstorten. De bourgeoisie zal HAAR systeem niet laten verdwijnen, zij zal hardnekkig, en met alle middelen, proberen de doodstrijd van haar systeem te rekken, zonder zich zorgen te maken om de schade die het de mensheid toebrengt. Wat echter wel vaststaat is dat de historische crisis van het kapitalisme van ritme is veranderd. Na veertig jaren van trage afdaling in de hel, staat we voor een toekomst van hevige schokken, van opeenvolgende economische stuiptrekkingen die niet alleen Derdewereldlanden of ex-Oostbloklanden zullen treffen maar ook de Verenigde Staten, Europa en de opkomende economieën in Azië...

De bourgeoisie kan dan wel proberen ons met zoete illusies in slaap te wiegen door ons te doen geloven dat de staten de economie onder controle hebben en dat zij vanaf nu het kapitalisme zullen 'moraliseren'. De werkelijkheid is dat in alle landen, de staten, zowel van links als van rechts, het speerpunt zullen zijn van de toekomstige aanvallen tegen de arbeidersklasse!  n

 

Jennifer&Lac /13.04  

 

1) In l'Anti-Duhring, Uitg. Progres 1978, p.329

2) Op die manier schept zij een terrein dat  gunstiger is voor de ontwikkeling van de klassenstrijd.   Door hun officiële baas te worden, zullen alle arbeiders nu rechtstreeks de staat tegenover hen vinden in hun strijd. In de jaren 1980 en 1990 vormde de omvangrijke golf van privatiseringen van grote bedrijven een extra moeilijkheid, die de klassenstrijd afleidde naar een dood spoor. De arbeiders werden niet allen door de vakbonden opgeroepen om de openbare bedrijven te redden, of m.a.w. om eerder door die ene baas te worden uitgebuit (de staat) dan door die andere (privé). Maar ook bevochten ze niet meer dezelfde baas (de staat) maar een reeks verschillende private patroons. Hun strijd was dikwijls versnipperd  en dus  zwak. In de toekomst daarentegen zal er meer vruchtbare bodem bestaan voor eensgezinde arbeidersstrijd tegen de staat.

3) Om diepgaander de economische crisis te begrijpen, lees ons artikel "La plus grave crise économique de l'histoire du capitalisme".