CONGO: Twaalf jaar van moord en chaos

Printvriendelijke versieSend by email




Het beeld van duizenden mensen ten prooi aan wanhoop en paniek, die de
steden ontvluchten in Noord-Kivu in het oosten van de Democratische Republiek
Congo (RDC), herinnert ons aan een oorlog die nooit opgehouden is, aan een
verwoestend conflict dat meer doden geëist heeft dan gelijk welk ander sinds de
tweede wereldoorlog.

Tussen 1998 en 2003 heeft de RDC, met de hulp van Angola, Namibië en
Zimbabwe, de aanvallen uit Rwanda en Oeganda afgeslagen, en de vijandelijkheden
zijn sindsdien blijven voortduren, vooral in Kivu. Ze bereikten het punt waarop
in januari 2008 een vredesakkoord getekend werd met een complete wapenstilstand
tussen de gewapende groepen.

Dat hield niet lang stand: in augustus waren opnieuw gevechten
uitgebroken tengevolge van de aanvallen die het Nationaal Congres van de
verdediging van het volk van Laurent Nkunda, een militie met 5500 manschappen,
uitvoerde op steden, militaire kampen en vluchtelingenkampen. De verplaatsing
van grote delen van de bevolking werd daardoor nog erger. 850.000 mensen waren
hun woonplaats al ontvlucht gedurende de vorige twee jaren van conflict. Sinds
augustus gingen nog eens 250.000 op de vlucht voor de gevechten, voor velen
onder hen al voor de tweede of derde keer. In heel de RDC zijn er 1,5 miljoen
vluchtelingen en 300.000 mensen zijn het land ontvlucht.

Nu Goma, de hoofdstad van Noord-Kivu, belegerd wordt door de troepen
van Nkunda, en ook voor een stuk geterroriseerd door de Congolese soldaten die
plunderen en verwoesten tijdens hun aftocht, bestaat er groot gevaar op een
heroplaaien van de totale oorlog. Sinds 1998 vielen er al 5,4 miljoen doden,
door de oorlog en door het geweld dat ermee samenhangt, door hongersnood en
ziekten. De directeur van het Internationaal hulpcomité stelt dat "Congo
het meest moordende conflict ter wereld is van de laatste 60 jaar"
(Reuters).

Etnische
haat die aangewakkerd wordt door de rivaliteit tussen de grootmachten

Om de misdadige verantwoordelijkheid van de grootmachten te verbergen,
stellen de burgerlijke media het bloedig conflict systematisch voor als een
'etnische oorlog' (anders gezegd een 'oorlog tussen wilden'). Het conflict
lijkt inderdaad op confrontaties tussen etnieën die weerwraak op elkaar nemen.
Laurent Nkunda schreeuwt luid en duidelijk dat zijn troepen in Noord- en
Zuid-Kivu optreden omdat de RDC nagelaten heeft een aantal hutu-fracties voor
het gerecht te brengen. De rol van groepen zoals de Democratische bevrijdingstroepen
van Rwanda, waarvan het aandeel in de genocide van 800.000 Tutsi's voldoende
gekend is, is echter dezelfde als die van de eigen troepen van Nkunda, die
systematisch plunderen, verkrachten en moorden op hun weg door het land . Het
zou niet de eerste keer zijn dat een oproep om 'het volk te verdedigen' in
werkelijkheid enkel dient om de bevolking te terroriseren. Zowel in Rwanda als
in de RDC blijft het aanzetten tot etnische haat en het verlangen naar wraak de
situatie vergiftigen.

Want in werkelijkheid zijn het niet de bevolkingsgroepen van deze
streek, arm, overuitgebuit en onderdrukt door hun regeerders en door gewapende
bendes, die oorlog voeren. Zij worden integendeel als instrumenten gebruikt,
door de imperialistische grootmachten die de plaatselijke Afrikaanse regimes en
hun tegenstanders ondersteunen. Duidelijk gezegd: het zijn de grootmachten die
openlijk of onderhands de criminele regimes en hun tegenstanders van op afstand
leiden en die vandaag op massaschaal de bevolking blijven uitmoorden.

We moeten in het bijzonder op het misdadig cynisme wijzen van de
Franse en Belgische overheden. In een echo van president Sarkozy, die in stilte
Angola aanzet militair in te grijpen aan de kant van het Congolese regime (dat
door Parijs gesteund wordt), onderscheidde Bernard Kouchner, Frans minister van
buitenlandse zaken, zich weer eens door zich te gedragen als de cynische
oorlogspoliticus. Van bij het heruitbreken van de moordpartijen op 29 oktober,
riep hij als eerste publiekelijk op militaire versterkingen (1500 man) naar
Kivu te sturen met als reden dat "dit een moordpartij is zoals er
waarschijnlijk nooit een geweest is in Afrika".

Een
maatschappij in ontbinding

De RDC is een territorium dat 90 keer zo groot is als Rwanda, met een
bevolking die 6 keer zo talrijk is, maar ze beschikt over een betrekkelijk
kleine militaire macht, zelfs met de bijstand van 17.000 UNO troepen. De snelle
terugtrekking van haar leger voor het nieuwe offensief laat weinig twijfel
bestaan. De staat van dit leger in ontbinding weerspiegelt de toestand waarin
de heersende klasse zich bevindt die de grenzen van het land, of wie haar
oversteekt, niet meer controleert. De realiteit van dozijnen zwaarbewapende
groepen, waarvan de meeste gesteund worden door landen als Rwanda en Oeganda,
en waarvan sommige zich meer toeleggen op de etnische conflicten, en andere
eerder op de winst die ze kunnen slaan uit de exploitatie van natuurlijke
rijkdommen, is een uitdrukking van het feit dat de kapitalistische maatschappij
steeds meer kenmerken van gangsterisme aanneemt. In een wereld die beheerst
wordt door het 'elk voor zich', kan de regering van de RDC de situatie niet
langer onder controle houden, en kunnen de gewapende bendes geen andere ambitie
hebben dan nog machtiger te worden, willen ze overleven.

De UNO: aanhangsel van de misdadige grootmachten

Onder toezicht van de UNO sinds 1994 (jaar van de 'Rwandese genocide'), volgen
de oorlogen en 'vredesakkoorden' elkaar op in het gebied van de Grote Meren,
ondanks de resoluties en tussenkomsten van die UNO. Het is duidelijk dat zijn
voornaamste rol erin bestaat de ware reden van de tussenkomst van de grote
mogendheden in dit gebied te verbergen en de gewetens te sussen die door haar
eigen misdaden geschandaliseerd zijn. De aanwezigheid van de UNO-troepen in de
RDC kan zo samengevat worden: "de meest ambi-tieuze UNO-missie ter
handhaving van de vrede, waarbij 17.000 manschappen ontplooid worden in het
land. Anderzijds zijn de resultaten die deze missie bereikt heeft misschien nog
verontrustender. Niet alleen hebben de blauwhelmen getoond dat ze niet in staat
zijn het oprukken van de rebellen te stoppen, ze zijn er evenmin in geslaagd de
burgerbevolking te beschermen, wat nochtans hun opdracht was."
(Courrier
international
, 7 november 2008)
De UNO is niet enkel nutteloos, ze is ronduit misdadig. In feite zijn de 17.000
man niet ter plaatse om de bevolking te beschermen, zoals dat 'instituut'
beweert, maar om 'legaal' de misdaden toe te dekken van de verschillende
promotoren die schuil gaan achter de 'humanitaire hulp', onder het valse
voorwendsel dat de blauwhelmen niet het mandaat hebben de confrontatie aan te
gaan met gewapende groepen. Dat was ook al het geval aan de vooravond van de
monsterachtige moordpartijen in Rwanda, waar de UNO-soldaten (met de Belgische
blauwhelmen aan het hoofd) zich door hun regeringen lieten evacueren zodra de
fameuze 'machettes' op het toneel verschenen. Recenter, in 2004, was het onder
de ogen van de blauwhelmen dat de bevolking afgemaakt werd tijdens de gevechten
om de controle over de stad Bukavu.

Zo begrijpt men beter waarom zoveel inwoners openlijk hun ware 'valse
beschermers' van de UNO verwerpen en hen met stenen en andere projectielen
bekogelen wanneer ze voorbijkomen, uit protest tegen hun misdadige passiviteit.

Maar alles bij elkaar genomen zijn de bevolking van de RDC en met haar
de arbeidersklasse, nog niet aan het einde van hun beproevingen. Inderdaad,
hoewel ze compleet geruïneerd en in totale ontbinding ligt na 12 jaar massale
verwoestingen, zal de RDC nog steeds, en meer dan ooit, aasgieren blijven
lokken die op bloed uit zijn. Aan de ene kant omdat de grond er vol zit met
grondstoffen, de meest gegeerde op de wereldmarkt (vooral diamant, kobalt,
koper, goud en coltan - een metaalerts dat gebruikt wordt in gevorderde
elektronica), aan de andere omdat het met zijn immens territorium (4 keer zo
groot als Frankrijk) van groot strategisch belang is. Congo-Kinshasa, en heel
de regio, blijft een bevoorrecht doelwit van alle imperialistische mogendheden
die elkaar met hand en tand bestrijden. Het kapitalisme is niet enkel in
economische crisis, het is ook de dodenakker die invreet op de oppervlakte van
de planeet.

 Caramina / 21.11.2008

Geografisch: 

Theoretische vraagstukken: