Solidariteit met de studentenbeweging in Griekenland!

Printvriendelijke versieSend by email

De uitbarsting van woede en de revolte van de huidige generatie van
geproletariseerde jongeren in Griekenland is in geen geval een geïsoleerd of
bijzonder verschijnsel. Ze zijn geworteld in de wereldcrisis van het
kapitalisme en hun blootstelling aan een gewelddadige onderdrukking ontmaskert
de werkelijke aard van de bourgeoisie en haar staatsterreur. Ze liggen in het
verlengde van de mobilisering van de jongere generatie op een klasse-basis
tegen de wet op het startbanencontract (CPE) in 2006 in Frankrijk en tegen de
LRU-hervormingen van de universiteiten in 2007, toen de studenten van de
universiteiten en de scholieren zichzelf vooral beschouwden als proletariërs
die rebelleerden tegen hun toekomstige uitbuitingsvoorwaarden. De hele
bourgeoisie in de voornaamste Europese landen heeft dit allemaal heel goed
begrepen en heeft haar vrees bekend voor het besmettingsgevaar van
gelijkaardige sociale uitbarstingen met de verdiepende economische crisis. Het
is bijvoorbeeld betekenisvol dat de bourgeoisie in Frankrijk zojuist een stap
terug heeft gezet door het plots opschorten van haar ‘hervormingsplan' voor de
secundaire scholen. Bovendien komt het internationaal karakter van de protesten
en de strijdbaarheid onder de universiteitsstudenten en vooral onder de
scholieren reeds sterk tot uiting.

- In Italië, waren er massale betogingen op 25 oktober en op 14 november achter de
slogan ‘Wij betalen niet voor de crisis !' tegen het Gelmini decreet, waartegen
geageerd wordt omdat het budgetbesparingen inhoudt in de onderwijssector,
hetgeen uitloopt op niet verlengen van de contracten van 87.000 tijdelijke
leerkrachten en van 45.000 schoolpersoneel in het ABA en op een verminderde
inbreng van openbare subsidiëring voor de universiteiten.

- In Duitsland kwamen er op 12 november 120.000 scholieren op straat in de
belangrijkste steden van het land, met slogans als ‘Kapitalisme is crisis' in
Berlijn, of met een bezetting van het provinciaal parlement zoals in Hannover.

- In Spanje betoogden op 13 november honderdduizenden studenten in meer dan 70
steden tegen de nieuwe Europese richtlijnen (de Bologna-richtlijnen) voor de
hervorming van het hoger onderwijs en de universiteiten, waarbij de
privatisering van de faculteiten wordt uitgebreid en het aantal
trainingscursussen in de bedrijven wordt opgedreven.

Velen onder hen spiegelen zich aan de strijd van de Griekse studenten. Er zijn
solidariteitsbetogingen en bijeenkomsten geweest in een aantal landen, volgend
op de onderdrukking van de Griekse studenten - en deze solidariteitsbetogingen
werden eveneens geconfronteerd met een min of meer brutale repressie.

De schaal van deze mobilisering tegen hetzelfde soort maatregelen van de staat is
helemaal niet verrassend. De hervorming van het onderwijssysteem, die wordt
ondernomen op Europees vlak, maakt deel uit van een poging om de jonge
arbeidersgeneraties te doen wennen aan een beperkte toekomst en aan de
veralgemening van de precaire tewerkstelling en de werkloosheid.

Het steigeren en de revolte van de nieuwe opgevoede proletarische generatie die
geconfronteerd wordt met deze muur van werkloosheid, deze oceaan van
onzekerheid die het kapitalisme in crisis voor hen in petto heeft, kan ook
rekenen op sympathie van alle generaties van proletariërs.

Geweld vanwege een minderheid of massale strijd tegen uitbuiting en staatsterreur ?

De media, die de lakeien zijn van de leugenpropaganda van het kapitaal, hebben
voortdurend geprobeerd om de werkelijkheid te vervormen van wat er aan de hand
is in Griekenland sinds het vermoorden door politiekogels van de 15 jarige
Alexis Andreas Grogoropoulos op 6 december. Zij hebben de botsingen met de
politie voorgesteld als acties van een handvol anarchistische autonomisten en
uiterst linkse studenten, die afkomstige waren uit gegoede middens, of van
gemarginaliseerde vernielers. Zij hebben eindeloos beelden uitgezonden over
gewelddadige botsingen met de politie en het beeld overgebracht van jonge
heethoofden en gemaskerde relschoppers die auto's in brand staken, de etalages
van boetieks en banken in elkaar ramden of winkels plunderden.

Dit is dezelfde methode van het vervalsen van de werkelijkheid die wij hebben gezien
tijdens de anti-CPE mobilisering in 2006 in Frankrijk, die werd vereenzelvigd
met de rellen in de buitenwijken van het jaar daarvoor. Wij zagen diezelfde
grove methode gebruiken tegen de studenten die streden tegen de LRU in 2007 in
Frankrijk - zij werden er van beschuldigd 'terroristen' en ‘rode khmers' te
zijn!

Maar ook al bevond het hart van de onlusten zich in de Griekse studentenwijk van
Exarchia, toch is het moeilijk om vandaag nog deze leugen overeind te houden:
hoe kan deze opstand het werk zijn van enkele vernielers of anarchisten wanneer
het zich als een lopende vuurtje heeft uitgebreid naar alle belangrijke steden
van het land en naar de Griekse eilanden van Chios en Samos en zelfs naar de
meest toeristische steden zoals Korfoe of Heraklion in Kreta?

De redenen van de woede

Al de voorwaarden waren in Griekenland aanwezig voor het uitbarsten van de
ontevredenheid van een hele generatie jonge proletariërs, die heel ongerust
zijn over hun toekomst. Men vindt er immers een geconcentreerde uitdrukking van
het doodlopend straatje waarin het kapitalisme de jonge arbeidersgeneraties
instuurt: wanneer diegenen die gerekend worden tot de ‘600 euro generatie'
beginnen te werken, hebben zij het gevoel bedrogen te zijn. De meeste van de
studenten moeten twee jobs cumuleren om te overleven en hun studies te kunnen
blijven betalen, meestal zwartwerk en onderbetaald. Zelfs als de jobs een
beetje beter betaald worden, blijft een deel van hun werk in het zwart en dat
vermindert hun toegang tot sociale tegemoetkomingen. Zij zijn over het algemeen
verstoken van sociale zekerheid; overuren worden niet betaald en dikwijls
kunnen zij de ouderlijke woning niet verlaten voor zij 35 zijn, aangezien zij
niet genoeg verdienen om zich een dak boven het hoofd te kunnen permitteren.
23% van de werklozen in Griekenland zijn jongeren (het officiële
werkloosheidscijfer voor de 15-24 jarigen is 25,2%) zoals een artikel aanwijst
dat in Frankrijk geschreven is (1): "deze studenten voelen zich op geen
enkele wijze beschermd; de politie schiet op hen, het onderwijs lokt hen in de
val, het werk gaat aan hen voorbij en de regering liegt tegen hen
". De
werkloosheid van de jongeren en hun moeilijkheden om op de arbeidmarkt binnen
te geraken heeft dus een klimaat van ongenoegen geschapen, van woede en
veralgemeende onzekerheid. De economische wereldcrisis zal daar nog een golf
van ontslagen bijbrengen. In 2009 voorziet men dat 100.000 banen geschrapt
worden in Griekenland, wat een stijging met 5% zou teweegbrengen van de
werkloosheid. Tegelijkertijd verdienen 40% van de arbeiders minder dan 1.100
euro's netto en heeft Griekenland de hoogste graad van arbeiders onder de
armoedegrens van de 27 EU staten: 14%.

Het zijn niet enkel de studenten die op straat gekomen zijn, maar ook de armzalig
betaalde leerkrachten en vele andere loontrekkers die met dezelfde problemen
worden geconfronteerd, dezelfde armoede en bezield worden door dezelfde
opstandige geest. De brutale onderdrukking tegen de beweging, waarvan de meest
dramatische episode het vermoorden van de 15 jarige was, heeft de gevoelens van
solidariteit, dat gepaard gaat met een veralgemeend sociaal ongenoegen, alleen
maar uitgebreid. Zoals een student het stelde, waren vele ouders van scholieren
eveneens diep geschokt en geërgerd: "Onze ouders hebben moeten ervaren
dat hun kinderen zomaar op straat kunnen omkomen, door een politiekogel
"
(2). Zij worden er zich van bewust dat ze in een ondergaande maatschappij leven
waar hun kinderen niet dezelfde levensstandaard zullen hebben als zijzelf.
Tijdens de talrijke betogingen waren zij getuigen van gewelddadige slagen,
hardhandige aanhoudingen, het vuren met echte kogels naar de menigte toe door
leden van de rellenpolitie (de MAT) met hun dienstwapens.

De bezetters van de Polytechnische School,het zenuwcentrum van het
studentenprotest, hebben de staatsterreur aangeklaagd, maar wij vinden
diezelfde woede tegen de brutaliteit van de repressie ook terug in al de
betogingen met slogans als "kogels voor jongeren, geld voor de banken".
Een deelnemer aan de beweging verklaarde het nog duidelijker : "Wij
hebben geen werk, geen geld, een staat die bankroet is door de crisis, en het
enige antwoord op dat alles is wapens geven aan de politie
" (3).

Deze woede is niet nieuw: de Griekse studenten waren in juni 2006 al gemobiliseerd
tegen de hervorming aan de universiteiten, waarbij de privatisering ervan
uitmondde in het uitsluiten van de studenten die het financieel moeilijk
hebben. De bevolking had eveneens haar ergernis tot uiting gebracht tegenover
de onbekwaamheid van de regering  ten tijde van de bosbranden van 2007,
waarbij 67 mensen omkwamen: de regering heeft nog steeds geen enkele
compensatie toegekend aan velen onder de slachtoffers die have en goed verloren
hebben. Maar het waren vooral de loontrekkers die zich massaal mobiliseerden
tegen de hervorming van het pensioensysteem begin 2008, met twee dagen van ruim
opgevolgde algemene stakingen op twee maand tijd, en betogingen van meer dan
één miljoen mensen tegen het afschaffen van het prepensioen voor de zwaarste
beroepen en de in vraagstelling van het recht van arbeidsters om op pensioen te
gaan vanaf 50 jaar.

Geconfronteerd met de arbeiderswoede, was de algemene staking van 10 december die onder
controle van de vakbonden stond, er op gericht om een domper te zetten op de
beweging. Ondertussen riep de oppositie, met de socialistische en
communistische partijen op kop, op tot het ontslag van de huidige regering en
tot het houden van vervroegde verkiezingen. Het lukte haar niet in om de woede
te kanaliseren  en de beweging te doen stoppen, ondanks de veelvuldige
manoeuvres van de linkse politieke partijen en de vakbonden om de dynamiek te
blokkeren in de richting van een uitbreiding van de strijd, en ondanks de
inspanningen van de hele bourgeoisie en haar media om de jongeren te isoleren
van de andere generaties en van de arbeidersklasse als geheel door hen aan te
zetten tot vruchteloze botsingen met de politie. Dagen en nachtenlang gingen de
botsingen onverminderd door: gewelddadige charges door de politie die er op
insloeg met de wapenstok, traangas gebruikte, en overging tot afranselingen en
grote aantallen aanhoudingen.

De jonge generatie van arbeiders geeft het duidelijkst het gevoel aan van ontgoocheling
en afkeer tegenover het tot op het bot corrupte politiek apparaat. Sinds het
einde van de wereldoorlog, delen drie families de macht, sedert meer dan dertig
jaar regeren de Karamanlis dynastie voor rechts en de Papandreoe dynastie voor
links afwisselend over het land, als absolute machthebbers, met steekpenningen
en verwikkeld in allerlei soorten schandalen. De conservatieven kwamen aan de
macht in 2004 na de jaren 2000 waarin de socialisten tot aan hun nek verzopen
in intriges en manoeuvres. Vele beschouwen het politiek en het vakbondsapparaat
als totaal ongeloofwaardig : "het fetisjisme van het geld heeft de
maatschappij overgenomen. De jongeren willen een breuk met deze maatschappij
zonder ziel noch visie
" (4).  Met de ontwikkeling van de crisis
vandaag, heeft deze generatie niet alleen een bewustwording ontwikkeld over de
kapitalistische uitbuiting, die ze aan den lijve ondervinden, maar ook een
bewustzijn omtrent de noodzaak van een collectieve strijd, door het spontaan
vooropstellen van methodes van de [arbeiders]klasse en klasse-solidariteit. In
plaats van weg te zinken in wanhoop, haalt ze haar zelfvertrouwen en
zelfzekerheid uit het besef van de draagster te zijn van een andere toekomst,
en steekt ze al haar energie in de opstand tegen de wegrottende maatschappij om
haar heen. De betogers zeggen trots over hun beweging: "Wij zijn het
beeld van de toekomst in het licht van het schaduwbeeld van het verleden
".
Ook al kan de toestand heel erg lijken op die van ‘Mei 1968', het besef van wat
er op het spel staat, reikt veel verder.

De radicalisering van de beweging

Op 16 december slaagden de studenten er in om de TV-zender van de regering, NET,
gedeeltelijk over te nemen en ontrolden spandoeken op het scherm die zegden:
"stop met tv kijken - iedereen de straat op", en lanceerden
een oproep: "de staat moordt. Jullie stilte wapent hen. Bezet alle
openbare gebouwen!
". Het hoofdkwartier van de anti-rellen politie in
Athene werd aangevallen en een van hun patrouillewagens werd in brand gestoken.
Deze acties werden door de regering snel afgedaan als "een poging tot
het omverwerpen van de democratie
" en het werd eveneens veroordeeld
door de Griekse Communistische Partij, de KKE. Op 17 december werd het gebouw
dat de belangrijkste vakbondsfederatie van het land huisvest, de GEEE, in
Athene bezet door proletariërs die zichzelf ‘opstandige arbeiders'
noemden en die alle proletariërs uitnodigden om deze plaats te gebruiken voor
algemene vergaderingen die openstaan voor alle loontrekkers, studenten en
werklozen (zie hun verklaring op onze Engelstalige website). Zij hingen een
reuzengrote spandoek tegenover het Akropolis en riepen op tot een massabetoging
de daarop volgende dag. Die avond probeerden vijftig vakbondsbonzen met wat
potige aanhangers om het hoofdkwartier terug onder hun controle te krijgen maar
ze moesten wegvluchten toen er versterking van studenten opdaagde die ‘solidariteit'
zongen. Deze bestonden voor het merendeel uit anarchisten afkomstig van de
Economische Universiteit, die bezet was en omgevormd tot een plaats voor
meetings en discussies die openstonden voor alle arbeiders. De vereniging van
Albanese immigranten, onder andere, deelde ook een tekst uit waarin zij hun
solidariteit verklaarden met de beweging en had als titel "Deze dagen
zijn ook de onze!
". Er waren herhaalde oproepen tot een algemene
onbeperkte staking vanaf 18 december. De vakbonden werden er toe gedwongen om
die dag een staking van drie uur uit te roepen in de openbare diensten.

In de ochtend van de 18e werd een andere scholier van 16, die deelnam aan een sit-in
in de buurt van zijn school in een voorstad van Athene, verwond door een kogel.
Op dezelfde dag werden verschillende radio en tv-zenders bezet door betogers,
namelijk in Tripoli, Chania en Tessaloniki. Het gebouw van de kamer van
koophandel werd bezet in Patras, waar er nieuwe botsingen met de politie
plaatsvonden. De reuzenbetoging in Athene werd gewelddadig onderdrukt: voor het
eerst werden er nieuwe wapens gebruikt door de anti-rellen troepen: verlammend
gas en doof makende granaten. Een pamflet tegen de staatsterreur, getekend ‘Meisjes
in revolte
', circuleerde vanuit de Economische Universiteit. De beweging
begon, op een verwarde wijze, haar eigen geografische grenzen aan te voelen: om
die reden verwelkomde men enthousiast de betogingen van internationale
solidariteit die plaatsgrepen in Frankrijk, Berlijn, Rome, Moskou, Montreal of
New York en men verklaarde: "deze steun is zeer belangrijk voor ons".
De bezetters van de Polytechnische School riepen op tot een "internationale
solidariteitsdag tegen de staatsmoorden
" op 20 december. Maar om het
isolement te doorbreken van deze proletarische opstand in Griekenland, is de
enige weg die openligt die van de ontwikkeling van de solidariteit en
klassenstrijd op een internationale schaal die steeds duidelijker tot uiting komt
tegenover de internationale crisis.

Iannis / 20.12.2008

1 Marianne nr
608 van 13 december : « Grèce : les leçons d'une émeute »

2 Libération van
12/12/2008

3 Le Monde van
10/12/2008

4 Marianne, zie boven.

Geografisch: