FORUM VAN DE CNT-AIT: Kunnen wij solidair zijn zonder éénheid?

Printvriendelijke versieSend by email

Wij publiceren hieronder een tussenkomst omtrent het vraagstuk van de eenheid en solidariteit die verschenen is op een discussieforum van de CNT-AIT. Deze tussenkomst is van bijzonder belang omdat ze een aantal wezenlijke en historische aspecten behandelt van de arbeidersstrijd.

‘Neen aan de eenheid, ja aan de solidariteit'

Tegenover het geweld van het kapitalisme, tegenover de alomtegenwoordige repressie die georganiseerd wordt door de machthebbers, maar ook ter ondersteuning van de strijd die onvermijdelijk steeds harder zal worden en die al de moeilijke momenten zal doormaken die men zich kan voorstellen, zal het vraagstuk van de éénheid gesteld worden, zelfs in onze eigen rangen. Maar de vraag stellen in die termen, betekent overduidelijk dat men de richting van het antwoord al bepaalt, dat men het opsluit in een valse evidentie.

Een mogelijke en redelijke oppositie.

Onder het vaandel van anti-sarkozysme beginnen al oproepen tot éénheid te verschijnen. Zelfs diegene die uitgaan van een syndicalisme dat beweert apolitiek te zijn hebben een déjà-vu politiek smaakje en als dusdanig zijn deze teksten de voorlopers van manoeuvres die op komst zijn. Zo kan men bijvoorbeeld in de oproep van het nationaal comité van ‘Solidaires' van 7 februari 2008 lezen : "het gaat om de opbouw van een beweging van grote omvang op nationale schaal tegen de politiek van Sarkozy en Fillon".

Uitgebroed door de commandoposten uit de hoek van de politiekers-oppositie, klinken zulke verklaringen ondanks hun harde toon, als een uitnodiging om aan te sluiten bij een mogelijke en redelijke oppositie. Ze vertrekken van die andere valse vanzelfsprekendheid, namelijk dat we eerst deze regering moeten weg krijgen en dat we vervolgens wel zullen zien. Zo bouwen ze eigenlijk verder op de algemene misleiding die ons vanaf 2002 daarheen geleid heeft waar wij nu zitten. Historisch gezien heeft dit soort prietpraat de weg trouwens altijd wijd opengesteld voor een proces dat, eenmaal omgevormd tot een reactie op een situatie, elke wil tot contestatie in een keurslijf perst.

‘Jullie spelen in de kaart van het gezag'

Wie weigert zich aan te sluiten bij zo'n simpel manicheïsme, wie weigert enkel te kiezen ‘voor' of ‘tegen' Sarko, wie weigert mee te stappen in dat 'allen samen' dat als ‘de' oplossing voorgesteld wordt, stelt zich bloot aan een heftige afwijzing: "Jullie spelen in de kaart van de gezag", slingert men ons in het gezicht. Werkelijk? Laten wij dat eens van naderbij bekijken.

Eerst en vooral is Sarkozy niet ‘het gezag', heel het gezag. Het is enkel de clown van dit moment, die in een klein land van de wereld het politiek gezag belichaamt. Dat zijn optreden ronduit schadelijk en walgelijk is, staat buiten kijf. Maar dat de werkelijke macht elders ligt staat ook als een paal boven water. In de grond weet iedereen dat deze ligt bij diegenen die hier en elders het kapitaal in handen hebben. Het kapitaal is bereid om een kleine president te vervangen door een andere, meer respectabel of een nog grotere clown, naargelang zijn belangen dat vereisen.

Het afgezaagde voorwendsel van de hoogdringendheid.

In de tweede plaats: wij eisen debat en discussie, dat de kritiek in al haar kracht, haar duurzaamheid en haar levendigheid gehoord wordt. Dan werpt men ons iets tegen dat van een heel andere orde en betekenis is. Dit scheldend verwerpen van meningsverschillen duidt erop dat die oproepen tot eenheid niet alleen gezien moeten worden in het perspectief van gezamenlijke actie, maar wel in die van een eenvormig denken. Het is de bekentenis dat elk meningsverschil als gevaarlijk beschouwd wordt. Maar is het dan nodig om eraan te herinneren dat een mensengemeenschap die geen meningsverschil duldt, een autoritaire maatschappij wordt genoemd, als het al niet puur en simpel een dictatuur is? Moet er nog aan herinnerd worden dat ‘morgen' ‘vandaag' voorbereid wordt ? Eerder dan onder het voorwendsel van ‘hoogdringendheid' mee te werken aan het zoveelste oplappen van de huidige maatschappij, verkiezen wij, wat ons betreft, de voorwaarden te stellen van de vrije mensheid waar wij naar streven.

Een beetje sociale biodiversiteit.

Periodes van spanning zoals vandaag gaan zwanger van conflicten op de werkvloer, zijn gunstig voor het ontluiken van nieuwe vormen van strijd, en samen daarmee van nieuw gedachtegoed. Ze bevatten de mogelijkheid van het ontwaken van ‘de utopie' in de uitgebuite klasse, van het ontluiken van nieuwe perspectieven.

De institutionele kartels die oproepen tot éénheid proberen deze opkomende sociale biodiversiteit te steriliseren. Zij verliezen niet uit het oog dat hun werkelijke rol erin bestaat om iedereen terug te brengen naar de schaapstal van de kapitalistische routine van zodra de schermutselingen voorbij zijn. Want wat de leiders van de éénheidsge-dachte in de grond meer vrezen dan Sarkozy, is een revolutie.

Immers tegenover de algemene onderdrukking die wij allen beleven, zijn al diegenen die nood hebben aan solidariteit revolutionairen, of kunnen het worden. Al wie solidair is met de slachtoffers van dit systeem zijn revolutionairen of kunnen het worden. Terwijl de eenheid bijdraagt tot de integratie in het systeem, behoort de solidariteit tot het revolutionaire proces. Ze is de ware voorwaarde voor een collectieve houding, een basisdaad van het bestaan dat iedereen op zijn niveau in praktijk kan omzetten. En ze respecteert de zelfstandigheid van de daad en gedachte van iedereen, individu of collectief. Ze overstijgt de politieke en vakbondsorganisaties, en om die reden willen deze laatsten haar altijd verschrompelen in termen van éénheid en frontvorming.

Als gevolg daarvan roepen wij, wat ons betreft, niet op tot éénheid maar tot solidariteit. Wij roepen er iedereen toe op om zijn zelfstandigheid van gedachte, uitdrukking en actie te behouden. Wij roepen op tot solidariteit met diegenen die onderdrukt worden, of wij nu wel of niet hun standpunt delen, of wij nu wel of niet denken dat hun tactiek fout is. Of zij nu vakbondsmilitanten zijn die overgaan tot directe actie, of burgers die op heterdaad betrapt worden bij het beschermen van kinderen, of zij door de anarcho-autonome media voorgesteld worden als ‘rookbommenwerpers', zij zijn allemaal, op hun manier, verzetsstrijders. Zij verzetten zich tegen de loonslavernij, tegen de razzia's, tegen de berusting. Als zodanig verdienen zij zeker en vast onze sympathie. Maar om die reden gaan wij nog geen politiek, bewoners- of syndicaal bondgenootschap aan met hun respectievelijke bewegingen, of zullen wij nalaten een kritische balans te maken van een of andere ideologisch standpunt of strategie. En dat omdat zich, buiten de problematiek van de repressie, op een zeer concrete wijze, de noodzaak doet gelden van een andere toekomst".

Uit Discussieforum van de CNT-AIT in Frankrijk.

 

Ons antwoord:

Eerst en vooral begroeten wij met enthousiasme deze oproep tot solidariteit met al diegenen die het slachtoffer zijn van het geweld van het kapitalisme, een oproep die volledig overeenstemt met de wereldcontext van de wederopkomst van de klassengevechten waarbij weer, en in toenemende mate, een van haar wezenlijke bestanddelen tot uitdrukking komt: de solidariteit en éénheid van de arbeidersklasse.

De kameraden die deze tekst schreven, onderstrepen hun verwerping van de ‘éénheid' voor een ‘anti-sarkozysme' ten allen prijze, een ‘éénheid' die tot een soort ‘sine qua non' (onvoorwaardelijke) voorwaarde geworden is van een oppositie tegen de huidige regeringspolitiek. Zij benadrukken terecht het feit dat dit ‘antisarkozysme' de krachten zou verzamelen voor een verandering, wat ook de politieke opties mogen zijn voor deze verandering, en dat dit totaal voorbijgaat aan het feit dat Sarkozy niet meer is dan de stroman van de bourgeoisie als geheel. Wij ondersteunen nadrukkelijk dit standpunt, omdat het zo duidelijk ingaat tegen al de propaganda die van Sarkozy de wrede en groteske zondebok wil maken van de toestand die de arbeidersklasse vandaag ondergaat. Zoals de kameraden stellen is de president van de ‘Franse Republiek', ook al is hij bijzonder ‘walgelijk', desalniettemin nooit meer dan "enkel de clown (...) die de belichaming is van het politiek gezag".

In die zin klopt het dat de oproepen tot ‘éénheid' tegen zijn politiek het bed spreiden voor compromissen met links, ultralinks en de vakbonden, alle politieke krachten die ruimschoots bewezen hebben openlijk deel te nemen aan het saboteren van de belangen van de arbeidersklasse. Nochtans komen de kameraden er in hun logica toe om het vraagstuk van de éénheid van de arbeidersklasse en dat van de solidariteit tegen elkaar op te zetten. Wat ons betreft bestaat er geen scheiding tussen beide, het zijn twee aspecten van de arbeidersstrijd die zich stellen in de concrete beweging van het proletariaat en zijn klasse-aard.

Zo komt het dat uit solidariteit met de stakingen van de Engelse arbeiders het idee ontstaan is, en dan de oprichting een feit werd, van een internationale arbeidersorganisatie (die het licht zag met de Eerste Internationale, de Internationale Arbeiders Associatie), in de tweede helft van de 19e eeuw. Deze internationale solidariteit kon geen vaste vorm krijgen zonder het bewustzijn binnen de proletarische rangen van een éénheid in hun belangen, over die van de beroepstakken heen, en verder reikend dan de ‘natie' waartoe ze behoorden. Om die reden is het ordewoord van het ‘Kommunistisch Manifest' van 1848, een ordewoord dat sinds 160 jaar nooit uit de actualiteit is geweest en dat zal zo blijven tot aan de komst van het kommunisme : "Proletariërs aller landen verenigt u !".

Natuurlijk houden de reactionaire krachten van de bourgeoisie, of ze nu van links, van rechts of van de vakbond zijn, er niet mee op om ons met een min of meer radicaal woordgebruik de oren af te zagen over ‘éénheid', maar ook over ‘solidariteit'. Zo was de vakbond ‘Solidarnosc' de voornaamste bouwmeester van de sabotage en het internationaal isolement van de arbeidersstrijd in Polen in 1980. Dit maakte het mogelijk om de proletariërs aan handen en voeten gebonden over te leveren aan de repressie die geleid werd door generaal Jaruzelski in december 1981.

De bourgeoisie en haar media bevuilen en ontaarden al wat een karaktertrek vormt van de beginselen van wat menselijk is. En zij doen nog meer hun best, met de steun van de leugenaars van ‘links' en ultralinks, als het om de ‘éénheid' en de ‘solidariteit' onder de arbeiders gaat. Ze willen ons immers doordrenken van het idee dat ‘solidariteit' slechts een voorbijgaande daad is, of buiten elk idee van klasse staat, en dat als men zich ‘verenigt', dat is omwille van bijzondere en beperkte belangen, tegengesteld aan de solidariteit.

Wij, van onze kant strijden, zoals de kameraden het zeggen "voor de noodzaak van een andere toekomst", maar de mogelijkheid van deze andere toekomst kan enkel gegrondvest zijn op het doorvoeren van een strijd die de solidariteit gebruikt als een wapen voor de opbouw van een éénheid tussen alle proletariërs. De solidariteit ligt aan de oorsprong van het ontstaan van een werkelijke éénheid in de strijd en in de verdediging van onze belangen. Solidariteit en éénheid die samen vorm zullen krijgen in het bewustzijn om deze wegrottende wereld te veranderen om een andere op te bouwen: de kommunistische wereldmaatschappij.

E / 25.10.2008

Politieke stromingen en verwijzingen: