Crisis van het neoliberalisme of van het kapitalisme?

Printvriendelijke versieSend by email

Na de nederlaag van het ‘communisme’ gevierd te hebben met de ineenstorting van het Oostblok in het begin van de jaren 1990, viert de bourgeoisie, met uiterst links op kop, de nederlaag van het liberalisme. “Laten we plaats maken voor het faire kapitalisme!” lijkt de heersende klasse vandaag te promoten : het kapitalisme voor de welvaart, de Staatstussenkomst voor de sociale rechtvaardigheid. Onzin! De Staat is nooit afwezig geweest in de economie, wel integendeel! Zijn massale interventie vandaag is slechts een uiting van de paniek binnen de bourgeoisie tegenover de rampzalige ineenstorting van haar systeem. Wat de arbeidersklasse kan verwachten is nog meer aanvallen, meer ellende, meer werkloosheid en verminderingen van de sociale budgetten in naam van de crisis van het kapitalisme. Geen enkel reddingsplan, hoe massaal ook, zal dit systeem uit zijn dodelijke spiraal kunnen redden. Het proletariaat zal geen hoofd kunnen bieden aan de massale inlevering door zijn lot toe te vertrouwen aan de Staat maar wel door zijn strijd op de breedst mogelijke wijze te ontwikkelen. Er bestaat geen ander antwoord op de versnelling van de crisis en op de ernst van de toestand in de wereld.
Sarkozy verkondigt dat “het kapitalisme zich moet vernieuwen op ethische basis”. Mevrouw Merkel scheldt de speculanten uit. Zapatero steekt een beschuldigende vinger uit naar de “marktfundamentalisten” die beweren dat deze zichzelf reguleert zonder staatstussenkomst.
Allemaal maken zij ons wijs dat deze crisis de begrafenis betekent van het ‘neoliberale’ kapitalisme. De hoop zou vandaag liggen bij een ‘ander kapitalisme’ dat zich ontdaan heeft van die parasitaire laag van financiële haaien en speculanten die als paddestoelen gewoekerd hebben op de ‘deregulering’, de ‘inperking van de staat’, het primaat van het particulier belang op dat van het ‘openbaar belang’, enz. Volgens hen heeft het kapitalisme niet gefaald, het enige dat gefaald zou hebben is één vorm van kapitalisme.
De zogenaamde ‘linkse’ groepen (stalinisten, anti-globalisten, trotskisten, enz.) zijn opgetogen: “de feiten hebben ons in het gelijk gesteld. Dat neoliberale afdrijven heeft ons deze catastrofe opgeleverd”, beweren zij. Volgens hen ligt de oplossing in het ‘socialisme’ en dat zou er dan op neerkomen dat de staat ‘de kapitalisten’ afremt ten voordele van ‘het volk’ en ‘Jan met de pet’.
Klopt deze uitleg? Is ‘een ander kapitalisme’ mogelijk? Zou er een uitweg zijn binnen het kapitalisme via de ‘weldoende’ staatstussenkomst? Wij gaan proberen te antwoorden op deze vragen die brandend actueel zijn. Het is echter nodig om eerst één vitaal vraagstuk aan te kaarten: Kan het socialisme vereenzelvigd worden met de staat?

Socialisme = Staat?

Het ware socialisme dat door het marxisme en de revolutionairen gedurende de hele geschiedenis van de arbeidersbeweging verdedigd is, heeft niets te maken met de staat. Het socialisme komt zelfs neer op de ontkenning van de staat. De opbouw van een socialistische gemeenschap vereist in de eerste plaats de vernietiging van de staat in alle landen.
De staatstussenkomst voor de regulering van de economie, om ze ‘ten dienste te stellen van de burgers’ enz., heeft niets te maken met het socialisme. In de eerste plaats omdat de staat nooit ten dienste staat van ‘alle burgers’. De staat is een orgaan van de heersende klasse en is gestructureerd, georganiseerd en opgevat om de belangen te verdedigen van de heersende klasse en om het productiesysteem in stand te houden die hem ondersteunt. De ‘meest democratische staat ter wereld is nog steeds een staat ten dienste van de bourgeoisie en verdedigt met hand en tand het kapitalistisch productieregime. Op de tweede plaats heeft de specifieke tussenkomst van de staat op economisch vlak geen ander doel dan het vrijwaren van de algemene reproductiebelangen van het kapitalisme en van de kapitalistische klasse.
Gedurende de 20e eeuw, met de intrede van het kapitalisme in zijn historische vervalperiode (1) is de staat geworden tot het grootste bolwerk tegen de aanscherping van de tegenstellingen van sociale, oorlogszuchtige en economische aard. De 20e en 21e eeuw worden gekenmerkt door de universele tendens naar staatskapitalisme. Deze tendens doet zich voor in alle landen, wat ook hun politiek regime moge zijn. Er bestaan hoofdzakelijk twee manieren om dat staatskapitalisme te verwezenlijken:
- De min of meer totale verstaatsing van de economie: dat is wat er bestond in de USSR of wat er op dit ogenblik nog bestaat in China, Cuba en Noord-Korea.
- De combinatie van staatsbureaucratie en de private grootbourgeoisie (zoals in de Verenigde Staten, Frankrijk, Nederland of België bijvoorbeeld).
In beide gevallen is het de staat die de economie controleert. In het eerste type beschikt hij over een groot deel van de productiemiddelen en diensten. In het tweede type komt de staat tussen in de economie via een serie indirecte mechanismen: budgetten, fiscaliteit, opkopen van bedrijven (2), vaststellen van de interbancaire rentevoeten, regulering van de prijzen, boekhoudkundige normen, staatsoverlegorganen, inspectie, investering (3), enzovoort.

Heeft het neo-liberalisme gefaald?

Na een periode van betrekkelijke voorspoed van 1945 tot 1967, kwam het wereldkapitalisme opnieuw terecht in steeds weerkerende crises. De periodes van stuiptrekkingen hebben elkaar opgevolgd als aardschokken die de wereldeconomie op de rand van de afgrond brachten. De opeenvolgende episodes van de crisis die men de laatste 40 jaar heeft opgetekend zijn het resultaat van de chronische overproductie en de op de spits gedreven concurrentie. De staten hebben geprobeerd om verzachtende effecten toe te passen, waarvan de belangrijkste de verschulding was. De sterkste landen hebben ook de meest nefaste gevolgen afgewend door de ergste effecten af te wentelen op de zwakkere landen (4).
In tegenstelling tot de legendes die we horen over het ‘privaat initiatief’ dat bevorderd zou worden door het neoliberalisme, ontstonden deze mechanismen niet spontaan vanuit de markt maar waren ze de vrucht en het gevolg van een economische staatspolitiek gericht op een poging de inflatie te kortwieken. Het enige waar het in feite op neerkwam was ze uit te stellen maar daarvoor werd een enorme prijs betaald: via de ingewikkelde financiële mechanismen werden de schulden omgevormd tot speculatieve titels met hoge interesten die in het begin klinkende winsten opleverden, maar waar men zich zo vlug mogelijk moest van ontdoen omdat vroeg of laat niemand die nog zou kunnen betalen…

… of heeft het kapitalisme gefaald?

De huidige crisis lijkt op een enorm gevaarlijk mijnenveld. De eerste ontploffing was de crisis van de subprimes in de zomer van 2007 en het leek op het eerste zicht alsof met de terugbetaling van de honderdduizenden miljoenen de zaken weer vlot zouden trekken. Was hetzelfde niet gebeurd in gelijkaardige episodes? Ongetwijfeld was de ineenstorting van bankinstellingen vanaf eind december de nieuwe landmijn die deze illusies de lucht inblies. De zomer van 2008 was duizelingwekkend met de ontploffing van banken in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Toen kwam oktober er aan en sneuvelde een andere troost waarmee onze bezorgdheid gesust werd: we kregen te horen dat de problemen er lelijk uitzagen in de Verenigde Staten, maar dat de Europese economie niets te vrezen had. Goed, maar nu ontploffen de landmijnen in de Europese economie, te beginnen met haar belangrijkste staat, Duitsland, dat lijdzaam moet toezien hoe zijn grootste hypotheekbank afbrokkelt.

Zal het kapitalisme hier andermaal uitkomen zoals het zich er vroeger heeft uitgedraaid?

Wij denken dat een dergelijk aforisme een slechte troost is:
- De vorige crisisepisodes konden te boven worden gekomen door het terugbetalen van enige honderdduizenden miljoenen dollars (ongeveer 100 miljard in het geval van de crisis van de Aziatische tijgers in 1998). Nu hebben de centrale banken drie biljoen dollar ingepompt in anderhalf jaar (30 maal meer dan toen!!) en toch ziet men geen uitweg.
- Tijdens vorige episodes bleven de gevolgen van de crisis welomschreven in concrete landen (Zuid-Oost Azië, Mexico, Argentinië en Rusland). Nu zijn de voornaamste landen van de wereld het epicentrum van waaruit de ergste ravages vertrekken: de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Duitsland… en die van daar uitstralen naar de rest van de wereld.
- Tijdens de vorige episodes in het algemeen - behalve voor de laatste jaren van de jaren 1970 - waren de stuipstrekkingen zeer kort en op zes maanden of een jaar raakte men weer uit de tunnel. Vandaag zitten wij er al anderhalf jaar in en is er nog geen spoor van een uitweg. Integendeel, elke dag blijkt de crisis erger en de catastrofe dieper !
Anderzijds heeft deze crisis het wereldbanksysteem erg gehavend. Het mechanisme van het krediet is verlamd door het veralgemeende wantrouwen, aangezien niemand weet of de ‘activa’ die de banken (en bedrijven) ten toon spreiden in hun balansen iets anders zijn dan bluf. Het ‘liberale’ staatskapitalisme kan niet functioneren als het geen sterke en solide banken heeft. De kapitalistische economie is zodanig gewend geraakt aan de drug van de verschulding dat indien het kredietsysteem er niet in slaagt om een aangepaste geldstroom te verschaffen, de productie verlamd raakt. De kredietkraan is dichtgedraaid, ondanks de reusachtige sommen die de regeringen mobiliseren via de centrale banken. Men ziet niet goed hoe ze een systeem weer gaan opkrikken dat vandaag vol gaten zit en waar de stukken uitvallen - de banken - de een na de andere.
De waanzinnige wedloop die op gang komt onder de Europese staten om te zien wie meer waarborg gaf voor de bankdeposito’s vormt een uiterst slecht voorteken van een wanhopige zoektocht naar fondsen. Die overtroeving bij het verlenen van ‘waarborgen’ onthult juist dat niets gewaarborgd is.
De zaken zijn dus duidelijk : het kapitalisme kent vandaag zijn ergste economische crisis, de geschiedenis versnelt brutaal. Na veertig jaar van een trage en ongelijke ontwikkeling van de crisis, duikt het systeem vandaag in een verschrikkelijke en zeer diepe recessie waaruit het niet ongedeerd zal komen. Maar vooral, nu reeds is het leven van miljoenen mensen zwaar aangeslagen. De werkloosheid staat bij talrijke gezinnen voor de deur. 600.000 personen in minder dan één jaar tijd in Spanje, 180.000 tijdens de maand augustus in de Verenigde Staten. De inflatie treft de basisvoedselproducten waarvan de prijzen onophoudelijk stijgen. De loondalingen, de tijdelijke opschortingen van de productie met als gevolg nieuwe inkomensdalingen, het gevaar dat de pensioenen lopen… Het staat buiten kijf dat deze crisis een nooit geziene brutale weerslag zal hebben op het leven van miljoenen arbeiders.

Enkel de strijd van het proletariaat kan een uitweg vinden uit de donkere tunnel waarin we geduwd zijn


Het kapitalisme zal de handdoek niet in de ring gooien. Nooit heeft een uitbuitende klasse de werkelijkheid erkend van haar falen en op een galante manier haar macht overgedragen aan diegenen die haar zouden opvolgen. Maar wat wij zien is dat na meer dan 100 jaar van rampen en stuiptrekkingen, elke economische politiek waarmee de kapitalistische staat geprobeerd heeft om het hoofd te bieden aan de problemen, niet alleen gefaald heeft maar zelfs de problemen verergerd heeft. Daarom kunnen we geen nieuwe pogingen verwachten van het kapitalisme om ‘uit de crisis te geraken’, want wij kunnen er zeker van zijn dat ze alleen maar meer lijden, meer ellende, hevigere stuiptrekkingen zullen brengen.
Daarom is het een utopie om te vertrouwen op wat er zou kunnen voortkomen uit een veronderstelde ‘uitweg’ van het kapitalisme uit de huidige crisis. Die bestaat niet. En het ganse systeem is vandaag niet in staat om zijn failliet weg te moffelen. Het enige realistische is bij te dragen opdat het proletariaat leert te vertrouwen op zichzelf, in de kracht die zijn eigen strijd als klasse hem kan geven en dat het proletariaat heel geduldig via zijn strijd, via debat, via de inspanning tot zelforganisatie, gaat bouwen aan de sociale kracht die het in staat moet stellen om zich op te werpen als een revolutionair alternatief tegenover de huidige wegrottende maatschappij.

IKS / 08.10.2008

(1) De Eerste Wereldoorlog maakt een definitief einde aan het progressieve karakter van het kapitalisme en bepaalt de omvorming van het systeem dat nog slechts oorlogen crises en een grenzeloze barbarij voortbrengt. (zie Internationale Revue, Engels-, Frans- en Spaanstalige uitgave, nr. 134)
(2) Om dit concreet te maken, kan men als voorbeeld geven dat in de Verenigde Staten, voorgesteld als het mekka van het neo-liberalisme, de staat de voornaamste klant is van de ondernemingen. In de informaticasector worden ondernemingen verplicht een kopij van hun nieuwe programma’s en van de componenten van de hardware die zij maken aan het Pentagon te leveren.
(3) De bewering als zou de Amerikaanse economie gedereguleerd zijn, dat de staat schuchter optreedt is een sprookje. De beurs wordt gecontroleerd door een specifiek federaal agentschap , de banken door de SEC, de Federal Reserve bepaalt de economische politiek door verschillende instrumenten zoals de interestvoeten.
(4) In een artikelenreeks Dertig jaar kapitalistische crisis, gepubliceerd in Internationale Revue, Engels-, Frans- en Spaanstalige uitgave, nrs. 96, 97 en 98, maken we een analyse van de technieken en methodes die het staatskapitalisme aangewend heeft om de ineenstorting van de economie te begeleiden, af te remmen  en ervoor te zorgen dat dit in etappes zou gebeuren.