Welk verschil is er tussen de hongerrellen en de rellen in de arme wijken?

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

Sinds het begin van het jaar heeft de economische wereldcrisis, die aantoont dat het kapitalistisch systeem in een doodlopend straatje zit, in vele landen hongerrellen uitgelokt, terwijl zich tegelijkertijd arbeidersstrijd afspeelde voor loonsverhogingen, met name vanwege grote prijsstijgingen. De gemeenschappelijke noemer van de hongerrellen die sinds het begin van het jaar op vele plaatsen uitgebarsten zijn, in Haïti, Mexico, de Filippijnen, Egypte, is de verhoging van de prijzen van voedingsmiddelen of het schreeuwend gebrek eraan waardoor de arme bevolking en de arbeiders van die landen getroffen worden.
Het plunderen van winkels is een volkomen begrijpelijke reactie op een onhoudbaar geworden situatie van overleven van de daders van dergelijke daden en hun familie. In die zin mogen voedselrellen, ook al veroorzaken ze vernielingen en geweld niet op dezelfde manier bekeken worden en hebben ze niet dezelfde betekenis als rellen in de randsteden (zoals in Brixton in Groot-Brittannië in 1981 of in de Franse buitenwijken in 2005) of de rassenrellen (zoals in Los Angeles in de Verenigde Staten in 1992) (1).
Hoewel ze de ‘openbare orde’ verstoren en materiële schade aanrichten dienen die laatste tenslotte enkel de belangen van de bourgeoisie, die perfect in staat is deze rellen om te keren tegen de relschoppers zelf, maar ook tegen het geheel van de arbeidersklasse. Die uitingen van uitzichtloos geweld (waarbij vaak elementen uit het lompenproletariaat betrokken zijn) bieden in het bijzonder steeds de gelegenheid aan de heersende klasse om haar repressieapparaat te versterken. Dat soort rellen is een puur product van de ontbinding van het kapitalistisch systeem. Ze zijn een uiting van de wanhoop, van het ‘no future’ die de ontbinding meebrengt en die zich uitdrukt in hun volkomen absurde aard. Dat is bijvoorbeeld zo bij de rellen die de buitenwijken in Frankrijk op hun kop zetten in november 2005, waarbij het zeker niet in de rijke buitenwijken was, bewoond door uitbuiters, dat de jongeren hun gewelddaden ontketend hebben, maar in hun eigen buurten, die daardoor nog harder geteisterd en onbewoonbaar werden. Bovendien verraadt het feit dat hun eigen families, buren en naasten de voornaamste slachtoffers waren van de verwoestingen, de volkomen blinde, hopeloze en suïcidale aard van dat soort rellen. Het waren inderdaad de auto’s van arbeiders die in die wijken wonen die in brand gestoken werden, scholen en gymnasia die door hun broers en zussen of de kinderen van hun buren bezocht worden die vernield werden. En juist vanwege dat absurd karakter van die rellen kan de bourgeoisie ze gebruiken om ze tegen de arbeidersklasse te keren. Door hen breed uit te smeren over de media kon de heersende klasse een maximum aantal arbeiders uit de volksbuurten ervan overtuigen dat die jonge relschoppers geen slachtoffers zijn van het kapitalisme in crisis, maar enkel maar ‘boefjes’. Elke reactie van solidariteit van de arbeidersklasse met die jongeren werd zo de grond ingeboord.
Aan de andere kant zijn hongerrellen in de eerste plaats een uitdrukking van het failliet van de kapitalistische economie en de irrationaliteit van zijn productie. Die vertalen zich momenteel in een voedselcrisis die niet alleen de meest misdeelde lagen uit de ‘arme’ landen treft, maar ook steeds meer loonarbeiders, ook in de zogenaamd ‘ontwikkelde’ landen. Het is geen toeval dat de meeste arbeidersstrijd die zich momenteel in alle delen van de wereld ontwikkelt als voornaamste eis loonsverhoging heeft. De hollende inflatie, de prijsstijgingen van de basisproducten, bovenop de daling van de reële lonen en pensioenen die aangevreten worden door de inflatie, de werkonzekerheid en de golven van ontslagen, het zijn allemaal uitingen van de crisis die elk de kiemen in zich dragen voor de kwestie van de honger, de strijd om te overleven, zoals die zich begint te stellen binnen de arbeidersklasse. En juist omdat de kwestie van de voedselcrisis de arbeiders al treft in de ‘arme’ landen (en meer en meer ook die in de centrale landen van het kapitalisme) dat de bourgeoisie steeds meer moeite zal hebben om de voedselrellen te gebruiken tegen de klassenstrijd van het proletariaat.
Natuurlijk zijn die rellen ook een uiting van wanhoop van de meest verpauperde massa’s in de ‘arme’ landen en dragen ze op zichzelf geen enkel perspectief in zich op omverwerping van het kapitalisme. Maar in tegenstelling tot de stedelijke of rassenrellen vormen de hongerrellen een uiting van de absolute armoede waarin het kapitalisme elke dag een groter deel van de mensheid onderdompelt.
In die zin dragen die rellen bij tot de bewustwording van het proletariaat van het onomkeerbaar bankroet van de kapitalistische economie. Ze tonen ook met hoeveel cynisme en welke hevigheid de heersende klasse de woedeuitbarstingen beantwoordt van degenen die zich overgeven aan het plunderen van winkels om niet van honger om te komen: de repressie, het traangas, de kloppartijen en het geweervuur.
Anderzijds, anders dan de rellen van de buitenwijken, zijn de voedselrellen geen factor die de arbeidersklasse verdeelt. Integendeel, ondanks het geweld en de vernielingen die ze kunnen meebrengen, wekken de hongerrellen meestal spontaan een gevoel van solidariteit op bij de arbeiders in de mate dat deze zelf ook bij de slachtoffers horen van de voedselcrisis en steeds meer moeite hebben om hun familie te voeden. In die zin zijn de voedselrellen veel moeilijker te gebruiken door de bourgeoisie om de arbeiders tegen elkaar op te zetten en verdeeldheid te zaaien in de volkswijken.
Met de verergering van de crisis zullen de hongerrellen en de arbeidersstrijd allebei op een steeds algemenere en gelijktijdiger wijze toenemen. Toch zit in beide niet hetzelfde potentieel. Inderdaad, alleen de strijd van het proletariaat, op zijn eigen klasseterrein, kan een einde maken aan de ellende, aan de veralgemeende hongersnood, door het kapitalisme omver te werpen en een nieuwe samenleving te creëren zonder ellende, zonder honger en zonder oorlog.

LE

(1) Wat betreft de rassenrellen in Los Angeles, zie ons artikel Tegenover de chaos en de moordpartijen kan enkel de arbeidersklasse een antwoord bieden in Internationale Revue, Engels-, Frans-, en Spaanstalige uitgave, nr. 70. Over de rellen in de Franse buitenwijken in de herfst van 2005, zie Sociale rellen: Argentinië 2001, Frankrijk 2005... enkel de klassenstrijd van het proletariaat is draagster van de toekomst in dezelfde Internationale Revue, nr. 124, en Stellingen over de studentenbeweging van lente 2006 in Frankrijk, in nr.125.