Locaal pamflet: Financieel debacle van het kapitalisme: welke vooruitzichten voor onze lonen en levensvoorwaarden?

Printvriendelijke versieSend by email
Beurzen storten in, aandelen kelderen, banken gaan failliet, de economie komt nagenoeg tot stilstand. “Wat is er toch gaande? Beleven we een nieuwe krach zoals in 1929?” en vooral: “Hoe kon dit zover komen? Wie of wat veroorzaakt dit? Is het de schuld van de onverantwoorde kredietpolitiek van de Amerikaanse hypotheekbanken, van het onzorgvuldig fondsenbeheer door de banken of van de speculanten die door paniekvoetbal het evenwicht op de beurzen ernstig hebben verstoord?” Dat zijn de eerste vragen die eenieder zich stelt. Maar daarnaast komt er snel een tweede reeks vragen op: hoe kunnen we ons veilig stellen? Wat kunnen we stellen tegenover de dreigende recessie? Bestaat er een vooruitzicht van gezamenlijke strijd om ons te verdedigen tegen de gevolgen van de crisis? In wat voor wereld leven we eigenlijk, is er dan geen alternatief?

De ‘kredietcrisis’ is de crisis van het kapitalisme


Op 24 september 2008 hield de president van de Verenigde Staten, George W. Bush tegenover commentatoren en journalisten, een opmerkelijke toespraak. Hij kondigde direct aan welk noodweer het ‘Amerikaanse volk’ te wachten staat: “Sinds enkele weken leven vele Amerikanen in angst met betrekking tot hun financiële situatie en hun toekomst. [...] We zagen grote schommelingen aan de beurs. Grote financiële instellingen staan aan op het punt ineen te storten, en sommigen zijn bankroet. Terwijl de onzekerheid toeneemt passen vele banken striktere kredietregels toe. De kredietmarkt is geblokkeerd. Gezinnen en bedrijven hebben het moeilijker om geld te lenen. [...] Sleutelsectoren van het financiële systeem van de Verenigde Staten dreigen ineen te storten. [...] Amerika kan afglijden in de financiële paniek, en we zijn getuige van een bedroevend treurspel. Meer banken zullen failliet gaan, waarvan sommigen in uw gemeenschap. De aandelenmarkt zal nog meer ineenzakken waardoor de waarde van uw zichtrekeningen zal dalen. De waarde van uw huis zal dalen. Het aantal huisuitzettingen zal toenemen.” Ook in Frankrijk heeft het economisch noodweer toegeslagen. Alle seinen staan op rood.
De Belgische regering presenteerde vrijdag 26 september 2008 haar eerste meerjarenbegroting (2009-2011) die nog het meest weg had van een crisisbegroting. Veel eerdere beloften en toezeggingen zijn ingetrokken. Deze crisisbegroting komt niet als verrassing. Want in een toespraak de dag voordien zei de president al dat Frankrijk hard wordt getroffen door de wereldwijde financiële crisis. “De Fransen de waarheid vertellen, is hen zeggen dat de huidige crisis de komende maanden een weerslag zal hebben op de groei, op de werkloosheid, op de koopkracht.”
In België is het al niet anders: “Toen de crisis volledig losbarstte was het alsof er een lawine of orkaan over het land dreigde te komen” verklaarde premier Yves Leterme. De hele economie wordt bedreigd. “In het belang van het land en de bevolking moeten de rangen worden gesloten”, zo werd er verklaard. En op opmerkingen dat de reddingsoperatie van Fortis en Dexia toch wel ernstige gevolgen zal hebben voor de begroting, met name voor onvermijdelijke besparingen, repliceerde de premier snedig maar zonder omwegen: “Heeft u een alternatief? Wilt u misschien het failliet?”
– Komt er een nieuw 1929 ?
Om ons gerust te stellen komt een legertje economisten ons in de media uitleggen dat de huidige crisis zeker zeer ernstig is maar dat ze niet te vergelijken is met de krach van 1929 en dat de motor wel terug zal opstarten. Voor een deel hebben ze gelijk. Tijdens de grote depressie gingen er duizenden banken failliet in de Verenigde Staten, verloren miljoenen mensen hun spaarcenten, liep de werkloosheidsgraad op tot 25% en zakte de industriële productie met nagenoeg 60%. De economie viel om zo te zeggen stil. Toen reageerden de regeringsleiders zeer laattijdig. Gedurende lange maanden lieten ze de markten aan hun lot over. Erger nog, hun enige maatregel bestond erin de grenzen te sluiten voor buitenlandse goederen (door protectionisme) en dit leidde tot een volledig vastlopen van het systeem.
De huidige context is zeer verschillend. De bourgeoisie heeft lessen getrokken uit deze economische ramp, zij heeft zich bewapend met internationale controleorganen en houdt angstvallig de crisis in de gaten. Sedert de zomer van 2007 hebben de verschillende centrale banken (vooral de Amerikaanse FED en de Europese centrale bank) nagenoeg 2000 miljard dollar ingebracht om de noodlijdende instellingen te redden. Ze zijn er zo in geslaagd de totale en brutale ineenstorting van het financiële systeem te vermijden. De economie vertraagt zeer snel maar blokkeert niet: in België verwacht men voor 2009 minder dan 1% groei, in Duitsland nog slechts 0,5 %.
Maar in tegenstelling tot wat deze geleerde specialisten beweren, is de huidige crisis veel ernstiger dan in 1929. Immers, de wereldmarkt is volledig verzadigd en de groei van de laatste decennia is slechts mogelijk geweest door een massale vlucht in de schulden en de wilde speculatie. Wanhopig op zoek naar wat rendabiliteit, werden de laatste decennia  wereldwijd miljoenen dollar geïnvesteerd met steeds groter risico’s: lagere rentes en steeds minder reële tegenwaarde. Zo werden onder meer mensen ertoe aangezet huizen de kopen voor prijzen ver boven de werkelijke waarde en extra hypotheken te nemen om de gezinskas gevuld te houden. Dat ging goed zolang de huizenprijzen bleven stijgen. Toen het mis dreigde te lopen probeerden veel speculanten hun geld veilig te stellen door massaal aardolie, bio_brandstoffen en basisvoedingsproducten in te slaan. Zo werden prijzen daarvan kunstmatig opgedreven, waardoor de huishoudens nog dieper in de problemen kwamen. Steeds meer hypotheken konden niet meer worden afbetaald, de huizenmarkt, toch al onder druk, stortte in verschillende landen in, vooral in de Verenigde Staten. Zo werden miljoenen Amerikaanse gezinnen uit hun huis gezet en worden die huizen nu onder de waarde verkocht, voor een prijs veel lager dan de hypotheek die ze er op uitstond, wat de hypotheekbanken in de problemen brengt. Deze immense schuldenlast en het wanhopig zoeken naar enige rendabiliteit dreigen vandaag het kapitalisme steeds meer te verstikken.
– Moet het kapitalisme ‘moreler’ worden ?
Politici en economische beleidsmakers zoals Karel Vinck vertellen ons vandaag dat de onverantwoordelijke topmensen en speculanten gestraft moeten worden en dat de financiële wereld ‘moreler’ gemaakt moet worden om de excessen die de huidige crisis veroorzaakt hebben te beletten en om een terugkeer naar een ‘gezond kapitalisme’ mogelijk te maken. Wat ze hierbij niet vertellen is dat de ‘groei’ van de voorbije jaren net mogelijk was dank zij deze ‘excessen’, m.a.w door een algemene vlucht vooruit van het kapitalisme in de schulden en de ‘casino’-economie. Het zijn niet de ‘excessen van de financiële wereld’ die de echte verantwoordelijkheid dragen voor de huidige crisis; de excessen en de financiële crisis, waarbij naar schatting fondsen met een tegenwaarde van vier jaar wereldproductie in een paar weken in rook opgingen, zijn slechts een uitdrukking van de onoplosbare crisis, van de historische impasse waarin het kapitalistische systeem als geheel verzeild is. Daarom ook komt er geen ‘einde van de tunnel’. Het plan Bush van 700 miljard dollar dat het ‘financieel systeem moet gezond maken’ wordt noodzakelijkerwijze een mislukking. Het plan wil de twijfelachtige schuldvorderingen overnemen om de rekeningen van de banken aan te zuiveren en het krediet terug op gang brengen maar het lost niets ten gronde op. De diepe oorzaken van de crisis zijn steeds aanwezig: een markt die verzadigd is met onverkoopbare goederen en financiële instellingen, ondernemingen, staten en particulieren die onder een zware schuldenlast gebukt gaan.
De vooruitzichten op reële economische groei zijn dus bijzonder somber. De bourgeoisie zal niet aarzelen de rekening van haar crisis aan de bevolking te presenteren. Ondertussen moeten de staten al het geld waarmee ze de financiële wereld ‘ondersteunen’ zien het terug te krijgen, wat betekent dat er minder naar de werkenden en uitkeringsgerechtigden gaat en ook dat de bankbiljettenpers weer sneller gaat draaien, met toenemende inflatie als gevolg. Dat betekent nieuwe golven van bedrijfssluitingen, reorganisaties, ontslagen, loonsdalingen, belastingverhogingen, pensioenen die steeds meer in gevaar komen en tegelijk het opschroeven van de pensioen gerechtigde leeftijd, slechter onderwijs en gezondheidszorg. Steeds meer gezinnen zullen aangewezen zijn op uitkeringen die dalen.

Eenheid en solidariteit in het verzet tegen een sinds de jaren 30 ongekende verpaupering


Sinds de zomer van 2007 zijn meer dan twee miljoen Amerikaanse gezinnen uit hun huis gezet, nog eens één miljoen komt tussen nu en kerstmis op straat te staan. En het verschijnsel begint naar Europa over te waaien, in Groot_Brittannië is het aantal huisuitzettingen in de eerste helft van 2008 met bijna 50% toegenomen en in Spanje is het niet beter.
Ruim een jaar gelegen kwam de inflatie terug op het toneel. De grondstoffenprijzen en de prijzen van basisvoedingsprodukten schoten de hoogte in, met hongersnoden en oproer in vele landen en ook talrijke reacties in bedrijven.
Er is sprake van een verpaupering van de wereldbevolking: wonen, eten, zich verplaatsen; dat alles zal steeds moeilijker worden voor miljarden proletariërs.
Op korte termijn is er paniek. We worden door de gebeurtenissen overdonderd. Ieder denkt aan zijn eigen spaarcenten, afbetalingen, het studiegeld van zijn kinderen, zijn latere pensioen. Maar ieder in zijn hoekje kunnen we slechts een gevoel van onmacht ervaren. Dit gevoel wil de bourgeoisie juist verstevigen zodat de arbeidersklasse gebukt en gelaten de situatie ondergaat. Regeringen, politieke partijen, media, en patronaat roepen in het ijle ‘houd de dief’, bepleiten de onschuld van het kapitalistisch systeem gebaseerd op ongebreidelde winst en uitbuiting, smeren dit fatalistisch beeld breeduit en roepen op tot verantwoordelijkheidszin, tot het sluiten van de rangen achter ‘hun’ maatregelen die de arbeidersklasse de rekening van dit debacle voorlegt. Het élan van voor de vakantie is tijdelijk gebroken. Niet alleen is er de verbijstering van de financiële crisis, maar de bourgeoisie voerde intense communautaire campagnes, waar zij haar innerlijke verdeeldheid gebruikte om voor alles de schuld te leggen aan de andere kant van de taalgrens en de arbeiders tegen elkaar uit te spelen. Deze campagnes waren er duidelijk op gericht beslag te leggen op het sociale terrein door middel van nationalistische of regionalistische misleidingen om de aandacht van de arbeiders af te leiden van de aftakeling van het levensniveau.
Nu plotseling slaan ‘Walen’, ‘Vlamingen’ en ‘Brusselaars’ de handen ineen. De geloofwaardigheid van de regering Leterme wordt zelfs opgekrikt achter de financiële crisis. “Eindelijk neemt ze maatregelen om het land te besturen”, klinkt het triomfantelijk. “Fortis en Dexia worden gered en dus ook de spaarcenten van de mensen, de NVA is uit de regering gegooid, de weg ligt dus open om de communautaire problemen op een zijspoor te zetten en te beginnen de voor de Belgische staat noodzakelijke maatregelen te nemen”. Wat die inhouden kunnen we raden! Laten we ons niet vergissen: als de regering beweert onze spaarcenten te garanderen, doet ze dit niet voor wat onze koopkracht betreft, of onze lonen of uitkeringen. Voor wat hoort wat!
Op termijn moet het wel duidelijk worden dat het probleem zuiver economisch niet meer kan worden opgelost binnen het kapitalisme. En vooral dat iedere toegeving, ieder compromis binnen de logica van dit zieltogend systeem, tot nog ergere maatregelen leidt. De bourgeoisie in de verschillende landen worden immers enerzijds gedwongen de eigen werkende klasse nog harder te doen werken, nog goedkoper, met minder sociale ‘lasten’, enz. Deze concurrentie tussen de staten zal onvermijdelijk ook tot nieuwe militaire confrontaties leiden over invloedsferen, afzetmarkten, grondstoffen, strategische regio’s. Zo ziet de toekomst van het kapitalisme in crisis er uit: toenemende sociale en militaire spanningen, verpaupering en oorlog.

Hoe kunnen we ons verdedigen?


Het ware verschil met 1929 ligt niet bij het functioneren van de kapitalistische economie of de ernst van de crisis. Het is gelegen in de strijdbaarheid en het bewustzijn van de arbeidersklasse. Sinds 1968 heeft de arbeidersklasse de loden druk van de contrarevolutie van zich afgegooid. Niet enkel liet zij haar strijdbaarheid zien vanaf de eerste tekenen van de crisis maar zij zocht ook voortdurend naar een perspectief, naar een ‘andere’, betere samenleving, wars van uitbuiting, winstbejag, crisis en oorlogsgeweld en ontwikkelde zo haar bewustzijn. De immense campagnes uit 1989 over het ‘einde van het kommunisme’ brachten een harde klap toe aan dit verzet en deden vooral velen twijfelen aan de mogelijkheid tot een alternatief. Maar na zoveel jaren loze beloftes, en vooral de harde realiteit van groeiende ellende en oorlogsgeweld is de strijdbaarheid en het bewustzijn stilaan opnieuw aangezwollen.
Alle arbeiders hebben dezelfde belangen in de verdediging tegen de aanvallen op de arbeids_ en levensomstandigheden, maar tegenover een algemene aanval door de staat, zoals we vandaag meemaken, is het onmogelijk om dat te doen als we verdeeld blijven. In 1980 gingen Poolse arbeiders in massastaking in antwoord op prijsstijgingen, alle arbeiders tezamen, en waarmee het intrekken van de prijsstijgingen werd afgedwongen, zelfs als die later geleidelijk toch werd opgelegd. En in 2006 kwam het doordat de studenten bijeen begonnen te komen met de arbeiders dat de Franse regering besloot de CPE in te trekken, een aanval op de arbeidsomstandigheden van jonge arbeiders. Ook in de ‘stakingsgolf’ in België van winter 2007_2008 vonden we een eerste aanzet om aan te knopen bij deze noodzaak voor de strijd vandaag: een hervonden strijdvermogen, een langzaam maar zeker terugvinden van de klassenidentiteit, herhaalde pogingen tot klassensolidariteit. Wat half januari 2008 spontaan begon als een plaatselijk sociaal conflict voor ‘één euro meer’ veranderde snel in een ware stakingsgolf voor verhoging van de koopkracht die zich geleidelijk uitbreidde naar andere industrietakken en provincies. Daar werd terug een band gelegd tussen de ontslagen, de aanval op de werkvoorwaarden en de aantasting van de koopkracht. Het is nodig weer aan te sluiten bij de dynamiek van dit verzet!

Tegen alle verdelingen, samen, solidair de strijd aangaan!


De algemene vakbondsacties, zoals de manifestatie van 15.12.2007 rond het “redden van de koopkracht en de solidariteit” of de syndicale actieweek per regio midden juni 2008, beogen allen hetzelfde doel: dit overdenkingsproces en ontluikend verzet ‘op vangen’ en in onschadelijke banen leiden. Daarom kondigen de vakbonden allerlei actiedagen aan zoals nu terug voor maandag 6 oktober 2008 rond een compleet uitgehold eisenpakket. Zo wordt enkel het gevoel van onmacht versterkt. Terwijl de bourgeoisie vandaag de lonen en uitkeringen een flinke klap wil geven mobiliseert de vakbond iedereen achter de automatische koppeling van de lonen aan de index. Dat stelt ze in staat om zich op te werpen als kampioenen van de solidariteit door te mobiliseren voor het ‘redden van de index’ terwijl die ‘automatische koppeling’ allang veel meer een mythe dan werkelijkheid is. Dit alles laat zien dat vakbonden zich bewust zijn van de onvrede binnen de arbeidersklasse en van de noodzaak om daarop te reageren, maar ze doen dat om de strijd onder controle te houden en niet om die aan te moedigen. De houding van Herwig Jorissen, de flamboyante voorzitter van de rode metaalvakbond spreekt boekdelen in dit verband. Hij noemt de actiedag van 6 oktober zelfs ronduit gevaarlijk voor de werkgelegenheid: “Koopkracht is een bezorgdheid van de werknemers, akkoord, maar het behoud van hun job is dat nog veel meer. Wie naar de industrie kijkt, weet dat er slechte tijden op komst zijn. Kijk maar naar wat er allemaal in de textiel gebeurt. Het heeft geen zin om door stakingen nog wat meer banen in gevaar te brengen.”  Dat leverde Jorissen bloemetjes op van de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka, die hem prijst voor ‘moed en verantwoordelijkheidszin’ (sic). De hoofdredacteur economie van de vooraanstaande krant De Standaard voegt er in zijn commentaar aan toe: “Hij beseft dat het onverkorte behoud van de automatische loonindexering de basis is van het behoud van koopkracht. En dat acties die index alleen maar in gevaar kunnen brengen. Hij beseft dat het behouden van jobs nog veel belangrijker is om die koopkracht te bewaren. Vanuit die redenering is niet meestaken vooral slim.” (Staken loont niet, De Standaard, 22.09.08)
Arbeiders kunnen enkel kracht ontwikkelen om de aanvallen te weerstaan als ze zich verenigen met andere arbeiders, eerst en vooral door samen te komen over alle verdelingen heen van vakbond of beroep, om te praten over hoe de aanvallen af te slaan. Dat betekent dat we de strijd in eigen hand moeten nemen en die niet mogen overlaten aan ‘specialisten’ van de vakbonden, om er voor te zorgen dat alle arbeiders kunnen deelnemen aan de besluitvorming over hoe de strijd te voeren. Het betekent ook het zich verenigen met andere arbeiders in strijd in andere werkplaatsen en industrieën door afvaardigingen te sturen naar andere massavergaderingen en blokkades of demonstraties.
Dit is het enige vooruitzicht dat ons in staat kan stellen onze levenstandaard te verdedigen, en het zelfvertrouwen te krijgen om in de toekomst het hele kapitalistische systeem ter discussie te stellen, met de economische crisis, oorlogen en ecologische rampen die het ons in het vooruitzicht stelt. Geen illusies meer! Het gaat nu ook niet om winnen of verliezen, maar om geleidelijk kracht op te bouwen, solidariteit te zoeken en te betonen, de koppen te verhelderen door met elkaar in debat te gaan.

6 oktober 2008, Internationalisme