De bourgeoisie kan het bankroet van het kapitalisme niet voorkomen

Printvriendelijke versieSend by email
Iets meer dan een jaar geleden versnelde met de onroerend goed crisis in de Verenigde Staten (de sindsdien beruchte “crisis van de subprimes”, van de hypothecaire leningen) de crisis van de wereldeconomie. Sindsdien is de mensheid in de greep gekomen van een ware verpauperingsgolf. Terwijl de inflatie welig tiert (in enkele maanden werde de voedselprijzen in hele regio van de wereld verdubbeld). De allerarmsten lijden honger. De hongeropstanden die zijn uitgebarsten in Mexico en Bangla Desh, via Haïti en Egypte, vertegenwoordigen een wanhopige poging om onder deze ondraaglijke situatie uit te komen. Zelfs in het hart van de meest geïndustrialiseerde landen takelen de levensomstandigheden van heel de arbeidersklasse af. Slechts één voorbeeld: meer dan twee miljoen Amerikanen die hun leningen niet meer kunnen afbetalen zijn uit hun huizen gezet. En nog een miljoen mensen wordt er mee bedreigd zich tussen nu en 2009 op straat te bevinden.
Deze harde werkelijkheid die de arbeiders en alle niet-uitbuitende lagen van de maatschappij tot op het bot raakt kan niet langer worden genegeerd door de bourgeoisie. In hun officiële verklaringen kunnen de woordvoerders van economische instellingen net als financiële analysten hun ongerustheid niet langer onder stoelen of banken steken:
“We staan tegenover erg moeilijke economische omstandigheden en een ongekend probleem van monetaire politiek” (volgens de president van de Amerikaanse Federale Reserve, de nationale bank FED, 22 augustus 2008);
– De huidige conjunctuur is “de moeilijkste sinds tientallen jaren” (volgens HSBC, de “grootste bank ter wereld”, geciteerd in Libération, 5 augustus 2008);
– Het gaat om een “onophoudelijke krach” (titel van Point, 24 juli 2008);
“Voor de economie is de crisis een aanstormende tsunami” (J. Attali, Frans econoom en politicus, in Le Monde van 8 augustus 2008).
De schappen ‘economie’ in de boekhandels worden gevuld met boeken die titels hebben die al evenzeer het catastrofale karakter van de situatie uitroepen. Vanaf De grote monetaire crisis van de 21ste eeuw is begonnen van P. Leconte, tot De implosie, de financiële wereld tegen de economie van P. Jorion, waarin ons een waar cataclysme wordt beloofd.
De huidige wereldcrisis is inderdaad heel ernstig maar de arbeidersklasse wist dat al want zij ondergaat als eerste de gevolgen. De ware vraag hier is of het slechts een hobbel in de weg is, een soort uitlaatklep, een ‘reddende ontstopping’ die de wereldeconomie in staat stelt de uitwassen van de financiële wereld af te straffen en mogen weer veel beter op gang te komen. Volgens de pennenlikkers van de heersende klasse kan het niet anders zijn. “Ik ben er van overtuigd dat 2010 een jaar is van sterke groei” beweert J. Attali in Le Monde en heel de bourgeoisie roept in koor: “Jazeker, wij zijn er van overtuigd.” Maar is dat de werkelijkheid? Laat de verdieping van de crisis nu niet juist zien dat er iets heel anders gaande is: het historisch bankroet van het kapitalisme?

1967-2007: veertig jaar crisis

De crisis is niet pas in 2007 begonnen maar aan het eind van de jaren 1960. Vanaf 1967 hoopten ernstige monetaire problemen zich op en de grote nationale economieën zagen geleidelijk hun groeivoeten dalen. Dat was het einde van de periode van ‘welvaart’ van de jaren 1950 en 1960, die door de bourgeoisie “de dertig glorieuze jaren” werden genoemd (1). Dit gezegd hebbende, deze crisis barst in 1967 niet spectaculair uit met het geweld van de krach van 1929. De reden daarvan is simpel. De staten hadden lering getrokken uit de zwarte periode van het interbellum. Om te voorkomen dat de economie opnieuw overspoelt zou worden door overproductie en vastliep zocht het heil bij een noodmaatregel: de stelselmatige en veralgemeende schuldenmakerij. Daardoor konden staten, bedrijven en huishoudens “de vraag” op het peil houden van “het aanbod”, anders gezegd, de waren werden op kredit afgezet.
Maar de schuldenmakerij is niet meer dan een lapmiddel, het geneest het kapitalisme niet van de ziekte van de overproductie. Niet in staat weer ‘gezond’ te worden grijpt dit uitbuitingssysteem telkens weer en steeds meer naar dit lapmiddel. In 1980 kwam de schuldenlast van de Verenigde Staten overeen met de jaarlijkse nationale productie. In 2006 was de schuldenlast 3,6 keer groter. Het gaat om een ware vlucht vooruit. Het kapitalisme leeft onmiskenbaar op een schuldenberg maar volgens de burgerlijke specialisten is dat van geen enkel belang omdat het werkt. De werkelijkheid is dat de schuldenlasten helemaal geen magische oplossing vormen, dat het kapitaal niet tot in het oneindige geld uit zijn hoed kan toveren. Dat is het abc van de handel: iedere schuld moet op een gegeven dat worden afgelost op straffe van ernstige problemen voor de lener, tot aan het bankroet.
Zo komen we uiteindelijk weer bij het beginpunt, het kapitalisme heeft slechts tijd gewonnen ten opzichte van haar historische crisis. Erger nog. Door de gevolgen van de crisis vooruit te schuiven heeft het in werkelijkheid nog veel gewelddadiger uitbarstingen voorbereid.
De stortvloed van de Aziatische crisis in 1997 vormde daarvan, met heel zijn vernietigende kracht, een levend bewijs. Toendertijd maakten de beroemde Aziatische tijgers en draken een recordgroei door dankzij de opbouw van massale schuldenlasten. Maar op de dag dat er moest worden afbetaald stortte het als een kaartenhuis ineen. Binnen enkele weken bloedde de regio leeg (een miljoen extra werklozen in Korea bijvoorbeeld). En de bourgeoisie had bijgevolg geen andere keuze, om te voorkomen dat deze storm zich over de wereldeconomie uitbreidde, dan zijn toevlucht te nemen tot nog meer leningen, met de honderden miljarden dollars tegelijk. Het gaat om een helse spiraal... die nog sneller gaat. Geleidelijk aan levert de ‘remedie’ steeds minder effect op en de zieke moet, om te overleven, de dosis steeds verder opvoeren. Dit keer duurde het effect van de bloedtransfusie maar vier jaar. In 2001 knalt de zeepbel van internet uit elkaar. En wat was de ‘oplossing’ van de bourgeoisie? Een spectaculaire vergroting van de schuldenlasten. De Amerikaanse economische autoriteiten, zich bewust zijnde van de ware toestand van hun economie en zijn verslaafdheid aan de bloedtransfusies van de kredieten, begonnen de kredietmachine nog sneller te laten lopen, waardoor een analist van de bank ABN-AMRO de directeur van de FED in die tijd, A. Greenspan, de “Hercules van de bankbiljettenpers” noemde.

Het ritme van de crisis versnelt onbarmhartig

1967-2007 is dus één lange periode van crisis met tussendoor wat kalmer en vervolgens weer min of meer hevige recessies. Maar sinds een tiental jaren lijkt de geschiedenis zich te versnellen en de huidige nieuwe periode lijkt een wel heel gewelddadige stortvloed. De berg van in vier decennia opgehoopte schulden is veranderd in na de crises van 1997 en 2001 een waren Mount Everest geworden en het kapitaal stort er vanaf naar beneden.
Een tiental jaren begunstigde de Amerikaanse bourgeoisie de hypotheken op onroerend goed voor de kansarmsten van de arbeidersklasse. Maar tegelijkertijd werden deze als gevolg van de crisis nog armer door ontslag en bestaansonzekerheid, door loonsdalingen, door de toegang tot de gezondheidszorg te bemoeilijken, enzovoort. Het resultaat was onvermijdelijk: een flink deel van degenen die door de banken ertoe werden aangezet om een huis te kopen (of een hypotheek te nemen op hun huisvesting om gewoon voedsel te kunnen kopen en kleding...) waren niet langer in staat om af te lossen. Omdat ze ‘hun’ geld niet langer zagen terugkeren incasseerden de banken steeds meer verliezen, zo omvangrijk dat steeds meer financiële instellingen bankroet gaan of daarmee bedreigd worden. Door alles aan ‘derden’ door te schuiven, door de vorderingen op onroerend goed inwisselbaar te maken op de wereldmarkt zoals aandelen en obligaties, slaagden de lenende instellingen er in hun vorderingen door te verkopen aan banken overal ter wereld. Daarom raakt de crisis van de ‘subprimes’ het hele wereldwijde banksysteem. In de Verenigde Staten is het failliet van de bank Indymac de belangrijkste sinds 1982. Zonder steun van de centrale banken zou de Zwitserse bank UBS, een van de grootste ter wereld, ook bankroet zijn gegaan. En omdat het altijd de arbeidersklasse is die voor de schade opdraait, schrapten de banken sinds 2007 wereldwijd 83.000 banen en dat aantal kan in de komende maanden nog verdubbelen (Les Echos, 24 juni 2008).
De bank is het hart van de economie, zij brengt het beschikbare geld bijeen: zonder haar stopte de bedrijvigheid omdat ze de lonen niet langer kunnen betalen noch grondstoffen en machines kunnen kopen. Maar vooral kunnen er geen nieuwe leningen meer worden afgesloten. Zelfs de banken die niet failliet gaan worden steeds huiveriger om leningen af te sluiten uit angst dat ze in het huidige economische klimaat niet worden afgelost.
Het gevolg is onverbiddelijk: de economische activiteit vertraagd momenteel sterk. In de euro-zone daalde het Bruto Intern Product (BIP) met 0,2% in het tweede trimester van 2008. In de industrie vallen ontslagen met duizenden tegelijk; bij Peugeot, Altadis, Unilever en Infineon worden banen geschrapt. General Motors wordt regelrecht met bankroet bedreigd en kondigt de mogelijkheid aan van het schrappen van 73.000 banen (Le Figaro, 10 maart 2008). Zoals de Renault directie te kennen gaf toen ze 5.000 banen schrapte, “kan dat beter gebeuren als we de wind zien draaien dan wanneer de storm er is” (Le Monde, 25 juli 2008), wat we kunnen verwachten is dat het hele huis in de fik gaat en dat het ergste voor de arbeidersklasse nog op komst is.

Kan de kapitalistische economie nog uit de tunnel komen?

Maar een vraag dringt zich op: waarom de schuldenlast niet nog verder opdrijven zoals na het uiteenspatten van de internet-zeepbel? Is er geen “Hercules van de bankbiljettenpers” meer bij de FED van de Verenigde Staten of elders?
De huidige sterke terugkeer van de inflatie laat zien dat de schuldenlasten grenzen hebben bereikt die ze, voorlopig, niet kunnen overschrijden zonder dat het middel erger wordt dan de kwaal. De schuldenlasten betekenen het scheppen van steeds grotere hoeveelheden geld. Volgens de econoom P. Artus “is de liquiditeit sinds het jaar 2000 met 20% gestegen”. Het scheppen van een dergelijke geldmassa kan niet anders dan inflationistische tendensen stimuleren (2). Bovendien hebben de speculaten over ter wereld deze inflationistische tendens nog versterkt door massaal in te zetten op olie en basis voedselproducten. Omdat ze, gezien de crisis, op de beurs niet langer klassiek kunnen inzetten op de bedrijven, noch op de nieuwe economie die in 2001 geflopt is, noch in het onroerend goed die aan het ineenstorten is, stortten de speculanten zich op alles wat mensen gedwongen zijn te kopen, olie en voedsel, zelfs als dat een deel van de mensheid in hongersnood stort (3).
Het gevaar voor de kapitalistische economie is groot. De inflatie is een waar vergif, zij kan de ineenstorting van nationale munten met zich meebrengen en een ontregeling van het wereldwijde monetaire systeem.
De verzwakking van de dollar is al volop weg. Als een dergelijke gebeurtenis zich voordoet brengt dat een blokkage van het wereldhandel met zich mee omdat de Amerikaanse munt de dienst uitmaakt. Het is bovendien veelbetekend dat de directeuren van de grote centrale banken (FED, BCE...) ons bij al hun ingrijpen telkens twee tegenovergestelde dingen meedelen. Enerzijds, om de recessie te vermijden, zeggen ze, moeten de kredietteugels nog wat verder worden gefierd om verdere vraag te stimuleren. Anderzijds willen diezelfde directeuren de inflatie bestrijden door... de rentevoet op te trekken om de groei van schuldenlasten af te remmen. Deze grote bourgeois zijn niet schizofreen, ze brengen hier enkel de tegenspraak tot uiting waarin het kapitalisme is opgesloten. Het kapitalisme bevindt zich momenteel tussen het aambeeld van de recessie en de hamer van de inflatie. Anders gezegd, de bourgeoisie moet tussen gevaren navigeren: beperking van de groei van de schuldenlasten om de inflatie te beperken, en tegelijk de kredietkraan niet al te strak dicht te draaien om de economie niet geheel en al te blokkeren zoals dat in 1929 gebeurde. Kortom, ze bevindt zich in een impasse.

Het kapitalisme bevindt zich in een impasse, de toekomst is aan het proletariaat

De huidige recessie is een nieuwe, bijzonder ernstige en gewelddadige episode in het historisch bankroet van het kapitalisme. Deze crisis die nu al veertig jaar duurt is van ritme veranderd, vertegenwoordigd een ware versnelling zelfs als het geen ‘eind crisis’ is waarin het kapitalisme definitief vastloopt en waardoor het vanzelf zou verdwijnen. Wat belangrijk is is dat deze situatie, ongezien sinds 1929 aanzienlijke gevolgen zal hebben voor de levensomstandigheden van de arbeidersklasse net als voor de ontwikkeling van haar strijd. De bourgeoisie zal haar bliksem richten op het proletariaat. En hier is één ding zeker: geen enkele staatshuishoudkunde zoals die door de verschillende partijen van extreem rechts tot ultralinks worden voorgesteld zal de situatie in welk land dan ook kunnen verbeteren. Het is enkel de strijd van de arbeidersklasse die kan voorkomen dat de bourgeoisie drastische maatregelen neemt. De zich ontwikkelende inflatie schept, doordat die alle arbeiders raakt, gunstige omstandigheden voor een verenigde en solidaire strijd. De ontwikkeling van de strijd van de arbeidersklasse is niet alleen het enige middel waarmee de bourgeoisie er van kan worden afgehouden klappen uit te delen, maar het is ook het enige realistische middel om de weg naar de vernietiging van het kapitalisme te openen en het begin van een maatschappij - de kommunistische - waarin crises niet meer bestaan omdat er niet langer voor de winst wordt geproduceerd maar voor de bevrediging van de menselijke behoeften.
Vitaz / 30.08.2008

1) Een uitdrukking vastgelegd in het baanbrekende werk van J. Fourastié: Les Trente Glorieuses, ou la révolution invisible de 1946 à 1975, Paris, Fayard, 1979. Momenteel vindt er binnen de IKS een debat plaats om de drijvende krachten van deze lange fase van de kapitalistische economie beter te begrijpen, een debat dat in onze pers geleidelijk in de openbaarheid zal worden gebracht (zie Débat interne au CCI: Les causes de la période de prospérité consécutive à la Seconde Guerre mondiale, in Internationale Revue (Engels- Frans- en Spaanstalige uitgave), nr. 133, tweede trimester 2008). We roepen onze lezers uitdrukkelijk op om aan dit debat deel te nemen tijdens onze openbare en discussiebijeenkomsten en per email.
2) We kunnen binnen het kader van dit artikel niet de band uitleggen tussen de beschikbare geldmassa en zijn waarde. Maar kortweg, iedere keer dat de bankbiljettenpers draait en er geld wordt geschapen en op de markt wordt gebracht, verliest dit geld aan waarde wat tot uiting komt in een inflationistische tendens, dat wil concreet zeggen een algemene prijsverhoging.
3) In het voorbijgaan wijzen we er op dat ultra-links en de anders-globalisten onophoudelijk van de staten eisen dat ze speculatieve geldmassa’s confisqueren om die in de economie te pompen, bijvoorbeeld in de vorm van ‘grote werken’. Hier zien we heel het bedrog van die eis. Dat zou enkel tot gevolg hebben dat de inflatie wordt opgedreven. Met andere woorden: zij stellen voor om de brand te doven met benzine.