Betoging van 15/12 : Om eenheid en solidariteit te ontwikkelen, kunnen de arbeiders alleen op eigen krachten rekenen

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

Op 15 december namen in Brussel meerdere tienduizenden arbeiders deel aan de nationale betoging voor het behoud van de koopkracht en voor de solidariteit waartoe alle vakbonden, broederlijk verenigd, hadden opgeroepen (“Red de koopkracht en de solidariteit”).

Voor de arbeiders zijn een grote mobilisatie en de ontwikkeling van solidariteit inderdaad nodig om het hoofd te bieden aan de aanvallen op hun levensomstandigheden en tegen de mediacampagnes rond de nationalistische hersenschimmen. ! Vooral sinds deze zomer worden de aanvallen op de leefkwaliteit van de arbeidersklasse opgestapeld (lees hierover het artikel: Of het nu Belgisch, Vlaams, Waals of Brussels is: In naam van solidariteit met het systeem steeds meer armoede, in Internationalisme, nr. 334): – een ongekende stijging van de prijzen van benzine en stookolie, van gas en elektriciteit, net als van de producten voor de eerste levensbehoeften: zo zijn de prijzen van voedingsproducten in één jaar met gemiddeld 4,4% gestegen (De Standaard, 12.12.2007) en is voor een aantal voor 2008 een verdubbeling aangekondigd (De Morgen, 13.12.2007); – een voortdurende achteruitgang van de arbeidsvoorwaarden van de werkenden (productiviteitsopdrijving, verlaging van de loonnorm, geleidelijke uitholling van het sociale verzekeringssysteem);

– onophoudelijke golven van reorganisaties en ontslagen in alle sectoren.

In werkelijkheid kondigt het jaar 2008 een diepe recessie aan voor het geheel van de geïndustrialiseerde landen, wat andermaal laat zien dat het kapitalistische systeem verkankert, en de huidige verwarring binnen de politieke krachten van de bourgeoisie laat boven onze hoofden donkere wolken samenpakken van komende soberheidsmaatregelen: het laatste rapport van de Nationale Bank voorspelt al een toename van de inflatie, een begrotingstekort voor 2007 en 2008 en een afname van de industriële groei (De Morgen, 13.12.2007).

* Na zes maanden onderhandelingen, gekibbel, breuken, na een verkenner, twee informateurs en twee formateurs, heeft de Belgische bourgeoisie een voorlopige regering moeten aanstellen om de meest dringende lopende zaken te behartigen. Maar de gegevens van de laatste maanden lieten eveneens zien hoe de bourgeoisie in staat is haar innerlijke tegenstellingen te gebruiken (zie Internationalisme, nr. 333, De problemen van de bourgeoisie zijn niet die van de arbeiders) om oorverdovende campagnes te voeren om de ‘publieke opinie’ een keuze te laten maken tussen alternatieven die allemaal even nationalistisch en ronkend patriottisch zijn.

Al zes maanden ondergaan de arbeiders een ongekende uitbarsting van nationalistisch en regionalistisch geschreeuw waarin ze worden opgeroepen om kamp te kiezen als Waalse, Vlaamse, Brusselse of Belgische ‘burger’. Deze campagnes zijn wel heel fnuikend omdat:

– ze de aandacht van de arbeidersklasse afleiden van de aanvallen die onophoudelijk worden uitgevoerd en die nu wel heel krachtig zijn;

– ze worden vooral gevoerd rond een hoofdprobleem voor de ontwikkeling van de arbeidersstrijd, de solidariteit, om die weg te leiden naar nationalistisch of regionalistisch vlak: solidariteit onder alle Belgen, solidariteit van alle Vlamingen of alle Franstaligen.

Kortom, een grote mobilisatie van de arbeiders en het ontwikkelen van solidariteit zijn meer dan ooit noodzakelijk. Des te meer omdat met de berichten over stijgende kosten van levensonderhoud en afnemende leefkwaliteit, samengaand met een toenemende beeld van chaos en onverantwoordelijkheid van de politici, onder de arbeiders de laatste weken steeds meer een gevoel van onvrede heeft gevoed. Tegelijk neemt het aantal geïsoleerde stakingen tegen rationalisaties, ontslagen en loonsdalingen toe: Janssens Pharma Beerse, Volvo Cars Gent, Bayer Antwerpen, het gemeentepersoneel van Antwerpen, de treinbestuurders ... en een studentenbeweging tegen het rationalisatieplan van de universiteiten tekent zich ook af in Vlaanderen. Deze tendens tot toenemende woede en strijdbaarheid was duidelijk voelbaar tijdens de betoging van 15 december. Bovendien moet de toestand in België worden gezien in een bredere context: de huidige periode wordt gekenmerkt door sociale gisting in meerdere Europese landen: stakingen van treinbestuurders in Duitsland, bij de Franse spoorwegen en metro’s, van ambtenaren, scholieren en studenten in Frankrijk, belangrijke sociale bewegingen in Hongarije en Griekenland, scholierenmanifestaties in Nederland, en ga zo maar door.

In die omstandigheden moet de organisatie en het doel van de betoging van 15 december worden gezien: vormde die werkelijk een eerste stap naar grotere mobilisaties en naar een ontwikkeling van solidariteit in de strijd?

* Heeft de betoging van 15 december de uitbreiding en vereniging van het verzet bevorderd? De oproep tot betogen verwees met geen woord naar de verschillende, gelijktijdige, maar versplinterde bewegingen die in België op gang kwamen, evenmin naar de strijdbaarheid die in heel Europa tot uiting kwam. Het geheel van deze strijdbewegingen maakte het groeiend potentieel duidelijk voor uitbreiding van de strijd net als van de grote inzet ervan tegenover de uitzichtloosheid van dit systeem in doodsnood. In tegendeel, de krantencommentaren van de woordvoerders van de vakbonden waren veelbetekenend voor de doelstellingen van de vakbonden:

“Maar betogers vinden op een zaterdag, midden december, blijkt niet zo makkelijk [...] ze hebben van alles te doen die zaterdag” (De Standaard, 12.12.07). In plaats van de nadruk te leggen op de gezamenlijke dynamiek van de strijd ontmoedigden de vakbonden de arbeiders ieder afzonderlijk, op een weekeinde net voor de eindejaarsfeesten, een moment dat de vakbonden welbewust kozen voor hun betoging;

“Er weegt nog een tweede bedreiging op de betoging. De kleine onafhankelijke vakbond van de machinisten van de spoorwegen – die overhoop ligt met de grote vakbonden – dreigt zaterdag te staken” (Idem). Eens te meer, en terwijl zij zich voorstelden onder een éénheidsvlag, speelden de vakbonden in op de verdeling onder de arbeiders door het lamleggen van het spoorverkeer uit te lokken, wat hen in staat moest stellen om te vermijden dat er een massale ‘ongecontroleerde’ samenkomst zou plaatsvinden van arbeiders op de plaats van de betoging ;

“De mobilisatie verloopt moeilijk. De bonden mikken op 25.000 deelnemers. Daarvoor zijn ‘contingenten’ afgesproken: ABVV en ACV moeten elk 15.000 betogers ‘leveren’, de liberale bond ACLVB 5.000. Als ze ieder wat onder die cijfers blijven, halen ze toch nog de 25.000” (Idem). Konden ze nog duidelijker hun bedoelingen bekennen? De vakbonden richtten zich helemaal niet op een massale mobilisatie. Om ‘ontsporingen’ te voorkomen regelden ze de zaken onder elkaar om ‘voetvolk’ aan te leveren: ze spraken zelfs de aantallen af!

Het was dus helemaal niet verrassend dat na de betoging de cijfers van de organisatoren en die van de politie overeenkwamen (20.000 deelnemers), een bewuste onderschatting van het aantal betogers: men wou er niet meer en er mochten er ook niet meer zijn! Achter alle grootspraak over de noodzaak een halt toe te roepen aan de daling van de koopkracht is het de vakbonden er overduidelijk niet om te doen tot strijd aan te sporen, maar om het voortouw te nemen, om het sociaal terrein te bezetten en iedere mogelijkheid van ontwikkeling of uitbreiding in te kapselen en te ontmoedigen.

* Heeft de betoging dan wellicht de solidariteit bevorderd? Aan de behoefte aan solidariteit onder de arbeiders in strijd werd door de vakbonden een andere draai gegeven met een mobilisatie tegen de opsplitsing van de sociale zekerheid zoals die wordt geëist door een deel van de Vlaamse bourgeoisie, en vóór een oproep tot ‘een verantwoordelijke regering’ die maatregelen kan nemen ‘voor een sterke en federale sociale zekerheid’. Zo heroriënteerden ze het groeiend besef in de arbeidersklasse over het belang van solidariteit in de strijd tot een nationalistische betoging achter de één van fracties die met elkaar in de clinch liggen, naar steun voor de nationale staat, dezelfde die ten grondslag ligt aan de soberheidsgolven en rationalisaties die de arbeiders al jarenlang ondergaan. Het is trouwens aan dezelfde nationale staat dat de vakbonden hun eisen richten, om maatregelen te treffen ter verdediging van de koopkracht van de arbeiders ... in overleg met diezelfde vakbonden (alle uitkeringen welvaartsvast, in overleg met de sociale partners, een krachtig werkgelegenheidsbeleid, een méér evenwichtige fiscaliteit, …). Met andere woorden, voor de vakbonden bestaat het ontwikkelen van solidariteit uit het verspreiden van het ergste nationalistische en democratische bedrog, waarbij de arbeidersklasse met handen en voeten wordt gebonden aan haar ergste vijand, de burgerlijke staat.

Achter het geschetter over verdediging van koopkracht en solidariteit organiseerden de vakbonden deze manifestatie in werkelijkheid om iedere tendens in de richting van uitbreiding en vereniging van de strijd te saboteren en om de cruciale kwestie van arbeiderssolidariteit om te buigen naar ‘burgerlijke verantwoordelijkheid’ ter ondersteuning van de democratische nationale staat. Zo zetten ze enkel hun tactiek voort die ze al volgden in de strijd zoals bij VW-Vorst, Opel Antwerpen, bij De Post en de gemeenteambtenaren: initiatieven nemen om het sociale terrein te bezetten om de strijdbaarheid op te sluiten, om iedere uitbreiding van de beweging te voorkomen en ieder nadenken over de behoefte aan solidariteit onder de arbeiders in de kiem te smoren. Zo vormde de manoeuvre van de betoging van 15 december een uitgelezen gelegenheid om via leuzen over ‘bestaansvoorwaarden’ en ‘handhaving van de solidariteit’ de beweging op te sluiten en om te buigen in de richting van het nationalisme.

Om massaal en verenigd met alle arbeiders in strijd te gaan, onmisbaar door het onvermijdelijke verder zetten van de aanvallen, moet er lering worden getrokken uit de sabotage door de vakbonden. En één van de belangrijkste lessen bestaat er uit dat om doelmatig strijd te leveren, om verenigd en solidair de handschoen op te nemen door steeds meer te proberen de strijd  uit te breiden, de arbeiders alleen op eigen kracht kunnen rekenen. Zij hebben geen andere keus dan de strijd in eigen hand te nemen en alle valkuilen te ontwijken, al de manoeuvres ter verdeling en sabotage door de vakbonden n

IKS / 14.12.2007