Birma: Achter de democratische campagnes schuilen de imperialistische conflicten

See also :

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail Eind augustus volgden in Birma de ene betoging op de andere als gevolg van de plotselingen en drastische verhoging van de energieprijzen: 66% voor de benzine, 100% voor de diesel en meer dan 500% voor de gas. De officiële reden was de verhoging van de brandstofprijzen maar het ging er om de bevolking steeds meer te laten opdraaien voor het rampzalige wegzinken van het land in de crisis. De Birmaanse stat is nu al één van de drie armste staten van Eurazië en heeft een Bruto Intern Product (BIP) zo laag als dat van Noord-Korea. De financiële crisis van de laatste maanden en de gevolgen daarvan voor de wereldeconomie spaart geen enkel land en zeker niet de armste. De prijsstijging van energie veroorzaakte onvermijdelijk ook een algemene prijsstijging van de eerste levensbehoeften. Ook was de woede van een uitgezogen bevolking enorm, die moet overleven in een toestand van chronische armoede, onder het juk van een militaire kliek die haar dwingt tot ‘dwangarbeid’, dat wil zeggen slavernij, waarbij verkrachting op grote schaal wordt toegepast.
Officieel zou (midden oktober) de repressie van 26 en 27 september tien doden geëist hebben en er zouden 3.000 aanhoudingen zijn verricht terwijl de handlangers van het Birmaanse regime op dit ogenblik op het hele grondgebied nog altijd ware klopjachten op mensen houden. Zoals alle buitenlandse waarnemers vaststellen, moet de werkelijke tol veel hoger zijn; de barbaarse reputatie van het Birmaanse regime berust op een bloedige werkelijkheid. Zo liep de balans van de onderdrukking van de protestbetogingen tegen de levensduurte in 1988 uiteindelijk op tot 3.000 doden, nog altijd volgens de ‘officiële’ versie, waarbij duizenden mensen naar de grenzen vluchtten.

De democratische schijnheiligheid en de leugen


De ‘internationale gemeenschap’ was hevig verontwaardigd over deze “ernstige aanslag op de democratie”. De Europese Unie bleef “economische sancties” aankondigen zoals het bevriezen van de buitenlandse tegoeden van de Birmaanse verantwoordelijken en een embargo op de import van hout en metalen. De Verenigde Naties, via haar speciale gezant, Ibrahim Gambari, “betreurde de repressie”, en na op 2 oktober zonder enige resultaat de Birmaanse militaire gezaghebbers te hebben ontmoet, stelde voor om nogmaals naar Birma te gaan… “in de derde week van November”. Wat Bush betreft, hij riep op tot “een enorme internationale druk” om de junta te dwingen een “overgang naar de democratie” te aanvaarden en hij betreurde daarbij bitter dat de rest van de wereld dit initiatief niet overnam. De hoofdprijs gaat echter naar Nicolas Sarkozy en zijn overbekende minister van Buitenlandse Zaken, Bernard Kouchner. Met groots humanitair elan, “beoogde” de eerste van Total, dat de Birmaanse macht ondersteunt en daarvoor van de Franse staat gulle inkomsten opstrijkt, te eisen de investeringen in Birma af te remmen en zelfs te bevriezen. De tweede, bekend als schrijver van de leugenachtige enquête van 2003, waarin voor datzelfde bedrijf de spons werd geveegd over beschuldigingen als zou dat bedrijf dwangarbeiders uit de Birmaanse bevolking gebruiken, wilde liever overleggen met de Aziatische buren van Birma, waaronder China, opdat díe druk zouden uitoefenen. Dat is zeker gerieflijker en nuttiger, maar het beschermt vooral de Franse belangen. De onderdrukking, de armoede, de ellende, de grofste uitbuiting; de burgerlijke klasse heeft er lak aan. Maar vanwaar dan toch al dat geraaskal, waarom al die verklaringen van ‘ontzetting’? Omdat het er, achter deze reactie van de Westerse bourgeoisie, om gaat deze betogingen en deze strijd van de bevolking tegen de ellende voor te stellen als een beweging voor de democratie, daaronder verstaan dat men het in de democratische landen beter af is. Dat is de reden waarom de pers er pas over begon te berichten, toen Boeddhistische monniken opdoken in de betogingen, net als in 1988. Daarom ook wordt de oppositie tegen de plaatselijke machthebbers, in de persoon van Aung San Su Kyi, voorgesteld als de enige redding. Het gaat er niet zozeer om de zwakke Birmaanse arbeidersklasse te bedriegen als wel die in de Westerse landen. Dit grote democratisch circus vormde alweer een gelegenheid om het democratische wonderdrankje in te lepelen als middel tegen alle kwalen.
Birma, inzet van imperialistisch spel

Toch was dit schijnheilig gekrijs ook en vooral gericht op China, dat een groeiende invloed heeft in Birma. De langste grens van Birma wordt gevormd door die met China, zijn belangrijkste handelspartner en de leverancier van de militaire regering van generaal Than Chew. China herbouwt voor de Birmaanse staat de oude route naar India. Het sturde 40.000 bouwvakarbeiders. Hele gebieden van Birma worden overheerst door de machtige buur, de Chinese taal en munt worden gebruikt, alsof Beijing er de dienst uitmaakt. Birma maakt deel uit van de Chinese strategie richting Indische Oceaan, met vooruit geschoven posten en een heuse marinebasis. Het vormt onderdeel van de Chinese “parelkroon”, dat wil zeggen de sleutelsatellieten van Beijing. Met greep op Bhutan (Tibet), breidt China steeds meer zijn invloed uit over Nepal, Birma, Cambodja en Laos, met de bedoeling verder op te rukken naar Vietnam en Indonesië. Zijn ambities liggen in het westen in Centraal Azië en in het zuiden in de Indische Oceaan. Deze opkomst van China komt ook tot uiting in een bijzonder agressieve houding ten opzichte van Japan en Taiwan. De zorg van andere landen als Rusland, India, Frankrijk, de Verenigde Staten, en zelfs Australië, bestaat er uit de imperialistische opmars van Beijing te stuiten en er hun eigen belangen te verdedigen. Dat is de ware reden voor al de schijnheilige ‘diplomatieke’ intriges. Dat zijn de smerige belangen die schuilgaan achter alle ‘humanitaire’ verklaringen van Sorkozy, Bush en consorten!

Wilma / 26.10.2007