100 jaar verval van het kapitalisme

Printvriendelijke versieSend by email

Sinds een eeuw staan we op een nieuw kruispunt in de geschiedenis van de mensheid. De revolutionaire klasse heeft het keerpunt al zeer vroeg en met een dringende helderheid betiteld met de formule: 'socialisme of barbarij'. De helderheid van de marxistische analyse, die in deze formule verborgen zit en die zich daarin uitdrukt, mag echter niet worden gereduceerd tot een lege vorm. Daarom willen we in het kort het historische belang en de essentiële diepgang van de marxistische analyse belichten. Als we ons buigen over de duistere en verborgen oorsprong van de menselijke soort, kunnen we alleen maar verbaasd en onder de indruk zijn van de belangrijke stappen die de mens in staat hebben gesteld om zich los te maken uit het dierenrijk en van de enorme stappen die hierop gevolgd zijn: de taal, het schrift, de dans, de architectuur, de productie van een overvloed aan goederen, zijn vermogen om zich te beroepen op de diversiteit en de diepgang van de morele, culturele, intellectuele behoeften en de waarde van deze behoeften. Dat alles weerspiegelt een culturele rijkdom en een versnelling van de geschiedenis die ons doen duizelen.

Maar als we onze aandacht richten op de verschillende tijdperken van de menselijke geschiedenis, moeten we ook erkennen dat de menselijke ontwikkeling niet continu en geleidelijk is geweest. Meer nog, na het ontstaan van de klassenmaatschappij en de opkomst van de grote 'beschavingen' moeten we concluderen dat deze laatste bijna allemaal onherroepelijk zijn verdwenen en dat slechts enkele zich hebben omgevormd tot iets nieuws. We constateren dat er vele malen culturele regressie is opgetreden en verworvenheden in vergetelheid zijn geraakt, meestal vergezeld van een morele verwildering van de mens en een enorme wreedheid in de menselijke verhoudingen. De basis voor de vooruitgang, die de mensheid heeft gerealiseerd, moet gezocht worden in haar bekwaamheid om de natuur om te vormen met het oog op de bevrediging van haar behoeften, op de eerste plaats materieel, en in haar vermogen om de uitbreiding van de productiemiddelen en -technieken te verbeteren en te ontwikkelingen, welke Marx ‘productiekrachten’ noemde.

Het niveau van de ontwikkeling van die productiekrachten en de arbeidsdeling, die dat impliceert, bepalen in de grond de ‘productieverhoudingen’, de manier waarop de samenleving zich organiseert om ze in werking te stellen. Als deze laatste het meest geschikte kader vormen voor de ontwikkeling van de eerste, kent de maatschappij een ontwikkeling, niet alleen op materieel, maar ook op cultureel en moreel vlak. Maar wanneer de productieverhoudingen een belemmering vormen voor de verdere ontwikkeling van de productiekrachten, kent de maatschappij toenemende stuiptrekkingen en wordt ze bedreigd door barbarij. Om een historisch voorbeeld te nemen: een van de pijlers van het Romeinse Rijk was de uitbuiting van slaven, voornamelijk door werk in de landbouw. Maar toen er nieuwe landbouwtechnieken werden geïntroduceerd, konden ze niet worden gesteld door producenten die het statuut van vee hadden. Dat vormde een van de oorzaken voor het verval en de ineenstorting van dat Rijk.

Vandaag kunnen we zien hoe grandioos de grote culturele sprongen waren (1), van de neolithische revolutie tot aan de renaissance, het humanisme en de Russische Revolutie als opmaat naar de wereldrevolutie. Deze culturele sprongen zijn elk het resultaat van langdurige perioden van strijd, waar nieuwe sociale relaties de voormalige moesten overwinnen. Deze belangrijke culturele sprongen hebben ons gebracht naar de volgende sprong, de eerste bewuste wereldwijde socialisatie, het socialisme! Het marxisme, de theorie die het proletariaat in zijn strijd tegen het kapitalisme verwerft, is in staat een heldere en niet gemystificeerde kijk te ontwikkelen op de geschiedenis en de belangrijkste tendensen daar in te herkennen. Dit betekent niet dat het de toekomst kan lezen als in een kristallen bol. Wij kunnen niet voorspellen wanneer de wereldrevolutie zal plaatsvinden, en of zij zelfs daadwerkelijk zal plaatsvinden.

Maar tegen alle weerstand en misverstanden in, die zelfs sommige revolutionairen beïnvloeden, moeten we verdedigen en diepgaand begrijpen wat het enorme historische belang is van het gegeven dat het kapitalisme in verval getreden is. Het alternatief waar we de laatste 100 jaar voor staan, kan als volgt worden samengevat: ofwel de volgende sociale en culturele sprong, het socialisme, ofwel de barbarij. De ernst van dit alternatief is dramatischer dan in welke periode ook, die ons tot op heden bekend is. De toenemende tegenspraak tussen de productiekrachten en de productieverhoudingen opent niet alleen de mogelijkheid van een sociale en culturele achteruitgang, maar zelfs van de totale vernietiging van de menselijke soort.

Voor het eerst in de geschiedenis wordt, in de periode van het verval van een productiewijze, het bestaan ​​van de menselijke soort zelf in vraag gesteld. Tegelijkertijd zijn er enorme historische mogelijkheden voor verdere ontwikkeling: het begin van de ‘echte’, bewuste geschiedenis van de mensheid. Het kapitalistische model van socialisatie is het grootste succes dat de geschiedenis van de mensheid heeft gekend. Het kapitalisme heeft alle culturele milieus van andere maatschappijvormen (voorzover het die niet heeft vernietigd) in zich opgenomen en voor de eerste keer een wereldwijde samenleving geschapen. De centrale vorm van de uitbuiting is de loonarbeid, die de voorwaarde is van de toe-eigening en de accumulatie van de meerwaarde, van het reusachtig productieve coöperatieve werk, van het geassocieerde, gesocialiseerde karakter van de arbeid.

Dit vormt de verklaring voor de onvergelijkbare technische en wetenschappelijke explosie, die verbonden is met de geschiedenis van de opkomst van het kapitalisme. Maar een van de eigenaardigheden van de kapitalistische vermaatschappelijking is dat ze onbewust gebeurt. Het is alsof ze bepaald wordt door wetten die, als een uitdrukking van bepaalde sociale relaties waarbij arbeidskracht wordt geruild tegen loon, tussen producenten en de eigenaars van de productiemiddelen, zich voordoen als ‘natuurlijke’, ‘onveranderlijke’ wetten, en zich dus buiten elke menselijke wil lijken te bewegen. In deze gemystificeerde, verzakelijkte weergave van de werkelijkheid waar mensen en de relaties tussen hen ‘dingen’ worden, verschijnt de aanzienlijke stijging van de materiële middelen als het product van het kapitaal en niet als het product van de menselijke arbeid. Met de verovering van de wereld blijkt echter dat de aarde toch rond en eindig is.

De wereldmarkt wordt geschapen (na de vernietiging van alternatieve vormen van productie, zoals de Chinese, Indiase en Ottomaanse textielproductie). Hoewel het succes van de kapitalistische productiewijze een progressieve etappe is in de menselijke geschiedenis, betekent de sprong van de industriële revolutie voor de meerderheid van de bevolking in het centrum van het kapitalisme zowel de vernietiging van de reeds bestaande vormen van leven als felle uitbuiting, en in grote delen van de wereld epidemieën, honger en slavernij. Het kapitalisme is zonder twijfel het meest moderne uitbuitingssysteem, maar het is uiteindelijk net zo parasitair van aard als zijn voorgangers. Om de machine van de accumulatie draaiende te houden, heeft de kapitalistische socialisatie altijd meer grondstoffen en markten nodig, en het moet kunnen rekenen op een reserve aan mensen, die gedwongen worden hun arbeidskracht te verkopen om te overleven. Dit is de reden waarom zijn overwinning op de andere productiewijzen verloopt via de ondergang en hongersnood van voorgaande producenten.

Het kapitalisme doet zich voor als doel en hoogtepunt van de menselijke ontwikkeling. Volgens zijn ideologie zou er buiten hem niets bestaan. Daarvoor moet deze ideologie echter twee dingen verbergen: aan de ene kant dat het kapitalisme historisch in hoge mate afhankelijk is van productieverhoudingen en een zone buiten het kapitalisme, aan de andere kant dat de kapitalistische socialisatie, zoals alle vormen die haar voorafgingen in de geschiedenis van de mensheid, slechts een stap is in het proces van bewustwording van de mensheid. De drijvende kracht van de accumulatie produceert continu interne tegenspraken, die zich explosief ontladen in crises. In de periode van opkomst van het kapitalisme werden deze crises overwonnen door de vernietiging van overtollig kapitaal en de verovering van nieuwe markten.

Het nieuwe evenwicht ging telkens vergezeld met een nieuwe uitbreiding van de kapitalistische sociale verhoudingen, maar met de opdeling van de wereldmarkt tussen de centrale machten van het kapitalisme bereikten die, in de wereldwijde verhoudingen, een grens. Op dat moment konden de grote nationale staten, bij hun verovering van de wereld, alleen maar tegenover elkaar staan. Nu de taart volledig is opgedeeld, kan iedereen zijn eigen aandeel slechts vermeerderen door de vermindering van het aandeel van de anderen. De staten ontwikkelen hun bewapening en gaan elkaar te lijf in de Eerste Wereldoorlog. De productieve krachten, geketend door de historisch achterhaalde productieverhoudingen, veranderen in de wereldslachting in een vernietigende kracht, begiftigd met een ongelooflijk destructief potentieel. Met de intrede van het kapitalisme in zijn vervalperiode wordt de oorlog een militaire botsing om de militaire uitrusting, waarbij het leeuwendeel van de productie onderworpen wordt aan de productie voor militaire behoeften.

De blinde machine van vernietiging en verdelging leidt de wereld naar de afgrond. Ruim voor 1914 heeft de linkerzijde van de Socialistische Internationale, de revolutionaire krachten rond Rosa Luxemburg en Lenin, al haar krachten in de strijd gegooid tegen de dreiging van de imperialistische slachting. Het levende marxisme, dat wil zeggen het echte marxisme dat niet is opgesloten in dogma's en voor eeuwig geldige formules, heeft herkend dat het niet ging om een nieuwe oorlog tussen natiestaten, vergelijkbaar met de oorlogen die eraan voorafgingen, maar dat ze het begin betekende van het verval van het kapitalisme. De marxisten wisten dat we op een historisch kruispunt stonden (waar we nog steeds staan), dat voor de eerste keer dreigt uit te groeien tot een strijd om de overleving van de hele soort. Het begin van de periode van het kapitalisme in verval, 100 jaar gelden, is onomkeerbaar, maar dat betekent niet dat de groei van de productiekrachten stopgezet is.

In feite worden deze krachten zo gehinderd en gecomprimeerd, enkel en alleen door de logica van de kapitalistische uitbuiting, dat de ontwikkeling van de maatschappij wordt meegezogen in een steeds barbaarsere draaikolk. Alleen de arbeidersklasse is in staat om de geschiedenis een andere richting te geven en een nieuwe samenleving op te bouwen. Na de nederlaag van de revolutionaire opstand van 1917-1923 zagen we de zuivere tendens van de kapitalistische barbarij met een onvoorstelbare wreedheid aan het werk. De koers naar een andere wereldoorlog lag open, de mensen werden gereduceerd tot geregistreerde nummers, ingesloten in kampen voor een moorddadige uitbuiting of voor regelrechte moord. De stalinistische massamoorden werden overtroefd door de moorddadige waanzin van de nazi's, maar de ‘beschaafde’ bourgeoisie wilde niet voor deze barbarij onderdoen: het gebruik van de ‘democratische’ atoombom maakte twee steden in Japan met de grond gelijk en veroorzaakte bij de overlevenden een verschrikkelijk lijden.

De machine van de kapitalistische staat heeft van de geschiedenis slechts ‘geleerd’ dat ze zich niet zelf mag vernietigen (de bourgeoisie zal niet eenvoudigweg zelfmoord plegen om het historische toneel over te laten aan het proletariaat). Het is echter slechts de terugkeer van de arbeidersklasse na 1968 die een garantie vormt tegen de openlijke koers naar de oorlog. Hoewel de arbeidersklasse in staat was om het pad naar een nieuwe wereldwijde holocaust te blokkeren, is ze er tot nog toe niet in geslaagd om haar eigen perspectief op te leggen. In deze situatie kan geen van de twee bepalende klassen van de maatschappij een beslissend antwoord geven op de onomkeerbare en steeds diepere economische crisis. De maatschappij heeft af te rekenen met steeds grotere verrotting, een toenemende sociale afbraak, die het voor het proletariaat nog moeilijker maakt een duidelijk bewustzijn te ontwikkelen van zijn historisch perspectief, een perspectief dat een eeuw geleden wijdverbreid was in haar gelederen.

Honderd jaar zijn er voorbijgegaan en nog steeds staat de arbeidersklasse voor een enorme historische taak. De klasse van de geassocieerde arbeid, de werkende klasse, de draagster van de hele geschiedenis van de mensheid, de centrale klasse in de strijd voor de afschaffing van de klassen, moet de strijd aangaan tegen deze barbarij. In de strijd tegen de nihilistische en amorele barbarij van het kapitalisme vormt zij de belichaming van de mensheid die zich bewust wordt van zichzelf. Het is de productieve kracht die geketend blijft aan de toekomst. Zij bergt in zich het potentieel voor een nieuwe culturele sprong. In de strijd aan het begin van het verval van het kapitalisme stond er wereldwijd een hele generatie van revolutionairen op die zich verzette tegen de misvormde en verdinglijkte socialisatie van het kapitalisme. Het was de bewuste associatie van arbeiders - onder leiding van het baken van de Communistische Internationale.

Met de Russische Revolutie nam zij de strijd op voor de wereldrevolutie. Deze grote taak om haar verantwoordelijkheid op te nemen voor de mensheid is voor ons, bijna 100 jaar later, nog altijd een opwindende en een enthousiasmerende gedachte. Dit toont aan dat, zelfs tegenover de dreiging van afstomping, een morele verontwaardiging in het hart van het proletariaat vandaag nog steeds een kompas voor ons is. De arbeidersklasse lijdt met de hele maatschappij onder de last van het verval. De atomisering en de afwezigheid van een perspectief vallen onze eigen identiteit aan. In de komende confrontaties zal de arbeidersklasse tonen of ze in staat is haar historische taak opnieuw bewust op te nemen. Het is historisch misschien maar een kleine stap om over te gaan van morele verontwaardiging naar de politisering van een hele generatie. Een nieuwe culturele sprong in de geschiedenis van de mensheid is mogelijk en onontbeerlijk, dat is wat we leren uit de levende geschiedenis.

IKS / 06-02-2014

 

Voetnoten

(1) Laten we duidelijk zijn dat we onder de term 'cultuur' alles groeperen wat een gegeven samenleving omvat: de manier om zich materieel te reproduceren, maar ook alle voortgebrachte artistieke, wetenschappelijke, technische en morele aspecten.

Geografisch: 

Theoretische vraagstukken: