Brazilië: de politie-onderdrukking ontlokt de woede van de jeugd

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

Een golf van protesten tegen de verhoging van de kaartjes voor het openbaar vervoer vindt op dit moment plaats in de grote steden van Brazilië, in het bijzonder in Sāo Paulo, maar ook in Rio de Janeiro, Porto Alegre, Goiânia, Aracaju and Natal. Deze mobilisatie heeft in het bijzonder jonge mensen samengebracht: studenten en leerlingen van school, en in mindere mate maar toch vol van betekenis, arbeiders en werklozen. Ze verzetten zich allemaal tegen de verhoging van een reeds te dure service van lage kwaliteit, waar te veel voor betaald moet worden en die bovenop de verlaging van de levensstandaard voor grote delen van de bevolking komt.

De Braziliaanse bourgeoisie, met aan het hoofd de ArbeidersPartij (PT), en haar bondgenoten hebben benadrukt dat alles in orde is in Brazilië, ondanks de duidelijkheid van groeiende moeilijkheden de inflatie onder controle te houden, die veroorzaakt is geworden door de maatregelen om de consumptie aan te zwengelen teneinde te voorkomen dat het land in een recessie terecht zou komen. Omdat de bourgeoisie geen manoeuvreerruimte heeft, is de enige manier waarop ze de inflatie kan proberen te beperken de verhoging van de rente tegelijkertijd met de verlaging van de uitgaven voor de openbare diensten: onderwijs, gezondheidszorg, sociale zekerhei, allemaal terreinen waardoor de levensomstandigheden verder verslechteren van degenen die daar van afhankelijk zijn.

De laatste jaren waren er veel stakingen tegen de verlaging van de lonen, de toenemende onzekerheid van de werkloosheid en de bezuinigingen in het onderwijs en de sociale zekerheid. Maar in de meerderheid van de gevallen bleven de stakingen geïsoleerd door een ‘cordon sanitair’ opgezet door de vakbonden, die verbonden waren met de regering van de PT. De ontevredenheid is ingekaderd, zodat het niet de sociale vrede bedreigt ten koste van de nationale economie. Dit is de achtergrond voor de verhoging van de prijzen van het openbaar vervoer in Sāo Paulo en de rest van Brazilië: de eis om steeds meer offers te brengen ten gunste van de nationale economie, oftewel het nationale kapitaal.

Zonder enige twijfel zijn de bewegingen die in de afgelopen jaren in de wereld zijn uitgebarsten, met een sterke deelname van jonge mensen, het bewijs dat het kapitalisme geen andere toekomst te bieden heeft aan de mensheid dan onmenselijkheid. Daarom had de recente mobilisatie in Turkije ook zo’n grote weerklank in de protesten tegen de verhoging van de vervoerskosten. De jonge mensen uit Brazilië hebben laten zien dat ze niet bereid zijn de logica van de opofferingen te aanvaarden die opgelegd worden door de bourgeoisie. Ze hebben zich vervoegd bij de gevechten, die de wereld de laatste jaren dooreengeschud hebben, zoals de strijd van de kinderen van de arbeidersklasse in Frankrijk (de strijd tegen de CPE in 2006), van de jeugd in Griekenland, Egypte en Noord-Afrika, de Indignados in Spanje en de Occupy in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten.

Een week van protest en wrede reacties van de bourgeoisie

Aangemoedigd door het succes van de demonstranten in de steden van Porto Alegre en Goiânia, die geconfronteerd werden met een wrede repressie en die er, desondanks, in slaagden een opschorting van de verhoging van de vervoerskosten te realiseren, begonnen er op 6 juni ook demonstraties in Sāo Paulo. Daartoe werd opgeroepen door de Beweging voor Vrije Toegang tot het Vervoer (MPL, Movimeto Passe Livre), een groep die hoofdzakelijk gevormd werd door jonge studenten, die beïnvloed waren door de standpunten van links en ook van het anarchisme. De MPL zag een verrassende toename van het aantal aanhangers, tussen de 2000 en 5000. Er waren ook andere mobilisaties op de 7e, 11e en de 13e juni. Vanaf het begin was de repressie wreed en had talloze arrestaties en verwondingen tot gevolg. Hier moeten we de moed en de vechtlust van de demonstranten benadrukken en de sympathie die ze vrij vlug teweegbrachten onder de bevolking, iets waar de organiserende zelf door verrast waren.

Geconfronteerd met deze demonstratie ontketende de bourgeoisie een schaal van geweld nog nooit vertoond in de geschiedenis van dit soort bewegingen, met de algehele medewerking van de media die zich haastten om de demonstranten te betitelen als vandalen en onverantwoordelijke elementen. Een woordvoerder van de staat, de openbare aanklager, adviseerde de politie om de protesterende te slaan en zelfs te doden.

“Ik heb twee uur lang geprobeerd om terug thuis te komen, maar er is een bende van revolterende apen die de stations van Faria Lima en Marginal Pinheiros blokkeren. Iemand zou de Tropa de Choque (een elite-eenheid van de militaire politie) moeten vertellen dat deze zone deel is van mijn jurisdictie.  De eenheden zouden moeten komen en deze hoerenzonen moeten doden en ik zal de politie instrueren om onderzoek te doen … Ik denk met nostalgie terug aan de tijd dat dit soort dingen werd opgelost door een rubberen kogel in de rug van elk stuk stront.”

Daarenboven is er een reeks van toespraken geweest van publieke personen die behoren tot de rivaliserende partijen, zoals van de gouverneur van de staat Geraldo Alckmin van de PSDB (de Braziliaanse sociaal-democratische partij), en van de burgemeester van Sāo Paulo, van de PT, die beiden even razend en tierend waren in hun verdediging van de politie-repressie en in de veroordeling van de beweging. Een dergelijke overeenstemming is niet erg gewoon, gegeven het feit dat het politieke spel van de bourgeoisie er typisch in bestaat om de verantwoordelijkheid voor welk probleem dan ook toe te schrijven aan de partij die aan de macht is.

In reactie op de groeiende repressie en het rookgordijn dat door de belangrijkste kranten, de televisie en de radiostations was opgetrokken, begonnen steeds meer mensen deel te nemen aan de demonstraties (20.000 op 13 juni, een aantal dat nu ver voorbijgestreefd is – noot van de vertaler). De repressie was zelfs gewelddadiger en leidde tot 232 arrestanten en talloze gewonden.

Het is belangrijk om de opkomst van een nieuwe generatie journalisten te onderstrepen. Alhoewel ze een minderheid vormen, hebben ze duidelijke solidariteit betoond met de beweging door het geweld van de politie te openbaren, waar velen van hen zelf slachtoffer van werden. Bewust geworden van de manipulatieve methoden van de grote media zijn deze journalisten er tot op zekere hoogte in geslaagd te begrijpen dat de gewelddadige acties van de jongeren een daad van zelfverdediging was en dat de plundering van de regeringsgebouwen en rechtbanken een niet gecontroleerde uitdrukking was van verontwaardiging tegen de staat. Bovendien zijn er ook activiteiten gerapporteerd van provocateurs, die de politie gewoonlijk in demonstraties inzet.

De ontketening van een hele reeks van manipulaties en leugens door officiële bronnen, de media en de politie, die erop gericht zijn de legitieme beweging te demoraliseren en te criminaliseren, heeft tot resultaat gehad dat het aantal deelnemers in de demonstraties en de steun van de bevolking is toegenomen. Hier is het belangrijk om de belangrijkste bijdragen, gedaan door actieve elementen in de beweging of sympathisanten ervan via de sociale media te belichten. Uit angst dat de situatie uit de hand gaat lopen, zijn bepaalde delen van de bourgeoisie begonnen hun toon te veranderen. De grote communicatiebedrijven, die eigenaar zijn van kranten en televisiekanalen, begonnen na een week van stilte over de politierepressie, eindelijk te praten over de “excessen” in de acties van de politie. Bepaalde politici hebben dit soort ‘excessen’ ook bekritiseerd en gezegd dat ze deze gaan onderzoeken.

Het geweld van de bourgeoisie door middel van de staat, welk gezicht het ook aanneemt, ‘democratisch’ of ‘radicaal’, is gebaseerd op een totalitaire terreur tegen de klasse die uitgebuit en onderdrukt wordt. In de ‘democratische’ staat is dit geweld niet zo openlijk als in een ‘naakte’ dictatuur; het is meer verborgen opdat de uitgebuiten, door een identificatie met de staat, de omstandigheden van hun uitbuiting aanvaarden. Maar dit wil niet zeggen dat de democratische staat afziet van de meest gevarieerde en moderne vormen van repressie als de situatie dat vereist. Het is daarom niet verrassend dat de politie dit soort geweld inzet tegen de beweging. Maar, net als in het geval van de bedrieger, hebben we gezien dat een toenemende repressie in Brazilië alleen maar een groeiende solidariteit heeft ontlokt en zelfs elders in de wereld, zelfs als het daar alleen maar tot een kleine minderheid beperkt bleef.

Er zijn een aantal solidariteitsdemonstraties geweest buiten Brazilië, voornamelijk in gang gebracht door Brazilianen die in het buitenland leven. Het mag duidelijk zijn dat het politiegeweld deel uitmaakt van de aard van de staat en geen geïsoleerd geval is of een uitzondering, zoals de burgerlijke media en autoriteiten beweren. Het is geen tekortkoming van de kant van de leiders en we zullen niets bereiken als we ‘gerechtigheid’ of een meer beleefd optreden van de politie vragen. Om de repressie het hoofd te kunnen bieden en een krachtsverhouding in ons voordeel op te bouwen bestaat er geen andere methode dan de uitbreiding van de beweging naar een groter aantal sectoren van de werkers. Om dit te bereiken kunnen we ons niet richten tot de staat en vragen om liefdadigheid. De afwijzing van de repressie en van de verhoging van de vervoerskosten moet door de arbeidersklasse als geheel in handen genomen worden door een oproep te doen de protestacties en de gemeenschappelijke strijd tegen de repressie en de levensomstandigheden op te voeren.

De demonstraties zijn nog lang niet voorbij. Ze hebben zich uitgebreid over heel Brazilië en er waren protesten bij de start van de 2013 Confederations Cup: voordat het openingsduel tussen Brazilië en Japan begon werd staatspresident Dilma Rousseff uitgejouwd net als de president van de FIFA, Sepp Blatter. Beiden waren niet in staat om te verbergen hoe ongemakkelijk ze zich voelden onder deze uiting van vijandschap en hielden hun toespraken kort om de schade te beperken. Rondom het stadion was een demonstratie van 1200 mensen in solidariteit met de beweging tegen de verhoging van de vervoerskosten. Ook zij werden hardhandig onderdrukt door de politie, die 27 mensen verwondde en 16 opsloten. Om de repressie verder te versterken verklaarde de staat, onder het voorwendsel dat het toernooi, het vervoer en de functionering van de publieke diensten niet mag worden verstoord, dat iedere demonstratie in de nabijheid van de stadions tijdens de Confederations Cup verboden is.

De beperkingen van de beweging voor vrij vervoer en enkele voorstellen

Zoals we weten heeft deze beweging een nationaal karakter aangenomen door de bekwaamheid van de studenten en de leerlingen van de hoge scholen om een mobilisatie tegen de verhoging van kosten van het openbaar vervoer op de been te brengen. Het is echter belangrijk om te onthouden dat het doel van de mobilisatie, op middellange en lange termijn, er in bestond om vrij vervoer, verzorgd door de staat voor de hele bevolking, te onderhandelen.

En dit is precies waar we de grenzen zien van de belangrijkste eisen, daar algemeen vrij vervoer binnen de kapitalistische maatschappij niet kan bestaan. Om dat te realiseren zou de bourgeoisie en de staat de uitbuiting van de arbeidersklasse nog verder moeten opvoeren, bijvoorbeeld door de verhoging van de belasting op de lonen. We moeten ons realiseren dat de strijd niet gevoerd kan voor een onmogelijke hervorming, maar veeleer moet worden gericht op het terugdringen van de staat.

Op dit moment lijkt het vooruitzicht voor de beweging verder te gaan dan de eenvoudige eisen tegen de verhoging van de vervoerskosten. Er zijn nu al voor de komende week demonstraties in tientallen grote en middelgrote steden aangekondigd.

De beweging moet waakzaam blijven ten opzichte van de linkerfractie van het kapitaal, die gespecialiseerd is in het recupereren van demonstraties om ze in een doodlopend straatje te leiden, zoals ze bijvoorbeeld gedaan hebben met de oproep aan de rechtbanken om de problemen op te lossen zodat de demonstranten weer naar huis kunnen gaan.

Om ervoor te zorgen dat de beweging zich ontwikkelt, moeten we plaatsen scheppen waar we collectief kunnen luisteren naar en debatteren over de verschillende visies. Dit kan alleen gedaan worden in algemene vergaderingen, die open staan voor iedereen, waar aan alle demonstranten het recht is gegarandeerd om te spreken. Bovendien is het van levensbelang de werkende arbeiders op te roepen zich bij de algemene vergaderingen en protesten te vervoegen omdat zij en hun gezinnen net zo door de prijsstijgingen getroffen worden.

De protestbeweging, die zich in Brazilië ontwikkelt, is een duidelijk antwoord op de campagne van de Braziliaanse bourgeoisie, die geruggensteund wordt door de wereldbourgeoisie, dat Brazilië een ‘opkomend natie’ op weg is om de armoede te overwinnen. Deze campagne is in het bijzonder gepromoot door Lula, die in de wereld bekend staat als de persoon die erin geslaagd zou zijn om miljoenen Brazilianen uit de armoede te halen. In werkelijkheid bestond zijn grote dienst aan het kapitaal erin om de kruimels onder de armen te verdelen om de illusies onder hen overeind te houden en de precaire situatie van Braziliaanse proletariaat als geheel te accentueren.

Geconfronteerd met de verergering van de wereldcrisis en de aanvallen van het kapitaal op de levensomstandigheden van het proletariaat, bestaat er geen andere uitweg dan te strijden tegen het gehele kapitalistische systee.

Revoluçāo Internacional (IKS in Brazilië) / 16.6.2013