Uit ons rapport over de nationale situatie in België: De nationalistische hersenspoeling verhindert een eendrachtige reactie

Printvriendelijke versieSend by email


[1. …]


2. De druk van de ontbinding maakt de zwakheden van de Belgische
bourgeoisie duidelijk


 


(…) De verdeling binnen de verschillende nationale fracties van de
bourgeoisie drukt voor alles de druk uit van de historische crisis van het
kapitalisme op de samenhang van alle burgerijen van de planeet. De botsing
tussen de republikeinen en de democraten in de VS over de te volgen politiek
ten opzichte van de economische depressie, net zoals de spanningen tussen de
rijke regio’s in Italië (Noord Italië) en Spanje (Catatonie) (NvdR:zie verder
in dit blad) en de arme regio’s van deze langen of de opkomst in een land als
Nederland van de openlijk anti-Europese fracties: overal zijn dit soort
toenemende spanningen vast te stellen. In dit kader zou het verkeerd zijn om de
(sub-)nationalistische spanningen tussen Vlaanderen en Wallonië te zien als een
‘Belgische uitzondering’.


Het is echter eveneens onmiskenbaar dat de Belgische bourgeoisie
gekenmerkt wordt door een evident gebrek aan homogeniteit; sinds de kunstmatige
schepping van de Belgische staat in 1830, bestaan er al spanningen in haar
midden. Deze spanningen tussen de regionale fracties zijn vooral toegenomen
sinds de WOI en verergerd sinds het begin van de historische crisis aan het
einde van de jaren 1960. De laatste uitdrukking van deze spanningen was de
toegenomen invloed, bij de twee laatste verkiezingen, van de autonomistische
Vlaamse partij NVA (Nieuwe Vlaamse Alliantie). In de 18 maanden eindeloos
onderhandelen volgend op de federale verkiezingen van juni 2010 zijn de
verschillende fracties elkaar als hongerige wolven te lijf gegaan om zich zo
goed mogelijk een positie te verwerven teneinde hun overleving te verzekeren in
de genadeloze strijd op de wereldmarkt, waarbij ze op sommige momenten zelfs
het zicht verloren dat deze fractiestrijd het risico met zich meebracht alles
te verliezen.


Ook al is de Belgische bourgeoisie echt verdeeld in diverse nationale en
regionale fracties, die elkaar verscheuren als hun vitale belangen worden
bedreigd, dan drukken ze deze conflicten naar de achtergrond en sluiten ze zich
wel aaneen om hun gemeenschappelijke belangen te verdedigen. Het zou naïef zijn
om te denken dat, als het gaat om hun fundamentele gemeenschappelijke belangen
- het handhaven van hun winsten, van hun deel van de markt dat bedreigd wordt
door de verscherpte concurrentie –, deze burgerlijke fractie geen coalities
aangaan om hun wet op te leggen aan de uitgebuitenen.


 


3. De bourgeoisie buit haar zwakheden uit in een intensieve
nationalistische tamtam tegen de arbeidersklasse


 


De geschiedenis van de laatste 50 jaar heeft ons geleerd dat de Belgische
bourgeoisie op zeer handige wijze haar interne verdelingen gebruikt tegen de
arbeidersklasse met een tweeledig doel:


 


3.1. De bewustwording afremmen met betrekking tot de omvang
van de aanvallen en de centrale rol die de Staat hierin speelt


Geconfronteerd met het risico dat ze bij afbetaling in gebreke blijven,
hebben alle Europese landen gigantische besparingsplannen op stapel gezet om te
trachten hun financiële sector en de overheidsfinanciën te saneren. Anderzijds
echter, maken deze maatregelen ook steeds meer de rol van de Staat duidelijk,
de zogenaamde ‘sociale staat’, in het opleggen van de kapitalistische
inleveringen, waardoor de woede van de arbeiders zich steeds vaker tegen hem
dreigt te keren. Inderdaad, de ‘democratische Staat’ is helemaal geen
scheidsrechter die boven het gewoel staat en borg staat voor sociale
rechtvaardigheid; vandaag blijkt steeds duidelijker wat hij in werkelijkheid
is: een instrument van de uitbuitende klasse om haar steeds meedogenlozere
voorwaarden aan de arbeiders op te leggen.


Maar de verschillende nationale bourgeoisieën zetten alle beschikbare
misleidingmiddelen in om deze realiteit zolang mogelijk te verbergen voor de
ogen van de arbeiders, om hen integendeel te bedwelmen met de democratische
illusies. Het aanwakkeren door de Belgische bourgeoisie en haar fracties van de
tegenstellingen tussen de gemeenschappen en de gewesten moet dan ook precies in
deze context gezien worden. De bedoeling is de aanvallen en de fundamentele rol
van de ‘democratische staat’ hierin te doen verdwijnen in een doolhof van
instituten.


Het is geen toeval dat de jaren 1970, de jaren waarin de eerste
uitdrukkingen van de historische crisis van het kapitalisme tot uiting kwamen,
in België ook het begin inluidden van een omvangrijke reeks van institutionele
hervormingen, die leidden tot het regionaliseren van de Staat, tot het
opsplitsen van de beslissingsverantwoordelijkheid over de verschillende
communautaire, regionale en gemeentelijke niveaus. Er ontstond een hele reeks
van federale, communautaire en regionale regeringen (zeven in totaal), er
werden samensmeltingen doorgevoerd van gemeenten en stedelijke agglomeraties,
samen met de volledige of gedeeltelijke privatisering van een aantal
overheidsbedrijven (Post, NMBS, telefoon, gas, elektriciteit, bepaalde
gezondheidsdiensten, ...). Deze ‘hervorming’ leidde tot de meest waanzinnige
verdeling van verantwoordelijkheden, een herverdeling van de ambtenaren over de
verschillende bestuurslagen en het in het leven roepen van een hele reeks
gemengde personeelsstatuten. Concreet gesproken, kan de doelstelling van deze
‘Staatshervorming’ als volgt samengevat worden:


- het opdrijven van de doeltreffendheid van de uitbuiting: de
‘responsabilisering’ van autonome eenheden schept in de praktijk een kader voor
de interne concurrentie tussen regio’s. Vlaamse arbeiders worden opgeroepen om
‘performanter’ te werken dan hun Waalse ‘concurrenten’ en omgekeerd; de
gewesten, de gemeenten worden als concurrenten tegen elkaar uitgespeeld om op
de meest doeltreffende wijze de sociale budgetten te beheren, de flexibiliteit
onder hun ambtenaren in te voeren, enzovoort;


- het versnellen van de herstructureringen, van de aanvallen op de personeelsstatuten,
de lonen en de werkvoorwaarden van de ambtenaren onder de mom van de
reorganisatie van de Staatsstructuur;


- het verdoezelen van de omvang van de aanvallen door ze te spreiden over
de verschillende bestuursniveaus of door elk niveau te belasten met
verschillende soorten maatregelen.


 


3.2 Elke eendrachtige reactie van de arbeiders en elke
uitbreiding van hun strijd verhinderen


Als de arbeiders zich verzetten tegen de aanvallen, waarvan zij het
slachtoffer zijn, maakt de bourgeoisie, vooral door middel van haar vakbonden,
eens te meer gebruik van de verheviging van een (sub)nationalistische en
regionalistische tamtam om elke vorm van ééngemaakt arbeidersverzet tegen de
aanval op hun levensvoorwaarden, om elke uitbreiding van de strijd te beletten.
Ook dit is een constant element in de verhouding tussen de klassen in België.


Sedert de jaren 1960  vooral, gebruikt de bourgeoisie de
regionalistische misleiding om het bewustzijn binnen de arbeidersklasse af te
remmen met betrekking tot de noodzaak van een eendrachtig verzet en van de
uitbreiding van de strijd als antwoord op de aanvallen. Tijdens de algemene
staking van 1960 reeds leidt het radicale syndicalisme, onder leiding van André
Renard, de strijdbaarheid van de arbeiders uit de grote industriële bekkens van
Luik en van Henegouwen af naar het Waalse subnationalisme, met de bewering dat
een Waalse regionale staat, onder leiding van de PS, weerwerk zou kunnen bieden
aan het nationale kapitaal en de industriële sectoren uit de regio van het
verval zou kunnen redden. De arbeiders zouden zwaar betalen voor deze illusie,
want het waren juist de regionale regeringen, die in de jaren 1970 en 1980,
geleidelijk aan de Waalse mijnen en staalfabrieken zouden sluiten. Sinds het
einde van de jaren 1980 kent Vlaanderen op haar beurt dezelfde problemen met de
Limburgse mijnen, de scheepswerven (Boel Temse) en de automobielsector (Renault
en onlangs nog Opel (NvdR:en Ford)). Eens te meer wordt dezelfde
misleiding gebruikt: ‘Wat we zelf doen, doen we beter’ luidt de leuze van de
Vlaamse nationalisten. En inderdaad, de sluiting van de mijnen en van de
scheepswerven werd met bekwame spoed afgehandeld. Ook de arbeiders van Opel
werden zoet gehouden met allerlei beloftes van de Vlaamse regering over de
‘strijd van Vlaanderen om hen te redden’.


Ook vandaag, nu de arbeiders weerstand beginnen te bieden aan de
aanvallen, wordt de regionalisering van een hele reeks beslissingsniveaus en de
(sub)nationalistische propaganda door de bourgeoisie en haar vakorganisaties
gebruikt, eerst en vooral om de strijdbewegingen te verdelen, te isoleren en op
te sluiten in oriëntaties die geen enkel perspectief bieden voor de
arbeidersklasse. Als de ambtenaren dus worden aangevallen op hun lonen en hun
werkvoorwaarden, wordt elke groep opgeroepen om te betogen voor het gebouw van
hun eigen overheidsinstituut (federale, communautaire, gewestelijke,
provinciale, gemeentelijke, ...). Vervolgens aarzelen de bonden niet om de
arbeiders mee te slepen op het verrotte terrein van de regionale verdeling, ja
zelfs van de nationalistische belangen. Zo worden Vlaamse en Waalse leerkrachten
opgeroepen om te strijden voor aparte eisen, elk in hun regio. En onlangs
riepen de vakbondsorganisaties de arbeiders op om te betogen voor een Belgische
gemeenschappelijke sociale zekerheid, tegen de pogingen van de Vlaamse
nationalisten om deze te regionaliseren.


 


[4. …]


5. Context
en perspectieven voor de klassestrijd


 


De intensieve communautaire tamtam van de bourgeoisie, die eigenlijk quasi
ononderbroken ontwikkeld werd sinds de zomer van 2008, heeft de werkers het
zicht op de realiteit van de crisis en van de inzet ervan ontnomen en heeft
moeilijke omstandigheden geschapen voor hun mobilisatie, voor hun strijd en
voor de uitbreiding ervan. Dit verklaart waarom de arbeidersreacties tot nu toe
minder markant zijn geweest dan die in Frankrijk en Duitsland. Het zou
bovendien een illusie zijn te denken, dat de bourgeoisie haar best zal doen om
de mist in de huidige periode op te doen lossen. Integendeel, ze probeert van bepaalde
opluchting in de klasse, omdat de spanningen op het vlak van het beheer van de
staat geregeld schijnen te zijn, gebruik te maken om nu de kaart uit te spelen
van de noodzakelijke ‘nationale eenheid’ ten opzichte van de markten. Zij roept
op tot ‘nationale solidariteit’ om ‘ons land te verdedigen’ tegen de aanvallen
van een ‘agressieve buitenwereld’ en om de ‘fouten van het verleden goed te
maken’. Voor de arbeidersklasse in België was de situatie deze afgelopen jaren
moeilijk en die zal nog wel enige tijd moeilijk blijven.


(…) Alle elementen, ontwikkeld in dit rapport, laten zien dat het verschil
met de sociale situatie in de andere Europese landen meer een kwestie van
perceptie en van bewustwording is dan een objectieve realiteit: de economische
en sociale werkelijkheid in België loopt geheel parallel met die in landen als
Frankrijk en Nederland.


Bijgevolg kan de situatie snel evolueren, zoals de ‘Arabische lente’ (…)
in Tunesië of Egypte, de bewegingen van de ‘Indignados’ in Spanje of ‘Occupy’s
vooral in de VS hebben laten zien. Deze bewegingen sinds 2011, hoe beperkt ze
ook nog zijn, laten een oprechte wil zien samen collectief te discussiëren en
collectief na te denken en te strijden, de rug toe te keren aan het
individualisme van het kapitalisme. Het feit dat deze bewegingen zich
ontwikkelen op internationaal niveau geeft hun een beslissende betekenis. Ze
geven aan dat de arbeidersklasse in België zeer snel de weg van de strijd terug
kan vinden. En als de beweging eenmaal op gang is kan ze met meer
strijdbaarheid en vastberadenheid dan elders reageren. Ook op dat vlak vormt
België, in tegenstelling tot de wat de campagnes van de bourgeoisie beweren,
geen uitzondering.


Internationalisme / 18.12.2011


Historische gebeurtenissen: 

Territoriale situatie: 

Ontwikkeling van proletarisch bewustzijn en organisatie: 

Recent en lopend: